Deel 1 vind je hier.
Is er een verschil tussen erotica geschreven door een man of een vrouw? Het cliché wil dat mannen gevoelloos, krachtig en hard zijn, en dat vrouwen zich aan de andere kant van het spectrum bevinden. Een seksist als V.S. Naipaul beticht schrijfsters van sentimentaliteit en een beperkte blik op de wereld.
De bevestiging of ontkenning van het cliché ligt in de literatuur. Ik heb twee boeken uit de reeks Liefde en Lust van De Morgen na elkaar gelezen. Beide verhalen werden in de jaren dertig geschreven, het ene door een vrouw, het andere door een man. Ze lazen en becommentarieerden elkaars werk. Daarenboven hadden ze een relatie, hoewel ze allebei waren getrouwd.
Anaïs Nin schreef uit geldgebrek erotische kortverhalen in opdracht van een anonieme verzamelaar. Het was nooit haar bedoeling haar erotisch werk aan het grote publiek te tonen. Toch besliste ze in de jaren zeventig om de kortverhalen te verzamelen in twee bundels, Venusdelta en Lieve vogeltjes.
Nin was ook een gepassioneerde dagboekschrijfster. In haar dagboeken liet ze haar (vrouwelijke) licht schijnen over de wereld waarin ze vertoefde, een wereld die hoofdzakelijk bestond uit mannelijke auteurs, artiesten en psycho-analytici.
Henry en June is een selectie dagboekfragmenten uit het begin van de jaren dertig. Nin woont op dat moment in Parijs, samen met haar echtgenoot, de saaie bankier Hugo. Na een ontmoeting met Henry Miller en diens vrouw June, raakt ze in de ban van het koppel. Ze koestert gevoelens voor June, maar heeft uiteindelijk een verhouding met Henry. Hij is de katalysator van haar seksuele ontwaking. Ze schrijft:
Hugo gaat zitten, pakt zijn dagboek en schrijft gedreven over mij en de 'kunst' en hoe alles wat ik doe goed is. Terwijl hij mij dit voorleest bloed ik dood. Voor het einde begint hij te snikken. Hij weet niet waarom. Ik kniel voor hem neer. 'Wat is er, lieveling, wat is er?' En ik maak deze verschrikkelijke opmerking: 'Heb je een voorgevoel?' - wat hij, vanwege zijn vertrouwen en trage begrip, niet kan begrijpen. Hij gelooft dat Henry alleen mijn verbeeldingskracht stimuleert, als schrijver. En omdat hij dit gelooft gaat hij ook iets schrijven, om me voor zich te winnen met schrijven.
Nin schetst in een paar zinnen niet alleen haar eigen gevoelens, maar geeft ook een inkijk in de manier waarop de belangrijkste personages zich tot haar en tot elkaar verhouden. Ze tracht het huwelijk te rijmen met een affaire, maar toont ook - via de reactie van Hugo - welke aantrekkingskracht Henry op haar uitoefent. Haar man probeert iemand anders te zijn om haar gunstig te stemmen. Uit zijn handelingen blijkt echter dat hij haar interesse in Henry niet begrijpt. Elke toenaderingspoging van zijn kant is dan ook gedoemd om te mislukken. Ze wil niet door hem worden veroverd. Ze wil haar huwelijk en haar buitenechtelijke relatie naast elkaar laten bestaan.
Nin heeft niet alleen oog voor haar eigen ervaringen en gevoelens, maar ook voor de mensen rondom haar. Sommige pagina's wijdt ze helemaal aan quotes uit brieven van Henry. Desalniettemin houdt ze als schrijfster de touwtjes in handen. Ze is geen willoos object van haar minnaar. Ondanks alle liefde die ze voor Henry voelt, lijkt ze hem soms zelf te objectiveren. Ze heeft hem nodig om haar lust te exploreren. Schrijven en vrijen doet ze met dezelfde overgave en goesting.
Een hotelkamer heeft voor mij de associatie van wellustigheid, vluchtig, kortdurend. Misschien is mijn honger versterkt doordat ik Henry lang niet gezien had. Ik masturbeer vaak, uitgebreid, zonder berouw of afkeer naderhand. Voor het eerst weet ik wat eten is. Ik ben vier pond aangekomen. Ik krijg een razende honger, en het voedsel dat ik eet geeft me een sluimerend genot. Ik heb niet eerder op deze intens vleselijke manier gegeten. Ik heb nu nog maar drie verlangens, eten, slapen, en neuken.
