vrijdag 24 maart 2017

De geraniumplukkers

Gierik & NVT
Deze week publiceert het literaire tijdschrift Gierik & NVT De geraniumplukkers, het eerste nummer van 2017 met als thema de tuin. De geraniumplukkers wordt officieel voorgesteld op zondag 23 april om 14:00u tijdens een literaire wandeling in het Middelheimpark. Startpunt van de wandeling: MIKA Café, Middelheimlaan 63 - 2020 Antwerpen. 

Annelies De Ville en ik volgden samen de redactie van het thema op. Hoofdredacteur Guy Commerman leidde alles in goede banen. Ongeveer een jaar geleden staken we de koppen voor het eerst bij elkaar, en nu, twaalf maanden later valt een geparfumeerde versie (ow yeah!) in de brievenbus van de abonnees of kun je een niet-geparfumeerd (helaas pindakaas!) kopen bij the usual suspects.

Een welgemeende dank u, thank you, merci aan volgende auteurs:
Mathias Balcaen
Kim K. Balk
Greet Bauweleers
Guy Commerman
Dominique De Groen
Pieter Delfosse
Esa Denaux
Katrien Dessers
Annelies De Ville
Jan Ducheyne
Filip Eerdekens
Maaike Haneveld
Dirk Holemans
Sharmila Madhvani
Jill Marchant
Carmien Michels
Maarten Praamstra
Sven Staelens
Runa Svetlikova
Max Temmerman
David Troch 
Shari Van Goethem
Saskia Van Kampen

En een al even welgemeende dank u in alle talen aan Eva Vaes, de illustratice van De geraniumplukkers.

Heb jij het nummer al in huis gehaald? 

maandag 13 maart 2017

De zin van je Leven

De zin van je Leven

De zin van je Leven, een wedstrijd van Creatief Schrijven, daagde schrijvers uit om de beste zin te delen die ze ooit hebben geschreven. Uit alle inzendingen selecteerde een vakjury bestaande uit Tom De Cock, Gerda Dendooven en Stijn Vranken tien zinnen. Het goede nieuws is: mijn zin is erbij! De zin luidt:

DE SLECHTSTE SMOES IS OPRUIMEN - ER IS ALTIJD IETS OM OP TE RUIMEN. 

En dan is het nu aan jou om voor de beste zin te stemmen. Stemmen doe je HIER. Kies voor mij, je zult het je niet beklagen! ik ben u eeuwig + 1 dankbaar.

De winnaar wordt bekendgemaakt op de Schrijfdag 2017. Verder gebeurt er ook nog iets met die tien zinnen op een levend model (bodypainting enzo) en voor een camera (filmpjes enzo). Online bewijsmateriaal zal op dit blog ogenblikkelijk worden gedeeld.

Collega-blogger LL Rigby haalde ook de laatste tien. Klapzoenen en proficiats!

ps: Loop warm voor de Schrijfdag 2017 door mijn kortverhaal Vissen redden te lezen, daaruit heb ik de zin van mijn Leven geplukt.

donderdag 9 februari 2017

Magazine gelezen: Kinfolk

Kinfolk Work Special
Cover van Kinfolk - Work Special
Nieuwsgierigheid, meer was het niet. Een geval van herhaling, dat ook. Als ik op korte tijd een naam vaak hoor of zie, dan is het alsof het universum (= Google?) me zegt dat ik die naam moet leren kennen. Het lifestylemagazine Kinfolk zag ik plots overal opduiken: in krantenwinkels, boekhandels, maar vooral online. Kinfolk: yay of nay? Ik wilde het weten.

Kinfolk is meer dan een lifestylemagazine. Kinfolk is een lifestyle, de antipode van The Rich Kids of Instagram – een account waarop rijke tieners tonen hoe ze zoveel mogelijk geld op zo kort mogelijk tijd verbrassen. Ook de volgelingen van Kinfolk laten zich op sociale media graag zien, maar dat lijkt op het eerste gezicht het enige dat ze met de rich kids delen. Ze nemen foto’s van de nieuwste Kinfolk op hun tweedehandssalontafel samen met een close-up van een kop koffie, een boeket pastelkleurige bloemen of een toast met avocadospread. Ze wonen in witgeverfde huizen met zorgvuldig uitgekozen meubels, tafels en gebruiksvoorwerpen in natuurlijke materialen. De ideale Kinfolklezer is creatief en anti-individualistisch. Hij of zij trekt zich bewust terug uit de ratrace van het kapitalisme en kiest voor een duurzaam, aandachtig en traag leven.

