Klopt het echt wat hier staat, dat zij haar tong in zijn achterste moet steken wanneer hij schrijlings op haar zit. Klemmer twijfelt sterk aan wat hij leest, en wijt dat aan de slechte belichting. Dat kan niet de wens zijn van de vrouw die zo prachtig Chopin speelt.
Fragment uit De pianiste van Elfriede Jelinek.
Posts tonen met het label Elfriede Jelinek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elfriede Jelinek. Alle posts tonen
donderdag 4 juni 2015
donderdag 21 mei 2015
Af en toe een zin
De moeder wil alles later. Niets wil ze meteen. Het kind echter wil ze altijd, en ze wil altijd weten waar men het kind in geval van nood kan bereiken, als Mama bedreigd wordt door een hartinfarct.
Fragment uit De pianiste van Elfriede Jelinek.
Fragment uit De pianiste van Elfriede Jelinek.
zondag 5 oktober 2014
Romans van een zomer
Nog voor mijn vakantie begon, vloog ik op een paar dagen tijd door Een zachte dood van Simone de Beauvoir. Ik kocht het samen met twee andere boeken van haar, beide non-fictie over het feminisme. Maar blah, daar had ik tijdens mijn laatste werkweek geen zin in. Het werd dus Een zachte dood, een relaas over het sterfbed van de Beauvoirs moeder. Verwacht geen zware, filosofische beschouwingen over de dood, maar wel een eerlijk, sober boek. De schrijfster analyseert niet alleen de vrouw die haar moeder was, maar ook zichzelf en hun onderlinge relatie. Wat is menswaardig leven? Wat is menswaardig sterven? De Beauvoir zet niet alleen vraagtekens, ze geeft ook onverbloemd haar eigen antwoorden, en die botsen meer dan eens met de visie van de medische wereld. De artsen beschouwen het als een overwinning als ze erin slagen haar moeder langer te laten leven, de Beauvoir wenst haar een snellere, zachte dood toe.
Na de Beauvoir las ik Spiegeldood, een kortverhalenbundel van Breyten Breytenbach. Deze zomer had ik zin in boeken over zee, zand, wind en wolk. Het eerste verhaal, Wiederholen, beantwoordde aan al die criteria. Breytenbach maakt van het strand een hoofdrolspeler. De personages van literair vlees en bloed spelen een bijrol. Die radicale keuze dompelt het verhaal onder in een mysterieuze sfeer. Een lezer wil zich met een hoofdrolspeler identificeren. Hoe doe je dat bij een kustlijn die geen herkenbare ogen, oren, neus of mond heeft? Alsnog zoog ik mijn empathische tentakels aan het verhaal vast en liet ik me meedrijven op de zee die Breytenbach onnavolgbaar beschrijft. Helaas konden niet alle verhalen aan die sterke opener tippen. Spiegeldood leest als een waaier van Breytenbachs kunnen. Een waaier die het verschil verkiest boven coherentie.
Ook Elfriede Jelinek, bekend van het verfilmde De pianiste, stak in mijn koffer. Ze is met drie boeken in mijn kast vertegenwoordigd, maar tot mijn schaamte moest ik bekennen dat ik er nog geen letter in had gelezen. Lust haalde de vakantiestapel. En dan nu: de eerste zin. Klaar?
Gordijnsluiers welven zich tussen de vrouw in haar huis en de overigen, die ook eigen woningen en eigen aardigheden bezitten.
Een zin die in verhouding tot wat volgt uitblinkt in eenvoud. Jelinek lees je niet tipsy van de rosé. Twintig bladzijden hield ik het vol. Waarover ging het? Een vrouw wordt door een man onderdrukt. Verder kwam ik niet. De zinnen wierpen me voortdurend van het spoor. Waar gaat dit toch over? Wie zegt dit? Wie denkt dat? Wahoebla? En toch, en toch: een intrigerend boek, een erg intrigerende stijl. Ik voelde me net zo toen ik Hartedier van Herta Müller las. Ik vind haar ondertussen een kanjer. Op sommige schrijvers moet ik kauwen voor ze 'klikken'. Jelinek is een kanjer die in de coulissen van mijn brein haar entrée geduldig voorbereidt.
