zondag 18 februari 2018

Af en toe een fragment - Ron Currie

A confession: I am not a good literary citizen, in the sense that I've never cared much one way or the other about bookstores. For a long time I found myself looking around at the posture of communal support and gratitude displayed by the authors toward their favourite booksellers, and I wondered why I was so deficient, in this regard, by comparison. I didn't get all that excited by the notion of independent enterprise, didn't understand why it was such a big deal. More often than not I bought books through Amazon, and for the usual reasons: it was cheap and spared me the trouble of talking to people, and I could transition from book shopping to masturbation much easier than at a brick-and-mortar store.

Auteur Ron Currie in My Bookstore.

dinsdag 13 februari 2018

Herinner je (5)

Herinner je
Donderdag 31 oktober 1996, 15:11u, Groot-Brittannië
Aan het zebrapad wacht je met je ouders om over te steken. De regen valt met bakken uit de lucht. Het verkeer zit muurvast. Centimeters scheiden bumpers van elkaar. Een gezin in de auto staat voor het rode licht. Ze zijn te laat – 'we are late,' hoor je de vader schreeuwen en hij klopt met een vuist op het stuur. De ruitenwissers zwiepen heen en weer. Het licht springt op groen, maar het verkeer komt geen meter vooruit.

Je tikt met je vinger tegen het raam van de bestuurder. De vader van het gezin weigert het naar beneden te draaien en kijkt je misnoegd aan. Het licht springt voor hem alweer op groen en de auto voor de zijne schuift enkele centimeters op. Hij duwt het gaspedaal in, maar jij legt je handen op het dak. De auto blijft ter plekke staan en de wielen draaien alsmaar driftiger in het rond. De banden beginnen te roken. Het kruispunt ruikt naar rubber. De vader vloekt, de moeder schreeuwt, de kinderen beginnen te huilen. Het gezin ontsnapt via de kofferbak. Je verkreukelt de auto als een blad papier in je handen. De prop past in de zak van je jas.

Je draait je om en roept naar je vader: ‘Heb je dat goed in beeld gekregen?’ Hij staat met zijn rug naar je toe en kijkt naar de etalage van een souvenirwinkel. Je moeder roept iets, maar door het drukke verkeer kun je haar niet goed horen. Je vader kijkt nog steeds naar de etalage van een souvenirwinkel.

Meer lezen? Klik hier.

donderdag 8 februari 2018

Herinner je (4)

Herinner je
Maandag 26 oktober 1996, 8:23u, België
Je trekt een voelspriet uit het kopje van de vlinder, een vleugel uit het lijfje. De poten spartelen als een gek. Je legt hem op het terras en haalt een vergrootglas uit je broekzak. Je bundelt de stralen van de zon in het glas en richt het brandpunt op de vlinder. Hij probeert weg te vliegen, maar komt amper vooruit. Hij lijkt op een klapperend pannenkoekje. Uit het lijfje stijgt een rookpluim op. Of is het een vlag van ik geef me over – even wit als de uitgetrokken vleugel die je moeder later die dag op het terras vindt en verwart met een rozenblad.

Je verdraagt niet nog een dag op het veld met je vader. Het tellen van hoeveel centimeters gegroeid. Maïs groeit volgens jou alleen als niemand kijkt of meet. Je vader denkt daar anders over. Hij dwingt je steeds dieper in het veld en je denkt: dit kan niet blijven duren, op een dag raak ik hier nooit meer uit. In het midden van het veld dacht je ooit het geluid van troost te horen, maar nu stel je die interpretatie bij: wat je hoort is het geluid van onverschilligheid. De kolven harden onder de zon.

Meer lezen? Klik hier.

dinsdag 6 februari 2018

Herinner je (3)

Woensdag 6 november 1996, 13:38u, België
Je legt je aantekeningen op de tafel naast de pas ontwikkelde foto’s van Londen. Op de achterkant van de plaatjes schrijf je datum, uur en plaats. Van de laatste dag ontbreekt elk spoor. Je plakt de negatieven op het keukenraam, maar ook daarop kun je geen herinnering vinden. Je begrijpt het niet. Je moeder had die dag onvergetelijk genoemd. In Battersea Park gaf je een eekhoorn te eten en niet veel later duwde je Big Ben bijna omver. Je vader zei: ‘Ik heb het net goed in beeld gekregen.’

Je haalt de fotoalbums van je ouders uit de kast. Vanaf de jaren tachtig kom je zelf op de plaatjes voor, steevast tussen je vader en moeder in geklemd. De meeste beelden zeggen je weinig. In het beste geval kun je je nog enkele seconden voor de geest halen, een geur, een smaak, een aanraking. De beelden laten er geen twijfel over bestaan. Je was er overal bij, en hoe: je lacht breed, keer op keer. Bovenaan elke bladzijde: datum, uur en plaats.

Je moeder komt thuis van het werk en begint te koken. Je vader keert terug van het veld en trekt zijn laarzen uit. Tijdens het avondeten vraag je hen waar de foto’s zijn gebleven. Ze antwoorden tegelijkertijd: ‘Alle plaatjes van de laatste dag zijn mislukt.’ 

Meer lezen? Klik hier.

donderdag 1 februari 2018

Herinner je (2)

Herinner je
Maandag 26 oktober 1996, 8:07u, België
Je wordt door zweet gewekt en denkt: dit kan niet blijven duren. Zelfs het ontbijt valt in herhaling: geroosterd brood en aardbeienjam. Welke dag is het vandaag? Je durft het je moeder niet te vragen, behalve: ‘Mag ik van tafel gaan?’ Ze zegt dat het voor één keer kan, vraagt of je je wel lekker voelt, vraagt of ze een appel voor je schillen moet. Je krijgt het antwoord amper over je lippen. Ze zegt: ‘Je vader verwacht je over een uur op het veld.’

In de tuin probeer je met een tomaat te spreken. Ze houdt haar onrijpe lippen op elkaar. Je vraagt de witte roos hoe het met haar gaat. Plots krult ze haar blaadjes naar binnen. Ligt het aan de wind? Het bladerdek van de appelboom ruist niet. Misschien kun je aan je vinger likken? Nee, dat durf je niet. Ondertussen heeft een spin een web tussen je duim en je pink gesponnen. Een vlinder landt op de rug van je hand.

Meer lezen? Klik hier.