woensdag 11 oktober 2017

Af en toe een fragment - David Sedaris

Dit is mijn filosofie: er overkomt ons een hoop ellende in het leven, maar er komt een moment waarop die ellende grappig wordt. Dat is altijd het moment waarop ik begin te schrijven.

Fragment uit een interview met David Sedaris in De Standaard der Letteren.

woensdag 4 oktober 2017

Boek herlezen: Barrevoetse februari van Herta Müller

Barrevoetse februari
Heb je een zakdoek?
Misschien stelde jij iemand die vraag vandaag? Of misschien was het net andersom, vroeg iemand jou om een zakdoek. Je gleed met je vingers in je broekzak of handtas en haalde verontschuldigend je schouders op of vond precies wat je zocht: een zakdoek. Heb je een zakdoek? Een onverslijtbare vraag. Dagelijks wordt ze ontelbare keren door ontelbare mensen gesteld. De zakdoekvraag duikt ook op in De grote zwarte as, een kortverhaal uit Barrevoetse februari, een bundel van de Roemeense schrijfster Herta Müller. In 2009 opende ze met diezelfde vraag een toespraak. De plaats was Stockholm, Zweden. Het evenement: de overhandiging van de Nobelprijs voor de Literatuur.

Herta Müller, geboren in 1953, groeide op in een familie van boeren in Nitzkydorf, Roemenië. Het gezin maakte deel uit van een Duitssprekende minderheid. Müller was veertien jaar oud toen de communistische dictator Nicolai Ceausescu aan de macht kwam. Haar debuut als schrijfster, de kortverhalenbundel Niederungen, schoot in het verkeerde keelgat van het regime. Het boek schetste in hun ogen een negatief beeld van Roemenië. Naar aanleiding van de publicatie legde de Securitate, de Roemeense geheime dienst, een dossier over haar aan. De dienst probeerde haar vervolgens als spion in te lijven, wat Müller resoluut weigerde. Uit wraak werd ze zelf systematisch achtervolgd, verhoord, afgeluisterd en vernederd.

*
Ik zou een witte deken in mijn kamer kunnen leggen, barrevoets door de wol kunnen lopen. Ik zou me kunnen toedekken en mijn ogen sluiten als slaap. Eindeloos lang zou ik kunnen liggen, in het ijssteenbed, net zo lang tot ik van mezelf geen weet meer heb.
Müller schreef Barrevoetse februari toen ze nog in Roemenië woonde. Net als in haar debuut Niederungen was haar jeugd in Nitzkydorf de belangrijke bron van inspiratie. In 1987, het jaar waarin de Duitse uitgeverij Rotbuch Verlag het boek publiceerde, emigreerde ze naar Berlijn. Barrevoetse februari telt 27 kortverhalen. De meeste daarvan tellen slechts twee of drie pagina’s. De naam Ceausescu valt niet één keer, maar de dictator, het regime en vooral de onderdrukking zitten in elke zin. De personages slepen zich door de dag, ze overleven, omdat er nu eenmaal niets anders opzit. Ze zijn arm, hebben honger en lijden kou. Ze kunnen zich niet voorstellen dat het ooit beter of anders wordt. In het niet bij naam genoemde land ben je dictator of hond, en er kan maar één iemand dictator zijn. Alleen de dood is een uitweg, maar ook die laat op zich wachten. De klok lijkt wel bevroren. De vorige dag lijkt op de huidige, de huidige lijkt op de volgende.

‘Heb je een zakdoek?’ vraagt een moeder aan een dochter in een van de verhalen van Barrevoetse februari. ‘Heb je een zakdoek?’ vroeg de moeder elke ochtend aan de jonge Herta Müller. Ze vergat hem opzettelijk omdat ze hield van het ritueel, zegt ze in haar Nobelprijsrede. Boeren geven elkaar geen knuffels, peilen niet naar elkaars gevoelens. Affectie tonen ze op andere manieren, bijvoorbeeld door de zakdoekvraag te stellen. Müller gooit haar eigen levenservaring in de strijd om haar verhalen te laten ademen en bloeden. Wie haar essaybundel De koning buigt, de koning moordt leest, beseft echter dat de realiteit – het echte leven onder Ceausescu – gruwelijker was dan de fictie. De terreur van de Securitate was vooral van psychologische aard. Slachtoffers – de dienst noemde ze tegenstanders van het regime – ondergingen een eindeloze reeks vernederende verhoren en huiszoekingen. Wie zich te recalcitrant gedroeg, werd vermoord.