*

Verdomme die Kinfolk, wat een hebbeding! Die gedachte zoeft door mijn hoofd terwijl ik in de winkel in het nummer blader. Dik en zacht papier, knappe foto’s, sober Engels; zoiets kan ik niet laten liggen. Dat heb ik wel vaker gedacht, maar ik legde het magazine even vaak terug in het rek omdat de prijs – achttien euro – me tegenhield.
   Kinfolk is reclamevrij las ik online. Een gedurfde keuze met een prijs. Een prijs die wordt doorgerekend aan de klant. Ik kan erover blijven zeuren, kan blijven talmen. Een reclamevrij magazine? Respect, denk ik dan. Ik ga naar de kassa, betaal en neem dat hebbeding – die lifestyle van 192 pagina’s dik – mee naar huis.

*

Afzetters! Dat is het eerste wat ik denk wanneer ik thuis begin te lezen. Op zestien van de eerste negentien pagina’s staat reclame. Mijn verontwaardiging zakt een beetje als blijkt dat er verderop in het nummer, op één pagina na, geen reclame wordt gemaakt. Nou goed, als het er dan toch in moet staan, dan word ik er alleen in het begin mee lastiggevallen.

*

Work
Kinfolk
De modellen van Kinfolk
The structure of bamboo is like an antenna. It makes you feel calm because is catches all of the noise and vibrations. It cleans the space and the atmosphere. – Laurent Martin  
Kinfolk – Work Special bestaat uit vier delen: Starters, Features, Work en Directory. Het thema van het nummer spreekt me aan dus ik spring meteen naar het derde deel, Work, dat opent met een modeshoot. Twee vrouwelijke modellen kijken een tikje zurig in de lens en dragen oversized kledingstukken. De merken klinken duur. Dit is het soort hipsterdom waar ik de kriebels van krijg. Kinfolk promoot een trager leven – minder werken, meer genieten – maar publiceert tegelijkertijd mode die een traag levend mens zich niet kan veroorloven.
   Maar opnieuw, en gelukkig, zakt mijn verontwaardiging. Het volgende stuk, een interview met kunstenaar Laurent Martin, is inspirerend. De man maakt mobiles van bamboe en dikke, donkere ballen. Zijn werken – licht, luchtig en groots – komen perfect tot hun recht dankzij de paginagrote foto’s. Laurent begon zijn carrière in de reclame, maar koos op latere leeftijd voor de kunst. Hij leeft het perfecte Kinfolkleven, van rags naar riches, van de drukke reclamewereld naar de contemplatieve kunstenaarswereld. In zijn schaars ingerichte werkruimte ligt geen vlokje stof, of dat is toch wat de foto’s me doen geloven.

*

Directory
Kinfolk
Interview over patronen met Philip Ball
'It has generally been found that for all kinds of stimuli – including art and music, as well as in our homes – people tend to prefer some kind of compromise.  This reflects a feature of the human brain: There’s an ideal of stimulation that pleases us most. Too little and we’re bored; too much and we’re confused.' – Philip Ball 
In Directory, het vierde deel van Kinfolk, worden enkele boeken belicht: Patterns van Peter Koepke (over patronen), Diary of a Nose van Jean-Claude Ellena (over parfum) en The Kate Inside van Guido Harari (over foto’s van singer/songwriter Kate Bush). Daarnaast twee korte stukken over de kunstenaars Hiroshu Sugimoto en Ruth Asawa, en tot slot een kruiswoordpuzzel en een vraag & antwoord met curator Hans Ulrich Obrist. Een indrukwekkende en gevarieerde lijst van titels en namen. Maar waarom? Dat vraag ik me af. Waarom nu net deze titels en deze namen? Het lijkt alsof Kinfolk een papieren versie heeft gemaakt van de Ik doe een gok-knop van Google. Als lezer verdwaal ik tussen de willekeurig gekozen onderwerpen.  

