Posts tonen met het label Lydia Davis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lydia Davis. Alle posts tonen

woensdag 10 mei 2017

Vind ik leuk - 5 stukken over de kunst van het schrijven

Het internet bulkt van de goede teksten over de kunst van het schrijven. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.

1. Lydia Davis's very short stories 
Korte inhoud: Schrijven = woorden wegen.

Waarom: In een zeer kort verhaal (zkv) staat geen woord te veel. Lydia Davis, de zkv-schrijfster van het moment, weet dat als geen ander. In dit stuk laat ze de ontstaansgeschiedenis zien van In a House Besieged. Ze legt de eerste naast de laatste versie en motiveert haar redactionele keuzes. Een beeld dat niets toevoegt of voor verwarring zorgt, wordt onverbiddelijk geschrapt.

Welk citaat moet je onthouden: In those days, I said that flies 'crept,' whereas now, after reading Nabokov on flies, I would never say that - they do not creep, but walk.

Wie: Lydia Davis, een Amerikaanse schrijfster. Ze staat ook bekend om haar vertalingen van Franse klassiekers naar het Engels. In 2013 won ze de Man Booker International Prize.

Site: The Atlantic, een Amerikaans magazine en digitaal platform. The Atlantic brengt nieuws over buitenlandse zaken, politiek, economie en culturele trends.

Ga naar het stuk

2. Failing to write a novel in the most distraction-free place on earth
Korte inhoud: De beste romans ontstaan in afzondering, maar dat is natuurlijk onzin.

Waarom: Na een succesvol traject creatief schrijven beloont de universiteit van Boston de jonge auteur Nell Stevens met een beurs. Met dat geld kan ze drie maanden lang in een schrijversresidentie naar keuze verblijven. Ze kiest voor de Falklandeilanden in de winter, een plek waar rond die tijd van het jaar weinig te beleven is. Ze wil er ongestoord schrijven aan een roman. Begin 2017 debuteerde Nell bij uitgeverij Penguin met Bleaker House, een boek over het falen van het schrijven van een roman.

Welk citaat moet je onthouden: Stalled toward the end of her term on the island, Stevens consults the outline she produced with optimism weeks earlier, only to find that under the heading 'Climax & Resolution' she has written the useless injunction: 'Work this out! Everything comes together and all the questions are answered.'

Wie: Rebecca Mead, huisschrijfster van The New Yorker.

Site: The New Yorker, een Amerikaans magazine dat een mix van reportages en commentaren over actuele kwesties brengt, maar ook fictie en poëzie.

Ga naar het stuk

3. De woorden en de dingen
Korte inhoud: Taal bepaalt de manier waarop wij de werkelijkheid ervaren.

Waarom: Ooit al eens gehoord van de Sapir-Whorf-hypothese? Volgens die hypothese is er een verband tussen onze taal en ons denken. Taal zou de manier bepalen waarop je de wereld waarneemt. Die hypothese grijpt Marja Pruis aan om het te hebben over de film Arrival, voetballer Patrick Kluivert, filosoof Jaap van Heerden en tot slot, aan de hand van een bizarre anekdote over een bezoek aan een naaktstrand, de dichter Fernando Pessoa.

Welk citaat moet je onthouden: De Hopi-indianen zouden meer respect hebben voor de natuur, omdat zij werkwoorden hadden voor verschijnselen waar wij alleen maar zelfstandige naamwoorden voor hebben, zoals onweer, lawaai, storm.

Wie: Marja Pruis, een Nederlandse journaliste, essayiste en romanschrijfster. In 2013 won ze de Jan Hanlo Essayprijs voor Kus me, straf me.

Site: De Groene Amsterdammer, het oudste opinieblad van Nederland met commentaren over politiek, maatschappij, cultuur en literatuur.

Ga naar het stuk

4. On terrible writing advice from famous writers
Korte inhoud: Zelfs de grootste auteurs verkopen al eens bullshit.

Waarom: Lijstjes doen het goed op het internet. Voor lijstjes met schrijfadvies is dat niet anders. Je weet heus wel dat die bestseller niet in zeven eenvoudige stappen op papier staat, maar toch klik je ... voor het geval dat. Alle adviezen ten spijt, zit je als schrijver uiteindelijk alleen voor het witte blad. Op elke regel bestaan immers veel uitzonderingen. Daar zou je neerslachtig van kunnen worden of ontzettend strijdlustig. Als schrijver ben je vrij, onder andere om tegen elke (ongeschreven) regel stevig te zondigen.

Welk citaat moet je onthouden: Advice often robs us of the things we love.

Wie: Danielle Dutton, een Amerikaanse schrijfster en uitgeefster.