*
Alle bloemen draaien hun hoofdje in dezelfde richting met de zon mee. Alsof er onder de aarde, veldbreed, een magneet ligt. Of boven aan de hemel, groot als een landschap, een dictator staat. 
Müller voelde zich op de duur permanent in het oog gehouden en achtervolgd. Niet alleen door spionnen van de Securitate, maar ook door planten en dieren. Levensbomen en sparren rasterden staatsgebouwen af, gladiolen en varens dienden voor statieboeketten en rode anjers werden als partijinsigne opgespeld. De meeuwen bij de Donau pikten met hun snavels in lijken en honden waren werknemers van de politie. Mieren, vlooien en luizen teisterden de huizen van de armen. Het regime rukte met andere woorden planten en dieren uit de onschuld van hun natuurlijke toestand en lijfde ze in.

Alles had een uiterlijke, bekende verschijningsvorm én een schaduwzijde. In het Roemenië van Ceausescu was je maar beter op je hoede. Een man op straat kon gewoon een mens zijn, maar ook een spion. Een gladiool was een bloem, maar ook een rode knuppel. Een meeuw was een vogel, maar ook een lijkenpikker. En een zakdoek? Die is, afhankelijk van de context, veel meer dan een wit stuk stof waarmee je je neus snuit. Je kunt hem gebruiken om je tranen te drogen, een wond te verbinden of om het stof in een kantoor af te nemen waar een agent je urenlang opsluit.

De koning buigt, de koning moordt

*
Deze streek heeft mij niet gevoeld. Deze streek heeft mij pijn gedaan. Maar overal waar je de dood hebt gezien, voel je je een beetje thuis.
In 1989 implodeerde de regering van Ceausescu na een reeks gewelddadige gebeurtenissen in Timisoara en Boekarest. Om de gemoederen te bedaren, hield de dictator op 20 december een donderpreek op het Revolutieplein. De misnoegde burgers keerden zich tegen hem en het leger schaarde zich aan hun zijde. Ceausescu probeerde te vluchten, maar het leger onderschepte zijn helikopter. Op kerstdag verscheen hij voor een ongrondwettelijk tribunaal en werd na een proces dat iets langer dan een uur duurde ter dood veroordeeld. Een vuurpeloton fusilleerde hem later op de dag. Een dokter stelde voor de camera zijn dood vast, beelden die de wereld rondgingen. Een wit doek werd over zijn lichaam gelegd.

In De koning buigt, de koning moordt vertelt Müller over een klusje dat ze als kind tijdens de zomer moest opknappen. Op het kerkhof gaf ze samen met haar buurjongen de bloemen op de graven water. Dat mocht pas na zonsondergang, als het koeler was. Op een bepaald moment zegt de jongen: ‘Voor de zielen van de doden is de wereld niet groter dan een zakdoek.’ Müller vraagt zich op haar beurt af hoe het komt dat een lijkkleed in het gras er op een foto altijd uitziet als een zakdoek.

*
Wat is dat voor een land, dat aan je vingers rukt zodra je je koffer optilt. 
De bekendmaking van de winnaar van de Nobelprijs neemt ongeveer één minuut in beslag. Een lid van de Zweedse Academie komt de persruimte binnen, noemt de naam van de winnende auteur en motiveert de keuze met één zin, maximum twee. Müller kreeg de prijs omdat ze ‘met poëtische verdichting en prozaïsche openhartigheid het landschap van de ontheemden optekent.’ Daar valt weinig aan toe te voegen. Al kan ik me voorstellen dat zo’n heftige definiëring van een oeuvre potentiële lezers afstoot. Heeft elke boekenliefhebber zin om zoiets te lezen? Welnee. Dat neemt niet weg dat Müller lezenswaardig is. Misschien niet in een strandstoel op een drukke dag aan de kust, maar wel op de bank thuis terwijl het buiten stenen uit de grond vriest.