*

Starters
Kinfolk
Esperanza Spalding over roerei
'Everytime I saw an African film at school, I walked out feeling half as tall. The subjects were always war, poverty and disease. Of course these stories should be told but if that’s the only thing that you see there’s no balance.' – Therese Traore Dahlberg
Ik spring naar deel één, Starters, op zoek naar een rode draad in het magazine. Al gauw raak ik ook in dit deel het spoor bijster door een overdonderd aanbod aan artikels over uiteenlopende onderwerpen – communicatie, uitstelgedrag, de kleur International Klein Blue enzoverder enzovoort – en mensen – kunstenaar Pablo Picasso,  singer/songwriter Esperanza Spalding, designer Christopher Esber enzoverder enzovoort. Dat verdwalen werkt me op de zenuwen. Het blad ziet er vormelijk strak geregisseerd uit, maar inhoudelijk raakt het kant noch wal.
   Ergens halfweg Starters, ik heb dan al meer dan de helft van Kinfolk gelezen, gaat het me dagen dat niet alleen het derde deel Work aan het thema van het winternummer is gewijd, maar dat het hele magazine over werk gaat.
   Een houvast, eindelijk. En die rode draad helpt me als lezer, maar niet genoeg.
   Wanneer ik de inhoud van de vier delen naast elkaar leg, stel ik me de vraag waarom dat ene stuk bij Starters staat en het andere bij Work. Het had evengoed andersom kunnen zijn. Alles wat ik onder ogen krijg, of het nu tekst is of beeld, klinkt hetzelfde of ziet er hetzelfde uit. En dat is wel erg vreemd voor een magazine dat in het colofon zeventien auteurs en eenentwintig fotografen vermeldt. Hun individuele stemmen en creativiteit bezwijken onder een te strakke redactie. De gladde look & feel die lezers met het merk Kinfolk moeten associëren verdraagt geen ruwe kantjes.

*

Features
Kinfolk
Stine Goya over leiderschap
'The most essential auditory experience created by architecture is tranquility. Architecture presents the drama of construction silenced into matter, space and light.' – Juhani Pallasmaa
In Features, het tweede deel van het magazine, zijn de essays en interviews langer dan in de andere delen. Daardoor krijgen de fotografen en schrijvers de ruimte om zich werkelijk in hun onderwerp te verdiepen. Zij kunnen ook een gedachtegang ontplooien, nuances laten zien en details neerschrijven. Features is Kinfolk op z’n best dankzij een reeks foto’s van de felgekleurde muren, mozaïekvloeren en de beeldhouwwerken van de Ny Carlsberg Glyptotek, een essay over de zintuigelijke beleving van architectuur en een interview over leiderschap met modeontwerpster Stine Goya.

*

Kinfolk: yay of nay? Ik houd het voorlopig op een meh. Het magazine barst van de goede ideeën. De lay-out en fotografie zijn oogverblindend, maar op inhoudelijk vlak loopt het fout. En dat is een gemiste kans, omdat Kinfolk het woord geeft aan een boeiende en gevarieerde groep creatievelingen. Neem nu bijvoorbeeld de Zweedse filmmaakster Therese Traore Dahlberg. Zij ergerde zich blauw aan de eenzijdige manier waarop Afrika in beeld werd gebracht. Daarop besloot ze zelf films te maken waarin ze een Afrika toont dat meer is dan een hoopje miserie. En ook het interview met Philip Ball, een wetenschappelijk schrijver, is de moeite. Hij heeft het over de juiste balans in het leven tussen enerzijds herhalingen en patronen en anderzijds chaos en verwarring. Als het altijd stil is, dan wordt die stilte voorspelbaar, eentonig en uiteindelijk saai.
   Kinfolk is te stil, maar ook te zacht, te wit, te lief. Dat is leuk voor even, maar niet voor een heel magazine. De realiteit, de wereld buiten het blad, is niet stil en zacht en wit en lief. Wie alleen Kinfolk leest weet van geen oorlog of orkaan. Ik heb niets tegen een apolitieke insteek, maar Kinfolk is gewoon naïef.  Het magazine mist de diversiteit van Dahlberg en de balans van Ball. Pas wanneer het zich die twee dingen eigen maakt, kan het uitgroeien tot een gelaagde en verrassende publicatie. Voorlopig scheert Kinfolk te veel over de oppervlakte en heeft het niet meer diepgang dan een rich kid op Instagram.