Henry Miller wordt gezien als een schrijver van semi-autobiografische romans waarin hij karakterstudie, sociale kritiek, filosofische reflectie, surrealistische vrije associatie en mysticisme vermengt, aldus wikipedia. Hij heeft zelf minder woorden nodig om zijn stijl samen te vatten. Over De kreeftskeerkring schreef hij een vriend: 'Morgen start ik aan het Parijs-boek: eerste persoon, ongecensureerd, vormloos - fuck alles!'
Aan het begin van het boek klinkt dat zo:
Dit is geen boek in de gewone zin van het woord. Nee, het is één voortdurende belediging, een fluim in het aangezicht van de Kunst, een trap tegen het achterste van God, Mens, Lot, Tijd, Liefde, Schoonheid... wat je maar wilt. Ik ga voor je zingen, een beetje vals misschien, maar ik zing toch.
Nin noemt Miller een man wiens passie als lava door een kille intellectuele wereld stroomt. Romans die zich binnen de klassieke structuur van een Hollywoodfilm naar een happy end slepen, waren aan hem niet besteed. Zijn werk wordt door een genadeloze woede jegens zichzelf en de buitenwereld gedreven. Indertijd bande Amerika zijn werk op grond van obsceniteiten.
De vloeibaarheid waarmee Nin in Henry en June reflecteert over zichzelf en de ander, is afwezig in Millers werk. Het zal hem worst wezen hoe de andere zich voelen. De ik-persoon in De kreeftskeerkring heeft enkel interesse in de beleving van zijn eigen passie en woede. Erotiek levert dat niet op, pornografie evenmin. Als de ik-persoon dan toch in een vrijage verzeilt raakt, gebeurt het bijna per ongeluk.
We wurmen ons de wc in en daar poot ik haar neer, pal tegen de muur aan en probeer 'm erin te krijgen, maar het lukt niet en dus gaan we maar op de bril zitten om het zo eens te proberen, maar dat gaat ook al niet. Wat we ook prakkiseren, het wil niet. En aldoor heeft ze me maar bij mijn geval beet; ze houdt het vast of het een reddingsboei is, maar het helpt niets, we zijn te heet, te fel. De muziek speelt nog steeds en zo walsen we de wc af en de wasgelegenheid in en terwijl we daar zo in dat schijthuis aan het dansen zijn, kom ik klaar, over haar mooie japon heen, en de pest dat ze daarover in heeft.
Hoe zit het nu met dat onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke erotica? Verschillen zijn er zeker. De anatomie van een vrouw is nu eenmaal anders dan die van een man. Dat onoverbrugbare onderscheid zorgt ervoor dat we op een andere manier in de wereld staan en naar de wereld kijken. Er bestaat echter niet zoiets als de man of de vrouw. Toch blijft dat cliché hardnekkig leven. We staan echter niet los van het heden en het verleden waarin vooroordelen circuleren en in het ergste geval worden versterkt. Ik weiger de verschillen tussen Nin en Miller in de mal van het cliché te gieten.
Ik kan ook de gelijkenissen tussen beide auteurs, tussen man en vrouw, benadrukken. Nin en Miller hebben op elkaars werk ingegrepen. Henry en June en De kreeftskeerkring als respectievelijk typisch vrouwelijk en typisch mannelijk omschrijven, is onzin. Ze zijn vrouwelijk en mannelijk tegelijkertijd. In de eerste plaats zijn Nin en Miller beiden compromisloze schrijvers. Ze bewegen zich vaardig tussen feit en fictie, maar de waarachtigheid van hun woorden is onbetwijfelbaar.
Nin vatte het perfect samen in haar dagboek:
We registreren allebei, ieder met een andere sensor.
Posts tonen met het label Erotica. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Erotica. Alle posts tonen
zondag 29 september 2013
zondag 22 september 2013
Erotica (deel 1)
Erotica is hot. Een blik op de boeken top tien van de voorbije twee jaar laat er geen twijfel over bestaan. De Vijftig tinten-trilogie werd massaal gekocht en gelezen. Je hoefde het niet eens stiekem te doen. Zoals dat met hypes gaat, heeft iedereen een mening over E.L. James. Voor de ene zijn de perikelen van Anastasia Steele en Christian Grey literaire troep, voor de andere een verademing in het kuise boekenlandschap.
Joke J. Hermsen moedigt de schrijfster van erotica aan. In haar essay Vrouwelijk lust in de literatuur verbaast ze zich enerzijds over de overvloed aan artikels over seks in vrouwenbladen, en anderzijds aan het gebrek aan hoofdstukken tussen de lakens in de Nederlandstalige literatuur geschreven door vrouwen.
Dat E.L. James een gat in de markt vond, daar is iedereen het over eens. Maar haar onthalen als een voorloopster gaat mij te ver. Ze doet niets nieuw en ze doet het al helemaal niet beter dan haar voorgangsters. Ons taalgebied mag dan literair preuts worden gevonden, over onze landsgrenzen heen kwam en komt het onderwerp wel aan bod.