Site: Literary Hub, een site die de beste online teksten over literatuur bundelt en op een overzichtelijke manier presenteert.


Ga naar het stuk

5. 10 tips on writing from David Ogilvy
Korte inhoud: Een lijstje!

Waarom: Want aan een goed lijstje kan niemand weerstaan. In 1982 stuurde reclamemagnaat David Ogilvy een interne memo* naar zijn werknemers met als titel Hoe te schrijven. Tien poepsimpele tips waarvan je denkt dat je ze al lang toepast ... tot je plots een oude e-mail vol fouten onder ogen krijgt waar (warempel!) jouw naam onder staat. O ja, dat was die e-mail die je vergat na te lezen (tip 7). De tips zijn niet alleen handig voor het schrijven van zakelijke teksten, maar ook voor proza en zelfs poëzie. In menig (overheids)bedrijf zou de oorspronkelijke memo, inmiddels 35 jaar oud, nog eens de ronde moeten doen. Wat me eraan doet denken: heb jij onlangs ook je belastingbrief gekregen?

*Dat is ongeveer hetzelfde als een e-mail, maar dan op papier en trager.

Welk citaat moet je onthouden: 10. If you want ACTION, don't write. Go and tell the guy what you want.

Wie: Maria Popova, een Bulgaarse blogger, schrijfster, lezer en criticus.

Site: Brain Pickings, een blog tjokvol interessante stukken over kunst, wetenschap, psychologie, filosofie, geschiedenis, politiek, antropologie en meer.

Ga naar het stuk

woensdag 11 mei 2016

Af en toe een fragment - Lydia Davis

I don't consciously avoid metaphors, or similes for that matter. If they don't happen in my writing, it may be because I find the thing I am writing about compelling enough without comparing is to something else. Maybe I don't want to introduce some completely different world or image. For instance, in the case of the cornmeal making little drops of condensation in the story Cornmeal, I could say, 'like little nipples on the underside of the plate,' but then you introduce nipples into the story. Or dew drops - 'like little dew drops' - but then you introduce the outdoor landscape. If I avoid metaphor, and if I have to think of a reason why, it may be that I don't want to distract from the one thing I'm concentrating on, and a metaphor immediately does that. It introduces some completely, even incongruous, other image and world.

Fragment uit een interview in The Paris Review met Lydia Davis.

dinsdag 9 juni 2015

Af en toe een zin

I remember knowing, very explicitly, that I had to grow up and be something or do something, when I only wanted to read. I wanted to grow up and just be a reader, just someone who read. Even then I knew that wasn't a job.

Fragment uit een interview met Lydia Davis in The Paris Review.

zaterdag 29 juni 2013

Planken (deel 2)

Deel 1 vind je hier.

Dankzij Dirk Roofthooft wilde ik in de poëzie van Joseph Brodsky leven. Erwin Mortier deed mij naar Godenslaap verlangen nadat ik hem de openingsalinea's hoorde voorlezen op het Passa Porta festival. Eerst weergalmde zijn stem in de protestantse kerk in Brussel, de rest van de dag hoorde ik ze in mijn hoofd. Gerrit Kouwenaar horen voordragen op de cd Dat is alles had een averechts effect. Hij bromde zich door zijn schitterende gedichten. Ik begreep amper een woord van wat hij zei.

'Hoe schrijft u dan?' zou ik Kouwenaar willen vragen. Een gedicht op punt stellen, is voor mij onlosmakelijk verbonden met hardop voorlezen. Hoe doet Kouwenaar dat dan? Hoort hij zichzelf anders dan ik dat doe? Vertrouwt hij op zijn innerlijke oor? Of misschien heeft hij een partner die elke avond uit zijn werk voorleest zodat hij de haken en ogen uit zijn kladversie kan halen?

Een half jaar na Frappant TXT mocht ik naar Dichters in de Prinsentuin, een jaarlijks poëziefestival in een prachtige tuin in Groningen. Samen met veel andere dichters, amateurs en professionals, kreeg ik een plek in de loofgangen. Ik probeer zo'n loofgang even te visualiseren voor mensen die het festival niet kennen:
Denk aan een haag.
Denk aan een gat in de haag.
Denk aan een dichter aan het gat in de haag.
Denk aan veel dichters aan veel gaten in verschillende hagen.
Denk aan een publiek aan de andere kant van het gat in de haag.
Het publiek loopt kriskras door elkaar en blijft staan bij dichters naar wie ze willen luisteren.

45 minuten lang moest ik poëzie verkopen aan mijn eigen gat. 45 minuten, dacht ik, ik heb niet eens genoeg gedichten voor een half uur. Gelukkig blijven mensen nooit de hele tijd bij één dichter staan. Je kunt hetzelfde gedicht wel tien maal doen elke keer als je nieuwe gezichten aan je groene loketje hebt staan.