Een zomer, daar hoorde ook een dartel boek van Charlotte Mutsaers bij. Deze keer werd het Rachels rokje. Net als Jelinek gebruikt ze een eigen taal en schept ze een al even eigen universum. Ze doet niet aan romans met een begin, midden en einde. Ze huppelt van de ene naar de andere scène, legt de rode draad in de marge en verdwaalt moedwillig in lange terzijdes. Mutsaers wervelt, zoals ook (Rachels) rokjes dat doen. Hoe zit dat nu met die Rachel? Wat heeft ze te vertellen? Iets over de liefde voor mensen (een man bijvoorbeeld) en voor dingen (een rokje bijvoorbeeld). Critici zetten Mutsaers soms onterecht weg als een faits divers-dametje. Haar verwondering over het banale, alledaagse, anekdotische is net wat haar van andere schrijvers onderscheidt. Bij haar gaat het niet om wat je vertelt, maar hoe je het vertelt. Een topauteur vult een boek met een beschrijving van de plooien van een rokje.
Helemaal aan het einde van de zomer leende een collega me Vertedering van Jamal Ouariachi. Je weet wel, dat boek met die oranje-gele cover met poes. Ik kende de schrijver enkel van een foto in de krant met zijn donkere bril en een weelderige bos krullen. Vertedering is alles wat Rachels rokje niet is. Ouariachi vertederde me evenzeer. Hij serveert een steengoed verhaal over een (naamloos) hoofdpersonage met een agressieprobleem. De enige relatie die hij in stand kan houden is die met zijn moeder. Een man die vrouwen fysiek aanvalt kan op weinig tot geen empathie rekenen, maar Ouariachi zet het hoofdpersonage op zo'n manier neer dat ik me alsnog om zijn lot bekommerde. Toch is Vertedering geen verdediging van mannen die vrouwen slaan.
Elke zomer is er ook dat ene boek dat net ietsje boven de andere uitsteekt, een boek dat ik overal mee naartoe nam: in het gras, onder de rozen, naast het schaaltje met olijven en het glas rosé of in de strandstoel onder de notelaar. Dit jaar was dat Naar de stad, een kortverhalenbundel samengesteld door Annelies Verbeke en Sanneke van Hassel. Ze verzamelden 39 verhalen van evenveel auteurs. Op de voor- of achtergrond speelt de stad. Een plek die zowel hel als hemel is. Ik las auteurs die ik reeds ken en apprecieer (Alejandro Zambra, Lydia Davis en Jumpha Lahiri). Weer andere schrijvers stonden al erg lang op mijn moet-ik-eindelijk-eens-lezen lijst (Ali Smith, Colm Tóibín en Anna Enright). Daarnaast leerde ik enkele nieuwe namen kennen die me met hun spitsvondigheid verrasten (Olga Tokarczuk, Henrietta Rose-Innes en Asef Soltanzadeh). Ik zou elk verhaal kunnen prijzen, maar dat zou me te ver leiden. Ontdek de 39 parels liever zelf. Je loopt enkel het risico van kortverhalen te gaan houden. Ik vermoed dat het nog lang zal duren voor je een andere bundeling vindt die met zoveel liefde voor het genre is samengesteld.
zondag 22 september 2013
Erotica (deel 1)
Erotica is hot. Een blik op de boeken top tien van de voorbije twee jaar laat er geen twijfel over bestaan. De Vijftig tinten-trilogie werd massaal gekocht en gelezen. Je hoefde het niet eens stiekem te doen. Zoals dat met hypes gaat, heeft iedereen een mening over E.L. James. Voor de ene zijn de perikelen van Anastasia Steele en Christian Grey literaire troep, voor de andere een verademing in het kuise boekenlandschap.
Joke J. Hermsen moedigt de schrijfster van erotica aan. In haar essay Vrouwelijk lust in de literatuur verbaast ze zich enerzijds over de overvloed aan artikels over seks in vrouwenbladen, en anderzijds aan het gebrek aan hoofdstukken tussen de lakens in de Nederlandstalige literatuur geschreven door vrouwen.
Dat E.L. James een gat in de markt vond, daar is iedereen het over eens. Maar haar onthalen als een voorloopster gaat mij te ver. Ze doet niets nieuw en ze doet het al helemaal niet beter dan haar voorgangsters. Ons taalgebied mag dan literair preuts worden gevonden, over onze landsgrenzen heen kwam en komt het onderwerp wel aan bod.
Vrouwelijke seksualiteit, misbruik en de strijd van de seksen vormen de basis van het werk van de Oostenrijkse nobelprijswinnares Elfiede Jelinek. Geen wonder dat Hermsen de schrijfster citeert in haar essay. Jelinek zegt:
(...) de seksuele taal behoort echter puur en alleen de mannen toe. (...) De vrouw is nog altijd het object dat bekeken en begeerd wordt, maar niet van zichzelf kan spreken.