Vrouwelijke seksualiteit, misbruik en de strijd van de seksen vormen de basis van het werk van de Oostenrijkse nobelprijswinnares Elfiede Jelinek. Geen wonder dat Hermsen de schrijfster citeert in haar essay. Jelinek zegt:
(...) de seksuele taal behoort echter puur en alleen de mannen toe. (...) De vrouw is nog altijd het object dat bekeken en begeerd wordt, maar niet van zichzelf kan spreken.
Taal - in het algemeen, dus ook de seksuele - is door mannen beïnvloed. Nu, maar vooral vroeger, zijn ze verantwoordelijk voor de meeste boeken die te koop worden aangeboden. Ze hebben het spreken en denken van mannen en vrouwen die na hen kwamen vorm gegeven. Daaruit concluderen dat seksuele taal enkel mannen toebehoort, is te kort door de bocht.
Op voorpagina's, in reclameboodschappen, videoclips of boeken worden vrouwen nog te vaak louter als (lust)object opgevoerd. Toch verzet ik mij tegen het idee dat een vrouw als object voorstellen per definitie getuigt van een mannelijke blik op bladen, reclames, films of boeken. Er zijn vrouwen die geobjectiveerd willen worden, zoals er ook mannen zijn die hiernaar verlangen.
De ander als een object zien en tonen is geen exclusief vrouwelijk probleem meer. Wie jim of tmf bekijkt, zal vaststellen dat mannelijke popsterren op eenzelfde manier worden gepresenteerd als hun vrouwelijke tegenhangers. Een lekkere kop of kont is het belangrijkste, de rest komt later.
Zodra een erotisch verhaal door een vrouw is geschreven, drukt ze haar vrouwelijke stempel op de woorden. Staan deze romans dan los van 'de mannelijke taal'? Nee. Maar is dat erg? De taal van mannen een vrouwen is met elkaar verbonden. Lifestylebladen willen ons het tegendeel doen geloven. U kent het wel: vrouwen komen van Venus, mannen van Mars. De realiteit is gelukkig anders. We leven niet naast, maar met elkaar. De beïnvloeding is wederzijds.
In 2004 lanceerde De Morgen de reeks Boeken van Liefde en Lust. Van de twintig titels werden er tien door vrouwen geschreven. Van Sei Shonagon, geboren in de tiende eeuw, tot Hong Ying, geboren in 1962. Daartussen een serie klinkende namen: Anaïs Nin, Pauline Réage, Catherine Millet, Anna Blaman, Marylin French, Sylvia Plath, Susan Sontag en Marguerite Duras. De vrouwelijke seksualiteit heeft al woorden gekregen en zal nieuwe woorden krijgen.
Volgens Hermsen begon er in 2008 een erotische inhaalslag met Vochtige streken. Charlotte Roche wilde met haar boek vrouwen een taal geven voor hun lust. Ook ik bezweek voor de hype, maar de boodschap ging mij voorbij. Uiteindelijk werd het een van die tien boeken die ik ooit naar een tweedehandszaak bracht. Een vocabulaire voor de vrouwelijke beleving van seksualiteit of erotiek heb ik in de zinnen van Roche niet gevonden. Ik las een verhaal over een puberend meisje dat ervan houdt om wonden op een creatieve manier aan een ziekenhuisbed open te rijten.
Of E.L. James het pad effent voor erotica moet nog blijken. Mark Cloostermans oppert in de Standaard der Letteren dat we kunnen nadenken over een etiket literaire erotiek, zoals dat zoveel jaar geleden ook voor de thriller werd bedacht. Het moet lezers helpen om een boek Nin van een Vijftig tinten-kloon te onderscheiden. Etiketten kunnen mijn rug op, maar als het goede boeken in de kijker zet, mij niet gelaten.
Het essay Vrouwelijk lust in de literatuur van Joke J. Hermsen lees je hier.
De artikels van Mark Cloostermans vind je terug op zijn blog door hier te klikken.
Lees ook deel 2.
Joke J. Hermsen moedigt de schrijfster van erotica aan. In haar essay Vrouwelijk lust in de literatuur verbaast ze zich enerzijds over de overvloed aan artikels over seks in vrouwenbladen, en anderzijds aan het gebrek aan hoofdstukken tussen de lakens in de Nederlandstalige literatuur geschreven door vrouwen.
Dat E.L. James een gat in de markt vond, daar is iedereen het over eens. Maar haar onthalen als een voorloopster gaat mij te ver. Ze doet niets nieuw en ze doet het al helemaal niet beter dan haar voorgangsters. Ons taalgebied mag dan literair preuts worden gevonden, over onze landsgrenzen heen kwam en komt het onderwerp wel aan bod.
