Soms gaan wij ver van elkaar staan en
zien we elkaar helemaal. Soms leunen
wij tegen elkaar zoals toeristen op foto's
tegen een toren van Pisa. Vanuit een be-
paalde hoek vallen wij onherroepelijk
samen_
Fragment uit Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_ van Maud Vanhauwaert.
Posts tonen met het label Maud Vanhauwaert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maud Vanhauwaert. Alle posts tonen
donderdag 25 februari 2016
zondag 27 december 2015
Eindejaarsvragen 2015
1. Wat was het beste boek van 2015?
Ik koop zelden boeken tijdens het eerste publicatiejaar. Ik ga dus voor enkele 'oudjes' zoals Open stad (over wandelen, steden en wandelen in steden) van Teju Cole, Een makelaar in Pruisen (over kijken, kunst en kijken naar kunst) van Nicole Montagne, Wanderlust (over wandelen en verdwalen en wandelend verdwalen) en The Faraway Nearby (over het vertellen, verweven en ontrafelen van verhalen) van Rebecca Solnit.
De recentste poëziebundels van Maud Vanhauwaert en Y. Né gaven me vleugels. Wij zijn evenwijdig en De werkelijkheid houdt het lang vol bewijzen dat bevlogen poëzie ontzettend grappig kan zijn.
2. Welk boek verdient in 2016 een tweede kans?
Alle boeken die ik heb gekocht en (nog) niet heb gelezen (te veel om neer te schrijven).
Alle boeken die ik niet heb gekocht en (nog) niet heb gelezen (idem).
Alle boeken die ik heb gelezen en ben vergeten (idem).
Alle boeken die ik heb gelezen en voor iemand anders heb achtergelaten of nog zal achterlaten (zie Boek gevonden).
3. Welk boek staat voor u bij uitstek voor het goede leven?
Stil de tijd, een essaybundel van Joke. J. Hermsen. Het boek verbreedde mijn blik op het begrip tijd. Hermsen formuleert haarscherp wat iedereen diep vanbinnen al wist, maar waartoe niemand tot dan toe in staat bleek om er een boek over te schrijven. Doorheen de essays stelt ze dat de omnipresente opgelegde kloktijd slechts een van de vele manieren is om tijd te beleven. Aan de hand van het werk van Levinas, Bergson, Sloterdijk, Bloch en Bachmann maakt ze de lezer warm voor een andere, innerlijke tijdsbeleving.
Lees ook:
Eindejaarsvragen 2014
vrijdag 20 februari 2015
Af en toe een zin
Ik ben iemand met de neiging om iets te
zeggen, iets blijvends, iets dat je in het
zand kunt schrijven en dat er na twee keer
vloed nog staat. Iets krachtigs, zodat mijn
stembanden kunnen trillen als een span-
doek opgespannen in de hoeken en leeg,
een muffig laken waarin nachten is ge-
woeld_
Fragment uit Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_ van Maud Vanhauwaert.
zeggen, iets blijvends, iets dat je in het
zand kunt schrijven en dat er na twee keer
vloed nog staat. Iets krachtigs, zodat mijn
stembanden kunnen trillen als een span-
doek opgespannen in de hoeken en leeg,
een muffig laken waarin nachten is ge-
woeld_
Fragment uit Wij zijn evenwijdig_ Raken elkaar in het oneindige_ En we rennen_ van Maud Vanhauwaert.
zondag 28 december 2014
Flansen (over bloggen)
Over 2014, voornemens en 2015
Volgens de teller van dit blog, sluit ik het jaar af met iets meer dan honderdvijftig berichten. Vreemd! Ik kan me van sommige teksten amper herinneren wanneer ik ze schreef. Ik voel dat ik met dit blog stilaan een andere richting uit wil gaan. Naar aanleiding van de twee polemieken waarop ik recent reacties publiceerde, is mijn goesting voor het experiment aangewakkerd. Ik schreef onder andere:
Een stuk op mijn blog gooien dat onvolkomenheden vertoont vind ik moeilijk, al besef ik dat ik daarmee zondig tegen een van mijn uitgangspunten. Deze plek moest ook dienen om werk in wording te publiceren. Dat is tot nu toe zelden (misschien zelfs nooit) gebeurd. Ik houd van keurig afgeronde stukken. Onafgewerkte teksten voelen als een valse noot op een loepzuivere homepagina.
