Posts tonen met het label Sjón. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sjón. Alle posts tonen

maandag 9 januari 2017

Boek herlezen: Blauwvos van Sjón

Blauwvos
Wie wil er nu voor altijd een muziek-liefhebbende elf zijn? (…) Het was tijd voor de IJslander om zijn lieve gezicht én zijn lelijke gezicht te tonen. Sjón
*

De woorden, ze komen niet. Hoe kan ik nu mijn appreciatie voor Blauwvos vatten in taal? Het boek laat in mijn hoofd alleen een schilderij achter, een wit doek met een donkergekleurde, bewegende stip – een blauwvos in de sneeuw. 

Laten we dit afspreken: dit stuk bestaat niet. Ik loop ervan weg. Zoals ik drie weken geleden ook wegliep van Blauwvos. Geloof me: ik wilde het boek herlezen. En ook: ik wilde het niet herlezen. De eerste keer was onvergetelijk. Hol woord, mijn excuses. Blauwvos is een boek dat ik zelf had willen schrijven, alleen besefte ik dat pas nadat ik het had gelezen. Zo’n boek dus. Ken je dat? Zoiets herlezen, dat is om problemen vragen. Wat als … het tegenvalt? Wat antwoord ik dan als iemand me vraagt: ‘Wat is je lievelingsboek?’ Misschien komt er dan wel een einde aan het onvermijdelijke gevolg van mijn antwoord: dat mijn gesprekspartner Blauwvos wil lenen. En dan zit ik daar weken, in het slechtste geval maanden, met dat gat in mijn boekenkast. Tot ik het niet meer uithoud en mail: Wanneer spreken we nog eens af (en geef je dan mijn boek terug)?

*

De eerste keer.
Ik las het boek tijdens een periode waarin elk excuus een goed excuus was om het over IJsland te hebben. Ik was geobsedeerd (of gefascineerd, klinkt mooier) door alles wat IJslands is. Een land van lava met pikzwarte vulkanen en asgrijze stranden, zonder bomen of insecten en met korte zomers en lange winters. Dat het daar zo donker kan zijn en zo koud. Hoe houdt een mens dat vol? Antwoord: door eruit te zien en zich te gedragen als een nukkige beer = de gemiddelde IJslandse man. Of ze zo ter wereld komen of langzaamaan – donkere, lange winter na donkere, lange winter – in een neoviking veranderen, ik zou het niet weten. En hoe rijm ik die beren met hun geloof in elfjes, feeën en trollen? Voor die IJslandse exotiek loop ik wel warm (of koud, zo je wilt). Een verademing is het om vast te stellen dat het woord exotisch meer betekent dan wit zandstrand + helblauw water.

Als men – ik bedoel de media, de mensen (gebruik nooit men in een tekst, dat is vaag en onpersoonlijk; erg on-Sjón) – iets genoeg herhaalt, ga ik het op de duur geloven. Dat IJslanders beren zijn, bijvoorbeeld. Dat ze, zoals het beren betaamt, het gezelschap van bezoekers schuwen. Dat ze één zijn met de natuur. Geloof me: ze zijn nukkig, afstandelijk en één met de natuur. En ook: ze zijn open, geïnteresseerd en één met de stad (= Reykjavík, een andere hebben ze daar niet). Een plek zonder internet? Bestaat niet. En een vliegtuig is het IJslandse beren-equivalent van onze bussen. Ze springen er even op om hun grootmoeder aan de oostkust te bezoeken. Het toestel vliegt over het binnenland met zijn pas gepoetste spiegels (meren?), glinsterende lijnen (smeltwater?) en sneeuw (geen twijfel) en …
STOP
Waarom klinkt elke bespreking van een IJslandse roman als een reisgids?
Opnieuw.

