Posts tonen met het label Handleiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Handleiding. Alle posts tonen

dinsdag 3 juli 2018

Richt een schrijfgroep op - een handleiding

 Schrijfgroep
Dus je wilt een schrijfgroep oprichten? Een schitterend voornemen. Om de zoveel tijd zul je samen met andere schrijvers elkaars teksten lezen en bespreken. Hoe begin je daaraan? In dit blogbericht vind je vijf onmisbare tips. Een schrijfgroep oprichten? Dat doe je zo.

1. Vind de juiste mensen
Een schrijfgroep bestaat bij voorkeur uit zes tot acht mensen. Als het even meezit, ontstaat je groep spontaan. Wie graag schrijft, kent mensen die schrijven. Die mensen kennen op hun beurt weer andere schrijvers. Voor je ’t weet zit je elke drie maanden met een toffe groep dichters of romanciers in spé samen aan je keukentafel.

Soms moet je het ontstaan van je schrijfgroep een handje helpen. Spreek eerst je eigen netwerk aan, face-to-face of op Facebook. Levert die aanpak weinig op, publiceer een openbaar bericht op sociale media, maak een topic aan op het forum van Schrijven Online, grasduin in het schrijfgroep-overzicht van Creatief Schrijven of trek je stoute schoenen aan in de wandelgangen van een literair evenement. Daar vind je vast en zeker enkele gelijkgezinden.

Stel: je post een bericht op Facebook en ontvangt een stroom aan reacties. Wie kies je voor je schrijfgroep? Ga voor een goede mix van leeftijden, geslachten en schrijfervaring. Let erop dat het niveauverschil tussen de schrijvers niet te groot wordt. Een groep samenstellen is een gok. Een uitgebalanceerde mix van deelnemers kan in praktijk niet werken. Grijp in als je ziet dat het fout loopt.

Laat deelnemers vrij te kiezen hoe ver hun engagement reikt. Sommige mensen hebben het na twee bijeenkomsten wel gezien, terwijl anderen jarenlang trouw blijven komen. Ga na waarom iemand afhaakt, maar praat ook met de diegenen die er altijd zijn. Leer je sterktes en zwaktes kennen. Alleen zo kun je uitgroeien tot een sterke groep waarin oudgedienden en groentjes zich tiptop voelen.

Schrijfgroep
Spreek je vriendenkring aan.
2. Maak goede afspraken
Waar spreken we nu ook alweer af? Om hoe laat beginnen we echt? Wanneer ronden we af? Zorg ik zelf voor kopies van mijn tekst? Iedereen die een schrijfcursus volgt of in een schrijfgroep zit, stelt zich ooit deze vragen. Waarom? Omdat de initiatiefnemers vergaten goede afspraken te maken.

Is dat echt zo belangrijk? Toch wel. Niemand komt graag aan op de verkeerde plaats. De meeste deelnemers hebben overdag en ’s avonds verplichtingen, zowel professioneel als privé. Vertel hen hoeveel tijd ze voor een bijeenkomst moeten voorzien. En dan zijn er nog de kopies. De meeste mensen houden van tekst op papier, zelfs als het verhaal of gedicht goed wordt voorgelezen. Wat is er erger dan geen kopies? Te veel kopies. Zonde voor al die bomen die voor niets tegen de grond gingen.

Goede afspraken zorgen ervoor dat iedereen weet wat er wordt verwacht. Vat je afspraken samen in korte zinnen en herhaal ze geregeld voor elkaar. Voor de vorm kun je zelfs een voorzitter en secretaris aanduiden. Hoe formeel je die rollen invult, bepaal je zelf. Een voorzitter kan handig zijn als aanspreekpunt voor vragen, een secretaris als iemand die administratief alles in goede banen leidt.

Goede afspraken zorgen voor instant schrijfgroepgeluk. Als er geen twijfel over plaats, uur en kopies bestaat, kun je je tijdens een bijeenkomst maximaal aan je kernactiviteit wijden: teksten lezen en feedback geven.

Schrijfgroep
Een goede afspraak is nooit verkeerd.
3. Beperk de administratie
Administratie, jakkes! Helaas ontsnapt ook jouw schrijfgroep er niet aan. De kunst is om de administratie minimaal te houden. In de aanloop naar een bijeenkomst stuurt de voorzitter of secretaris één duidelijke e-mail naar iedereen. Wees als deelnemer spaarzaam met de reply all-knop. Zo zorg jij er mee voor dat de e-mails over de groep ook echt door iedereen worden gelezen.

Dat valt qua administratie best mee, toch? In praktijk blijven de e-mails niet beperkt tot slechts één bericht in de aanloop naar een bijeenkomst, zeker niet bij schrijfgroepen met ambitie. Ze barsten van de goede ideeën: een toonmoment, een gelegenheidspublicatie, een schrijfwedstrijd, … Stuk voor stuk interessante voorstellen, maar ze vragen tijd van de initiatiefnemers. Er gaan al gauw twee of drie weekavonden op aan e-mails beantwoorden en werkbezoeken. Heb je die tijd? Prima. Wil de hele groep tijd maken? Nog beter. Zo niet, blijf bij je kernactiviteit. Als je erin slaagt op regelmatige basis bijeenkomsten te organiseren, heb je al heel veel bereikt.

