Posts tonen met het label Ernst Bloch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ernst Bloch. Alle posts tonen

zondag 22 december 2013

Blog over Bloch (deel 2)

Deel 1 lees je hier.

Volgens Bloch hollen we achter het nu aan. Zodra je naar woorden zoekt om het te omschrijven, is het alweer vervangen door een nieuw nu. Toch heb ik het gevoel dat ik al schrijvende met mijn vinger op de deurbel van de toekomst druk. Via taal schep ik een mogelijke toekomst. Zodra het nu opendoet,  gooit het geschrokken de deur weer dicht. Ik krijg enkel een glimp te zien, of zoals Bloch het noemt: een Vorschein.

Een Vorschein is als een schitterende flits: prachtig, maar snel voorbij. Na het zetten van een 'laatste' punt of het schaven aan een 'laatste' zin, dringen zich in mijn hoofd nieuwe woorden op, wil ik andere hoofdstukken schrijven of een paragraaf alsnog herwerken. Zelfs een gepubliceerde tekst is nooit af. Je leest altijd een voorlopige versie.

Het moment waarop alles is gezegd en geschreven, bestaat niet. Die eindeloze scheppingsdrang kenmerkt niet alleen de literatuur. De nood om iets te maken komt in alle geledingen van de samenleving voor, en zeker in andere vormen van kunst. Neem bijvoorbeeld de choreografie Drumming van Anna Teresa De Keersmaeker.

In het voorjaar toerde Rosas door Limburg en had ik het geluk een zitje voor de voorstelling in CC Hasselt te kunnen kopen. De toeschouwers druppelden de zaal binnen en op het podium gebeurde iets gelijkaardigs. De dansers kwamen een voor een op. Ze keuvelden met elkaar en bekeken het publiek. Op het podium lagen oranje rollen vinyl. Sommige waren uitgerold. In het midden lag een donkere strook met daarop witte lijnen in de vorm van een pentagram.

Bij de eerste noot van de percussiepartituut van Steve Reich ging het licht uit. Een danseres stormde naar het midden van het podium. Ze maakte een reeks bewegingen die in de rest van het stuk door alle dansers werd herhaald. Iedereen danste solo, duo of in groep. Soms bewogen ze synchroon, dan weer begonnen ze elk op een ander moment met een van de bewegingen uit de reeks. Ze tolden over het podium alsof De Keersmaeker hun een plek op een spiraal had gegeven.

De twaalf dansers, acht vrouwen en vier mannen, probeerden de bewegingen perfect uit te voeren. Zoiets is gedoemd te mislukken. De perfectie bestaat immers niet, hooguit een streven naar.

Naarmate de choreografie vorderde, baadde het podium in een warmer licht. De percussiepartituur werd abstract en gejaagd. Twee dansers verschenen met een touw in hun handen. Ze lieten het met een klap op de grond vallen en trokken een krijtlijn. Ze leken het moment, het nu te willen vastleggen. Terwijl het stof uit de lijn wolkte, vervaagde ze alweer omdat het springen, lopen en dansen onverstoorbaar verderging. Nieuwe lijnen werden getrokken, maar dan zonder krijt.

Enkele seconden voor het einde gingen enkele dansers achter een rol vinyl staan. Ze duwden ertegen en lieten hem over de lengte van het podium uitrollen. Alle bestaande lijnen, zichtbaar of onzichtbaar, werden bedekt door een nieuwe laag. De twaalf dansers hadden een revolutie uit de grond gestampt.

Een fragment uit Drumming kun je hier zien.

woensdag 11 december 2013

Blog over Bloch (deel 1)

Een wereldkaart waarop het land Utopia ontbreekt, is de moeite van het bekijken niet waard 
(Oscar Wilde)

Ik was achttien jaar en wilde filosofie studeren.
'Waarom toch?' vroeg iedereen me.
Op de middelbare school had ik geen Grieks gevolgd. Mijn voorkennis beperkte zich tot een paar lessen geschiedenis en het lezen van De wereld van Sofie van Jostein Gaarder, een roman waarin de Westerse en Oosterse filosofie op een verteerbare manier werden uitgelegd.

Ik dacht dat een studie wijsbegeerte zoals een lang, interessant boek zou zijn. Dat was ook zo, alleen bleek de stap van middelbare school naar universiteit te groot. Het jargon en de dikke cursussen waren te hoog gegrepen. Ik miste de maturiteit om kritiek te formuleren. Over bepaalde onderwerpen had ik amper nagedacht. Ze stonden te ver van mijn bed om een eigen denkproces op gang te trekken.

Sindsdien hield ik filosofie op een afstand. Hoorde ik de namen van Sartre, Kierkegaard of Descartes vallen, dan klonken ze zoals een echo's uit een aangenaam verleden. Het duurde meer dan tien jaar voor ik iets las waarin filosofie uitdrukkelijk aan bod kwam. In Stil de tijd bundelde Joke J. Hermsen enkele essays over onze tijdsbeleving. Ik raak maar niet over dat boek uitgepraat!

Het citaat van Oscar Wilde komt uit het essay over de Joods-Duitse filosoof Ernst Bloch. Hij is, samen met Henri Bergson, een van de weinige denkers die over een alternatieve tijdsbeleving heeft nagedacht vanuit een niet-religieus standpunt. Bloch maakte me warm voor het utopische denken. Tegenwoordig heeft het woord utopie een negatieve bijklank. We denken daarbij aan machthebbers en ideologieën die, in hun streven naar een utopie, misdaden tegen de menselijkheid pleegden.

Utopisch denken gaat voor Bloch hand in hand met een kritische ingesteldheid. Het stimuleert ons om alternatieven te bedenken voor zaken die fout lopen. De utopie herbergt de hoop op een andere, betere toekomst. Het drijft ons om ideeën aan acties te koppelen.

Ook kunstenaars zijn utopische denkers en zetten toeschouwers aan om kritisch naar de samenleving te kijken. Ze beeldhouwen, schilderen of schrijven een alternatief universum bij elkaar. De wereld die ze tonen, lijkt soms op de onze, maar soms ook helemaal niet. Toch is wat ze laten zien met beide voeten in de werkelijkheid geworteld. Kunst is echter meer dan een reproductie van die werkelijkheid. De maker selecteert; hij zet bepaalde dingen in de schijnwerpers en duwt andere in de coulissen. Hij stimuleert toeschouwers om op een andere manier te kijken naar het bekende en minder bekende.

'Alles wat is, is niet waar,' zegt Bloch. Een samenleving verandert voortdurend. Het kan altijd anders en beter. Het streven naar een utopie is oneindig. Alles wat is, is er dus nog niet helemaal. Het is een tussenstap naar een utopie die nooit wordt bereikt. 

Een mens zou er zowaar pessimistisch van worden. We lopen een leven lang achter die utopie aan. Falen we of scheppen we? Bloch vindt dat het ongerealiseerde en het ongearticuleerde ons maakt tot wie we zijn. Een mens is wat hem drijft. Een mens is wat hij schept.

Lees ook deel 2.