KINFOLK ID
Titel – Kinfolk
Uitgeverij – Ouur Media
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 4 keer/jaar
Pagina’s – 192
Prijs – 18 euro

Lees ook mijn review van:

vrijdag 3 februari 2017

Harder

Illustratie: Eva Vaes
harder

god schrijft een zin op het bord en veegt hem weg
het woord verdwijnt onder het krijt
op het examen hoesten wij het juiste antwoord op

god legt onze lichamen in het gips
wij gaan op een standbeeld gelijken
als kunstwerk worden wij in het museum bijgezet

achter het glas zegt bezoeker a tegen b
die beelden lijken op een cijfer
een nul zegt a en b zegt een tien

maandag 9 januari 2017

Boek herlezen: Blauwvos van Sjón

Blauwvos
Wie wil er nu voor altijd een muziek-liefhebbende elf zijn? (…) Het was tijd voor de IJslander om zijn lieve gezicht én zijn lelijke gezicht te tonen. Sjón
*

De woorden, ze komen niet. Hoe kan ik nu mijn appreciatie voor Blauwvos vatten in taal? Het boek laat in mijn hoofd alleen een schilderij achter, een wit doek met een donkergekleurde, bewegende stip – een blauwvos in de sneeuw. 

Laten we dit afspreken: dit stuk bestaat niet. Ik loop ervan weg. Zoals ik drie weken geleden ook wegliep van Blauwvos. Geloof me: ik wilde het boek herlezen. En ook: ik wilde het niet herlezen. De eerste keer was onvergetelijk. Hol woord, mijn excuses. Blauwvos is een boek dat ik zelf had willen schrijven, alleen besefte ik dat pas nadat ik het had gelezen. Zo’n boek dus. Ken je dat? Zoiets herlezen, dat is om problemen vragen. Wat als … het tegenvalt? Wat antwoord ik dan als iemand me vraagt: ‘Wat is je lievelingsboek?’ Misschien komt er dan wel een einde aan het onvermijdelijke gevolg van mijn antwoord: dat mijn gesprekspartner Blauwvos wil lenen. En dan zit ik daar weken, in het slechtste geval maanden, met dat gat in mijn boekenkast. Tot ik het niet meer uithoud en mail: Wanneer spreken we nog eens af (en geef je dan mijn boek terug)?

*

De eerste keer.
Ik las het boek tijdens een periode waarin elk excuus een goed excuus was om het over IJsland te hebben. Ik was geobsedeerd (of gefascineerd, klinkt mooier) door alles wat IJslands is. Een land van lava met pikzwarte vulkanen en asgrijze stranden, zonder bomen of insecten en met korte zomers en lange winters. Dat het daar zo donker kan zijn en zo koud. Hoe houdt een mens dat vol? Antwoord: door eruit te zien en zich te gedragen als een nukkige beer = de gemiddelde IJslandse man. Of ze zo ter wereld komen of langzaamaan – donkere, lange winter na donkere, lange winter – in een neoviking veranderen, ik zou het niet weten. En hoe rijm ik die beren met hun geloof in elfjes, feeën en trollen? Voor die IJslandse exotiek loop ik wel warm (of koud, zo je wilt). Een verademing is het om vast te stellen dat het woord exotisch meer betekent dan wit zandstrand + helblauw water.