Een bundel als Barrevoetse februari dwingt je om traag te lezen, om je zin na zin af te vragen: waar gaat dit over? Ja, de thema’s wegen zwaar op de hand. Ja, het einde is unhappy. En ja, de taal leunt soms eerder aan bij poëzie dan bij proza. Het zijn vaststellingen die wel vaker terugkeren in besprekingen over Müller. Over het algemeen zijn recensenten lovend over haar verhalen en romans, maar tegelijkertijd laten ze uitschijnen dat je er ‘klaar’ voor moet zijn. Klaar waarvoor? Voor een keurmerk dat alleen geoefende lezers toekomt?

*

De taal in Barrevoetse februari is sober, op het eenvoudige af. De zinnen zijn vaak op dezelfde, simpele manier opgebouwd: onderwerp + persoonsvorm + de rest van de zin. Die aanpak zorgt ervoor dat de zinnen klinken als een troep flink marcherende soldaten. Het gaat maar door en door, zoals ook de personages maar door en door moeten gaan met hun weinig benijdenswaardige leven. Anders gezegd: bij Müller vallen vorm en inhoud samen.

Als je ergens klaar voor moet zijn, dan wel hiervoor: de goesting om aan Barrevoetse februari te beginnen. En goesting komt vanzelf. Daar moet je niet op wachten, daar moet je niet ‘klaar’ voor zijn. Een schrijfster die een toespraak begint met ‘Heb je een zakdoek?’ is er heus niet op uit om het haar lezers moeilijk te maken.  

Herta Müller

maandag 25 september 2017

Vind ik leuk - 5 stukken over literaire tijdschriften

Het internet bulkt van de goede teksten over literaire tijdschriften. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.
1. How to submit to a Literary Journal
The Odyssey Online
Korte inhoud: Een how-to voor mensen die een tekst willen opsturen naar een literair tijdschrift. 

Waarom: Je bent een schrijver, hebt net een fantastische tekst geschreven en denkt: dat verhaal wil ik in een literair tijdschrift zien staan. Maar een stuk indienen bij een tijdschrift, hoe pak je dat aan? Dit artikel zet vijf basistips op een rij. Beschouw een eerste contact met een tijdschrift als een sollicitatiegesprek of een blind date: een goeie eerste indruk kan nooit kwaad.

Welk citaat moet je onthouden: Write a proper email.

Wie: Maggie McEvoy, een Amerikaanse schrijfster en kunstenares.

Site: The Odyssey Online, een Amerikaans digitaal platform dat artikels selecteert en publiceert van amateur-schrijvers.


2. Het bewijs van de literaire prijs
Veto
Korte inhoud: Goed schrijven en gezien worden, op die manier krijg je het snelst een voet tussen de deur bij een uitgeverij.

Waarom: Zo ongeveer elke schrijver droomt ervan om een boek bij een reguliere uitgeverij te publiceren. Hoe zorg je ervoor dat je manuscript niet onderaan de slush pile belandt? Door goeie teksten te schrijven, dat spreekt vanzelf. De laatste tijd volstaat het niet meer om een briljante schrijver op een zolderkamertje te zijn. Professionele auteurs in spe staan op podia, nemen deel aan wedstrijden, publiceren in tijdschriften en bouwen een band op met hun publiek via sociale media. Een uitgeverij vindt het leuk als een schrijver al een schare trouwe fans heeft opgebouwd vóór zijn bundel of roman verschijnt.

Welk citaat moet je onthouden: 95% van de poëziedebutanten had al literair werk gepubliceerd voor hun eerste boek verscheen, vooral in gesubsidieerde Vlaamse literaire tijdschriften.