Ik heb tijd nodig om me over een onderwerp een mening te vormen. Daarom mijd ik actuele discussies over literatuur uit vrees stommiteiten uit te kramen. In 2015 wil ik die gêne overboord gooien. Joost de Vries werd enkele weken terug geciteerd in De Standaard der Letteren. Zijn exacte woorden ontsnappen me, maar het kwam erop neer dat hij zei: wie zich niet in het actuele debat kan vinden, kan er maar beter zelf aan meedoen. So what als ik er soms eens verschrikkelijk naast zit?
Over bloggen en blogtips
De voorbije weken struinde ik door de winkelstraten op zoek naar cadeaus. Meer dan eens greep ik naar een van de boeken over bloggen die dit jaar op de markt werden gegooid. Ik las hier en daar een hoofdstuk in de hoop enkele tips mee te pikken. Ik leerde al snel dat ik:
Een polemiek (deel 1?)
Een bericht over wat literatuur vermag, moet en kan zijn.
Een polemiek (deel 2)
Nog meer van hetzelfde, maar dan anders.
What shocks you more
Een cut-up.
Lijden
En nog één.
Een zomerse blokkade (deel 1)
Over writer's block.
Een zomerse blokkade (deel 2)
Ik doe alles graag twee keer. De herhaling is nooit hetzelfde.
Lang leve Delphine
Mijn ontmoeting met Delphine Lecompte.
De dichter-groupie in mij (Ward ontmoet Maud)
Maud Vanhauwaert dus.
Poëzie van een zomer (de vrouwen)
Als je ook wilt weten wat ik van Els Moors, Hannah van Wieringen en Tjitske Jansen vind.
Volgens de teller van dit blog, sluit ik het jaar af met iets meer dan honderdvijftig berichten. Vreemd! Ik kan me van sommige teksten amper herinneren wanneer ik ze schreef. Ik voel dat ik met dit blog stilaan een andere richting uit wil gaan. Naar aanleiding van de twee polemieken waarop ik recent reacties publiceerde, is mijn goesting voor het experiment aangewakkerd. Ik schreef onder andere:
Een stuk op mijn blog gooien dat onvolkomenheden vertoont vind ik moeilijk, al besef ik dat ik daarmee zondig tegen een van mijn uitgangspunten. Deze plek moest ook dienen om werk in wording te publiceren. Dat is tot nu toe zelden (misschien zelfs nooit) gebeurd. Ik houd van keurig afgeronde stukken. Onafgewerkte teksten voelen als een valse noot op een loepzuivere homepagina.
Ik heb tijd nodig om me over een onderwerp een mening te vormen. Daarom mijd ik actuele discussies over literatuur uit vrees stommiteiten uit te kramen. In 2015 wil ik die gêne overboord gooien. Joost de Vries werd enkele weken terug geciteerd in De Standaard der Letteren. Zijn exacte woorden ontsnappen me, maar het kwam erop neer dat hij zei: wie zich niet in het actuele debat kan vinden, kan er maar beter zelf aan meedoen. So what als ik er soms eens verschrikkelijk naast zit?
Over bloggen en blogtips
De voorbije weken struinde ik door de winkelstraten op zoek naar cadeaus. Meer dan eens greep ik naar een van de boeken over bloggen die dit jaar op de markt werden gegooid. Ik las hier en daar een hoofdstuk in de hoop enkele tips mee te pikken. Ik leerde al snel dat ik:
- zondig tegen zowat elk beginsel. Korte, snelle berichten met filmpjes en foto's? Lijstjes met filmpjes of foto's? Helaas, u vindt ze hier (meestal) niet.