Een goed draaiende schrijfgroep wordt te snel als een vanzelfsprekendheid beschouwd. Pas wanneer het misloopt, besef je dat er meer bij komt kijken dan wat tafels, stoelen, een hapje, een drankje en teksten. De belangrijkste succesfactor van een schrijfgroep is: enthousiasme. De meeste mensen hebben een hekel aan administratie en verplichtingen. In hun vrije tijd willen ze zich daar niet mee bezighouden. Als een schrijfgroep in een takenlijst verandert, haken ze vroeg of laat af.

Het is eeuwige zonde als een schrijfgroep bezwijkt onder administratieve druk. Zorg ervoor dat het niet zover komt. Denk pas na over nieuwe initiatieven als de schrijfgroep goed draait. Stamp iets nieuws uit de grond als dat project door genoeg deelnemers wordt gedragen.

Schrijfgroep
Doe het onverwachte.
4. Zorg voor variatie
Je stelt een toffe groep samen, maakt goede afspraken en beperkt de administratie. Iedereen bezorgt op tijd een tekst voor de bijeenkomst en niemand begint onvoorbereid aan de feedbackrondes.  Iedereen heeft het ontzettend naar de zin. Je schrijfgroep loopt met andere woorden op wieltjes. Top! Maar, blijf alert.

Mensen zijn groepsdieren. In een groep nemen deelnemers al gauw een bepaalde positie in. Voor je ’t weet, roest hij of zij vast. Schrijver a geeft vooral technische feedback, schrijver b focust zich liever op de leeservaring en schrijver c valt altijd over taal- en spellingsfouten. Als iedereen keer op keer op dezelfde manier feedback geeft en krijgt, wordt een bijeenkomst voorspelbaar en saai.

De remedie is poepsimpel: varieer. De start van een rondje feedback bepaalt het vervolg. Geef daar een draai aan en het gesprek neemt een verrassende wending. Wees zo creatief mogelijk. In een kamer met schrijvers mag dat geen probleem zijn. De eenvoudigste ideeën zijn de beste. Bijvoorbeeld duid bij elke bijeenkomst een andere deelnemer als moderator aan. Iedereen heeft eigen voorkeuren en stokpaardjes en zal de feedback anders leiden. Of laat mensen hun appreciatie voor een tekst samenvatten in een woord, een kleur of windrichting. Dwing deelnemers met zachte hand uit hun comfortzone te komen.  

De wereld van de literatuur is groter dan de plek waar je schrijfgroep verzamelt. Feedback en inspiratie krijg je niet alleen tijdens bijeenkomsten. Trek erop uit met de groep: wandel door het bos, ga naar een poëzieavond of bezoek een museum. Geef je over aan het ritme van je voetstappen, luister naar een ervaren dichter of duik in een schilderij van Magritte. Soms leer je het meest als je kijkt en zwijgt en iedereen om je heen precies hetzelfde doet. 

Schrijfgroep
Maak het gezellig, maar niet te.
5. Houd het gezellig
Een schrijfgroep speelt zich voor de meeste mensen in hun vrije tijd af. En dan doen ze het liefst van al alleen maar leuke dingen. Dat staat het maken van duidelijke afspraken en een goede voorbereiding echter niet in de weg. Dat kost tijd en moeite, maar die verdien je dubbel en dik terug als de schrijfgroep een geslaagde avond beleeft.

Laat je de boel liever waaien? Ook goed, maar let erop dat je schrijfgroep niet in een praatbarak verandert. Gaat het een half uur over literatuur en de rest van de tijd over je laatste reis, je favoriete recept voor slagroomtaart en het Tinder-profiel van je getrouwde buurman? Ga dan op café of nodig elkaar uit voor een koffieklets. Maak het tijdens de feedbackrondes gezellig, maar niet te.

Af en toe mag een bijeenkomst pure fun zijn. Small talk tussen het feedbacken van twee teksten door is prima, zolang je op tijd terug aan het werk gaat. Je bent lid van een schrijfgroep omdat je een betere schrijver wilt worden. Al de rest – wijn, chips en eeuwige vriendschap – is bonus.

Ben ik een onmisbare tip vergeten? Laat het me weten.
Maak je deel uit van een schrijfgroep en zoek je nieuwe leden? Laat je contactgegevens achter in de opmerkingen-box onder dit bericht.

Meer handleidingen lezen? Klik hier.

dinsdag 15 mei 2018

Publiceren in een literair tijdschrift – een handleiding

Literaire tijdschriften
Je hebt hard gewerkt aan een tekst en wilt hem publiceren in een literair tijdschrift. Een schitterend voornemen. Maar hoe begin je daaraan? Als schrijver en ex-redacteur van een literair tijdschrift deel ik graag mijn ervaring met jou. Wat zijn de belangrijkste do’s-en-don’ts? In dit blogbericht vind je 5 onmisbare tips voor een strak plan van aanpak. Publiceren in een literair tijdschrift? Dat doe je zo.

