Posts tonen met het label Anaïs Nin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anaïs Nin. Alle posts tonen

dinsdag 5 juni 2018

Af en toe een fragment: Anaïs Nin

Ik loop rond in een spookhuis op Coney Island. De grond geeft mee onder mijn voeten. Het zijn de ironieën die de grond opslokken en je duizelig gestrand achterlaten. Ironie van nooit te juister tijd komende liefdes, van tragedies die geen tragedies zouden moeten zijn, van passies die elkaar missen als gericht door blinde mensen, van blinde wreedheden en nog blinder liefdes, van niet bij elkaar passende elementen en bedrieglijke vervullingen. Iedere verwezenlijking is geen hoogtepunt maar een misleiding. Het patroon schijnt tot een einde te komen en blijkt alleen maar een nieuwe knoop.

Fragment uit Dagboek 1931 - 1934 van Anaïs Nin.

dinsdag 10 april 2018

Vind ik leuk - 5 stukken over de kunst van brieven schrijven

Brieven schrijven is terug van weggeweest. Boeken als Ode aan de brief van Simon Garfield en Brieven van belang van Shaun Usher kregen in de pers veel aandacht. Het literaire tijdschrift Akrostis wijdde eind 2017 een heel nummer aan het thema.  Ook online bulkt het van de odes aan de brief. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.

1. How to write letters: a 19h-Century guide to the lost art of epistolary etiquette
Brain Pickings
Korte inhoud: Een cursus brieven schrijven uit de negentiende eeuw. 

Waarom: Waarom nog brieven schrijven als je mails kunt sturen? Een brief kost moeite, een mail is op een wip bij elkaar getokkeld en verzonden. Omdat een brief een vorm van kunst is, tiens. Of toch volgens een etiquettegids voor briefschrijvers uit de negentiende eeuw. Een handgeschreven bericht is veel meer dan een middel om een boodschap te communiceren. Je kiest de juiste pen, goed papier, wikt en weegt je woorden. En hop, daar ga je. Je legt je ziel in je woorden. Geen mens doet het je na. En dat maakt van elke briefschrijver een kunstenaar met blauwe inkt, briefpapier en taal.

Welk citaat moet je onthouden: In all kinds of composition, there are two things necessary: first, to have something to say; second, to say it. 

Wie: Maria Popova, een Bulgaarse blogger, schrijfster, lezer en criticus.

Site: Brain Pickings, een blog tjokvol interessante stukken over kunst, wetenschap, psychologie, filosofie, geschiedenis, politiek, antropologie en meer.


2. De voordelen van een handgeschreven brief
Nijhof & Lee
Korte inhoud: Een iPad is koud, een brief is warm ...

Waarom: ... dus laten we het met z'n allen gezellig warm maken. Zet een bak koffie, ga zitten aan je bureau of op de bank, denk goed na over wat je wilt zeggen en begin. Twijfel je nog over het nut van een brief? Denk aan de laatste brief die je kreeg. Dat was gaaf, toch? Lees de woorden, ruik aan het papier, pak de brief vast. En besef dat iemand precies hetzelfde zal doen met de brief die jij gaat schrijven. Die zintuigelijke ervaring kan geen mail-app ter wereld evenaren. 

Welk citaat moet je onthouden: (...) trouwe aanhouders van de handgeschreven brief kunnen je vertellen hoe fantastisch surrealistisch het voelt om een oude, rustieke brief van een geliefde tevoorschijn te halen. 

Site: Nijhof & Lee, de site van de gelijknamige Amsterdamse boekhandel gespecialiseerd in boeken over typografie en grafisch ontwerp.


3. Letters of note
Letters of note
Korte inhoud: De ultieme ode aan de brief op het web. 

Waarom: Geen artikel over brieven, maar een hele site! Shaun Usher, de man achter lettersofnote.com, raakte verslingerd aan brieven na een klus als copywriter voor een bedrijf dat briefpapier verkoopt. Kort na die opdracht startte hij met een blog over brieven. Doorheen de jaren groeide de site uit tot een online archief van boeiende correspondenties. In 2014 verscheen Letters of note in boekvorm. In 2016 verscheen het vervolg. 

De laatste maanden wordt de site minder regelmatig geüpdatet, maar dat doet niets af aan de inhoud. Je vindt er scherpzinnige en onthullende brieven van Leonardo Da Vinci, Albert Einstein, Katherine Hepburn en nog veel veel veel meer bekend en minder bekend volk. 