Wie: Gilles Michiels, cultuurredacteur bij Veto.

Site: Veto, het onafhankelijk studentenblad van de KU Leuven.


3. Ten Levels of Rejection (and what to do about them)
Juggling Writer
Korte inhoud: Hoe ga je als schrijver om met afwijzing?

Waarom: Dus de redactie van het tijdschrift heeft je tekst afgewezen ... Wat nu? Stap 1: adem in. Stap 2: adem uit. Stap 3: en zeg FUCK YOU (herhaal dit minstens drie keer). Stap 4: besef dat het aanbod groter is dan de vraag. Stap 5: bekijk de afwijzing opnieuw en probeer ervan te leren. Lees wat er staat en lees wat er tussen de regels staat. Van een afwijzing leer je soms meer dan van een publicatie. Als het even meezit krijg je van de redactie een tip waar je de rest van je schrijverscarrière iets aan hebt.

Welk citaat moet je onthouden: Rejection is inevitable.

Wie: Nathaniel Tower, een Amerikaanse schrijver, jongleur en de voormalige hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Bartleby Snopes.

Site: Juggling Writer, Het blog van Nathaniel Tower.


4. Toine Donk, een interview
Fontanel
Korte inhoud: Toine Donk stampte een literair tijdschrift uit de grond, gewoon omdat het kon.

Waarom: Hip is wel het laatste woord dat mensen associëren met een literair tijdschrift, tenzij het over Das Magazin gaat. Het blad verscheen voor het eerst in 2011 en bleek een instant succes. Met een oplage van 6 000 exemplaren is het met voorsprong de grootste Nederlandstalige speler op de markt. Maar een hip literair tijdschrift worden, hoe doe je dat? In dit interview gunt mede-oprichter Toine Donk je een blik in de interne keuken. Zijn boodschap: volg je gevoel. Is Donk een gewiekste zakenman of een creatieve kwajongen? Oordeel vooral zelf.

Welk citaat moet je onthouden: In mijn ogen is een blad geen blad zonder lezers.

Wie: Toine Donk, mede-oprichter van Das Magazin.

Site: Fontanel, een Nederlandse site die verhalen van mensen uit de creatieve sector brengt.



5. The Persistence of Litmags
The New Yorker
Korte inhoud: Een literair tijdschrift maken is vermoeiend, maar ook spannend.

Waarom: Wil je zelf met een literair tijdschrift beginnen? Toine Donk (zie hoger) zou het alvast een ge-wel-dig plannen vinden. Maar, hoe begin je daaraan? Wie steekt het nieuwste nummer in een enveloppe voor verzending naar de abonnees, wie update de sociale media, wie gaat op zoek naar een plek om het nummer aan pers en publiek voor te stellen, wie wie oh wie? Je begrijpt het al, een literair tijdschrift maken is meer dan alleen brainstormen over inhoud en auteurs aanspreken. Een redactie heeft meestal (nee, altijd) de handen vol, en het meeste (nee, alle) werk gebeurt in de vrije tijd. Waarom toch al die moeite? Omdat het eindresultaat - een nieuw nummer - altijd weer een overwinning is, een overwinning van de literatuur.

Welk citaat moet je onthouden: For a literary magazine to succeed you have to do something that hasn't been done before.

Wie: Stephan Burt, een Amerikaanse recensent en dichter.

Site: The New Yorker, een Amerikaans magazine dat een mix van reportages en commentaren over actuele kwesties brengt, maar ook fictie en poëzie.

maandag 18 september 2017

Magazine gelezen: Flow

Flow
In 2009 lag de eerste Flow in de rekken. Acht jaar later bestaat het magazine nog steeds, en hoe: in 2014 werd het uitgeroepen tot tijdschrift van het jaar. De oplage, inmiddels 70 000 exemplaren, gaat in stijgende lijn. Niet slecht in een tijd waarin het gros van de bladen de verkoopcijfers ziet dalen. Flow is hét Nederlandstalige lijfblad voor de aanhangers van slow living. Het is het juiste blad op het juiste moment.