1. Schrijf een goede bijdrage
Alles begint met een goede tekst. Hoe doe je dat? Lees en schrijf veel. Meer informatie daarover vind je in mijn handleidingen over lezen en schrijven.

Hoe weet je of een tekst klaar is voor publicatie? Daar bestaat geen succesrecept voor. Je moet het voelen. En ja, ik weet dat voelen een vreselijk woord is. Want hoe gaat dat dan? Jaagt een of andere godheid van de literatuur een bliksemschicht door je bloedbaan als je tekst perfect is? Nou nee, dat zou makkelijk en tegelijkertijd gruwelijk zijn.

Als auteur moet je het idee hebben dat je zelf niets meer aan je tekst kunt veranderen. Heb je dat gevoel niet, dan is je bijdrage waarschijnlijk niet klaar voor publicatie. Vraag om feedback aan een vriend of leg je tekst een tijdje weg om hem daarna met een frisse blik te bekijken. Schrijf en herschrijf net zolang tot je denkt: nu is het af!

Weet dat de meeste redacties van literaire tijdschriften bijna volledig op vrijwilligers draaien. Het gaat vaak om mensen die er, naast hun literaire engagement, een betaalde baan op nahouden. Denk daaraan als je met veel enthousiasme een half afgewerkte bijdrage indient. Het staat je vrij om halfweg het schrijfproces feedback te vragen, maar de kans dat je die krijgt is klein. Het ontbreekt de meeste redacties aan tijd om auteurs intensief te begeleiden.

Houd er rekening mee dat een redactie een andere mening over je tekst kan hebben. Het is uitzonderlijk dat een bijdrage zonder enige feedback in een nummer wordt opgenomen. Maar dat maakt publiceren nu net zo interessant. Dankzij die feedback leer je kritisch naar je eigen werk kijken. Als schrijver word je daar alleen maar beter van.

Enveloppe
Denk goed na over welke tekst je opstuurt naar een literair tijdschrift
2. Dien één bijdrage in
De mailbox van een literair tijdschrift is geen vuilbak. Bij redacties zinkt de moed in de schoenen als een auteur dertig gedichten of tien kortverhalen opstuurt met als begeleidend bericht: kies maar welke jullie goed vinden. Dat getuigt van weinig respect voor een redactie en (nog erger) voor je eigen werk.

Een veelgehoord schrijfadvies is: wik en weeg je woorden. Dat advies kun je ook gebruiken wanneer je een literair tijdschrift contacteert. Wik en weeg je teksten. Bij welk verhaal, gedicht of essay denk jij het vaakst: die wil ik graag in een tijdschrift zien staan? Stuur bij voorkeur alleen het stuk bovenaan jouw lijstje op. Je kans op succes – een publicatie of feedback – is met een weloverwogen bijdrage groter dan wanneer je een redactie met meerdere teksten overstelpt.

3. Kies het juiste tijdschrift
Elk magazine heeft een eigen gezicht. Voor literaire tijdschriften is dat niet anders. Leer ze kennen. Pluis hun websites uit. Of beter nog: koop en lees ze. Op die manier krijg je een goed beeld van de genres en auteurs die in een specifiek tijdschrift aan bod komen. Het heeft geen zin als debuterend auteur een tekst op te sturen naar een tijdschrift dat geen vrije inzendingen aanvaardt. Stuur geen essay naar een blad dat gedichten uitgeeft. Als de redactie vraagt om teksten van maximum 2 500 woorden, houd daar dan rekening mee. Over honderd woorden meer zal niemand moeilijk doen, over duizend wel.

Kwaliteit primeert op kwantiteit, altijd. Stuur je bijdrage niet op naar zoveel mogelijk tijdschriften in de hoop dat er toch wel eentje tot publicatie zal overgaan. Tenzij je graag door afwijzingen wordt overspoeld. Nooit leuk, zelfs al heb je een dik schrijversvel. Mik je literaire pijlen op de juiste roos. Als een redactie merkt dat je hebt nagedacht over je tijdschriftkeuze, stijgt je kans op succes. Met ‘nagedacht over’ bedoel ik niet dat je in je begeleidende mail die keuze uitgebreid motiveert. Laat in de eerste plaats je tekst spreken. Een redactie kent het DNA van het blad en voelt meteen of jouw tekst daarbij aansluit of niet.

Bernard-Massard
Een publicatie moet je vieren
4. Snap waarom een blad je bijdrage publiceert
Je hebt een tekst geschreven en bij het juiste tijdschrift ingediend. Een paar weken of maanden later ontvang je fantastische nieuws: je bijdrage verschijnt in het volgende nummer. Je waant je vijf seconden lang de volgende winnaar van de Nobelprijs, gaat vervolgens terug met beide voeten op de grond staan en belt je moeder, vader en beste vriend met het goede nieuws.

