Posts tonen met het label Eudora Welty. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eudora Welty. Alle posts tonen

woensdag 27 december 2017

Eindejaarsvragen 2017

Je houdt ervan of je haat het, maar het eindejaar is een moment waarop veel mensen terugblikken op de voorbije 12 maanden. Ook op dit blog is er geen ontsnappen aan. Sinds 2014 schotel ik mezelf een aantal vragen voor over mijn leesgedrag. Wat heb ik het voorbije jaar gelezen? Welke boeken wil ik het komende jaar beter leren kennen? Naar welke publicaties kijk ik uit? Dit zijn mijn antwoorden op de eindejaarsvragen van 2017. 

1. Wat is het beste boek van 2017?
2017 is het jaar waarin ik verliefd werd op dunne boekjes, zoals 84, Charing Cross Road van Hélène Hanff, Some Flowers van Vita Sackville-West en A Child's Christmas in Wales van Dylan Thomas. Lezen doe ik vooral op de trein. Dunne boekjes zijn handig om mee te nemen in mijn rugzak. Ik lees en herlees ze ook vaker dan turven van 500+ pagina's. Misschien is dat wel de reden waarom Ulysses in de casa Mertens voor het zoveelste jaar op rij ongelezen in de kast is blijven staan.

Maar bon, ik wijk af. De boeken die ik in 2017 las en die me het meest bijbleven zijn:
Fictie: Ik kom terug van Adriaan van Dis, een boek waarin hij de relatie met zijn koppige, bejaarde moeder met het mes van de fictie fileert.
Non-fictie: Briefroman van Juli Zeh, een schrijfcursus met roman-allures (schrijvershumor inbegrepen).
Poëzie: Het moet nog ergens liggen van Joke van Leeuwen, omdat deze bundel zo ongegeneerd speels durft te zijn.
Essay: Ways of curating van Hans Ulrich Obrist, voor wie wil weten hoe je een wereldvermaarde curator van tentoonstellingen wordt.

2. Welk boek verdient in 2018 een tweede kans?
Wordt de Brits-Caraïbische schrijfster Jean Rhys nog gelezen? Ik vrees van niet. Ik leerde haar kennen via Stet, een non-fictie boek waarin Diana Athill terugblikt op haar carrière als redactrice. Ze begeleidde Rhys bij het schrijven van Wide Sargossa Sea, een prequel en antwoord op de roman Jane Eyre van Charlotte Brontë. Een goeie vriendin van me bleek een fan van Rhys. De drie oude, vergeelde boekjes van Rhys die ik via haar kon lenen, las ik op enkele weken tijd uit. 

De hoofdpersonages in Rhys' romans zijn in regel misbruikte vrouwen van middelbare of oudere leeftijd die in armoede leven. Ze schrijft hun verhalen zonder toeters en bellen neer. En dat past perfect bij het leven dat ze leiden. De vrouwen houden zich op aan de rand van de maatschappij en  koesteren slechts één verlangen: verdwijnen. Als ze sterven, zal iedereen hun naam snel vergeten. En toch zijn ze, als het erop aankomt, tijdens het leven altijd de klos. Ze worden betast, beroofd en verkracht. Toegegeven, vrolijk word je er niet van, maar verdorie wat zijn die romans knap geschreven! Wie een blik op de biografie van Rhys werpt, kan alleen maar concluderen dat haar eigen leven vaak als inspiratiebron diende.

Als je in 2018 één boek leest, lees dan Good Morning, Midnight, een typisch verhaal van Rhys over een oudere vrouw die in de smoezelige straten, cafés en hotelkamers van Parijs probeert te verdwijnen.

3. Welk boek wil ik in 2018 zeker lezen?
Eind 2016 nam ik me voor de oeuvres van Edith Wharton, Eudora Welty en Dorothy Parker te verkennen. Daar is niets van in huis gekomen. Op Goodreads nam ik me voor in 2017 88 boeken te lezen (of 1,5 boeken per week, een bizar getal nu ik dat hier zo droogjes zie staan), en ook dat is niet gelukt. Ik wil deze vraag dit eindejaar dan ook met enige voorzichtigheid benaderen ...
Gelukkig waren er ook voornemens die ik niet onder de mat hoef te vegen. Het lukte me bijvoorbeeld om eindelijk Alice in Wonderland van Lewis Carroll en On Photography van Susan Sontag te lezen. Twee aanraders voor wie houdt van bizarre sprookjes of boeiende reflecties over fotografie. 