Wie: Shaun Usher, een Britse schrijver en conservator van correspondentie. 

Site: Letters of note, een grabbelton vol brieven van belang van mensen van belang. 


4. To Obama with love, and hate, and desperation
The New York Times
Korte inhoud: Ook een president krijgt post. 

Waarom: De president van Amerika krijgt post, veel post. Duizenden brieven per dag. In het Witte Huis is er een dienst die zich exclusief bezighoudt met het verwerken van de briefwisseling: het Bureau voor Presidentiële Correspondentie. Ten tijde van het presidentschap van Barack Obama werkte er 36 vaste krachten en 300 vrijwilligers. Obama nam zich voor elke dag tien bijzondere brieven te lezen. Het Bureau zorgde elke dag voor de selectie van 'de tien' die hij 's avonds mee naar huis nam. Obama wilde op die manier de voeling bewaren met wat er bij zijn burgers leefde. Sommige brieven oefenden invloed uit op de inhoud van zijn speeches, andere gaven richting aan zijn beleid. 

De brief passé? De brievenbus van de president van Amerika bewijst het tegendeel. Veel mensen geloven nog steeds in de kracht van het woord. Obama hield dat geloof in stand en versterkte het door brieven om te zetten in daden. 

Welk citaat moet je onthouden: Empathy was the name of the game. 

Wie: Jeanne Marie Laskas, een Amerikaanse schrijfster, journaliste en professor. 

Site: The New York Times, een van de grootste Amerikaanse dagbladen wereldwijd.


5. 7 of history's most famous pairs of pen pals
Mental Floss
Korte inhoud: Soort zoekt soort, een overzicht van penvriendschappen tussen bekend volk. 

Waarom: Ben je bekend, beroemd, berucht? Denk dan twee keer na voor je een brief schrijft. Voor je het weet worden je diepste zielenroerselen, gewild of ongewild, in boekvorm gepubliceerd. Mensen zijn nu eenmaal nieuwsgierige wezens. Neem bijvoorbeeld de stomende correspondentie tussen Anaïs Nin en Henry Miller. 'Hier ben ik weer,' schrijft hij haar, 'en ik smeul nog steeds van passie, zoals wijn rookt. Geen passie meer voor vlees, maar een overdonderende honger naar jou, een verslindende honger.' 

Boem patat, van zulke woorden krijgt een mens goesting, op meer dan één manier. Miller en Nin waren allebei gehuwd toen ze elkaar leerden kennen. Hun affaire en briefwisseling ging jarenlang door. Nin-fans beseffen meteen waar ze de inspiratie voor haar erotische kortverhalenbundel Venusdelta vond: in haar eigen leven en in de brieven van en naar Miller. 

Wie: Caitlin Schneider, redacteur voor sociale media.

Site: Mental Floss, een site zoals tandenflos, maar dan voor je hersenen.

woensdag 21 februari 2018

Boek herlezen: Venusdelta van Anaïs Nin

Anaïs Nin
De bron van seksueel vermogen is nieuwsgierigheid, passie. U kijkt toe hoe het kleine vlammetje sterft door verstikking. Seks floreert niet op monotonie. Zonder gevoel, bedenksels, stemmingen, geen verrassingen in bed. Seks moet vermengd worden met tranen, lachen, woorden, beloften, scènes, jaloezie, afgunst, al de kruiden van angst, buitenlandse reizen, nieuwe gezichten, romans, verhalen, dromen, fantasieën, muziek, dansen, opium, wijn. Anaïs Nin in een brief aan haar anonieme cliënt
*

Uitstellen, iedereen doet het. Je stelt iets uit tot de klus een alarmbel in je agenda is geworden. En dan ga je aan het werk. In 1940 kan de Franse schrijfster Anaïs Nin zich geen uitstel veroorloven wanneer een anonieme cliënt haar vraagt erotische verhalen te schrijven. Ze leidt een armoedig bestaan in Parijs aan de zijde van haar toenmalige minnaar, de Amerikaanse auteur Henry Miller. Ze neemt de opdracht aan voor het geld; één dollar per pagina.