Theemuts
Desondanks flitste er altijd hetzelfde woord door mijn hoofd als ik een Flow bij de krantenboer zag liggen: theemuts. En van die muts beland ik in geen tijd bij scrapboek-bijeenkomsten waarop amper wordt gescrapboekt, maar vooral geroddeld. Cliché cliché! Geen zorgen, ik ben me ervan bewust. Misschien ligt het ook wel aan de slagzin van het blad die bovenaan elke cover staat gedrukt?

Een tijdschrift zonder haast, over klein geluk, andere keuzes en simpeler leven.

Ik ben zelf, de luiwammes die ik ben, trots op het feit dat het me af en toe lukt me te haasten. Mijn geluk heb ik liefst in ’t groot. Keuzes laat ik me liever niet voorschrijven door een tijdschrift. En het leven, dat lijkt me nu net zo interessant omdat het complex is. Flow en ik, dat zou nooit wat gaan worden.

Flow
Papierwaren in Flow
Mo’ paper
Maar ook ik ging uiteindelijk overstag en haalde een Flow in huis. Die 70 000 kopers kunnen het niet allemaal bij het verkeerde eind hebben, toch? Lifestylebladen hebben het tegenwoordig allemaal over slow living, maar Flow onderscheidt zich door extra aandacht te besteden aan mensen die van papierwaren houden. Elk katern is op een andere papiersoort gedrukt en wordt anders vormgegeven. Elk nummer bevat enkele papieren cadeautjes zoals een notitieboek of schutbladen met originele prints. Voor je ’t weet, ben je aan het scrapboeken.

Elke Flow bestaat uit vijf delen: een openingsverhaal met een wisselend thema en vervolgens de vier vaste rubrieken Feel Connected (over verbondenheid), Feel Mindfully (over aandachtig leven), Spoil Yourself (over hebbedingetjes) en Simplify Your Life (over eenvoudiger leven). Met artikels over mindfulness, compact wonen, het bullet journal en thuiswerken wint Flow alvast niet de prijs voor de origineelste keuze aan onderwerpen. De inhoudstafel leest zowat als een overzicht van populaire zoektermen op Google.

Flow
Artikel over Tiny Houses in Flow
Flow gaat voor goud …
Maar kijk, als ik die theemuts even laat zitten waar ze zit (als je het echt wilt weten: in de lade onder mijn oven), dan stel ik vast dat Flow puik werk levert. De structuur is in een oogopslag duidelijk en er zit een prettig tempo in het blad. Korte en langere stukken wisselen elkaar goed af. In de beschouwende artikels neemt de redactie de tijd om een onderwerp diepgaander uit te werken. De taal is helder en sober. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Flow een groot publiek aanspreekt. Tegelijkertijd neemt het blad haar lezers ook serieus. Tussen de roze papiertjes en gekalligrafeerde letters door steek ik al eens iets op. In het artikel Hoe ontdek je wat je echt wilt? leerde ik twee begrippen kennen van de Britse filosoof Isaiah Berlin: negatieve en positieve vrijheid. De eerste soort van vrijheid ervaar je door de afwezigheid van dingen, als je alles achter de rug hebt dat ‘moet’, bijvoorbeeld aan het einde van een werkdag; de tweede soort maak je mee als je iets doet dat je graag doet, als je een creatieve flow ervaart, bijvoorbeeld als je kookt, schrijft of schildert. Ik heb me laten vertellen dat mensen die scrapboeken dat gevoel ook kennen (laatste keer, beloofd!).