Vrouwelijke seksualiteit, misbruik en de strijd van de seksen vormen de basis van het werk van de Oostenrijkse nobelprijswinnares Elfiede Jelinek. Geen wonder dat Hermsen de schrijfster citeert in haar essay. Jelinek zegt:
(...) de seksuele taal behoort echter puur en alleen de mannen toe. (...) De vrouw is nog altijd het object dat bekeken en begeerd wordt, maar niet van zichzelf kan spreken.
Taal - in het algemeen, dus ook de seksuele - is door mannen beïnvloed. Nu, maar vooral vroeger, zijn ze verantwoordelijk voor de meeste boeken die te koop worden aangeboden. Ze hebben het spreken en denken van mannen en vrouwen die na hen kwamen vorm gegeven. Daaruit concluderen dat seksuele taal enkel mannen toebehoort, is te kort door de bocht.
Op voorpagina's, in reclameboodschappen, videoclips of boeken worden vrouwen nog te vaak louter als (lust)object opgevoerd. Toch verzet ik mij tegen het idee dat een vrouw als object voorstellen per definitie getuigt van een mannelijke blik op bladen, reclames, films of boeken. Er zijn vrouwen die geobjectiveerd willen worden, zoals er ook mannen zijn die hiernaar verlangen.
De ander als een object zien en tonen is geen exclusief vrouwelijk probleem meer. Wie jim of tmf bekijkt, zal vaststellen dat mannelijke popsterren op eenzelfde manier worden gepresenteerd als hun vrouwelijke tegenhangers. Een lekkere kop of kont is het belangrijkste, de rest komt later.
Zodra een erotisch verhaal door een vrouw is geschreven, drukt ze haar vrouwelijke stempel op de woorden. Staan deze romans dan los van 'de mannelijke taal'? Nee. Maar is dat erg? De taal van mannen een vrouwen is met elkaar verbonden. Lifestylebladen willen ons het tegendeel doen geloven. U kent het wel: vrouwen komen van Venus, mannen van Mars. De realiteit is gelukkig anders. We leven niet naast, maar met elkaar. De beïnvloeding is wederzijds.
In 2004 lanceerde De Morgen de reeks Boeken van Liefde en Lust. Van de twintig titels werden er tien door vrouwen geschreven. Van Sei Shonagon, geboren in de tiende eeuw, tot Hong Ying, geboren in 1962. Daartussen een serie klinkende namen: Anaïs Nin, Pauline Réage, Catherine Millet, Anna Blaman, Marylin French, Sylvia Plath, Susan Sontag en Marguerite Duras. De vrouwelijke seksualiteit heeft al woorden gekregen en zal nieuwe woorden krijgen.
Volgens Hermsen begon er in 2008 een erotische inhaalslag met Vochtige streken. Charlotte Roche wilde met haar boek vrouwen een taal geven voor hun lust. Ook ik bezweek voor de hype, maar de boodschap ging mij voorbij. Uiteindelijk werd het een van die tien boeken die ik ooit naar een tweedehandszaak bracht. Een vocabulaire voor de vrouwelijke beleving van seksualiteit of erotiek heb ik in de zinnen van Roche niet gevonden. Ik las een verhaal over een puberend meisje dat ervan houdt om wonden op een creatieve manier aan een ziekenhuisbed open te rijten.
Of E.L. James het pad effent voor erotica moet nog blijken. Mark Cloostermans oppert in de Standaard der Letteren dat we kunnen nadenken over een etiket literaire erotiek, zoals dat zoveel jaar geleden ook voor de thriller werd bedacht. Het moet lezers helpen om een boek Nin van een Vijftig tinten-kloon te onderscheiden. Etiketten kunnen mijn rug op, maar als het goede boeken in de kijker zet, mij niet gelaten.
Zitten lezers van E.L. James te wachten op een revival van Nin of Millet? Naar aanleiding van de hype gooiden verschillende uitgeverijen erotische klassiekers opnieuw op de markt. Een Stoner heeft dat vooralsnog niet opgeleverd. De fans van het genre vielen echter wel als een blok voor Eva en Genevieve. De verhaallijnen van Vijftig tinten en de klonen sluiten naadloos aan bij de inhoud van lifestylebladen. Ook daarin gaat het elke week opnieuw over hoe we seks hadden, hebben, willen of zouden moeten hebben.
Het essay Vrouwelijk lust in de literatuur van Joke J. Hermsen lees je hier.
De artikels van Mark Cloostermans vind je terug op zijn blog door hier te klikken.
Lees ook deel 2.
Abonneren op:
Posts (Atom)