- elk lezersvriendelijk blogonderwerp uitwerk tot een lange, social media-onvriendelijke tekst.
- bijna een nul ben in het voeren van promotie.
- de meeste tips nuttig vind voor lifestylebloggers, maar niet voor mijn blog. Dat bedoel ik niet denigrerend. Ik heb respect voor bloggers die de dunne lijn tussen kunst en commercieel instinct vinden.
Een van de beste tips las ik in Het blogboek van Kelly Deriemaeker: werk op voorhand berichten uit. Helemaal waar. Alleen lukt ook dat me voor geen meter. Daarom doop ik mezelf om tot een blog-flanser. Ik neem me vaak voor tijdig aan een nieuw bericht te beginnen, maar vaak flans ik op zondag iets in elkaar dat zoveel beter had kunnen zijn als ik er eerder aan was begonnen. Schrijven + laten liggen + herschrijven = goed blogbericht. Op school was ik ook een chronische uitsteller. Bah, het verhaal van mijn leven eigenlijk feitelijk ...
The best of 2014
Maar, heel af en toe ben ik met een gouden blogtip succesvol (?) aan de slag gegaan. Zoals met mijn berichten waarin ik mensen over oudere berichten vertel (lees: de berichten die je schrijft als je echt geen inspiratie of tijd hebt). Op die manier ontdekken recente lezers van je blog je blogarchief. Zullen we dat dan even doen?
Haat je de feestdagen? Lig je met een halve of ganse indigestie op de bank te kreunen? Of ben je een van mijn fameuze nieuwe lezers? Dit zijn de meest gelezen blogberichten van 2014 van wardmertensschrijft.blogspot.be!
Een polemiek (deel 1?)
Een bericht over wat literatuur vermag, moet en kan zijn.
Een polemiek (deel 2)
Nog meer van hetzelfde, maar dan anders.
What shocks you more
Een cut-up.
Lijden
En nog één.
Een zomerse blokkade (deel 1)
Over writer's block.
Een zomerse blokkade (deel 2)
Ik doe alles graag twee keer. De herhaling is nooit hetzelfde.
Lang leve Delphine
Mijn ontmoeting met Delphine Lecompte.
De dichter-groupie in mij (Ward ontmoet Maud)
Maud Vanhauwaert dus.
Poëzie van een zomer (de vrouwen)
Als je ook wilt weten wat ik van Els Moors, Hannah van Wieringen en Tjitske Jansen vind.
Labels:
Bloggen,
De Standaard der Letteren,
Els Moors,
Essay,
Hannah van Wieringen,
Het blogboek,
Joost de Vries,
Kelly Deriemaeker,
Maud Vanhauwaert,
Over schrijven,
Tjitske Jansen
maandag 22 december 2014
Eindejaarsvragen 2014
1. Wat was het beste boek van 2014?
Wat een vraag! Mijn geheugen heeft meer gaten dan een Zwitserse kaas. Gelukkig heb ik de Af en toe een zin-rubriek om me te helpen. Mijn kringwinkelgesnuister zorgt er ook voor dat ik vaak boeken lees die niet in 2014 werden uitgebracht.
Mijn top 3 van boeken die ik in 2014 las en die ook dit jaar werden gepubliceerd:
1. Herta Müller - Barrevoetse februari
2. Valeria Luiselli - De gewichtlozen
3. Hannah van Wieringen - hier kijken we naar
Mijn top 3 van boeken die ik in 2014 las, maar die reeds eerder werden gepubliceerd:
1. Herta Müller - De koning buigt, de koning moordt
2. Sara Maitland - Stilte als antwoord
3. Annelies Verbeke en Sanneke van Hassel - Naar de stad
Samengevat: geef Herta Müller nog eens een (Nobel)prijs.
