Posts tonen met het label Vita Sackville-West. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vita Sackville-West. Alle posts tonen

woensdag 27 december 2017

Eindejaarsvragen 2017

Je houdt ervan of je haat het, maar het eindejaar is een moment waarop veel mensen terugblikken op de voorbije 12 maanden. Ook op dit blog is er geen ontsnappen aan. Sinds 2014 schotel ik mezelf een aantal vragen voor over mijn leesgedrag. Wat heb ik het voorbije jaar gelezen? Welke boeken wil ik het komende jaar beter leren kennen? Naar welke publicaties kijk ik uit? Dit zijn mijn antwoorden op de eindejaarsvragen van 2017. 

1. Wat is het beste boek van 2017?
2017 is het jaar waarin ik verliefd werd op dunne boekjes, zoals 84, Charing Cross Road van Hélène Hanff, Some Flowers van Vita Sackville-West en A Child's Christmas in Wales van Dylan Thomas. Lezen doe ik vooral op de trein. Dunne boekjes zijn handig om mee te nemen in mijn rugzak. Ik lees en herlees ze ook vaker dan turven van 500+ pagina's. Misschien is dat wel de reden waarom Ulysses in de casa Mertens voor het zoveelste jaar op rij ongelezen in de kast is blijven staan.

Maar bon, ik wijk af. De boeken die ik in 2017 las en die me het meest bijbleven zijn:
Fictie: Ik kom terug van Adriaan van Dis, een boek waarin hij de relatie met zijn koppige, bejaarde moeder met het mes van de fictie fileert.
Non-fictie: Briefroman van Juli Zeh, een schrijfcursus met roman-allures (schrijvershumor inbegrepen).
Poëzie: Het moet nog ergens liggen van Joke van Leeuwen, omdat deze bundel zo ongegeneerd speels durft te zijn.
Essay: Ways of curating van Hans Ulrich Obrist, voor wie wil weten hoe je een wereldvermaarde curator van tentoonstellingen wordt.

2. Welk boek verdient in 2018 een tweede kans?
Wordt de Brits-Caraïbische schrijfster Jean Rhys nog gelezen? Ik vrees van niet. Ik leerde haar kennen via Stet, een non-fictie boek waarin Diana Athill terugblikt op haar carrière als redactrice. Ze begeleidde Rhys bij het schrijven van Wide Sargossa Sea, een prequel en antwoord op de roman Jane Eyre van Charlotte Brontë. Een goeie vriendin van me bleek een fan van Rhys. De drie oude, vergeelde boekjes van Rhys die ik via haar kon lenen, las ik op enkele weken tijd uit. 

De hoofdpersonages in Rhys' romans zijn in regel misbruikte vrouwen van middelbare of oudere leeftijd die in armoede leven. Ze schrijft hun verhalen zonder toeters en bellen neer. En dat past perfect bij het leven dat ze leiden. De vrouwen houden zich op aan de rand van de maatschappij en  koesteren slechts één verlangen: verdwijnen. Als ze sterven, zal iedereen hun naam snel vergeten. En toch zijn ze, als het erop aankomt, tijdens het leven altijd de klos. Ze worden betast, beroofd en verkracht. Toegegeven, vrolijk word je er niet van, maar verdorie wat zijn die romans knap geschreven! Wie een blik op de biografie van Rhys werpt, kan alleen maar concluderen dat haar eigen leven vaak als inspiratiebron diende.

Als je in 2018 één boek leest, lees dan Good Morning, Midnight, een typisch verhaal van Rhys over een oudere vrouw die in de smoezelige straten, cafés en hotelkamers van Parijs probeert te verdwijnen.

3. Welk boek wil ik in 2018 zeker lezen?
Eind 2016 nam ik me voor de oeuvres van Edith Wharton, Eudora Welty en Dorothy Parker te verkennen. Daar is niets van in huis gekomen. Op Goodreads nam ik me voor in 2017 88 boeken te lezen (of 1,5 boeken per week, een bizar getal nu ik dat hier zo droogjes zie staan), en ook dat is niet gelukt. Ik wil deze vraag dit eindejaar dan ook met enige voorzichtigheid benaderen ...
Gelukkig waren er ook voornemens die ik niet onder de mat hoef te vegen. Het lukte me bijvoorbeeld om eindelijk Alice in Wonderland van Lewis Carroll en On Photography van Susan Sontag te lezen. Twee aanraders voor wie houdt van bizarre sprookjes of boeiende reflecties over fotografie. 