Je zit vol goede schrijversmoed en denkt: op naar die volgende tekst, een volgende publicatie en een volgende succes. Van een creatieve flow gesproken! Maar … wacht eens even. Tel tot drie, haal diep adem en kijk achterom. Vervelend, ik weet het. Maar van achterom kijken, leer je veel bij. Bekijk die nakende publicatie nog eens van dichtbij. Probeer te begrijpen waarom een redactie voor jouw tekst viel. Gebruik die kennis in je volgende tekst.

Hetzelfde geldt voor slecht nieuws: je krijgt bericht dat je bijdrage niet wordt gepubliceerd. Je waant je vijf seconden lang de slechtste schrijver op aarde, gaat op zoek naar een gat in de grond en sluit je op in je zolderkamertje. Opnieuw: tel tot drie enzo. Vraag je af waarom jouw bijdrage het niet haalde. In het beste geval motiveerde de redactie de afwijzing. Beschouw feedback als een compliment. De redactie zag het potentieel van je tekst, maar vond dat er aan de uitvoering iets schortte. Ga ermee aan de slag. Herschrijf je tekst en bied hem op een later moment opnieuw voor publicatie aan bij hetzelfde of een ander tijdschrift.

5. Beschouw elke publicatie als een kers
Publiceren is leuk, een beetje zoals een kers op een slagroomtaart. Je schrijvershart maakt een sprongetje als je jouw tekst op een literaire site of in een literair tijdschrift ziet staan. Waarom? Omdat je hoopt dat het plezier dat je aan het schrijven beleefde, zal overslaan op een groep lezers die je op je eentje niet zou bereiken.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat je een publicatie relativeert. Je tekst viel in die smaak van één redactie. Leuk, maar wat dan nog? Weet dat je tekst het misschien niet zou gehaald hebben als de redactie uit vijf andere mensen bestond. Elke publicatie een subjectieve mening van een al even subjectieve redactie (en dat bedoel ik niet negatief).

Redacties verdelen de kersen, of anders gezegd de publicatiekansen. Maar schrijvers houden de slagroomtaarten, ofwel de teksten, vast. En zeg nu zelf: als je mag kiezen, ga je dan voor één kers of voor een ganse slagroomtaart? Ik zou het wel weten.

Het belangrijkste is dat je plezier beleeft aan het schrijven zelf. Waardeer niet alleen het eindresultaat van je werk, maar ook de weg ernaartoe. Weet dat je met elke tekst die je afwerkt (en publiceert) ook iets afsluit. De volgende dag ligt er opnieuw een wit blad voor je neus. Meet jouw schrijfsucces en -plezier niet af aan het feit of je wel of niet wordt uitgegeven. Ben jij een schrijver? Een redactie van een literair tijdschrift zal daarover een mening hebben, maar het definitieve antwoord op die vraag ligt altijd op jouw lippen.

Aardbei
Wegens een schromelijk gebrek aan kersen in mijn koelkast neemt deze aardbei de honneurs waar
Werken mijn tips (niet) voor jou? Laat het me weten. Deel ook jouw publicatietips als je vindt dat ik iets over het hoofd heb gezien. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen.

Meer handleidingen lezen? Klik hier.

dinsdag 17 april 2018

Meer schrijven - een handleiding

Meer schrijven - een handleiding
Het begin voor elke schrijver: een wit blad
Dus je wilt meer schrijven? Een schitterend voornemen. Hoe begin je eraan? In dit blogbericht vind je 5 onmisbare tips om er meteen werk van te maken. Voor je ’t weet, vuur je knappe teksten op je lezer af. Meer schrijven? Dat doe je zo.

1. Ontdek jouw schrijfplek
Kom je moeilijk aan schrijven toe? Stel jezelf de vraag waar je zou kunnen schrijven. Het cliché van de schrijver aan een bureau op een zolderkamertje is niet meer van deze tijd. Je hebt auteurs die werken in een speciaal daarvoor ingerichte plek in huis, terwijl anderen overal hun notitieboekje bovenhalen en eraan beginnen.

Ik schrijf het liefst thuis op de bank met pen en papier. Pas nadat ik een eerste kladversie heb neergepend, zet ik me aan de computer. Mijn krabbels gebruik ik als uitgangspunt voor een nieuwe versie. Die versie druk ik af en herwerk ik opnieuw met een pen. Dat pendelen tussen papier en computer gaat net zolang door tot ik helemaal tevreden ben over het resultaat.

Ben je net als ik iemand die thuis schrijft? Zorg ervoor dat je een aangename schrijfplek hebt. Enkele vragen die je je daarbij kunt stellen zijn:
Is het een rustige plek?
Staat er een goede bank, stoel en bureau?
Heb je pen en papier binnen handbereik? En schrijven die pennen goed? Niets zo irritant als een stroef lopende pen tijdens een brainstormsessie.
Denk ook aan mogelijke ‘afleiders’. Ik bedoel zaken zoals een tv of een smartphone. Als je voortdurend wordt afgeleid, raak je nooit in de flow van je tekst. Dat is zonde, voor jou en voor je tekst. Schrijf bij voorkeur in een ruimte zonder tv of leg de afstandsbediening buiten handbereik. Verstop je smartphone in een lade of zet het geluid op stil.