2. Welk boek verdient in 2015 een tweede kans?
De meeste poëziebundels wachten nog op een eerste kans. De boeiendste poëzie wordt sinds een paar jaren door vrouwen geschreven. Toch hebben de meeste mensen nog nooit gehoord van Maud Vanhauwaert, Els Moors of Hannah van Wieringen. Spijtig! Wat 'we' eraan kunnen doen? Ik zou het niet weten. De dames hebben een fris voorkomen, zijn welbespraakt, kennen het podium en schrijven goede poëzie. Waar kan een dichter nog meer in uitblinken om het verschil te maken?
3. Welke schrijver moet volgend jaar herontdekt worden?
De Russische dichter Joseph Brodsky. In 2010 brachten Dirk Roofthooft en Kris Defoort me met The Brodsky Concerts in de ban van zijn poëzie. Moet die man dan herontdekt worden, hoor ik u denken. Wel nee, hij heeft ook nu nog vele fans (onder andere Valeria Luiselli die een essay aan zijn graf wijdt in Valse papieren). Misschien had je me beter gevraagd: welke schrijver moet door de Nederlandstalige uitgeverijen herontdekt worden? Brodsky's werk is al jaren niet meer in een Nederlandse vertaling beschikbaar. Ik kocht een Engelstalige verzamelbundel, maar mijn Engels is niet goed genoeg om de nuances te begrijpen.
maandag 15 december 2014
De dichter-groupie in mij (Ward ontmoet Maud)
Wiewabla?
Ik ging eindelijk op de foto met Maud Vanhauwaert!
Eindelijk?
Ik ontmoette haar al twee keer eerder, maar ...
- ik had toen geen fototoestel bij
- het was niet 'de moment' voor foto's
De eerste keer was op een workshop voordracht op de schrijfdag van Creatief Schrijven. Onze tweede ontmoeting was op Frappant TXT. Ik stond op het podium, zij jureerde. Ik vergat mijn tekst, zij zei: 'Dat is niet erg.'
WTF is Maud Vanhauwaert?
Een dichteres/performer. In 2011 verscheen haar debuut Ik ben mogelijk. Die bundel leverde haar de Vrouw Debuut Prijs op. Dit jaar stond ze in de finale van het Leids Cabaret Festival, verscheen haar tweede bundel Wij zijn evenwijdig. Raken elkaar in het oneindige. Laten we rennen. en leerde televisiekijkend Vlaanderen haar kennen als poëtische hekkensluiter in Iedereen beroemd.
Waar werd de foto genomen?
In de wereldwinkel in Sint-Truiden.
Wanneer dan?
Op 20 augustus 2014 tijdens het literaire festival Zin in zomer. Maud Vanhauwaert, Ruth Lasters en Few Bits traden op in de Keizerszaal.
En wat hebben we die dag geleerd?
Dat poëzie op de straatstenen ligt. Ik heb de neiging poëzie te schrijven waarin ik een moment naar me toe haal, manipuleer, bevries en beschrijf. De gedichten van Maud Vanhauwaert spelen zich buitenshuis af en bewegen. Luister maar naar haar citybook over Parijs.
Welke dichtregel moet ik van Maud onthouden?
Vergeten wordt nooit voltooid
Mag ik u nog een regel geven?
Omdat je het zo vriendelijk vraagt. Shoot!
Ik ben een pandabeertje
Dus?
Volgend jaar gaat Maud op tournee in de culturele centra met haar voorstelling Het is de moeite. Ik twijfel er niet aan dat ze die titel alle eer zal aandoen.