Voor mijn leesvoornemens voor 2018 gluur ik even naar mijn to read-lijst op Goodreads. Hoog op mijn prioriteitenlijst staan: 
Fictie: de kortverhalen van Clarice Lispector.
Non-fictie: De kennismaking van Nicolien Mizee.
Poëzie: Grond van Idwer de la Parra.
Essay: Vuile lakens van Anaïs van Ertvelde en Heleen Debruyne.

In 2018 wil ik 60 boeken lezen of 1,15 boeken per week. Want wat is het leven zonder voornemens, boeken of getallen na de komma? 

Wil je weten welke boeken ik in 2017 allemaal heb gelezen? Ga naar mijn leeslijst of check mijn profiel op Goodreads

Welke boeken wil jij volgend jaar lezen? 
Nog te lezen boeken
Tja ...

donderdag 9 november 2017

Boek herlezen: Some Flowers van Vita Sackville-West

Some Flowers
My flowers are mostly (not all) intimate flowers, which gain from being intimately observed; and this can only be done when one can pick up the pot of vase off a table, and stare in the odd moments when one has nothing else to do. Vita Sackville-West
*

Wat gebeurt er met het oeuvre van een schrijver na zijn overlijden? Sommige boeken overleven hem en gaan ook na zijn dood vlotjes over de toonbank. Maar dat geldt lang niet altijd voor elke schrijver of voor elk boek. Welk lot een oeuvre is beschoren, ligt in de eerste plaats in de handen van uitgeverijen en lezers. Een boek moet beschikbaar zijn en moet worden verkocht en vooral gelezen. Elke auteur zal, terugblikkend op zijn carrière, titels kunnen aanwijzen waarvan hij vindt dat ze tot de beste van zijn oeuvre behoren. Lezers laten zich niet zomaar iets voorschrijven en bezorgen soms, eigenwijs als ze zijn, andere titels eeuwigheidswaarde. Het is met de literatuur niet anders dan met geld of eigendommen. Na zijn overlijden heeft een schrijver er niets meer over te zeggen.

Neem nu het oeuvre van de Britse schrijfster Vita Sackville-West,  overleden in 1962. In Groot-Brittannië is haar werk nog steeds vlot verkrijgbaar. Nederlandse vertalingen van haar romans en dichtbundels zijn nergens meer te vinden. Enkel In de tuin, een selectie uit haar tuincolumns, biedt uitgeverij Cossee nog te koop aan. In België en Nederland wordt ze enkel als tuinschrijfster herinnerd. In haar thuisland is het, ondanks de ruime beschikbaarheid, niet anders. Sackville-West, tijdens haar leven voortdurend op zoek naar erkenning voor haar verhalen en gedichten, had het zich zelf vermoedelijk anders voorgesteld.

Tigridias
Tigridias
Painter’s flowers
Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat Sackville-West,  een vrouw van aristocratische komaf, over de natuur schrijft. In haar columns kan ze niet alleen lyrisch van bloemen worden, ze weet ook perfect hoe je ze kweekt, van zaadje tot bloeiende plant. Uit haar omschrijvingen blijkt ook dat ze niet bang is om met de handen in de aarde te zitten. En dat hoeft uiteindelijk niet te verbazen als je weet dat ze in 1930, samen met haar echtgenoot, eigenaar wordt van Sissinghurst Castle, een landgoed in het graafschap Kent. Het koppel herstelt de gebouwen en tovert de wildernis rond het kasteel om tot een goed onderhouden tuin. Hij ontwerpt de structuur, zij neemt de aanplanting voor haar rekening. Dankzij hun inzet groeit het landgoed uit tot een van de belangrijkste trekpleisters in Groot-Brittannië.

Kort na de Tweede Wereldoorlog start Sackville-West met een wekelijks tuincolumn voor de zondagskrant The Observer. Ze zal het vijftien jaren volhouden. De kiem voor de columns zaait ze tien jaar eerder met de publicatie van Some Flowers, een boekje waarin ze over haar vijfentwintig favoriete bloemen vertelt. Stuk voor stuk planten waarvan ze de vorm, kleur, tekening en textuur apprecieert. Ze omschrijft ze als ‘painter’s flowers’ – bloemen die schilders in vervoering brengen of in vervoering zouden moeten brengen. Ze beschrijft elke bloem op twee, maximum drie pagina’s. Haar teksten worden, soms tot haar eigen frustratie, met zwart-witfoto’s geïllustreerd. Ze laat niet na de lezer erop te wijzen dat de foto’s geen recht doen aan de werkelijke schoonheid van de planten.