*

Met Blauwvos brak Sjón internationaal door als romancier. Voordien verwierf hij wereldwijd bekendheid als songschrijver van Björk, met als belangrijkste wapenfeit I’ve seen it all voor de soundtrack van de film Dancer in the Dark. Het leverde hem in 2001 een Oscarnominatie op (Bob Dylan won, weeral). Blauwvos was evenmin zijn literair debuut. Op z’n zestiende publiceerde hij een eerste dichtbundel in zijn thuisland. Ook nu nog klinkt zijn proza bij vlagen erg poëtisch. Herhalingen, enjambementen en witruimte, Blauwvos zit er vol van. Het levert zijn werk steevast het etiket poëtisch proza op (= het hokje voor de schrijvers waarvoor geen hokje bestaat). Evenzeer leest Blauwvos als een thriller (hoofdstuk 1), een kortverhaal (2) een fabel (3) en een briefroman (4). En dan is dat boek ook nog eens verdomd stijlvast. En dat lukt Sjón dankzij zijn sobere, glasheldere taal en een spaarzaam gebruik van personages (2, een jager en een prooi), beelden (2, een jager en een prooi) en verhaallijnen (2, het verhaal over een jager en een prooi en een ander verhaal over een jager en een prooi). Twee verhaallijnen die hoe langer, hoe meer tegen elkaar aan gaan schuren, tot het pijn doet, tot er doden vallen en een mens als vos reïncarneert.

Ben ik te vaag? De vorige alinea is nochtans men-vrij = het ligt aan jou.
Opnieuw.

*

*spoiler* (later toegevoegd)
Blauwvos is een novelle over een dominee, een botanist, een meisje met het syndroom van Down, een vos en sneeuw – als vlok, als maaltijd, als lawine, als huis. Het meisje blijkt de verstoten dochter van de dominee. Hij verkocht haar op jonge leeftijd aan een buitenlandse schip in ruil voor hagel en een voorlader, dezelfde hagel en voorlader waarmee hij op vossenjacht gaat, de jacht die hem de kop zal kosten.
Wanneer de ouders van de botanist overlijden, onderbreekt hij zijn studies in Kopenhagen en keert hij terug naar IJsland. Enkele dagen na zijn terugkeer ontdekt hij in een schuur het meisje – de enige overlevende van een schipbreuk. Ze spreekt brabbeltaal, stinkt uren in de wind en blijkt zwanger. De botanist neemt haar mee naar zijn ouderlijke boerderij en zorgt voor haar tot ze een natuurlijke dood sterft. 

Het spijt me. Ik heb de clou van het verhaal verklapt. Je was gewaarschuwd = het ligt aan jou.
Opnieuw.
Laatste keer.

*

Blauwvos is een boek als een schilderij, een wit doek met een donkergekleurde, bewegende stip – een vos in de sneeuw als inkt op een zwart blad, en de woorden vertellen een verhaal een verhaal over zacht (de botanist) en hard (de dominee), open (botanist) en dicht (dominee), nieuw (botanist) en oud (dominee); de woorden vertellen een verhaal over IJsland (de botanist én de dominee). 

Blauwvos

Meer lezen? Klik hier. 

donderdag 2 juli 2015

In plaats van een roman (een eiland)


Een obsessie

Zin in een bekentenis? Tijdens zowat elke fase van mijn leven ben ik door iets of iemand geobsedeerd. De objecten van mijn obsessie zijn zeer uiteenlopend, van dier tot superheld, popartiest, kunstenaar, land of stuk zeep. Als iets of iemand me in de ban houdt, wil ik alles over dat ding of die persoon weten. Meer zelfs: ik wil het object van mijn obsessie zijn. Zoiets lukt alleen als de grens tussen mezelf en dat object vervaagt. Die buitensporige vorm van overgave heeft niets te maken met een ziekelijke bezitsdrang, maar wel alles met een verregaande vorm van interesse en nieuwsgierigheid. Hoe ik ooit (bijna) in een stuk zeep veranderde, vertel ik een andere keer. Voor dit stuk wil ik het houden bij mijn IJsland-obsessie.