Tussen haakjes: wat is een dichter-groupie?
vrijdag 20 juni 2014
Af en toe een zin
zoals aan wat mijn moeder bedoelde toen ik, nog zo dik als Afrika
en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten
geen 'ge' krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst
en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde
alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
vergeten wordt nooit voltooid
Fragment uit de cyclus Geschubd zenuwachtig pootje van Maud Vanhauwaert.
en mijn cavia nog mals, haar vroeg waarom vergeten
geen 'ge' krijgt zoals geslapen, gegeten en gedanst
en zij toen, terwijl ze de strijk opplooide mompelde
alsof ze de woorden tussen mijn kleren schoof:
vergeten wordt nooit voltooid
Fragment uit de cyclus Geschubd zenuwachtig pootje van Maud Vanhauwaert.
zondag 16 juni 2013
Planken (deel 1)
Moet een schrijver op de planken staan? Met die vraag werd ik geconfronteerd toen mijn erotische verhaal Badparels werd opgenomen in Aangeboord talent, een verzamelbundel van proza en poëzie van debuterende auteurs. Ik kreeg de kans om op de boekvoorstelling in De Centrale (Gent) voor te lezen. Ik stelde mij de locatie voor als een Gents cafeetje met een podium van tien centimeter hoog en twee meter breed.
De Turbinezaal van De Centrale botste met mijn verwachtingen: het podium was groot en hoog.
Ik daarop? Geen denken aan.
Maar, ik kon niet meer terug.
De uitgever, Inan Akbas, zorgde voor een strak programma dat door Inge Paulussen aan elkaar werd gepraat.
In de coulissen gaf comédienne Öznur Karaca mij een goede raad: 'Geniet ervan'. Ik werd aangekondigd, ging de trapjes op en zei: 'Ik vind het een beetje intimiderend, maar ze hebben mij gezegd dat ik ervan moet genieten.'
Ik was te verlegen om mijn erotisch verhaal voor te lezen, dus deed ik poëzie. Na de tweede regel van het eerste gedicht dacht ik: zo gaat mijn tekst niet. Ik begon opnieuw en haalde zonder nieuwe haperingen het einde van mijn drie gedichten. Nadien vroeg een dame om haar exemplaar van Aangeboord talent te signeren. Bijna had ik mijn gezelschap gevraagd om in mijn arm te knijpen.
Nergens staat of valt de kracht van woorden zo duidelijk als op een podium. Iets wat niet werkt op papier, werkt zeker niet voor een publiek. Hardop lezen is een perfect middel om zwaktes van een tekst bloot te leggen. In het beste geval staat je verhaal of gedicht op punt voor je optreedt, maar soms besef je pas dat het ritme sputtert wanneer je je werk voordraagt buiten de vertrouwde muren van je woonkamer.
Moet een schrijver een performer zijn? Daarover lopen de meningen uiteen. Het helpt als je jezelf kunt verkopen. Vlotte praters vinden sneller hun weg naar een stoel van De wereld draait door of Villa Vanthilt. De ene schrijver is daar al gelukkiger mee dan de andere. Zulke discussies eindigen vaak in een oeverloos gelul over de grens tussen pulp (geschreven door een mediageile auteur die centen wil verdienen) en literatuur (geschreven door een auteur die weigert zijn ziel te verkopen voor een hogere oplage). Ik geloof niet dat schrijvers zo makkelijk in een van die twee hokjes kunnen worden ondergebracht. Laat ik deze discussie ook uit de weg gaan. De media bespelen niet hetzelfde als optreden.
Een publiek boeien met je eigen woorden is gewoon leuk. Of toch meestal. Twee jaar geleden stuurde ik het kortverhaal Het zijn moeilijke tijden in voor Frappant TXT, een wedstrijd in het Antwerpse georganiseerd door Creatief Schrijven. In vijf voorrondes namen telkens tien schrijvers het tegen elkaar op. Een jury stemde de beste podiumbeesten naar de finale in de Bibliotheek Permeke.
