Posts tonen met het label Michaël Vandebril. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michaël Vandebril. Alle posts tonen

zondag 18 januari 2015

Literatuur + internet = ?

iStoire/iStoires

Deze week, een fijne website ontdekt: iStoire/iStoires. iStoire (zonder s) is een online magazine over lezen en schrijven, iStoires (met s) geeft je helemaal gratis de kans kortverhalen te lezen van onder andere Herta Müller, Alice Munro, Saskia De Coster en Gaea Schoeters.

De taal van de boekenruggen

Het recentste artikel op iStoire gaat over de roman De taal van de boekenruggen. Johanna Pas, de schrijfster, is een drijvende kracht achter uitgeverij 't Verschil en het literaire collectief Woordwasdraad. In het verleden publiceerde ze reeds poëzie en verhalen, zowel in eigen beheer als via reguliere uitgeverijen.

De taal van de boekenruggen liet Pas slechts vijfentwintig keer drukken. Voor de verspreiding ervan rekende ze op evenveel mensen aan wie ze elk één exemplaar gaf. Eens zij het boek hadden uitgelezen, moesten ze het doorgeven aan iemand anders. Lezers konden met de auteur communiceren via mail, een website en een Facebookpagina. Pas vond deze manier van publiceren het best aansluiten bij haar roman. Ze hield ook rekening met het ecologische aspect van uitgeven (vandaar slechts vijfentwintig exemplaren), integreerde in haar project de sociale media en geloofde in de kracht van mond-tot-mondreclame.

Het project loopt nu ongeveer een jaar. Af en toe krijgt Pas nog een reactie via een van de kanalen, maar daar blijft het voorlopig bij. Wordt het boek nog lustig doorgegeven? Nemen trage lezers alle tijd? Of vergaart het boek stof op het nachtkastje van luie of vergeetachtige mensen? Pas weet het niet. Omdat geïnteresseerden haar naar een exemplaar bleven vragen en ze de oorspronkelijke vijfentwintig exemplaren niet meer kon traceren, drukte ze een nieuwe oplage van haar boek. Ondertussen is De taal van de boekenruggen ook als e-Pub verkrijgbaar.

The times they are a changin'

Internet kan het maken en verspreiden van literatuur een duw in de rug geven. Kijk maar naar de muziekindustrie. Sinds die het internet omarmt en niet langer als een Napster-pletwals ziet, zit de singleverkoop opnieuw in de lift. Bijna elke artiest heeft een website, zit op Facebook en twittert erop los. Iemand als Björk ging nog een stap verder. Zij maakte met Biophilia niet alleen een nieuw album, maar ook een app.

De digitale pasjes van de literaire wereld blijven eerder bescheiden. Toch voel je dat de dingen volop bewegen en dat op een dag - een dag die niet eens zo lang op zich zal laten wachten - de creatieve clash tussen web en tekst ongeziene publicaties zal opleveren. Nu zien we dat als twee aparte dingen: je schrijft een tekst en gaat hem vervolgens online verspreiden, promoten, etc. In de toekomst zullen ze meer naar elkaar toe groeien. Web en tekst zullen elkaar beïnvloeden, tegelijkertijd worden gemaakt en geschreven.

Kijk naar Johanna Pas, maar ook naar Fakeboek van Creatief Schrijven. Ivo Victoria en Carmien Michels gebruiken de mogelijkheden van Facebook om een verhaal te schrijven. Iedereen kan zich als lid aanmelden en reageren op wat ze posten. De lezers beïnvloeden actief en onmiddellijk het verdere verloop van het verhaal. Michaël Vandebril en David Troch gebruiken Facebook dan weer om hun dichtbundel in wording te schrijven.

Dus, experimenteer

Eens uitgeverijen weten wat wel en niet werkt, krijg je al snel een format, met al de goede en minder goede kantjes erbij. Nu kan de eenling nog zonder noemenswaardig budget het veld vorm geven, of mooier gezegd: een trend zetten. En dat gebeurt nu eenmaal niet zonder blutsen en builen. De elementen zijn er. Het komt erop aan ze te shaken tot een spetterende, digitaal-literaire cocktail die smaakt.

Het volledige artikel over De taal van de boekenruggen lees je hier

zondag 2 november 2014

Poëzie van een zomer (nog een man)



Wie nu geen schuilplaats heeft zoekt er geen meer ik draag
                                                  tussen mijn ogen
een derde oog (mijn bril heeft drie glazen) de lucht draagt 
                                                  het geluid

De literaire verdiensten van Michaël Vandebril zien er ongeveer zo uit:
  • organisator van het Antwerpse stadsdichterschap
  • redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina
  • curator van de Nacht van de Poëzie 2011
  • een van de drijvende krachten achter Vonk & Zonen (bekend van het Poëziebordeel en de Achterafgedichten in De Morgen)
Een man met een inspirerend cv. Toch liet hij ons tot 2012 wachten voor hij als dichter debuteerde. Met zijn tweetalige bundel Het vertrek van Maeterlinck kaapte hij meteen de Herman de Coninck Debuutprijs weg. Vandebril maakte van zijn debuut geen one-man show. Vijf andere dichters hielpen hem om evenveel gedichten tot een goed einde te brengen. Halfweg het gedicht geeft hij zijn pen door aan respectievelijk Jacques Roubaud, Doina Ioanid, Vincent Tholomé, Jan H. Mysjkin en Pierre Gallissaires.  Die twee laatsten stonden ook in voor de Franse vertalingen van L'exil de Maeterlinck.