Als men – ik bedoel de media, de mensen (gebruik nooit men in een tekst, dat is vaag en onpersoonlijk; erg on-Sjón) – iets genoeg herhaalt, ga ik het op de duur geloven. Dat IJslanders beren zijn, bijvoorbeeld. Dat ze, zoals het beren betaamt, het gezelschap van bezoekers schuwen. Dat ze één zijn met de natuur. Geloof me: ze zijn nukkig, afstandelijk en één met de natuur. En ook: ze zijn open, geïnteresseerd en één met de stad (= Reykjavík, een andere hebben ze daar niet). Een plek zonder internet? Bestaat niet. En een vliegtuig is het IJslandse beren-equivalent van onze bussen. Ze springen er even op om hun grootmoeder aan de oostkust te bezoeken. Het toestel vliegt over het binnenland met zijn pas gepoetste spiegels (meren?), glinsterende lijnen (smeltwater?) en sneeuw (geen twijfel) en …
STOP
Waarom klinkt elke bespreking van een IJslandse roman als een reisgids?
Opnieuw.

*

Met Blauwvos brak Sjón internationaal door als romancier. Voordien verwierf hij wereldwijd bekendheid als songschrijver van Björk, met als belangrijkste wapenfeit I’ve seen it all voor de soundtrack van de film Dancer in the Dark. Het leverde hem in 2001 een Oscarnominatie op (Bob Dylan won, weeral). Blauwvos was evenmin zijn literair debuut. Op z’n zestiende publiceerde hij een eerste dichtbundel in zijn thuisland. Ook nu nog klinkt zijn proza bij vlagen erg poëtisch. Herhalingen, enjambementen en witruimte, Blauwvos zit er vol van. Het levert zijn werk steevast het etiket poëtisch proza op (= het hokje voor de schrijvers waarvoor geen hokje bestaat). Evenzeer leest Blauwvos als een thriller (hoofdstuk 1), een kortverhaal (2) een fabel (3) en een briefroman (4). En dan is dat boek ook nog eens verdomd stijlvast. En dat lukt Sjón dankzij zijn sobere, glasheldere taal en een spaarzaam gebruik van personages (2, een jager en een prooi), beelden (2, een jager en een prooi) en verhaallijnen (2, het verhaal over een jager en een prooi en een ander verhaal over een jager en een prooi). Twee verhaallijnen die hoe langer, hoe meer tegen elkaar aan gaan schuren, tot het pijn doet, tot er doden vallen en een mens als vos reïncarneert.

Ben ik te vaag? De vorige alinea is nochtans men-vrij = het ligt aan jou.
Opnieuw.

*

*spoiler* (later toegevoegd)
Blauwvos is een novelle over een dominee, een botanist, een meisje met het syndroom van Down, een vos en sneeuw – als vlok, als maaltijd, als lawine, als huis. Het meisje blijkt de verstoten dochter van de dominee. Hij verkocht haar op jonge leeftijd aan een buitenlandse schip in ruil voor hagel en een voorlader, dezelfde hagel en voorlader waarmee hij op vossenjacht gaat, de jacht die hem de kop zal kosten.
Wanneer de ouders van de botanist overlijden, onderbreekt hij zijn studies in Kopenhagen en keert hij terug naar IJsland. Enkele dagen na zijn terugkeer ontdekt hij in een schuur het meisje – de enige overlevende van een schipbreuk. Ze spreekt brabbeltaal, stinkt uren in de wind en blijkt zwanger. De botanist neemt haar mee naar zijn ouderlijke boerderij en zorgt voor haar tot ze een natuurlijke dood sterft.

Het spijt me. Ik heb de clou van het verhaal verklapt. Je was gewaarschuwd = het ligt aan jou.
Opnieuw.
Laatste keer.

*

Blauwvos is een boek als een schilderij, een wit doek met een donkergekleurde, bewegende stip – een vos in de sneeuw als inkt op een zwart blad, en de woorden vertellen een verhaal een verhaal over zacht (de botanist) en hard (de dominee), open (botanist) en dicht (dominee), nieuw (botanist) en oud (dominee); de woorden vertellen een verhaal over IJsland (de botanist én de dominee). 

Blauwvos