Verbascum
Kleuterjuffen en kolonels
‘Het is erg moeilijk over bloemen te schrijven,’ zegt Sackville-West in het voorwoord van Some Flowers. Ze ergert zich blauw aan de sentimentele woordenschat die haar tijdgenoten gebruiken zodra ze de kleur en geur van planten beschrijven. Ze klinken als kleuterjuffen die een stel ondeugende kinderen in toom trachten te houden Ze neemt zich voor het zelf anders aan te pakken. Schrijven over bloemen, dat wil ze, zonder poespas.

Als ik de huidige tuinliteratuur erop nasla, precies tachtig jaar na de publicatie van Some Flowers, bots ik op hetzelfde probleem als Sackville-West. In de tuinschrijverij zijn er nog steeds kinderjuffen aan het werk. Hun zeemzoete columns worden afgewisseld met gortdroge how-to’s. In zulke stukken spreekt een auteur tegen bloemen zoals een kolonel tegen een nieuwe lichting soldaten. Het ontbreekt de meeste teksten over tuinen aan een literaire insteek, aan verbeeldingskracht.

Over de Madonnalelie
De Madonnalelie
Kleuterjuffen en kolonels dichten zichzelf een onmisbare rol in de tuin toe. Planten groeien dankzij of voor hen. Niets is minder waar. Bloemen bloeien omdat dat nu eenmaal is wat bloemen doen. Hun voortbestaan, hun nalatenschap zo je wilt, hangt ervan af. In het beste geval helpt de mens een handje. Sackville-West behandelt haar bloemen niet als kleuters of soldaten, maar als volwassenen. Wat geldt voor mensen, geldt ook voor planten: ze hebben een eigen karakter en geheimen. Sommige kunnen het prima met elkaar vinden, terwijl andere hun buurman of -vrouw geen zonlicht gunnen.

Sackville-West spreekt haar lezers rechtstreeks aan – nuchter, gemeend en gedistingeerd. Tegelijkertijd durft ze grappig uit de hoek te komen en geeft ze zich zonder gêne over aan dagdromen over haar ideale tuin. Ze is de eerste om advies te geven, maar ook de eerste om haar eigen tips in de wind te slaan. Ze is de eerste om advies van anderen aan te nemen, ook al spreken sommige tuinkenners elkaar tegen. De Madonnalelie blijkt in haar handen een verloren zaak. Welke tip ze ook volgt, in de grond van Sissinghurst schiet de lelie nooit wortel.

Rosa gallica
Een blik op een bloem
In 2014 wordt Some Flowers opnieuw uitgegeven. De uitgeverij vervangt de foto’s uit de oorspronkelijke editie met aquarellen van Graham Rust, een Britse kunstenaar bekend voor zijn muur- en plafondschilderingen. Zijn elegante en levendige illustraties sluiten perfect aan bij de geraffineerde schrijfstijl van Sackville-West. Voor het eerst maakt Some Flowers niet alleen met woorden, maar ook met beelden duidelijk waarom de vijfentwintig bloemen door de schrijfster als ‘painter’s flowers’ worden omschreven. Wie de nieuwe uitgave leest, ondergaat dezelfde sensatie als tijdens het kijken naar een geslaagd stilleven: je blik op bloemen verandert. Je denkt te weten hoe bijvoorbeeld een roos eruitziet, maar het kunstwerk – of het nu een boek is of een schilderij – doet je beseffen dat je nooit echt goed naar de vorm, kleur, tekening en textuur hebt gekeken. Je blik op de roos wordt als het ware verdiept.