In tegenstelling tot de vrouwelijke dichters die ik deze zomer las, giet Vandebril zijn gedichten in een vaste vorm die hij bijna een bundel lang volhoudt. Lange en erg korte regels wisselen elkaar af. De lange lopen van de ene kant van het blad naar de andere, de korte springen ver in. De gedichten golven over het blad; hun vorm sluit aan bij de sierlijke taal en inhoud van Het vertrek van Maeterlinck. Een mooi voorbeeld hiervan is Mijn sava:

ik maak het bed op liefste alsof het voor mezelf was liefste
                                                  hou me stevig vast
in jouw witte armen dit is de allerkoudste nacht langer dan
                                                  de zwarte sava

Mijn sava stroomt als de gelijknamige Hongaarse rivier, samplet flarden van Servische stadsliedjes en Moon river van Johnny Mercer en Henry Mancini. Wie smult van referenties in gedichten, heeft aan Het vertrek van Maeterlinck een smakelijke kluif. Vandebril laat zich ook door John Keats, Rainer Maria Rilke, Max Elskamp en André Breton inspireren. Je hoeft al deze grote mijnheren niet te kennen om van de poëzie te genieten. Wie dat wel heeft gedaan, krijgt een betekenislaag cadeau.

Net zoals Serres Chaudes, het poëziedebuut van Maurice Maeterlinck, telt Het vertrek van Maeterlinck 33 gedichten. Dat is iets meer dan één gedicht per dag gedurende één maand om voor te lezen aan je geliefde, hardop tijdens een wandeling in een herfstig bos of fluisterend in zijn of haar oor thuis op de bank*.

* met chocolademelk als het kan. Deze week herontdekte ik dat drankje na een onderbreking van ongeveer achttien jaar. Maakte ik mezelf in tussentijd wijs dat warme chocolademelk enkel iets voor kinderen is? Onzin. 2014 wordt een chocolademelk-winter (met amaretto).

zondag 9 februari 2014

Lang leve Delphine!


Wat gebeurde er op 23 januari 2014? Ik ging eindelijk op de foto met Delphine Lecompte!
Eindelijk, zegt u? In januari 2013 trad Delphine op in Halle. Met een bundel onder de arm nam ik de auto richting Vlaams-Brabant. En toen begon het te sneeuwen. De auto's reden stapvoets over de witte snelweg. Al snel dacht ik: aan dit tempo kom ik nooit op tijd. Daarenboven vermoedde ik dat Delphine, komende van de kust, haar bestemming evenmin zou bereiken. Ik reed de snelweg af en keerde terug naar huis. Een paar uren later vernam ik dat Delphine wel op tijd het podium had gehaald. Als aandenken aan mijn niet-aanwezigheid liet mijn moeder een exemplaar van Schachten en Amuletten tekenen.
WTF is Delphine Lecompte? Een West-Vlaamse dichteres met een voorliefde voor oude beroepen, kleptomanie en sappige bijvoeglijke naamwoorden.
Waar werd de foto genomen? De C-mine in Genk.
Waarom is die foto zo klein? Zo valt mijn lodderoog minder op, te wijten aan moeheid.
Wanneer? Na Achterom, een voorstelling waarin, naast Delphine, ook Ruth Lasters, Maarten Inghels, Max Temmerman en Michaël Vandebril een selectie uit hun achterafgedichten uit De Morgen voorlazen. De Held zorgde voor de muziek.
Een achterafgedicht, excuseer? Van januari 2013 tot januari 2014 schreef een van de vijf dichters elke week een gedicht dat nauw aansloot bij de actualiteit.

Zou ik zelf achterafgedichten kunnen schrijven? Meestal kauw ik maanden op mijn poëzie. Mijn eerste reactie is dus nee. Tijdsdruk is echter iets wonderbaarlijks. Als de deadline lonkt, lukt het me vaak wel om iets leesbaars op papier te zetten. De kwaliteit van zo'n gedicht is vaak gelijk aan werk dat maanden in de kast heeft liggen rijpen. Deadlines hoeven dus niet altijd moordenaars van creativiteit te zijn.

Ik heb veel respect voor wat de vijf dichters het voorbije jaar hebben gepresteerd. Van vier van hen heb ik bundels in mijn boekenkast staan. Mijn oprechte excuses aan Max Temmerman! Ik wil zijn Bijna een Amerika zeer graag kopen, maar heb mezelf een boeken-koop-stop opgelegd. Buiten dan dat ene boek dat ik gisteren heb gekocht met een bon (dus dat telt niet), en dat andere dat in Boekarest op me ligt te wachten (heb ik voor de stop besteld, dus dat telt ook niet).

Hieronder kun je mijn favoriete moment uit de voorstelling zien. Delphine Lecompte schreef De Koning is niet dood, lang leve Delphine! naar aanleiding van de heisa rond Delphine Boël, de buitenechtelijke dochter van de voormalige koning Albert. In 2013 spande ze een rechtszaak aan om hem tot een DNA-test te dwingen.



Alle achterafgedichten uit De Morgen kunt u hier herlezen.