Toen ik me voornam over IJsland te schrijven, liep ik naar mijn boekenkast. Daaruit plukte ik Independent People van Halldór Laxness, een roman die ik in 2008 tijdens een bezoek aan Reykjavík kocht. Laxness was de eerste, een voorlopig ook de laatste, IJslandse auteur die de Nobelprijs voor de Literatuur won. Voor een land dat slechts 300 000 inwoners telt, is dat lang niet slecht. België (met 11 000 000 inwoners) telt evenveel winnaars en Nederland (16 000 000 inwoners) sleepte de prijs nog nooit in de wacht.

Tot literatuur gedoemd

Een verklaring voor die ogenschijnlijk scheefgetrokken verhouding is simpel: IJsland is, veel meer dan België of Nederland, een land van verhalenverteller, lezers en schrijvers. Wereldwijd worden er, opnieuw verhoudingsgewijs, nergens zoveel boeken geschreven, gelezen en gekocht. In een interview zegt de IJslandse auteur Sjón daarover:
We are a culture of literature. The country was so poor throughout the centuries that practically the only cultural activity that was constant was literature. (...) We have no cathedrals, we have no academic painting, we have no symphonies; we have no proper cultural activities - compared with the Europeans of course - until let's say the 1930's. So for an Icelander the first art is literature. 
IJslanders waren met andere woorden tot literatuur gedoemd. Mettertijd raakte hun band met het woord in de volksaard ingebakken. Het ligt niet in hun karakter zich tegen de (soms harde) realiteit te verzetten. Ze stellen zich flexibel op, niet alleen tegenover de kunstvormen die zich aandienen, maar ook tegenover de natuur. Ze weten dat het weer plotsklaps kan veranderen, ze weten dat een vulkaanuitbarsting dorpen en bruggen kan vernielen. Ze leren het weer verdragen, elke dag opnieuw. Flexibiliteit hoort bij hun eilandmentaliteit.

Vespertine

Mijn interesse in literatuur was gek genoeg niet de reden waarom ik naar IJsland wilde gaan. In 2008 begon ik nog maar pas te lezen en te schrijven. Ik was me maar vaag van de IJslandse literatuur bewust. Mijn fascinatie voor het land begon zeven jaar eerder toen ik het album Vespertine van Björk kocht. Vrij vertaald betekent de titel zoiets als avondlijk, een toepasselijke naam voor een album waarop de lange, donkere dagen van een IJslandse winter in twaalf tracks weerklinken. Björk maakt onder andere muziek met het geluid van een voetstap op een laag pas gevallen sneeuw.

Wat een verademing, dacht ik, om vast te stellen dat er een plek op de wereld bestaat waar mensen niet neerkijken op het koudste seizoen van het jaar. In eigen land vind ik zelden bijval voor mijn appreciatie voor de winter. Zodra de temperatuur hier onder nul gaat, vervalt mijn omgeving in een collectieve depressie. Waar komt die weerzin vandaan? We kunnen op dat vlak nog iets van die flexibele IJslanders leren.

Huis en schapen

Uitgeverij Random House koos voor de cover van mijn editie van Independent People het schilderij Huis en schapen van Louisa Matthíasdóttir. Op de voorgrond grazen drie schapen in een heuvelachtig landschap, op de achtergrond staan evenveel huisjes aan het water in de oksel van een fjord. Veel schilderijen van Matthíasdóttir zien eruit als blokkendozen. Ze veegt de kleurnuances weg in de glooiende weides, de wollige pelzen, de kabbelende zee en de ruwe bergruggen. Elk element geeft ze in monochrome kleurvlakken weer. Ze toont het landschap zoals het in een herinnering wordt bewaard.

Matthíasdóttir moet beseft hebben dat het onmogelijk was haar geboorteland tot in detail te schilderen. Wie wil zien hoe het echt is, boekt beter een vliegtuigticket om zelf te gaan kijken. Ze voelde echter wel, zoals zoveel andere landgenoten, de impuls om IJsland op haar manier te tonen. Met verf hield ze een landschap, tijdelijk en binnen het kader van een schilderij, in bedwang.