Jouw schrijfplek kan zich overal bevinden: op café, in de bibliotheek, in het park of aan de keukentafel. Sommige mensen hebben nood aan stilte, anderen houden van geroezemoes op de achtergrond. Test enkele plekjes uit. Je hoofd en je lichaam geven snel genoeg aan of je daar goed zit of niet.

Meer schrijven - een handleiding
Mijn favoriete schrijfstoel

















2. Zoek jouw schrijfmoment
Je schrijfplek ontdekken is leuk, maar daarmee ben je er nog niet. Je moet er ook echt aan schrijven toekomen. Je kunt je keukentafel tot schrijfplek uitroepen, maar als je daar voortdurend wordt gestoord, komt er van schrijven niets terecht. Wat je nodig hebt is een schrijfmoment, een moment waarop je ongestoord schrijft.

Een goed idee leg ik meteen vast in de notitie-app van mijn smartphone. Ideeën uitwerken doe ik bijna altijd thuis. Op weekdagen kom ik meestal pas aan schrijven toe na mijn reguliere baan en een rits huishoudelijke ditjes en datjes, zo ergens tussen 21u en 22u. Tijdens het weekend werk ik minder gestructureerd. Ik schrijf dan als ik tijd en zin heb.

Wie zijn eerste stappen als schrijver zet, werkt best met een vast schrijfmoment. Neem je agenda en spreek met jezelf af wanneer je zult schrijven en hoe lang. Als het moment daar is, moet je dan ook echt schrijven. Laat je telefoon rinkelen en je bezoek aan de deur staan. Je hebt geen tijd. Je hebt al een afspraak met jezelf. Op die manier kweek je zitvlees. Zodra je meer schrijfervaring hebt, zul je minder nood voelen om vooraf schrijftijd in je agenda te plannen. Dankzij je schrijfdiscipline kom je als vanzelf in een schrijversflow terecht, waar en wanneer je maar wilt.

Ga op zoek naar een haalbaar schrijfmoment voor jou. Wie zich voorneemt een kortverhaal aan een drukke ontbijttafel met partner en kids te schrijven, maakt het zichzelf moeilijk. Ga liever iets vroeger slapen en schrijf een kwartier in bed. Ben je een ochtendtype? Leg pen en papier op je nachtkastje en laat je wekker een kwartier vroeger rinkelen. Een kwartier lijkt peanuts, maar als je dat ritme een week lang volhoudt, heb je toch maar mooi negentig minuten geschreven.

Meer schrijven - een handleiding
Mijn favoriete boeken zijn altijd binnen handbereik op een speciaal schap in de buurt van mijn computer
3. Vind jouw verhaal
Je tekst moet leven. Hij moet de lezer bewegen. Hoe krijg je dat voor elkaar? Begin bij jezelf. Vraag je af wat jou beweegt. Over iets dat je nauw aan het hart ligt, heb je veel te vertellen.

Heb je moeite om je verhaal te vinden? Laat je inspireren door Dorothea Brande. In haar schrijfgids Becoming a Writer, stelt ze voor dat je elke ochtend een dagboek bijhoudt. Net na het ontwaken zit je hoofd nog niet vol met de ruis van alledag. Schrijf dan vrijuit zolang als je wilt of kunt. Herlees een aantal maanden later je notities. Je zult merken dat er een rode draad door al die losse tekstflarden loopt. Eureka, je hebt je verhaal gevonden!

Ben je geen ochtendtype of dagboekschrijver? Geen probleem. Er zijn wel meer manieren om je verhaal te vinden. Ga voor je boekenkast staan. Boeken zijn een spiegel van wie je bent. Scrol door je afspeellijsten op iTunes. Idem. Of vraag je beste vriend waarover jij lang en veel praat (versta: zeurt). Kijk om je heen en naar jezelf. Vroeg of laat bots je op een verhaal dat als een constante door je leven loopt.

Met jouw verhaal bedoel ik niet jouw autobiografie. Opnieuw: zoek naar een rode draad die door je ervaringen, overpeinzingen of dagdromen loopt. Stel: je hebt ontdekt dat je een verhaal over de liefde wilt schrijven. Die ontdekking kun je gieten in een roman die inhoudelijk nauw aanleunt bij ervaringen uit je eigen leven, maar evengoed kun je kiezen voor een liefdesverhaal tussen twee pinguïns op een ijsschots of twee eencellige wezentjes op een onbekende planeet. Als je jouw verhaal te pakken hebt, kun je alle kanten uit. Neem de tijd om het te leren kennen. Het is de katalysator van je tekst en de brandstof als je aan je zoveelste versie begint.