De anonieme cliënt kan haar eerste verhalen maar matig appreciëren. Via een tussenpersoon laat hij Nin weten dat hij haar schrijfsels te poëtisch vindt. ‘Concentreer u op de seks,’ zegt hij. En dat is precies wat ze – met tegenzin – in de volgende verhalen doet. Na een jaar is voor haar de maat vol. In een vlammende brief aan de cliënt uit ze haar ongenoegen. Seks om de seks is waardeloos, vindt ze. Of om het met haar woorden te zeggen: ‘Alleen het verenigt slaan van seks en hart samen kan extase scheppen.’

*

Wist Nin toen veel dat die erotische verhalen haar ooit beroemd én berucht zouden maken. Vooral in feministische kringen geniet haar werk veel bijval, en wel omdat ze over seks en lust schrijft vanuit een uitgesproken vrouwelijk standpunt. In Venusdelta is de vrouw geen lustobject in dienst van de man, maar een evenwaardige seksuele partner.

Op haar eigen, verfijnde manier strijdt Nin voor gelijke rechten, al vind ik het soms jammer dat Venusdelta door feministes wordt geclaimd. Als je de verhalen louter vanuit een feministisch standpunt leest, doe je Nins oeuvre onrecht aan. Je gaat dan voorbij aan het feit dat Venusdelta veel meer is dan een feministisch statement. In de eerste plaats is het een bundel met goede verhalen, en dat maakt Venusdelta nu precies buitengewoon.

Anaïs Nin
Fragment uit Artiesten en modellen uit Venusdelta van Anaïs Nin
*

Ik daag je uit: probeer 200+ pagina’s te vullen met verhalen waarin personages bijna onafgebroken seks hebben. Als ik het heb over seks, dan bedoel ik ook seks. En geen langgerekt voor- of naspel waar ik het als lezer warm noch koud van krijg. Sla er een paar hedendaagse romans op na en je zult zien dat de gemiddelde vrijpartij in een paar zinnen wordt afgewerkt. Jammer, maar begrijpelijk. Een geslaagde seksscène is als een weg met scherpe bochten. Voor je ’t weet, vlieg je eruit.

Schrijven over seks, dat gaat al snel cliché of plat klinken. Wat doe je bijvoorbeeld met geslachtsdelen. Noem je ze bij naam of niet? Of ga je ze met iets anders vergelijken? Vruchten zijn populair, maar je zult maar een echte banaan of pruim zijn. Of kies je misschien liever voor een pejoratieve woordenschat? Waarbij ik me afvraag of de wereld echt nood heeft aan nog meer lullen en kutten. Het gevolg? Op papier wordt weinig of kort geneukt. De meeste auteurs vermijden het bochtenwerk en kiezen voor de snelweg: lekker hard en rechtdoor.

Venusdelta daarentegen is als een auto op een bergpas met haarspeldbochten. Nin is de chauffeur van dienst. Ze schrijft over mannen, vrouwen en transgenders. En ze vrijen dat de stukken ervan af vliegen. Om hun liefdesdaden te omschrijven, vergelijkt Nin haar personages en hun lichamen met zowat alles wat op een mens of lichaamsdeel gelijkt in het planten- of dierenrijk. En soms noemt ze de dingen gewoon bij naam. In het ene verhaal is haar toon ernstig, in het andere mikt ze op je lachspieren. Want ja, seks dat is soms gewoon maf en grappig.

Anaïs Nin
Fragment uit De Bask en Bijou uit Venusdelta van Anaïs Nin
*

Het geheim van Venusdelta is Nins aandacht voor variatie. En zoals dat gaat, werkt variatie niet alleen op een bord met eten, maar ook tussen de lakens. Het prikkelt de zintuigen en scherpt de (eet)lust aan. Daarenboven is bij Nin niets taboe. Voyeurisme, exhibitionisme, fetisjisme, sadisme, zoöfilie, necrofilie en zelfs pedofilie, in Venusdelta komt het allemaal aan bod.

Schrik je van dat lijstje? Je bent niet de enige. Tijdens het lezen vroeg ik me af of uitgevers het tegenwoordig nog zouden aandurven een boek als Venusdelta te publiceren. Er komt geheid een schandaal van, denk ik dan. Niet dat Venusdelta daaraan is ontsnapt. Wanneer het boek in 1977 verschijnt, krijgt Nin, naast lof en complimenten, ook een hoop bagger over zich heen. Maar wat is een klassieker zonder schandaal? Juist: geen klassieker.