Ik kreeg een plek in de voorronde in de bibliotheek van Willebroek. Een paar weken voordien werd er een workshop georganiseerd onder begeleiding van acteur Dimitri Duquennoy en schrijver Bart Koubaa. In de voormiddag zat ik samen met de andere deelnemers in een grote kring op de bovenverdieping van de Antwerpse KBC-toren en deed ik mijn tekst. Duquennoy vond een aantal zinnen verwarrend, maar voor de rest waren de reacties positief. In de namiddag gingen we naar De Studio om onze microfoon-angst te overwinnen. Eerst durfde ik niet opnieuw voor die groep te staan, uiteindelijk durfde ik het wel, maar toen was het te laat. Ik kon mijzelf wel slaan.
De voorronde liep als een trein. Ik voelde mij rustig en ging met vertrouwen het podium op. Ik zei mijn eerste zin en wist: vandaag wordt het niets.
Een paar zinnen later had ik een black-out.
De vijf daaropvolgende seconden leken een eeuwigheid te duren.
'Ik ben mijn tekst vergeten,' zei ik tegen de micro. Gelukkig schoten mij op dat moment de juiste woorden weer te binnen. Ik bracht de rest van mijn verhaal zonder gênante onderbrekingen. Ik verknalde het dus niet helemaal, maar ik was allesbehalve tevreden.
Waarom stierven de woorden op mijn lippen? Ik had geen idee. De jury was opvallend mild. Ik werd niet gepakt op mijn black-out. Maud Vanhauwaert zei dat ik de stilte beter moest gebruiken. Het publiek weet immers niet wanneer iemand zijn tekst is vergeten. De reactie van Sylvie Marie lag in de lijn van die van Duquennoy: mijn tekst was verwarrend.
Mijn eerste reactie was: 'ik ga nooit meer op de planken staan.'
Mijn tweede reactie was: bekijk de tekst opnieuw en leer optreden.
Ik nam ook de tijd om te kijken hoe anderen op het podium stonden. In het cultureel centrum van Heusden-Zolder zag ik een magistrale Dirk Roofthooft de poëzie van Joseph Brodsky brengen. Hij liet tussen de zinnen ellenlange pauzes vallen. De woorden kregen de ruimte om te wervelen in het hoofd van het publiek. De kracht van zijn zegging was subliem. Elk woord had hij begrepen en gevoeld. Roofthooft legde ons met zijn lezing geen betekenis op. Zijn performance hielp ons om tot een eigen interpretatie van Brodsky's poëzie te komen. Na de voorstelling bleef ik verbaasd in mijn stoel achter. Ik keek naar mijn vriendin en zei: 'Dat wil ik ook kunnen.'
De Turbinezaal van De Centrale botste met mijn verwachtingen: het podium was groot en hoog.
Ik daarop? Geen denken aan.
Maar, ik kon niet meer terug.
De uitgever, Inan Akbas, zorgde voor een strak programma dat door Inge Paulussen aan elkaar werd gepraat.
In de coulissen gaf comédienne Öznur Karaca mij een goede raad: 'Geniet ervan'. Ik werd aangekondigd, ging de trapjes op en zei: 'Ik vind het een beetje intimiderend, maar ze hebben mij gezegd dat ik ervan moet genieten.'
Ik was te verlegen om mijn erotisch verhaal voor te lezen, dus deed ik poëzie. Na de tweede regel van het eerste gedicht dacht ik: zo gaat mijn tekst niet. Ik begon opnieuw en haalde zonder nieuwe haperingen het einde van mijn drie gedichten. Nadien vroeg een dame om haar exemplaar van Aangeboord talent te signeren. Bijna had ik mijn gezelschap gevraagd om in mijn arm te knijpen.
Nergens staat of valt de kracht van woorden zo duidelijk als op een podium. Iets wat niet werkt op papier, werkt zeker niet voor een publiek. Hardop lezen is een perfect middel om zwaktes van een tekst bloot te leggen. In het beste geval staat je verhaal of gedicht op punt voor je optreedt, maar soms besef je pas dat het ritme sputtert wanneer je je werk voordraagt buiten de vertrouwde muren van je woonkamer.