Meer schrijven - een handleiding
Kladversies, losse notities en brainstormsessies op papier
4. Kies een genre
Pin jezelf niet te snel vast op een genre. Veel beginnende schrijvers hebben, nog vóór ze met een tekst starten, voor zichzelf uitgemaakt dat ze een roman gaan schrijven. Ze schrijven zich in voor een cursus proza en stellen vervolgens vast dat ze geen romancier zijn. Een ontnuchterende vaststelling. Nou goed, iedereen moet ergens beginnen en er is soms geen betere les dan beseffen dat je ergens niet goed in bent. Moet je dan stoppen met schrijven? Welnee, ben je gek. De roman is een schitterend literair genre, maar ook niet meer dan dat. Misschien ben jij wel een fantastische schrijver van gedichten, zkv’s of essays?

Ook ik was ooit zo’n beginnende schrijver die een roman op de mensheid wilde afvuren. Ik begon eraan met veel goesting en ambitie. Ik schreef en herschreef naarstig hoofdstuk na hoofdstuk. Tot ik er op een dag geen zin meer in had, laat staan dat ik er nog eens zoveel jaren aan zou zitten knoeien. Ik werd zelfs fysiek onwel als ik aan die roman dacht. Een writer’s block van jewelste. Of toch niet? Ik stopte nooit met schrijven. Toen ik zag dat het met die roman niets werd, begon ik met een blog. En dat doe ik vijf jaar later nog steeds. Bloggen gaat me beter af dan romans schrijven. Hoe langer ik het doe, hoe leuker ik het vind.

Ga na in welk genre jouw woorden het best tot hun recht komen. Het codewoord is: experimenteer. Er is niets leukers dan dat. Vraag je af hoe je tekst zou klinken als puntgedicht, flash fiction of turf van 500+ pagina’s. Op die manier leer je jouw tekst tot in de puntjes kennen en maak je er een topper van. De grenzen tussen genres zijn vager dan je denkt. Poëtisch proza of prozaïsche poëzie? Het bestaat allemaal en werkt prima als je het goed aanpakt. Als je weet welke mogelijkheden de literatuur allemaal biedt, zal jouw schrijfgoesting nooit opdrogen.

Meer schrijven - een handleiding
Eten, drinken, pen, papier en een schrijfboek
5. Spijker je schrijfkennis bij
Levenslang leren, ook schrijvers doen eraan. Ben je een beginner of gevorderde, een autodidact of cursusvreter; voor iedereen zijn er manieren om schrijfkennis fris en actueel te houden. Schrijven is geen hogere wiskunde. Met een aantal eenvoudige tips en trucs kun je meteen aan de slag. Schrijven leer je vooral door het te doen. Pen, papier en verbeeldingskracht, meer heb je niet nodig. Dat maakt van schrijven een goedkope en toegankelijke hobby. Nog een voordeel: je bent nooit te oud om eraan te beginnen.

Spijker jij je schrijfkennis het liefst van al bij vanuit je luie stoel? Kies voor een schrijfboek. Op schrijvenonline.org vind je een overzicht van de schrijfbibliotheek van uitgeverij Atlas Contact. Van kortverhaal tot speech, van  scenario tot gedicht; over zowat elk genre bestaat een boek. Ze vatten kort en krachtig de geplogenheden van het genre samen en zetten je met concrete opdrachten aan het werk. Het voordeel van een schrijfboek is dat je aan je eigen tempo werkt. Heb je een drukke week? Dan zet je jouw schrijfactiviteiten even op een lager pitje. En net daarin ligt ook een valkuil: voor sommige mensen zijn schrijfboeken te vrijblijvend.

Heb je nood aan een stok achter de deur? Kies voor een schrijfcursus. Tijdens een cursus bekwaam je jezelf in het vak onder begeleiding van een schrijfdocent en samen met andere amateurschrijvers. Je leert meer over schrijven en krijgt feedback op je werk. Het cursusaanbod groeit jaar na jaar. Geen genre blijft onbesproken, geen invalshoek is te gek. Schrijven in de stad, op café of in een museum? Een nachtelijke schrijfsessie of een cursus via thuisonderwijs? Er zit vast iets tussen dat jij prettig vindt. En hoe intensief mag het voor je zijn? Een zondagnamiddag, vijf donderdagavonden op rij of meteen een flinke schrijfopleiding van meerdere jaren? De keuze is aan jou. Ik raad iedereen aan om eerst enkele korte cursussen te volgen. Zodra je meer zicht hebt op wie je als schrijver bent, kun je kiezen voor een langere opleiding die aan jouw noden tegemoet komt. 

Stiekem voeg ik nog een zesde tip aan mijn lijstje toe: lees veel. Hoe pak je dat aan? Daarover schreef ik dit blogbericht. Hoe meer je leest, hoe meer je weet. Lezen is leuk én je wordt er een betere schrijver van.

Heb je iets aan mijn tips? Laat het me weten. Ik ben ook nieuwsgierig naar jouw ervaringen. Wat is jouw gouden schrijftip?