*

Jarenlang houdt Nin de publicatie van Venusdelta af. Ze walgt van haar eigen verhalen. Waarom zou ze zich dan moe maken aan het zoeken van een uitgever? In september 1976, vier maanden vóór ze overlijdt aan de gevolgen van kanker, gaat ze dan toch overstag. In haar dagboek schrijft ze: ‘Nu ik ze (de verhalen van Venusdelta, nvdr) vele jaren later herlees, zie ik dat mijn eigen stem niet geheel onderdrukt was.’ Alsof ze plots een gouden randje aan haar verhalen zag.

Het is uit de mode om dingen tegen je zin te doen. En ja, ook ik heb een hekel aan verplichte stukjes. Maar soms heb ik een opdracht nodig om er eens flink tegenaan te gaan. Wanneer de deadline lonkt, gooi ik in een wip alle overbodigheden overboord en focus ik me op de essentie. En dat levert vaak mooie resultaten op. Vraag het maar aan Anaïs Nin. Venusdelta is hét bewijs dat een verplichte opdracht je dichter bij goud kan brengen dan je vrije wil.

Anaïs Nin

Meer lezen? Klik hier. 

zondag 29 september 2013

Erotica (deel 2)

Deel 1 vind je hier.

Is er een verschil tussen erotica geschreven door een man of een vrouw? Het cliché wil dat mannen gevoelloos, krachtig en hard zijn, en dat vrouwen zich aan de andere kant van het spectrum bevinden. Een seksist als V.S. Naipaul beticht schrijfsters van sentimentaliteit en een beperkte blik op de wereld.

De bevestiging of ontkenning van het cliché ligt in de literatuur. Ik heb twee boeken uit de reeks Liefde en Lust van De Morgen na elkaar gelezen. Beide verhalen werden in de jaren dertig geschreven, het ene door een vrouw, het andere door een man. Ze lazen en becommentarieerden elkaars werk. Daarenboven hadden ze een relatie, hoewel ze allebei waren getrouwd.

Anaïs Nin schreef uit geldgebrek erotische kortverhalen in opdracht van een anonieme verzamelaar. Het was nooit haar bedoeling haar erotisch werk aan het grote publiek te tonen. Toch besliste ze in de jaren zeventig om de kortverhalen te verzamelen in twee bundels, Venusdelta en Lieve vogeltjes.

Nin was ook een gepassioneerde dagboekschrijfster. In haar dagboeken liet ze haar (vrouwelijke) licht schijnen over de wereld waarin ze vertoefde, een wereld die hoofdzakelijk bestond uit mannelijke auteurs, artiesten en psycho-analytici.

Henry en June is een selectie dagboekfragmenten uit het begin van de jaren dertig. Nin woont op dat moment in Parijs, samen met haar echtgenoot, de saaie bankier Hugo. Na een ontmoeting met Henry Miller en diens vrouw June, raakt ze in de ban van het koppel. Ze koestert gevoelens voor June, maar heeft uiteindelijk een verhouding met Henry. Hij is de katalysator van haar seksuele ontwaking. Ze schrijft:

Hugo gaat zitten, pakt zijn dagboek en schrijft gedreven over mij en de 'kunst' en hoe alles wat ik doe goed is. Terwijl hij mij dit voorleest bloed ik dood. Voor het einde begint hij te snikken. Hij weet niet waarom. Ik kniel voor hem neer. 'Wat is er, lieveling, wat is er?' En ik maak deze verschrikkelijke opmerking: 'Heb je een voorgevoel?' - wat hij, vanwege zijn vertrouwen en trage begrip, niet kan begrijpen. Hij gelooft dat Henry alleen mijn verbeeldingskracht stimuleert, als schrijver. En omdat hij dit gelooft gaat hij ook iets schrijven, om me voor zich te winnen met schrijven. 

Nin schetst in een paar zinnen niet alleen haar eigen gevoelens, maar geeft ook een inkijk in de manier waarop de belangrijkste personages zich tot haar en tot elkaar verhouden. Ze tracht het huwelijk te rijmen met een affaire, maar toont ook - via de reactie van Hugo - welke aantrekkingskracht Henry op haar uitoefent. Haar man probeert iemand anders te zijn om haar gunstig te stemmen. Uit zijn handelingen blijkt echter dat hij haar interesse in Henry niet begrijpt. Elke toenaderingspoging van zijn kant is dan ook gedoemd om te mislukken. Ze wil niet door hem worden veroverd. Ze wil haar huwelijk en haar buitenechtelijke relatie naast elkaar laten bestaan.