Je begrijpt het al: Flow heeft me goed liggen. Dacht ik hier even een nuffig Nederlands blad af te knallen. Niet dus. Het grootste pluspunt heb ik nog niet eens vermeld: de aandacht voor literatuur. Vrijwel elk artikel wordt afgesloten met leestips en het hele tijdschrift is doorspekt met citaten van onder andere Haruki Murakami, Henry Ford en Barack Obama. In de rubriek Live Mindfully gaat het zelfs alleen maar over boeken, wel tien pagina’s lang, met daarop dertien boekentips waaronder de romanciers Ian McEwan, Dave Eggers, J.M. Coetzee en de dichters William Wordsworth en Samuel Coleridge. Op die manier smokkelt de redactie enkele literaire zwaargewichten tussen de pagina’s.

Flow
Artikel over mindfulness in Flow
… en soms ook niet
Toch is het niet al goud dat blinkt. Flow zet de lezer aan tot ont-spullen (Marie Kondo achterna, nog zo’n überhip fenomeen), maar prijst tegelijkertijd producten aan die niemand nodig heeft, zoals een Dolly Parton-borduurwerk of gehaakte vlaggetjes. Af en toe geeft het blad me ook het gevoel dat het een mindfulness-cursus is, en dan vooral in artikels waarin het woord dankbaarheid te vaak opduikt. Maar waar ik me nog het meeste aan stoor is dat Fijn van Flow-sfeertje. Anders gezegd: Flow wil de lezer het gevoel geven dat ‘alles wel in orde komt’.

Het Flow-leven is optimistisch en creatief, altijd en overal. Of nog anders gezegd: tegenslag bied je het hoofd door erover te praten met je vrienden met een kop groene thee in de hand en een zelfgebakken taart op de tafel. In een volgende stap ga je die nare ervaring in een creatief project verwerken. Op die manier maak je van elke tegenslag een overwinning. Dat zullen veel mensen ook doen, maar heus niet iedereen. Ik mis een oog voor mislukking, de mislukking zonder meer. Dat wat niet lukt is minstens even interessant als een geslaagd gedicht, een lekkere quiche of een knap schilderij.

Flow
Een How to over bloemschikken in Flow
Fijn van Flow
Flow geeft een inkijk in het leven van mensen die creatief bezig zijn. De ene maakt muziek, de andere vouwt dieren uit papier en weer iemand anders bakt bijzondere taarten. Als lezer kom je te weten wie ze zijn, wat ze doen, waarom ze het doen en hoe ze het doen. Dat levert herkenbare en inspirerende verhalen op. Iedereen is immers ergens goed in. Ik had bij wijze van spreken zelf in het nummer kunnen staan. Als ik iets niet onder de knie heb, dan kan ik het leren. Dat is iets wat ze bij Flow stellig geloven. Hoe schik ik bloemen in een vaas? Hoe maak ik gesuikerde noten? Hoe richt ik een tekengroep op? Dankzij Flow kom ik het allemaal te weten. Het blad bulkt van de duidelijke en haalbare tips en suggesties. Om over de lay-out, verpakking en extraatjes nog maar te zwijgen. En dat vind ik allemaal oprecht erg fijn van Flow.

FLOW ID
Titel – Flow
Uitgeverij – Sanoma
Genre – Lifestyle
Taal – Nederlands
Frequentie – 8 keer/jaar
Pagina’s – 167
Prijs – 7,50 euro

donderdag 14 september 2017

Af en toe een fragment - Connie Palmen

Vragen van anderen brengen mij meestal in verlegenheid. Ze klinken alsof ik ze mijzelf nooit gesteld heb en naarmate ze me onbekender voorkomen, hebben ze meer gewicht. Er moet toch een reden zijn waarom je jezelf de vragen die je bij iemand anders oproept, nooit gesteld hebt? Is er iets dat je voor jezelf geheim houdt, een verborgen kwaad, een ongewenste karaktertrek, een onbekend domein in jezelf, waarvan de ander, degene die de vraag stelt, een vermoeden gekregen heeft? Ik hou er wel van, maar neem ze het liefst mee naar huis, naar de plaats waar ik alleen ben en pas werkelijk over een antwoord na kan denken. Het antwoord wat ik ter plekke geef is provisorisch, onvolledig, een eerste gissing.

Fragment uit De wetten van Connie Palmen.