Meer handleidingen lezen? Klik hier.

donderdag 4 januari 2018

Meer boeken lezen – een handleiding

Boekenkamer
Dus je wilt meer boeken lezen? Een schitterend voornemen. Maar hoe begin je eraan? In dit blogbericht vind je 5 onmisbare tips om er meteen werk van te maken. Meer lezen? Dat doe je zo.

1. Ontdek jouw leesplek
Kom je moeilijk aan lezen toe? Stel jezelf dan de vraag waar je zou kunnen lezen. Ik heb lang gedacht dat ik de meeste boeken thuis op de bank las. Als ik mijn leesgedrag analyseer, blijkt dat niet te kloppen. Op weekdagen lees ik het vaakst op de trein van en naar het werk.

Als ik thuiskom moet ik koken, eten, afruimen, de afwasmachine leegmaken en weer vullen of administratie in orde brengen. De avond is zo om. In tegenstelling tot veel andere mensen lees ik niet in bed. Na vijf minuten krijg ik ergens een kramp of laat ik per ongeluk het boek op mijn gezicht vallen.

Ben je net als ik iemand die thuis meer wil lezen? Zorg ervoor dat je een aangename leesplek hebt. Enkele vragen die je je daarbij kunt stellen zijn:
Is de kamer leuk ingericht?
Is het een rustige plek?
Staat er een goede bank of stoel?
Is er een leeslamp die je aan kunt knippen als het donker wordt?
En hoe pak je mogelijke ‘afleiders’ aan? Ik bedoel dan zaken zoals een tv of een smartphone. Als je voortdurend wordt afgeleid, raak je nooit in de flow van het boek. Dat is zonde, voor jou en voor het verhaal. Lees bij voorkeur in een ruimte zonder tv of leg de afstandsbediening buiten handbereik. Verstop je smartphone in een lade of zet het geluid op stil.

Jouw leesplek kan zich overal bevinden: op café, in de bibliotheek, in het park of aan de keukentafel. Sommige mensen hebben nood aan stilte, anderen houden van geroezemoes op de achtergrond. Test enkele plekjes uit. Er is er vast eentje dat perfect bij je past.

2. Vind jouw leesmoment
Je leesplek ontdekken is leuk, maar daarmee ben je er nog niet. Je moet er ook echt gaan lezen. Je kunt je favoriete stoel in huis tot leesplek uitroepen, maar als je daar voortdurend wordt gestoord, komt er van lezen nog steeds niets terecht. Wat je nodig hebt is een leesmoment, een moment waarop je ongestoord kunt lezen.

Plan leesmomenten in je agenda. Waarom zou je dat alleen met doktersafspraken of vervelende telefoontjes doen? In het beste geval sla je met minder tegenzin je agenda open omdat er ook leuke dingen op je takenlijst staan.

Lijd je zoals ik aan een chronische vorm van uitstelgedrag, dan werkt een vast leesmoment beter. Zoals ik al zei, lees ik het vaakst op de trein. Op die plek ken ik niemand, kan ik nergens anders naartoe en is het aantal afleiders tot een minimum beperkt. Lezen op de trein is een eenvoudig en plezierig tijdverdrijf. 

Leesmomenten dienen zich soms onverwacht aan. Zorg er dan ook voor dat je altijd een boek bij de hand hebt. Je denkt misschien: waar heeft die kerel het toch over? Geloof me, iedereen krijgt bijna dagelijks leestijd cadeau, bijvoorbeeld als je wacht op de bus, bij de kapper of op die ene vriend die altijd te laat komt. Verander wachttijd in leestijd en je slaat twee vliegen in één klap: je leest én de wachttijd gaat sneller voorbij.

Ga vooral op zoek naar een haalbaar leesmoment voor jou. Wie een boek bovenhaalt aan een drukke ontbijttafel met partner en kids maakt het zichzelf moeilijk. Ga liever iets vroeger slapen en lees een kwartier in bed. Ben je een ochtendtype? Leg een boek op je nachtkastje en laat je wekker een kwartier vroeger rinkelen. Een kwartier lijkt peanuts, maar als je dat ritme een week lang volhoudt, heb je toch maar mooi 90 minuten gelezen.

Boeken
Boeken
3. Zoek een goed boek
Een leesplek en -moment zijn cruciaal, maar over het belangrijkste heb ik het nog niet gehad: welk boek ga je lezen? Uitgeverijen publiceren dagelijks nieuwe titels. Keuze genoeg dus. De ene lezer vindt dat leuk, de andere verliest er de moed bij. Hoe vind je in die boekenberg een titel die bij je past?

De belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen is: waarom lees je? Over wie of wat wil je meer te weten komen? Heb je een voorkeur voor een genre? Koop je papieren boeken of kies je voor een e-reader? En waarom geen audioboek? Dan kun je lezen terwijl je sport of poetst. Uit ervaring kan ik je vertellen dat wc-potten poetsen leuker is met een verhaal in je oren.

Heb je inspiratie nodig? Zoek het niet te ver. Ga naar een boekhandel of bibliotheek en pluk enkele boeken met een leuke titel of een mooie cover uit de rekken. Lees de eerste pagina. Vind je die lekker lezen? Dan is de kans groot dat ook de rest van het boek je zal aanspreken. Vind je het maar niks? Leg het dan opzij. Het leven is te kort om boeken te lezen die niet bij je passen. Verplichte literatuurlijsten bestaan alleen op school.