Voor mijn leesvoornemens voor 2018 gluur ik even naar mijn to read-lijst op Goodreads. Hoog op mijn prioriteitenlijst staan: 
Fictie: de kortverhalen van Clarice Lispector.
Non-fictie: De kennismaking van Nicolien Mizee.
Poëzie: Grond van Idwer de la Parra.
Essay: Vuile lakens van Anaïs van Ertvelde en Heleen Debruyne.

In 2018 wil ik 60 boeken lezen of 1,15 boeken per week. Want wat is het leven zonder voornemens, boeken of getallen na de komma? 

Wil je weten welke boeken ik in 2017 allemaal heb gelezen? Ga naar mijn leeslijst of check mijn profiel op Goodreads

Welke boeken wil jij volgend jaar lezen? 
Nog te lezen boeken
Tja ...

maandag 2 januari 2017

Eindejaarsvragen 2016


1. Wat is het beste boek van 2016?
Sinds april houd ik een leeslijst bij en sinds december heb ik een goodreadsaccount, dat maakt het beantwoorden van deze vraag een stuk makkelijker dan de voorbije twee jaren. Twee trends: veel vrouwen en vooral non-fictie.

De eenzame stad van Olivia Laing
Een boek dat het thema eenzaamheid recht in de ogen kijkt aan de hand van kunst.

Waarvan wij droomden van Julie Otsuka
Een boek in de we-vorm? Het kan!

I.M. van Connie Palmen
Hartstochtelijke liefde in woorden gegoten (zonder stroop). Kan een schrijver een lezer veel dichterbij laten komen dan Connie in I.M.?

A Sting in the Tale van Dave Goulson
Een boek over het belang, de kracht en de pracht van bijen in een swingend Brits taaltje.

Stet van Diana Athill
Een boek over Athills ervaringen als redactrice bij uitgeverij Andre Deutsch Ltd., geschreven in haar typische ietwat gelaten stijl die desalniettemin bulkt van de levenskracht.

A Wilderness Station van Alice Munro
Een bundeling van Munro's knapste kortverhalen uit de periode '68 tot '94. Als je favoriete oma een boek was, dan heette dat boek A Wilderness Station.

2. Wat is de mooiste boekentrend van 2016? 
De aandacht voor (boeken over) de kunst van het lezen.

3. Welk boek verdient in 2017 een tweede kans?
Omdat één boek kiezen niet te doen is, ga ik meteen voor een genre: literaire non-fictie. Een genre dat in België wacht op een goeie eerste kans, toch? In 2016 had ik het geluk rond te struinen in Hatchards en Waterstones, twee Londense boekhandels. Mijn mond viel open toen ik het non-fictie aanbod zag. De boekenkasten werden zelfs onderverdeeld in sub-genres. Mijn reisgezelschap hoefde niet in mijn arm te knijpen. Het was allemaal echt, tastbaar, te koop enzo. Dat moet bij ons toch ook kunnen? Hierbij een oproep aan alle bevlogen essayisten, vertalers en uitgevers om er werk van te maken.

4. Welk boek wil jij in 2017 zeker lezen? 
Altijd meer dan het afgelopen jaar. Op Goodreads nam ik me voor om 88 boeken in 2017 te lezen. Dat is 1,5 boeken per week. Moet lukken.

Gisteren botste ik op een oud bericht op mijn blog waarin ik jubelde over het werk van Edith Wharton, Eudora Welty en Dorothy Parker. Het is er sindsdien niet van gekomen om me in hun oeuvre te verdiepen. Dat moet in 2017 veranderen. En verder wordt het hoog tijd dat ik eindelijk begin in Alice in Wonderland van Lewis Carroll, The White Album van Joan Didion en On Photography van Susan Sontag.

Lees ook:
Eindejaarsvragen 2015
Eindejaarsvragen 2014

zaterdag 18 januari 2014

Af en toe een zin

Every night they lay trembling with cold, but no more communicative in their misery than a pair of window shutters beaten by a storm.

Zin uit The Whistle van Eudora Welty.

zondag 12 januari 2014

Wharton - Parker - Welty

Het was een drukke, lange dag op het werk geweest na een drukke, lange eindejaarsperiode. Op de trein dacht ik na over een nieuw blogbericht. Ik keek uit het raam, maar zag enkel een reflectie van mezelf. Zal ik iets over schrijven schrijven? Misschien ... nah. Iets over een bericht in de krant? Misschien ... nah. Michael Foley zou me terechtwijzen. Inspiratie wemelt in de dagelijkse sleur, alleen lukte het me niet om ze te zien.