Na mijn rondreis voelde ik eenzelfde drijfveer, al bediende ik me van een pen in plaats van een penseel. Ik kon niet zwijgen over wat ik allemaal had meegemaakt, ik moest erover schrijven. Ik voelde me een IJslander, ik wilde IJsland zijn. De literatuur had me misschien niet naar daar gebracht, maar ik had wel de literatuur in en van het land gevoeld en gezien. Dat laatste mag je zelfs letterlijk nemen: het werk van Laxness werd overal, ook in tankstations, te koop aangeboden.

De wortels gevoeld

Tijdens de piek van mijn obsessie droomde ik van een verhuizing naar IJsland, maar nu, zeven jaar later, weet ik dat het bij een droom zal blijven. Het werk van IJslandse auteurs en ook de blogs van expats die in Reykjavík wonen, laten er geen twijfel over bestaan: de winters zijn zwaar. Het valt niet mee tijdens de donkere maanden optimistisch en levenslustig de dag door te komen.

Ik voel ook niet langer de nood om tijdens de winter elders te vertoeven. De Belgische variant bevalt me prima, net zoals het licht, de hitte en het zweet van onze zomer. Ik ben te veel en te graag in mijn eigen grond geworteld om er voorgoed van weg te lopen. De plek waar ik me geworteld voel, beschouw ik als een uitvalsbasis (en niet als een gevangenis). Vanuit die basis wil ik overal naartoe gaan en me, afhankelijk van mijn gemoedstoestand, kunnen afzonderen van of verbinden met dingen of mensen.

De obsessie voorbij

Liefde durft al eens in haat om te slaan, ook een obsessie ontsnapt daar niet aan. Het verging mijn verhouding met IJsland net zo. Op de duur kon ik niets meer lezen, horen of zien dat met het land had te maken. Mijn roman die zich hoofdzakelijk in IJsland afspeelt, dumpte ik in een lade. Ik werd al misselijk van er gewoon aan te denken.

Tevergeefs koesterde ik de hoop dat de grens tussen mezelf en het eiland zou vervagen. Hoe dichterbij ik kwam, hoe duidelijker grens zich aftekende. Het was geen lijn op een landkaart, maar een blokkade waar ik van mijn leven niet overkwam. Ik zou nooit een IJslander worden, ik zou nooit IJsland zijn.

In het beste geval herken ik af en toe mijn ervaring als reiziger in de woorden van een IJslandse schrijver, zoals vorige week toen ik de eerste bladzijden van Independent People herlas. De vanzelfsprekendheid waarmee Laxness zijn personages over het land en de zee loodst, zal nooit de mijne zijn. De hardheid van het vissersleven zal voor mij, alle research ten spijt, onbegrijpelijk blijven.

Anders zijn

IJslanders cultiveren graag hun identiteit en dat levert hen soms kritiek op. Ze worden als conservatief of nationalistisch bestempeld. Ik beschouw hun houding als een logisch gevolg van hun koppigheid, creativiteit of eilandmentaliteit. Hun blik is daarbij zowel op het verleden als op de toekomst gericht. Neem bijvoorbeeld de taal. IJslanders zullen zelden zomaar een woord uit het Engels overnemen. In de meeste gevallen plakken ze op een nieuwe uitvinding een al even nieuw, IJslands woord. Ze boren hun vindingrijkheid aan en ontwikkelen tegelijkertijd hun identiteit.

Anders zijn is in IJsland eerder regel dan uitzondering. Wie in Reykjavík rondloopt, waant zich op een filmset. De inwoners lijken op acteurs. Afhankelijk van hun humeur en de weersgesteldheid nemen ze een bepaalde rol op met een bijbehorend kostuum. Als ze met een uitgestreken gezicht verklaren dat ze in trollen geloven, hoor ik hen inwendig gniffelen. Hun prioriteit ligt niet bij de waarheid, maar bij het vertellen en doorgeven van verhalen. Als een trol het publiek helpt een verhaal makkelijker in het collectieve geheugen te prenten, dan staat het de verteller vrij zich van die figuur te bedienen.