Taal - in het algemeen, dus ook de seksuele - is door mannen beïnvloed. Nu, maar vooral vroeger, zijn ze verantwoordelijk voor de meeste boeken die te koop worden aangeboden. Ze hebben het spreken en denken van mannen en vrouwen die na hen kwamen vorm gegeven. Daaruit concluderen dat seksuele taal enkel mannen toebehoort, is te kort door de bocht.
Op voorpagina's, in reclameboodschappen, videoclips of boeken worden vrouwen nog te vaak louter als (lust)object opgevoerd. Toch verzet ik mij tegen het idee dat een vrouw als object voorstellen per definitie getuigt van een mannelijke blik op bladen, reclames, films of boeken. Er zijn vrouwen die geobjectiveerd willen worden, zoals er ook mannen zijn die hiernaar verlangen.
De ander als een object zien en tonen is geen exclusief vrouwelijk probleem meer. Wie jim of tmf bekijkt, zal vaststellen dat mannelijke popsterren op eenzelfde manier worden gepresenteerd als hun vrouwelijke tegenhangers. Een lekkere kop of kont is het belangrijkste, de rest komt later.
Zodra een erotisch verhaal door een vrouw is geschreven, drukt ze haar vrouwelijke stempel op de woorden. Staan deze romans dan los van 'de mannelijke taal'? Nee. Maar is dat erg? De taal van mannen een vrouwen is met elkaar verbonden. Lifestylebladen willen ons het tegendeel doen geloven. U kent het wel: vrouwen komen van Venus, mannen van Mars. De realiteit is gelukkig anders. We leven niet naast, maar met elkaar. De beïnvloeding is wederzijds.
In 2004 lanceerde De Morgen de reeks Boeken van Liefde en Lust. Van de twintig titels werden er tien door vrouwen geschreven. Van Sei Shonagon, geboren in de tiende eeuw, tot Hong Ying, geboren in 1962. Daartussen een serie klinkende namen: Anaïs Nin, Pauline Réage, Catherine Millet, Anna Blaman, Marylin French, Sylvia Plath, Susan Sontag en Marguerite Duras. De vrouwelijke seksualiteit heeft al woorden gekregen en zal nieuwe woorden krijgen.
Volgens Hermsen begon er in 2008 een erotische inhaalslag met Vochtige streken. Charlotte Roche wilde met haar boek vrouwen een taal geven voor hun lust. Ook ik bezweek voor de hype, maar de boodschap ging mij voorbij. Uiteindelijk werd het een van die tien boeken die ik ooit naar een tweedehandszaak bracht. Een vocabulaire voor de vrouwelijke beleving van seksualiteit of erotiek heb ik in de zinnen van Roche niet gevonden. Ik las een verhaal over een puberend meisje dat ervan houdt om wonden op een creatieve manier aan een ziekenhuisbed open te rijten.
Of E.L. James het pad effent voor erotica moet nog blijken. Mark Cloostermans oppert in de Standaard der Letteren dat we kunnen nadenken over een etiket literaire erotiek, zoals dat zoveel jaar geleden ook voor de thriller werd bedacht. Het moet lezers helpen om een boek Nin van een Vijftig tinten-kloon te onderscheiden. Etiketten kunnen mijn rug op, maar als het goede boeken in de kijker zet, mij niet gelaten.
Het essay Vrouwelijk lust in de literatuur van Joke J. Hermsen lees je hier.
De artikels van Mark Cloostermans vind je terug op zijn blog door hier te klikken.
Lees ook deel 2.
Joke J. Hermsen moedigt de schrijfster van erotica aan. In haar essay Vrouwelijk lust in de literatuur verbaast ze zich enerzijds over de overvloed aan artikels over seks in vrouwenbladen, en anderzijds aan het gebrek aan hoofdstukken tussen de lakens in de Nederlandstalige literatuur geschreven door vrouwen.
Dat E.L. James een gat in de markt vond, daar is iedereen het over eens. Maar haar onthalen als een voorloopster gaat mij te ver. Ze doet niets nieuw en ze doet het al helemaal niet beter dan haar voorgangsters. Ons taalgebied mag dan literair preuts worden gevonden, over onze landsgrenzen heen kwam en komt het onderwerp wel aan bod.