Nin heeft niet alleen oog voor haar eigen ervaringen en gevoelens, maar ook voor de mensen rondom haar. Sommige pagina's wijdt ze helemaal aan quotes uit brieven van Henry. Desalniettemin houdt ze als schrijfster de touwtjes in handen. Ze is geen willoos object van haar minnaar. Ondanks alle liefde die ze voor Henry voelt, lijkt ze hem soms zelf te objectiveren. Ze heeft hem nodig om haar lust te exploreren. Schrijven en vrijen doet ze met dezelfde overgave en goesting.

Een hotelkamer heeft voor mij de associatie van wellustigheid, vluchtig, kortdurend. Misschien is mijn honger versterkt doordat ik Henry lang niet gezien had. Ik masturbeer vaak, uitgebreid, zonder berouw of afkeer naderhand. Voor het eerst weet ik wat eten is. Ik ben vier pond aangekomen. Ik krijg een razende honger, en het voedsel dat ik eet geeft me een sluimerend genot. Ik heb niet eerder op deze intens vleselijke manier gegeten. Ik heb nu nog maar drie verlangens, eten, slapen, en neuken. 

Henry Miller wordt gezien als een schrijver van semi-autobiografische romans waarin hij karakterstudie, sociale kritiek, filosofische reflectie, surrealistische vrije associatie en mysticisme vermengt, aldus wikipedia. Hij heeft zelf minder woorden nodig om zijn stijl samen te vatten. Over De kreeftskeerkring schreef hij een vriend: 'Morgen start ik aan het Parijs-boek: eerste persoon, ongecensureerd, vormloos - fuck alles!'

Aan het begin van het boek klinkt dat zo:

Dit is geen boek in de gewone zin van het woord. Nee, het is één voortdurende belediging, een fluim in het aangezicht van de Kunst, een trap tegen het achterste van God, Mens, Lot, Tijd, Liefde, Schoonheid... wat je maar wilt. Ik ga voor je zingen, een beetje vals misschien, maar ik zing toch. 

Nin noemt Miller een man wiens passie als lava door een kille intellectuele wereld stroomt. Romans die zich binnen de klassieke structuur van een Hollywoodfilm naar een happy end slepen, waren aan hem niet besteed. Zijn werk wordt door een genadeloze woede jegens zichzelf en de buitenwereld gedreven. Indertijd bande Amerika zijn werk op grond van obsceniteiten.

De vloeibaarheid waarmee Nin in Henry en June reflecteert over zichzelf en de ander, is afwezig in Millers werk. Het zal hem worst wezen hoe de andere zich voelen. De ik-persoon in De kreeftskeerkring heeft enkel interesse in de beleving van zijn eigen passie en woede. Erotiek levert dat niet op, pornografie evenmin. Als de ik-persoon dan toch in een vrijage verzeilt raakt, gebeurt het bijna per ongeluk.

We wurmen ons de wc in en daar poot ik haar neer, pal tegen de muur aan en probeer 'm erin te krijgen, maar het lukt niet en dus gaan we maar op de bril zitten om het zo eens te proberen, maar dat gaat ook al niet. Wat we ook prakkiseren, het wil niet. En aldoor heeft ze me maar bij mijn geval beet; ze houdt het vast of het een reddingsboei is, maar het helpt niets, we zijn te heet, te fel. De muziek speelt nog steeds en zo walsen we de wc af en de wasgelegenheid in en terwijl we daar zo in dat schijthuis aan het dansen zijn, kom ik klaar, over haar mooie japon heen, en de pest dat ze daarover in heeft. 

Hoe zit het nu met dat onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke erotica? Verschillen zijn er zeker. De anatomie van een vrouw is nu eenmaal anders dan die van een man. Dat onoverbrugbare onderscheid zorgt ervoor dat we op een andere manier in de wereld staan en naar de wereld kijken. Er bestaat echter niet zoiets als de man of de vrouw. Toch blijft dat cliché hardnekkig leven. We staan echter niet los van het heden en het verleden waarin vooroordelen circuleren en in het ergste geval worden versterkt. Ik weiger de verschillen tussen Nin en Miller in de mal van het cliché te gieten.