Wat is echt? Wat is gespeeld? De IJslanders houden de balans graag in evenwicht en geven geen antwoord.

Op de grens neergelegd

Ik probeer niet langer de grens te overschrijden en leg me neer daar waar de zee in het land overgaat. Ik wacht en kijk met afstandelijke nieuwsgierigheid naar wat er zich aan de andere kant afspeelt. Ik zie wat me zoveel jaren geleden heeft geprikkeld en hervind langzaamaan mijn interesse. De zin om IJsland te zijn keert niet meer terug. We appreciëren elkaar van op een afstand, toch heb ik het gevoel dat we nooit dichter bij elkaar hebben gestaan. Het duurt nu niet lang meer voor ik me omdraai en mijn eigen tuin om de hals vlieg.

Een tijdje geleden speelde ik met het idee naar IJsland terug te keren om daar ooit het laatste essay voor In plaats van een roman te schrijven. Het leek me juist om op die manier de blogs af te ronden omdat het eiland me onrechtstreeks in de richting van deze reeks heeft geduwd. Nu weet ik dat de handen die ik in mijn rug voelde mijn eigen handen waren.

Ik hoef niet naar IJsland te reizen om de ontbrekende sleutel van In plaats van een roman te vinden. Ik weet wat ik daar zal zien, ik weet wat me daar opnieuw zal intrigeren en inspireren. De deur staat al open: de essays zijn hier, dicht bij mij - een onontgonnen terrein dat ik woord voor woord wil ontdekken. Al schrijvende wil ik het gras en asfalt onder mijn voeten doorgronden. Ik had alleen een omweg via IJsland nodig om dat in te zien.

Lees ook:
Een trein
Een bloem
Een klok

vrijdag 6 december 2013

Af en toe een zin

Ik was net bezig de nachtspiegel uit te bikken toen ik merkte dat de maan van vorm veranderd was: de linkerkant was ingedeukt, als een wang die meegeeft door de vinger van het hongerspook.

Zin uit Uit de bek van de walvis van Sjón.

zondag 7 april 2013

Boeken gekocht

Aangezien schrijven onlosmakelijk verbonden is met lezen, kan het nooit kwaad om boeken te kopen. Een excuus waarmee ik mijzelf sus wanneer ik weer eens te veel boeken heb gekocht in een kort tijdsbestek.

Ik heb al verschillende trucs geprobeerd om minder boeken te kopen:
  1. Vanaf januari begin ik met het maken van een lijstje van boeken die ik wil voor kerst. Graad van succes: ik heb de neiging om lijstjes zo snel mogelijk af te werken. U raadt het gevolg?
  2. In januari heb ik goede voornemens, een daarvan is elk jaar opnieuw: ik koop geen boeken meer tot ik alle ongelezen boeken in mijn kast heb uitgelezen.  Graad van succes: betwijfelbaar. Meestal houd ik een paar weken stand, maar dan kan ik plots ontploffen in een boekhandel omdat ik mij te lang heb moeten inhouden. Een dergelijk scenario speelde zich af de voorbije week. 
Een boekenminnende vriendin zei recent nog tegen mij: 'Boeken zijn een originele manier om je huis te isoleren.' Als ik het zo bekijk, dan werkt mijn verslaving kostenbesparend. 

Dus, ik kocht: 