Vita Sackville-West mag tijdens haar leven andere wensen hebben gekoesterd, het publiek heeft beslist de bloemen uit haar nalatenschap te plukken. Zoals het publiek dat ook met het werk van sommige kunstschilders heeft gedaan. Denk maar aan de waterlelies van Claude Monet of de zonnebloemen van Vincent Van Gogh. Sackville-West vertoeft met andere woorden in een select gezelschap. Daarenboven is Some Flowers meer dan alleen een boek, het is een gids voor het beheer en de ontwikkeling van Sissinghurst. Tegelijkertijd kun je het boek beschouwen als een Sissinghurst in zakformaat voor wie niet het geluk heeft in de buurt van het landgoed te wonen. Some Flowers is de nalatenschap van Vita Sackville-West. Een nalatenschap samengevat op 114 prachtige pagina’s.

Meer lezen? Klik hier

maandag 18 mei 2015

In plaats van een roman (een schilderij)


Beste mijnheer Chagall,

Mag ik Marc zeggen? Ik zou me die vrijheid durven veroorloven. Op foto ziet u eruit als een toffe peer. Om uw nabestaanden niet te bruuskeren, houd ik het liever bij mijnheer Chagall. U was een groot schilder en verdient het om met respect te worden benaderd, nietwaar?

Kunst en conflict, een spannende combinatie. Het thema op het doek moet de vlammen uit het hoofd van de schilder, en later van de toeschouwer, doen slaan. Een interessant uitgangspunt is het halve werk. Maar wat met conflictloze kunst? Heeft die geen bestaansrecht? Toch wel, maar dan moet er iets anders zijn dat de aandacht vasthoudt. De liefde bijvoorbeeld. Een thema als een slappe koord. Dat had u, mijnheer Chagall, goed begrepen. U schilderde schoonheid, blijdschap en geluk, en liet zich daarbij nooit tot sentimentaliteit verleiden. Chapeau! Het grote publiek weet dat te appreciëren. Hoe verklaart u anders dat uw schilderij De wandeling de posters, toegangstickets, catalogi, postkaarten, notitieboekjes, kalenders en dienbladen van de Expo Chagall in Brussel siert?

Op De wandeling staat uw evenbeeld van verf met de voeten in het gras. Uw vrouw Bella wappert in de rechterbovenhoek van het doek. U bent de vlaggenstok, zij de vlag. Voor de gelegenheid hebben jullie de beste kleren uit de kast gehaald: u draagt een kostuum met een wit hemd, Bella een zwierige jurk. Wandelschoenen en een stafkaart zijn niet aan jullie besteed. Het gaat niet om een wandeling waar de kilometers tellen, maar om een verleidingsdans tussen twee jonge, verliefde mensen. Jullie nemen elkaar en de wereld waar met een verhoogde alertheid. Jullie breken alles en iedereen in felgekleurde rechthoeken, trapeziums en driehoeken. Het gras is groener dan groen, het picknickdeken roder dan rood. Uw kostuum is inktzwart, Bella's jurk stralend magenta. De heldere hemel zindert kubistisch. De vorm van uw puntige, witte kraag herhaalt zich in de daken van de huisjes op de achtergrond. Een trapezium-plooi in Bella's jurk keert terug in een lap gras. Jullie gaan op in elkaar en het landschap. Voorzichtig met die brede glimlach op uw gezicht. Straks scheuren uw mondhoeken!

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden de kleuren in uw werk donkerder en de thema's zwaarder. De oorlogsjaren moeten voor u, een man van Joodse afkomst, een verschrikking zijn geweest. Ik ken Hitler enkel uit kranten, boeken, documentaires en films. Voor u was het nazisme en het antisemitisme een realiteit. Om uw leven en werk te redden vluchtte u naar Amerika. In 1944 zou Bella daar onverwacht overlijden. Op uw schilderijen uit die tijd tuimelen hanen, geiten en koeien over elkaar. Ik ben niet vies van een beestenboel, integendeel. Mijn poëzie is bij tijd en wijlen een ark van Noah. Wie ben ik om een ander zijn dieren te ontzeggen? Alleen gaat het er in uw dierentuin wel erg grimmig aan toe, vooral wanneer de opzichters van dienst bestaan uit vallende engelen, zwevende Christussen en vluchtende rabbijnen met Thora-rollen in de armen geklemd.