Voor het eigenlijke optreden in de loofgangen, was er een korte workshop bij Rodaan Al Galidi en Anneke Claus. Ze vertelden over hun ervaring op het podium en de wijze waarop dit hun poëzie op papier had beïnvloed. Daarna gaven ze ons de opdracht om te oefenen aan een geïmproviseerd gat = achter een toog zonder bier in de bibliotheek van Groningen.

Al Galidi en Claus overrompelden ons niet met tips en trucs. Ze zorgden voor een aangename, zorgeloze sfeer. Dat was een realistische aanpak. Een podiumbeest word je door ervaring, niet door een workshop van enkele uren. 'Gewoon lezen,' zei Al Galidi, 'altijd blijven lezen, zelfs al luistert er niemand naar jou.' Zijn advies bleek in de loofgangen te kloppen. Een dichter die voortdurend voorlas, trok meer volk dan iemand die wachtte tot er iemand bij hem stond.

Het was zomer, de zon scheen, de sfeer onder de dichters zat goed, en ik droeg 45 minuten lang voor alsof mijn leven ervan afhing. 'Laatste gedicht,' riep iemand veel te vroeg. Ik wilde nog niet stoppen. Na de laatste versregels besefte ik pas hoe erg ik aan het zweten was. 45 minuten geconcentreerd voordragen was fysiek zwaarder dan ik had gedacht. Ik voelde zowaar die adrenaline-stoot waar sporters over spreken (en die mij nooit overkomt als ik mij aan sport waag).

Nee, natuurlijk gaf ik in Groningen geen perfect optreden, maar het was het beste waartoe ik op dat moment in staat was. Het belangrijkste was dat ik ervan heb genoten en dat het mij een boost heeft gegeven om verder te doen.

Tijdens mijn eerste jaar woord/voordracht aan het conservatorium werd ik na de eerste les met de neus op de feiten gedrukt. Ik moest werken aan uitspraak, spreektoon, houding en inlevingsvermogen. Dat is ongeveer alles wat een woordkunstenaar nodig heeft om op een podium te kunnen staan. In het begin onderbrak mijn docent, Michel Kempeners, mij na elke zin, soms zelfs na elk woord. Het kon anders, beter. 'En Ward,' zei hij, 'denk aan je houding.'

Voor het examen op het einde van het schooljaar deed ik, samen met een medestudente, een mash-up van Gelukkige herinneringen (uit Variaties van ongemak) van Lydia Davies en Rockaby van Samuel Beckett. Met knikkende knieën stapte ik naar het midden van het podium en zei de eerste zin die ik al vijftig keer of meer had geoefend.

'Misschien zal de radio voldoende zijn om die dagen te vullen.'

Waarom wil ik dit? Waarom kies ik voor die stress? Die vragen stel ik mij altijd wanneer tijdens die eerste zinnen voor een publiek sta te bibberen. De antwoorden komen pas na afloop. Oefenen voor de spiegel of in de les is één ding, optreden is net dat tikje specialer. Er is het podium, de belichting, de stilte, het publiek en de hoop dat minstens één iemand een zin mee naar huis neemt die dagenlang wervelt in zijn gedachten.

zaterdag 25 mei 2013

Af en toe een zin

Het wemelt in de stad van oude zwarte vrouwen die zijn aangesteld om om zeven uur 's ochtends mensen op te bellen en met gedempte stem naar Lisa te vragen.

Uit Bezoek aan haar man van Lydia Davis.

zondag 7 april 2013

Boeken gekocht

Aangezien schrijven onlosmakelijk verbonden is met lezen, kan het nooit kwaad om boeken te kopen. Een excuus waarmee ik mijzelf sus wanneer ik weer eens te veel boeken heb gekocht in een kort tijdsbestek.

Ik heb al verschillende trucs geprobeerd om minder boeken te kopen:
  1. Vanaf januari begin ik met het maken van een lijstje van boeken die ik wil voor kerst. Graad van succes: ik heb de neiging om lijstjes zo snel mogelijk af te werken. U raadt het gevolg?
  2. In januari heb ik goede voornemens, een daarvan is elk jaar opnieuw: ik koop geen boeken meer tot ik alle ongelezen boeken in mijn kast heb uitgelezen.  Graad van succes: betwijfelbaar. Meestal houd ik een paar weken stand, maar dan kan ik plots ontploffen in een boekhandel omdat ik mij te lang heb moeten inhouden. Een dergelijk scenario speelde zich af de voorbije week. 
Een boekenminnende vriendin zei recent nog tegen mij: 'Boeken zijn een originele manier om je huis te isoleren.' Als ik het zo bekijk, dan werkt mijn verslaving kostenbesparend. 