Moet een schrijver een performer zijn? Daarover lopen de meningen uiteen. Het helpt als je jezelf kunt verkopen. Vlotte praters vinden sneller hun weg naar een stoel van De wereld draait door of Villa Vanthilt. De ene schrijver is daar al gelukkiger mee dan de andere. Zulke discussies eindigen vaak in een oeverloos gelul over de grens tussen pulp (geschreven door een mediageile auteur die centen wil verdienen) en literatuur (geschreven door een auteur die weigert zijn ziel te verkopen voor een hogere oplage). Ik geloof niet dat schrijvers zo makkelijk in een van die twee hokjes kunnen worden ondergebracht. Laat ik deze discussie ook uit de weg gaan. De media bespelen niet hetzelfde als optreden.
Een publiek boeien met je eigen woorden is gewoon leuk. Of toch meestal. Twee jaar geleden stuurde ik het kortverhaal Het zijn moeilijke tijden in voor Frappant TXT, een wedstrijd in het Antwerpse georganiseerd door Creatief Schrijven. In vijf voorrondes namen telkens tien schrijvers het tegen elkaar op. Een jury stemde de beste podiumbeesten naar de finale in de Bibliotheek Permeke.
Ik kreeg een plek in de voorronde in de bibliotheek van Willebroek. Een paar weken voordien werd er een workshop georganiseerd onder begeleiding van acteur Dimitri Duquennoy en schrijver Bart Koubaa. In de voormiddag zat ik samen met de andere deelnemers in een grote kring op de bovenverdieping van de Antwerpse KBC-toren en deed ik mijn tekst. Duquennoy vond een aantal zinnen verwarrend, maar voor de rest waren de reacties positief. In de namiddag gingen we naar De Studio om onze microfoon-angst te overwinnen. Eerst durfde ik niet opnieuw voor die groep te staan, uiteindelijk durfde ik het wel, maar toen was het te laat. Ik kon mijzelf wel slaan.
De voorronde liep als een trein. Ik voelde mij rustig en ging met vertrouwen het podium op. Ik zei mijn eerste zin en wist: vandaag wordt het niets.
Een paar zinnen later had ik een black-out.
De vijf daaropvolgende seconden leken een eeuwigheid te duren.
'Ik ben mijn tekst vergeten,' zei ik tegen de micro. Gelukkig schoten mij op dat moment de juiste woorden weer te binnen. Ik bracht de rest van mijn verhaal zonder gênante onderbrekingen. Ik verknalde het dus niet helemaal, maar ik was allesbehalve tevreden.
Waarom stierven de woorden op mijn lippen? Ik had geen idee. De jury was opvallend mild. Ik werd niet gepakt op mijn black-out. Maud Vanhauwaert zei dat ik de stilte beter moest gebruiken. Het publiek weet immers niet wanneer iemand zijn tekst is vergeten. De reactie van Sylvie Marie lag in de lijn van die van Duquennoy: mijn tekst was verwarrend.
Mijn eerste reactie was: 'ik ga nooit meer op de planken staan.'
Mijn tweede reactie was: bekijk de tekst opnieuw en leer optreden.
Ik nam ook de tijd om te kijken hoe anderen op het podium stonden. In het cultureel centrum van Heusden-Zolder zag ik een magistrale Dirk Roofthooft de poëzie van Joseph Brodsky brengen. Hij liet tussen de zinnen ellenlange pauzes vallen. De woorden kregen de ruimte om te wervelen in het hoofd van het publiek. De kracht van zijn zegging was subliem. Elk woord had hij begrepen en gevoeld. Roofthooft legde ons met zijn lezing geen betekenis op. Zijn performance hielp ons om tot een eigen interpretatie van Brodsky's poëzie te komen. Na de voorstelling bleef ik verbaasd in mijn stoel achter. Ik keek naar mijn vriendin en zei: 'Dat wil ik ook kunnen.'
Abonneren op:
Posts (Atom)