Het werd me allemaal een beetje te veel. Ik hoop dat ik u niet kwets, mijnheer Chagall, als ik zeg dat ik uit uw tentoonstelling wilde ontsnappen. Een kunstenaar hoeft me allerminst te behagen. Kunst mag me lastigvallen en irriteren. Hoe meer, hoe beter. Daarin bent u alvast geslaagd. Dertig jaar na uw dood beweegt uw oeuvre me tot het schrijven van deze brief. Een goed kunstwerk overstijgt de maker en de periode waarin het is gemaakt. In uw werk vind ik een beeld dat perfect weergeeft wat ik bedoel: de gevleugelde klok. Die klok, het is me wat. Ze heeft op haar houten rug uw werk naar 2015 meegevoerd. Uw schilderijen hangen nu in chronologische volgorde aan de muren van het Koninklijk Museum. Tegenwoordig moeten ze het opnemen tegen de schermen van televisies, computers, tablets en smartphones. De digitale revolutie heeft ervoor gezorgd dat een mens dagelijks door beelden wordt overspoeld. Het ene al schreeuweriger dan het andere. Kijk ik naar het journaal, dan ligt de miserie voor het rapen, van Nigeria tot Oekraïne en weer terug. Het is alsof ik naar uw schilderijen kijk, maar dan met andere hoofdrolspelers. Ik raak stilaan verzadigd van oorlog. Oorlog is hot news. Oorlog is sexy geworden. Mensen winnen prijzen met oogstrelende oorlogsfotografie. Bah, ik hoef het allemaal niet meer (op die manier) te zien. Uw schilderijen snijden dieper. Ze veranderen een slagveld niet in een feeërieke locatie voor een film of fotoshoot. Ze dringen zich in al hun hevigheid en gruwelijkheid aan me op. Desondanks, mijnheer Chagall, raak ik van die verzadiging niet af. Zelfs oprechte oorlogskunst is er dezer dagen te veel aan voor mij.

Ik heb goesting in schilderijen die ik als een warm deken om me heen kan leggen, zoals uw Interview met bloemen. U schilderde een witte kamer die baadt in het ochtendlicht. Op de tafel staat een grote vaas waarin iemand losjesweg groene takken met lange bladeren heeft geschikt. Elke tak eindigt in een trosje roze bloemen. Naast de vaas liggen enkele bladen papier. Afgaand op de titel leek het alsof de bloemen zich tot lippen zouden plooien om me een vraag te stellen. Ergens tussen de bladeren zou een tak een pen tevoorschijn toveren om mijn antwoorden te noteren. De vaas nam mij op, trok me in het doek. Ik was geen toeschouwer meer, maar maakte deel uit van het schilderij.

De kunst van het stilleven is onderschat, vindt u niet? Toch kan iedereen - leek of kenner - een goed van een slecht stilleven onderscheiden. Een goed stilleven beweegt, zelfs al staat alles op het doek doodstil. De afgebeelde objecten spreken tot me, of beter nog: ze helpen me woorden te vinden voor iets waar ik tot dan toe geen woorden voor vond. Ze weken me los van de realiteit en scheppen een ruimte voor reflectie. Een slecht stilleven is een verzameling rottende groenten, fruit, planten of fazanten. Ik moet hierbij denken aan wat Vita Sackville-West zei over de kunst van het schrijven van een tuincolumn:

It is very difficult to write about flowers. (...) Before I tried my hand at it myself, I had done nothing but rail against those who were trying to do the same thing. I found myself losing my temper frequently with the nauseating sentimental phraseology which seems to impose itself on all those otherwise sincere and honest gardeners who feel impelled to transmit their knowledge and experience  and emotions to other and more ignorant people. (...) It is very difficult indeed to write about flowers.

Uw werk zou haar goedkeuring wegdragen. De natuur behoeft weinig opsmuk, daar zorgt ze zelf wel voor. Een roos is een roos. Het woord laten vallen of de bloem schilderen volstaat om er één te doen bloeien in de verbeelding van een luisteraar of kijker. Uw Interview met bloemen is nergens sentimenteel. Ik zie vooral veel liefde voor schoonheid, blijdschap en geluk, net zoals in De wandeling. U voegde ook een fijn extraatje toe: humor. Wat een verademing! Ik voelde me waarlijk een beetje idioot toen ik tijdens de research voor deze brief zag dat ik de titel van het schilderij in het museum verkeerd had gelezen. De juiste titel is Interieur met bloemen. In vergelijking met mijn interview klinkt dat nogal platjes. Beste mijnheer Chagall, mag ik aandringen op een naamswijziging? We moeten het er bij gelegenheid eens over hebben. Dat moment dient zich ooit aan. Ik geloof erin. Ik kan een erg geduldig mens zijn als het moet.