Ik kan ook de gelijkenissen tussen beide auteurs, tussen man en vrouw, benadrukken. Nin en Miller hebben op elkaars werk ingegrepen. Henry en June en De kreeftskeerkring als respectievelijk typisch vrouwelijk en typisch mannelijk omschrijven, is onzin. Ze zijn vrouwelijk en mannelijk tegelijkertijd. In de eerste plaats zijn Nin en Miller beiden compromisloze schrijvers. Ze bewegen zich vaardig tussen feit en fictie, maar de waarachtigheid van hun woorden is onbetwijfelbaar.

Nin vatte het perfect samen in haar dagboek:

We registreren allebei, ieder met een andere sensor.

zondag 1 september 2013

De zomer van

Het was de zomer waarin ik amper nieuwe poëzie schreef, maar gedichten voltooide die stof vergaarden in de schuif of op mijn computer. De cycli Paars en Woonboot en de gedichten Koffie en Jas zijn klaar voor voordracht of publicatie. De gedichten komen mij voor alsof ze door iemand anders zijn geschreven. Het slot zit op de vorm en de inhoud. Ik ben op zoek naar stoute schoenen om Paars naar Kluger Hans te sturen en Woonboot naar Het Liegend Konijn. Jas of Koffie houd ik voor de Turing gedichtenwedstrijd. Daarvoor wil ik ook enkele Frida Kahlo-gedichten indienen, maar die vind ik nog niet goed genoeg.

Het was ook de zomer van een weekend weg van de wereld in een Brugs tuinhuis uit de achttiende eeuw. Niet ver van mij vandaan krioelden toeristen, terwijl ik onder het gebladerte van een prieel met een kop thee in de hand genoot van een zicht op een wilde, ommuurde tuin. 's Avonds maakte ik kladversies van blogberichten op een iPad die voortdurend mijn zogezegd fout geschreven woorden automatisch corrigeerde. Het resultaat is een aantal onleesbare (en soms hilarische) teksten die ik opnieuw moet schrijven. Voor de geïnteresseerden: het zal gaan over vrouwen, erotiek en seks, maar vooral over literatuur (of wat dacht je?).

Af en toe waagde ik mij in de Brugse drukte om in het voetspoor te treden van De Poëziekrant. In de recentste uitgave zette de krant drie zelfstandige boekhandels in de kijker. Ze liggen alle drie op wandelafstand van het belfort. Bij De Reyghere kocht ik Mijn leven is mooier dan literatuur van Jannah Loontjens, bij De Meester vond ik Hemel en hel van Jón Kalman Stefánsson en in de nieuwe vestiging van De Raaklijn nam ik Stilte als antwoord van Sara Maitland mee (met dank aan winterlief voor de tip).

Het was vooral de zomer van prachtige boeken. Ik haalde Er hangt een hoge lucht boven ons uit de kast, het poëziedebuut van Els Moors. Ze zal dankzij dit debuut tot het einde van haar dagen geassocieerd worden met witte fuckende konijnen, maar ik link haar hoge luchten aan een lentedag aan de rand van een meer, voeten bengelend in het water.

De zomer werd alsmaar warmer en de boeken in mijn hand volgden die tendens. Ik dook opnieuw in De oksels van de bok van Annemarie Estor. De hitte, de lust, het verlangen en de overgave spatten van de pagina's. Vlaamse poëzie in 2013 mag nog lyrisch zijn. De Herman De Conickprijs heeft ze dubbel en dik verdiend. Al lezend krijg je goesting om samen met het vrouwelijke hoofdpersonage door de smerigste troep te kruipen om je over te geven aan die ene man, die geile bok, die sardonische Izem.

Sleur is een roofdier van D. Hooijer greep mij bij de keel. De inventiviteit waarmee ze het Nederlands naar haar hand zet, is benijdenswaardig. Tijdens het eerste verhaal moest ik zinnen vaak herlezen omdat ik geen jota begreep van wat er stond. Eens ik haar stijl onder de knie had, was het puur genieten. Haar taal kronkelt, kriebelt en knalt. Die taalbeheersing koppelt Hooijer aan doodgewone, doch absurde verhalen. In Tweemaal tut-af  schrijft ze over twee vrouwen van middelbare leeftijd die het beu zijn om als deftige, saaie madammen door het leven te gaan. Een van hen wendt zich zelfs tot een non voor advies. Bosgrond en peredrups verwijst naar de geur van het sperma van het hoofdpersonage, een oude man die fantaseert over zelfmoord. Hij heeft allerlei scenario's bedacht, maar slaagt er niet in om er een in praktijk te brengen.