Uiteindelijk 'zat' dit blogbericht in mijn rugzak. Aangezien de jazz van het eindejaar me in zijn macht had, wist ik dat het me niet zou lukken een roman zonder veel onderbrekingen uit te lezen. Een verzameling kortverhalen leek me ideaal voor deze periode. Ik haalde The New Penguin Book of American Short Stories: from Washington Irving to Lydia Davis uit mijn boekenkast om de uren op de trein te vullen.

Een paar grote mijnheren, zoals Mark Twain, Henry James en Edgar Allen Poe, zorgden in de bundel voor de eerste verhalen. Ik betwist de kwaliteit van hun teksten niet, maar buiten The Tell-Tale Heart (waarover ik twee weken terug blogde) greep geen enkel verhaal me echt bij de keel.

Na al dat, hoofdzakelijk, mannelijke geweld, volgde drie schitterende kortverhalen van vrouwen. Na elke bladzijde keek ik uit het raam in de hoop dat ik nog niet thuis was. Ik wilde weten wat er op de volgende bladzijde zou gebeuren.

Nora, het hoofdpersonage in Atrophy van Edith Wharton zit op een trein naar Westover, het landgoed van haar ernstig zieke minnaar Christopher. Wharton schrijft:

The train had escaped from the ugly fringes of the city, and the soft spring landscape was gliding past her: glimpses of green lawns, budding hedges, pretty irregular roofs, and miles and miles of alluring tarred roads slipping away into mystery. 

De jaloerse zus van Christopher, Jane, ontvangt Nora in een onpersoonlijke kamer en rijgt de holle antwoorden aan elkaar. Onderhuids deelt ze de ene na de andere steek uit. Zo looft ze Nora's man om diens kennis over het verplanten van bomen. Ze hoopt dat het koppel gauw een bezoek aan Westover zal brengen. Jane verstrikt Nora in een net van etiquetteregels. Ze meent dat het zonde zou zijn dat Nora haar laatste trein naar huis zou missen en zet haar, zonder enige informatie over Christopher los te laten, terug buiten.

De tweede schrijfster, Dorothy Parker, geeft in een van de eerste stukjes dialoog in New York to Detroit aan dat het gesprek tussen een meisje en een jongeman wordt gekenmerkt door een slechte (telefoon)verbinding.

'Hello,' said the girl in New York. 
'Hello?' said the young man in Detroit. 
'Oh, Jack!' she said. 'Oh, darling, it's so wonderful to hear you. You don't know how much I -'
'Hello?' he said.

Waarschijnlijk weet Jack niet eens meer wie het meisje aan de andere kant van de lijn is. Voor hem was hun ontmoeting een avontuurtje, voor haar het begin van een hevige verliefdheid. Ze heeft wanhopig op zijn telefoontje zitten wachten. Na wat zoekwerk heeft ze zijn nummer gevonden. Al hakkelend verwoordt ze haar gevoelens, maar de jongeman klaagt enkel over de slechte verbinding.

Parker zet een pijnlijk herkenbaar telefoongesprek op papier waarvan iedereen ooit aan de ene of aan de andere kant van de lijn heeft gezeten.

Eudora Welty kiest in The Whistle voor een bijzonder hoofdpersonage: de koude. De tomatenplanten van Jason een Sara, een ouder koppel, dreigen kapot te vriezen. De eigenaar van het land laat een fluitsignaal horen wanneer de temperatuur onder nul daalt. De fluit is het sein voor het werkvolk om de grond te beschermen. Jason en Sara stropen de kleren van hun lijf om de planten te bedekken.

Naarmate het verhaal vordert lijkt het alsmaar kouder te worden. Welty's woorden doen je bibberen. Ze speelt met taal, kiest de juiste bijvoeglijke naamwoorden en wisselt harde, korte zinnen af met slepende, lange zinnen.

Iedereen die onze zachte winter beu is, schenk ik de openingsalinea van The Whistle.

Night fell. The darkness was thin, like some sleazy dress that has been worn and worn for many winters and always lets the cold through to the bones. Then the moon rose. A farm lay quite visible, like a white stone in water, among the stretches of deep woods in their colorless dead leaf. By a closer and more searching eye than the moon's, everything belonging to the Mortons might have been seen - even to the tiny tomato plants in their neat rows closest to the house, gray and featherlike appalling in their exposed fragility. The moonlight covered everything, and lay upon the darkest shape of all, the farmhouse where the lamp had just been blown out.

donderdag 9 januari 2014

Af en toe een zin

A fire still fluttered in the grate, making a drowsy sound now and then, and its exhausted light beat up and down the wall, across the rafters, and over the dark pallet where the old people lay, like a bird trying to find its way out of the room.

Zin uit The Whistle van Eudora Welty.