Vrouwelijke seksualiteit, misbruik en de strijd van de seksen vormen de basis van het werk van de Oostenrijkse nobelprijswinnares Elfiede Jelinek. Geen wonder dat Hermsen de schrijfster citeert in haar essay. Jelinek zegt:
(...) de seksuele taal behoort echter puur en alleen de mannen toe. (...) De vrouw is nog altijd het object dat bekeken en begeerd wordt, maar niet van zichzelf kan spreken.
Taal - in het algemeen, dus ook de seksuele - is door mannen beïnvloed. Nu, maar vooral vroeger, zijn ze verantwoordelijk voor de meeste boeken die te koop worden aangeboden. Ze hebben het spreken en denken van mannen en vrouwen die na hen kwamen vorm gegeven. Daaruit concluderen dat seksuele taal enkel mannen toebehoort, is te kort door de bocht.
Op voorpagina's, in reclameboodschappen, videoclips of boeken worden vrouwen nog te vaak louter als (lust)object opgevoerd. Toch verzet ik mij tegen het idee dat een vrouw als object voorstellen per definitie getuigt van een mannelijke blik op bladen, reclames, films of boeken. Er zijn vrouwen die geobjectiveerd willen worden, zoals er ook mannen zijn die hiernaar verlangen.
De ander als een object zien en tonen is geen exclusief vrouwelijk probleem meer. Wie jim of tmf bekijkt, zal vaststellen dat mannelijke popsterren op eenzelfde manier worden gepresenteerd als hun vrouwelijke tegenhangers. Een lekkere kop of kont is het belangrijkste, de rest komt later.
Zodra een erotisch verhaal door een vrouw is geschreven, drukt ze haar vrouwelijke stempel op de woorden. Staan deze romans dan los van 'de mannelijke taal'? Nee. Maar is dat erg? De taal van mannen een vrouwen is met elkaar verbonden. Lifestylebladen willen ons het tegendeel doen geloven. U kent het wel: vrouwen komen van Venus, mannen van Mars. De realiteit is gelukkig anders. We leven niet naast, maar met elkaar. De beïnvloeding is wederzijds.
In 2004 lanceerde De Morgen de reeks Boeken van Liefde en Lust. Van de twintig titels werden er tien door vrouwen geschreven. Van Sei Shonagon, geboren in de tiende eeuw, tot Hong Ying, geboren in 1962. Daartussen een serie klinkende namen: Anaïs Nin, Pauline Réage, Catherine Millet, Anna Blaman, Marylin French, Sylvia Plath, Susan Sontag en Marguerite Duras. De vrouwelijke seksualiteit heeft al woorden gekregen en zal nieuwe woorden krijgen.
Volgens Hermsen begon er in 2008 een erotische inhaalslag met Vochtige streken. Charlotte Roche wilde met haar boek vrouwen een taal geven voor hun lust. Ook ik bezweek voor de hype, maar de boodschap ging mij voorbij. Uiteindelijk werd het een van die tien boeken die ik ooit naar een tweedehandszaak bracht. Een vocabulaire voor de vrouwelijke beleving van seksualiteit of erotiek heb ik in de zinnen van Roche niet gevonden. Ik las een verhaal over een puberend meisje dat ervan houdt om wonden op een creatieve manier aan een ziekenhuisbed open te rijten.
Of E.L. James het pad effent voor erotica moet nog blijken. Mark Cloostermans oppert in de Standaard der Letteren dat we kunnen nadenken over een etiket literaire erotiek, zoals dat zoveel jaar geleden ook voor de thriller werd bedacht. Het moet lezers helpen om een boek Nin van een Vijftig tinten-kloon te onderscheiden. Etiketten kunnen mijn rug op, maar als het goede boeken in de kijker zet, mij niet gelaten.
Zitten lezers van E.L. James te wachten op een revival van Nin of Millet? Naar aanleiding van de hype gooiden verschillende uitgeverijen erotische klassiekers opnieuw op de markt. Een Stoner heeft dat vooralsnog niet opgeleverd. De fans van het genre vielen echter wel als een blok voor Eva en Genevieve. De verhaallijnen van Vijftig tinten en de klonen sluiten naadloos aan bij de inhoud van lifestylebladen. Ook daarin gaat het elke week opnieuw over hoe we seks hadden, hebben, willen of zouden moeten hebben.
Het essay Vrouwelijk lust in de literatuur van Joke J. Hermsen lees je hier.
De artikels van Mark Cloostermans vind je terug op zijn blog door hier te klikken.
Lees ook deel 2.
Abonneren op:
Posts (Atom)