Audur Ava Ólafsdóttir - Rosa candida

Het passa porta festival was een droom. Een hele zondag wandelde ik door Brussel op zoek naar oranje ballonnen en schrijvers.  Het hoogtepunt was een interview van Maria Vlaar met twee IJslandse auteurs: Audur Ava Ólafsdóttir en Sjón. Beide schrijvers hielden ervan om met de IJslandse clichés (beetje wereldvreemd, schuw, tikje naïef) te spelen. Net op het moment dat je dacht: dus ze zijn echt zo?, haalden ze uit met een gevatte repliek waaruit bleek dat ze heus wel weten dat trollen en elfen niet echt bestaan.
Van Sjón ken ik beide romans en de songs die hij voor Björk heeft geschreven, maar van Ólafsdóttir had ik nog nooit gehoord. Ze oogde een tikje verwilderd met haar grote bos rode haren. In het interview ontpopte ze zich tot een assertieve dame die het gesprek moeiteloos naar haar hand zette. Ólafsdóttir deed het met zo veel flair dat het publiek het haar meteen vergaf.  Ze las een fragment voor uit haar derde roman Rosa candida. Wat klonk die IJslandse taal zoet en ritmisch uit haar mond. 

Renate Dorrestein - De blokkade

Ik las al verschillende fragmenten uit Het geheim van de schrijver, een van de toegankelijkste boeken over schrijven. In De blokkade gaat ze dieper in op writer's block.

Alessandro Baricco - De barbaren

Een verzameling essays over de angst voor culturele verloedering. Het boek werd oor Sarah Meuleman gebruikt als uitgangspunt voor het televisieprogramma Sarah's barbaren. Daarin interviewde ze zes kunstenaars die met hun werk de huidige opvattingen over kunst op losse schroeven willen zetten. Wat verwacht ik van dit boek? Een aanknopingspunt om kunst beter te leren begrijpen. 

Lydia Davis - Bezoek aan haar man

Dankzij die ene vriendin die boeken gebruikt als isolatie (gelooft iemand dat?) leerde ik Lydia Davis kennen. Ze stuurde mij een aardig brief met kortverhalen van deze Amerikaanse schrijfster. Gelukkige herinneringen, een kortverhaal uit haar andere bundel Varianten van ongemak, vond ik hilarisch, triest en herkenbaar. Ik was meteen fan!
Davis wordt getypeerd als een schrijfster die vooral wordt geapprecieerd door andere schrijvers. Lees: haar teksten zijn te moeilijk voor het grote publiek. Haar teksten balanceren tussen proza en poëzie. Maar maakt haar dat moeilijk of ontoegankelijk? Onzin! Haar taal is eenvoudig en de teksten zijn soms ultrakort. Een ideale mix in twittertijden. 

Albert Camus - De vreemdeling

Omdat klassiekers lezen belangrijk is. Ik heb de Nederlandse vertaling gekocht omdat mijn Frans te slecht is. Op het passa porta festival heeft Julian Barnes, een grote liefhebber van Franse literatuur, mij warm gemaakt voor De vreemdeling door dieper in te gaan op die prachtige eerste zin: 

'Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet.' 

Een leven samengevat in twee zinnen. Dan kan de rest toch niet tegenvallen? 

Raymond Carver - Will you please be quiet, please?

Een schrijver die mij telkens opnieuw met de neus op de feiten drukt: korter is beter en krachtiger. Schrijven is schrappen tot slechts het noodzakelijkste overblijft. Carver beheerste de techniek van het kortverhaal tot in de puntjes. What we talk about when we talk about love blies mij omver, en ook over Will you please be quiet, please? wordt door kenners vol lof gesproken. Mijn verwachtingen zijn groot.

En dan nog een kleine, iets minder literaire, uitsmijter: ik ben verslaafd aan de getekende moppen van Eva Mouton. Onlangs heb ik vier badges met Mouton-tekening gekocht om op mijn jas, trui, rugzak, etc te spelden. Trots om Eva Mouton-fan te zijn, dat ben ik!
Ik zet mij ook actief in om mijn omgeving van haar grootsheid te overtuigen. Ik lees haar verhaaltjes luidop voor en leg ze uit aan wie het maar horen wil. De ervaring leert dat ze uiteindelijk allemaal vallen voor een goeie Eva's gedacht.
Onlangs won Eva Mouton zelfs een award voor haar blog. Op de uitreiking droeg ze haar, inmiddels welbekende (voor de fans), propere, roze blazer. Proficiat Eva! Misschien zak ik op 11 mei af naar De Standaard in Leuven want dan signeert ze haar boek.