Heb je geen tijd om boekenrekken af te schuimen? Schakel dan de hulp in van een expert. De man of vrouw achter de toonbank van de boekhandel of bibliotheek zal je met plezier helpen. Als je goed oplet, zul je zien dat er in je omgeving wel meer experts zijn: in je vriendenkring, online of in de boekenbijlage van je favoriete krant of tijdschrift. Praat over boeken, pols naar leeservaringen en lees recensies. Op die manier kom je een stap dichter bij het boek dat jou interesseert.

4. Stel een leesdoel
De zweep erop, ha! Er zijn mensen die daarvan houden, ook als het over boeken gaat. Met een leesdoel bedoel ik dat je met jezelf afspreekt hoeveel boeken je per jaar wilt lezen. Aan het einde van het jaar maak je de balans op: is het gelukt of niet? 

Stel een haalbaar leesdoel. Als je in 2017 slechts 2 boeken hebt gelezen, dan zul je er in 2018 waarschijnlijk geen 100 lezen. Klap er dus lustig op los met die zweep, maar doe het met mate. Het belangrijkste is dat je meer probeert te lezen en vooral dat je ervan geniet. Je leest beter 12 boeken per jaar aandachtig dan 24 oppervlakkig.

Wil je weten of je op goeie weg bent om je leesdoel te halen? Houd dan een leeslijst bij. Daarop noteer je de boeken die je hebt gelezen. Dat kan gewoon met pen en papier, in een document op je computer of in een hip bullet journal. Ik houd mijn leeslijst bij via een aparte pagina op dit blog en via mijn profiel op Goodreads. Goodreads is een Facebook zonder zever voor boekenwurmen. Via je profiel houd je bij wat je leest en wat je nog graag wilt lezen. Ik gebruik de site nu een dik jaar en ben zwaar fan.

Een leesdoel stellen biedt geen garantie op succes. Zolang je de zweep over je eigen leesgedrag in handen houdt, bestaat de kans dat je nog altijd niet leest. In dat geval geef je die zweep beter aan iemand anders, iemand die af en toe eens flink op de grond klapt om je te herinneren aan je leesdoel. Je kunt lid worden van een leesclub. Bij een leesclub moet je tegen een vooraf vastgelegde datum een bepaald boek lezen. Vervolgens zit je samen met andere lezers om, eventueel onder begeleiding, over het boek te praten. Wil je niet praten, maar vooral lezen? Kies dan voor een Slow Reading Club. In Slow Reading Clubs komen mensen samen op een plek om één uur lang in stilte een boek naar keuze te lezen.

En wat ga je doen als je je leesdoel haalt? Jezelf belonen natuurlijk. Wat denk je van een boek?

Boeken
En boeken
5. En begin …
Ik weet dat ik je met deze tip wat aandoe. Dat je aan lezen gewoon moet beginnen, dat wist je al langer dan vandaag. Toch is het goed om deze tip te herhalen. Lezen is een boek nemen en het eerste woord bekijken, dan het tweede, het derde, etc. Met literatuur is het zoals met ijsjes of afwassen: zolang je er niet aan begint, zul je nooit het einde halen.

Lezen kost meer moeite dan tv kijken of Facebook checken. Maar laten we eerlijk zijn: voel je je echt beter na een avondje binge-watchen of internet?  Ik word daar alleen maar moe en geïrriteerd van. Tv- en computerschermen zijn ook nefast voor mijn nachtrust. Als ik een boek lees, voel ik me beter. Aan het einde van de avond heb ik iets geleerd en heeft het verhaal me even naar een andere wereld meegenomen. En slapen doe ik na een goed boek als een roos.

Lezen is goed voor je. Dat heeft wetenschappelijk onderzoek meermaals bewezen. Als je veel leest, kun je je beter concentreren en complexe problemen sneller analyseren. Dankzij boeken leer je jezelf, de ander en de wereld beter kennen. Je leert je inleven in slachtoffers en daders, weldoeners en moordenaars. Van lezen word je slim, rustig en stressbestendig. Volgens sommige bronnen helpen boeken zelfs tegen depressie en de ziekte van Alzheimer. Kortom, waar wacht je nog op?


Dit jaar heb je niet beslist te stoppen met roken, gewicht te verliezen, te sporten of liever te zijn voor je medemens. Nee, dit jaar heb je een doel gekozen dat echt de moeite waard is: meer lezen. Wie leest, rookt en snoept niet. Wie leest, legt kilometers af in zijn hoofd naar bekende en verzonnen landen. Wie leest, leert zichzelf en zijn medemens beter kennen. Een boekhandel, een bibliotheek of jouw boekenkast is veel meer dan een verzameling woorden. Lezen maakt van jou een beter, boeiender, gezonder en rijker mens.

Boeken
En nog meer boeken