Dus, ik kocht: 

Audur Ava Ólafsdóttir - Rosa candida

Het passa porta festival was een droom. Een hele zondag wandelde ik door Brussel op zoek naar oranje ballonnen en schrijvers.  Het hoogtepunt was een interview van Maria Vlaar met twee IJslandse auteurs: Audur Ava Ólafsdóttir en Sjón. Beide schrijvers hielden ervan om met de IJslandse clichés (beetje wereldvreemd, schuw, tikje naïef) te spelen. Net op het moment dat je dacht: dus ze zijn echt zo?, haalden ze uit met een gevatte repliek waaruit bleek dat ze heus wel weten dat trollen en elfen niet echt bestaan.
Van Sjón ken ik beide romans en de songs die hij voor Björk heeft geschreven, maar van Ólafsdóttir had ik nog nooit gehoord. Ze oogde een tikje verwilderd met haar grote bos rode haren. In het interview ontpopte ze zich tot een assertieve dame die het gesprek moeiteloos naar haar hand zette. Ólafsdóttir deed het met zo veel flair dat het publiek het haar meteen vergaf.  Ze las een fragment voor uit haar derde roman Rosa candida. Wat klonk die IJslandse taal zoet en ritmisch uit haar mond. 

Renate Dorrestein - De blokkade

Ik las al verschillende fragmenten uit Het geheim van de schrijver, een van de toegankelijkste boeken over schrijven. In De blokkade gaat ze dieper in op writer's block.

Alessandro Baricco - De barbaren

Een verzameling essays over de angst voor culturele verloedering. Het boek werd oor Sarah Meuleman gebruikt als uitgangspunt voor het televisieprogramma Sarah's barbaren. Daarin interviewde ze zes kunstenaars die met hun werk de huidige opvattingen over kunst op losse schroeven willen zetten. Wat verwacht ik van dit boek? Een aanknopingspunt om kunst beter te leren begrijpen. 

Lydia Davis - Bezoek aan haar man

Dankzij die ene vriendin die boeken gebruikt als isolatie (gelooft iemand dat?) leerde ik Lydia Davis kennen. Ze stuurde mij een aardig brief met kortverhalen van deze Amerikaanse schrijfster. Gelukkige herinneringen, een kortverhaal uit haar andere bundel Varianten van ongemak, vond ik hilarisch, triest en herkenbaar. Ik was meteen fan!
Davis wordt getypeerd als een schrijfster die vooral wordt geapprecieerd door andere schrijvers. Lees: haar teksten zijn te moeilijk voor het grote publiek. Haar teksten balanceren tussen proza en poëzie. Maar maakt haar dat moeilijk of ontoegankelijk? Onzin! Haar taal is eenvoudig en de teksten zijn soms ultrakort. Een ideale mix in twittertijden. 

Albert Camus - De vreemdeling

Omdat klassiekers lezen belangrijk is. Ik heb de Nederlandse vertaling gekocht omdat mijn Frans te slecht is. Op het passa porta festival heeft Julian Barnes, een grote liefhebber van Franse literatuur, mij warm gemaakt voor De vreemdeling door dieper in te gaan op die prachtige eerste zin: 

'Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet.' 

Een leven samengevat in twee zinnen. Dan kan de rest toch niet tegenvallen? 

Raymond Carver - Will you please be quiet, please?

Een schrijver die mij telkens opnieuw met de neus op de feiten drukt: korter is beter en krachtiger. Schrijven is schrappen tot slechts het noodzakelijkste overblijft. Carver beheerste de techniek van het kortverhaal tot in de puntjes. What we talk about when we talk about love blies mij omver, en ook over Will you please be quiet, please? wordt door kenners vol lof gesproken. Mijn verwachtingen zijn groot.

En dan nog een kleine, iets minder literaire, uitsmijter: ik ben verslaafd aan de getekende moppen van Eva Mouton. Onlangs heb ik vier badges met Mouton-tekening gekocht om op mijn jas, trui, rugzak, etc te spelden. Trots om Eva Mouton-fan te zijn, dat ben ik!
Ik zet mij ook actief in om mijn omgeving van haar grootsheid te overtuigen. Ik lees haar verhaaltjes luidop voor en leg ze uit aan wie het maar horen wil. De ervaring leert dat ze uiteindelijk allemaal vallen voor een goeie Eva's gedacht.
Onlangs won Eva Mouton zelfs een award voor haar blog. Op de uitreiking droeg ze haar, inmiddels welbekende (voor de fans), propere, roze blazer. Proficiat Eva! Misschien zak ik op 11 mei af naar De Standaard in Leuven want dan signeert ze haar boek.