Voor een paar euro's tikte ik maanden geleden Het lichaam bestaat niet bij De Slegte op de kop, een verzameld werk van verhalen en romans van Willem Melchior. Zijn homoseksuele personages zijn geobsedeerd door het bekijken, betasten, likken, bijten en pijnigen van hun lichaam (met een uitgesproken voorkeur voor tepels). Melchior leerde mij wat een slaventepel is, een term uit het sm-wereldje. Dat klinkt allemaal als het recept voor een reeks geile verhalen. Geil is Het lichaam bestaat niet bij vlagen, maar het oeuvre van Melchior gaat evenzeer over naïviteit, onschuld, onzekerheid en verlangen.

De traag brandende boekenhype van dit jaar, Stoner van John Williams, hield mij tot twee uur 's nachts wakker. Williams vertelt in een eenvoudige taal het verhaal van een doodgewoon leven van William Stoner, een doodgewone professor literatuur. Het boek intrigeert door rake observaties, geloofwaardige plotwendingen en de gruwel van het alledaagse. Dat had een zwart verhaal kunnen opleveren, maar dat werd het niet. Er schuilt een zekere elegantie en bewonderenswaardige flexibiliteit in de wijze waarop Stoner zijn leven draagbaar houdt.

Met Henry en June van Anaïs Nin keek ik het einde van de zomer in de ogen. Voor deze roman gebruikte de schrijfster haar dagboekfragmenten uit het begin van de jaren dertig. In die periode leerde ze Henry Miller en diens tweede vrouw June kennen. Nin raakte in de ban van June, maar knoopt een (seksuele) relatie aan met Henry. Ze deelt ook het bed met ene Fred, Eduardo en Allendy. Nin is op en top vrouw en über-chic. Met dezelfde passie waarmee ze met Henry zoent, vrijt en neukt, wijdt ze zich aan haar dagboek. De zinnelijkheid dampt uit de zinnen.

Deze zomer kruisten ook twee non-fictie boeken mijn pad. Op reis in Finland vloog ik door De bodem van de pan van Florence Aubenas. Deze Franse journaliste verhuisde naar Caen, verfde haar haren blond en schreef zich in bij de Franse variant van onze VDAB als laaggeschoolde werkzoekende zonder ervaring. Al na één gesprek met een consulente wordt beslist dat haar toekomst in de schoonmaaksector ligt. Ze sleept zich van de ene nutteloze, maar verplichte workshop naar de andere om aan onderbetaald en onregelmatig werk als poetsvrouw te raken. Aubenas zet met haar ervaring het Franse systeem in z'n blootje. Stilaan dringt het besef bij iedereen door dat werk niet de oplossing is voor elk probleem. Een eenzijdige aanpak van armoede is gedoemd om te falen. Het duwt sommige mensen nog dieper in de put.

Ook non-fictie, maar van een andere strekking, is Goed eten van Dorien Knockaert. Na mijn jarenlange Nigella Lawson-obsessie werd het tijd voor een nieuwe wind in de keuken. Ik ben even helemaal klaar met kaneel, kip en goede boter. Met een tussenpauze van veertien jaar word ik weer deeltijds vegetariër. Knockaert vulde haar kookboek niet alleen met recepten, maar ook met korte reportages over de oorsprong van het eten op ons bord. Haar geliefde boterham met kaas blijkt een vette ecologische voetafdruk na te laten. Laat dat nu juist iets zijn wat ze wil vermijden. Ze kookt met liefde voor de planeet. Haar conclusie: vlees, vis en kaas kunnen, maar niet alle dagen. De tomatentaart die ik gisteren maakte, was alvast geslaagd.

Kortom, het was de zomer van koken, reizen, schrijven en lezen. Ik heb genoeg adem en inspiratie verzameld om er dit najaar in te vliegen. Het wordt druk en spannend. Op dit blog hoop ik daar af en toe over te berichten.

Vanna één, vanna twee en we zijn vertrokken!