Bien à vous, 

Ward

Lees ook:
Een brief
Een vaas
Een kopie

dinsdag 28 april 2015

Af en toe een zin

I would, in short, do anything to please them, but all my efforts have led me to the sad conclusion that the Madonna lily, like the wind, bloweth where it listeth.

Zin uit Some flowers van Vita Sackville-West.

woensdag 15 april 2015

Af en toe een zin

We cannot actually lie on a bed of roses, unless we are very decadent and also very rich, but metaphorically we can imagine ourselves doing so when we hold a single rose close to our eyes and absorb it in an intimate way into our private heart.

Zin uit Some flowers van Vita Sackville-West.

woensdag 4 maart 2015

Af en toe een zin

Hoe het ook zij, ik kan het niet laten te hopen dat de grote spookachtige kerkuil de volgende zomer in de schemer stil zal zweven boven een bleke tuin, de bleke tuin die ik nu plant, bij het vallen van de eerste sneeuwvlokken.

Zin uit In de tuin van Vita Sackville-West.

dinsdag 24 februari 2015

Af en toe een zin

Groter dan welke roos ook, heeft ze iets van de zware pracht van Rosa centifolia, en als de bloem ten slotte in de vaas is uitgebloeid, laat ze haar vracht van rokken met een plof op de tafel vallen, alles tegelijk, net zoals een roos opeens uitvalt, waardoor we opkijken van ons boek of gesprek, om één ogenblik de dood te beseffen van wat nog altijd een levende schoonheid had geleken.

Vita Sackville-West over de pioenroos in In de tuin. 

maandag 9 februari 2015

In plaats van een roman (een tuin)


Het terras onder handen nemen, het lukt me maar niet. Binnen afzienbare tijd moet ik zelfs een tuin onderhouden. Hoe krijg ik dat ooit voor elkaar? Nou, met zin of goesting kom ik al een heel eind. Een blogbericht waarin ik mezelf wijsmaak dat er niets heerlijkers bestaat dan aarde die onder de nagels kruipt. 


Een tuin met kamers en rozen

Ik begin aan een tuin, één met kamers en rozen, zoals in de kasteeltuin van Sissinghurst, waar Vita Sackville-West en Virginia Woolf elkaar ontmoetten. De voorbije zes jaar heb ik op een appartement met een terras gewoond. Tot voor kort vond ik dat prima. Een tuin, dacht ik, dat is te veel werk. Een terras moet je niet maaien of snoeien, toch? Op dat van mij staan een houten tafel en zes stoelen, waarvan één met een kapotte leuning, een blessure overgehouden aan een storm.

Sinds ik hier woon, heb ik amper op het terras gezeten. Na het zien van tuinprogramma's en reportages in interieurbladen, wilde ik het een boost geven. Leuke potten, enkele onderhoudsvriendelijke planten, lampjes over de reling, een paar glazen cava en drie, vier slanke, lachende vrienden, je kent het wel. Het had vast leuke kiekjes opgeleverd. Het idee bleek niet levensvatbaar.

Tenslotte nam ik me voor iets te doen. Een woord waar ik me voor hoed als het door anderen wordt uitgesproken. Het engageert je tot helemaal niets. Meestal is dat ook precies wat er gebeurt: niets. De uitvoerder van dat fameuze, tot mislukken gedoemde iets kan alleen maar hopen dat niemand het opmerkt.

De groene hype

Toch deed ook ik ooit eens iets op het terras. Ik zaaide kruiden. Nog zo'n hype waartoe de televisie of een blad me verleidde. Hoe komt het toch dat ik me elke keer laat vangen? Een paar weken later groeiden bieslook, peterselie, basilicum en munt in mijn potten. En ik: trots, apetrots. Een paar weken later verzopen de kruiden door de uitzonderlijk grote regenval. Tijdens het koken vergat ik dat ze op het terras stonden of was ik te lui om ze af te knippen. Het regende immers.

Een voorgeschiedenis die moeilijk te rijmen valt met wat me de voorbije zomer overkwam. Mijn vakantiebudget was nihil en ik hoopte op een onverwachte uitnodiging om er alsnog tussenuit te knijpen. Uiteindelijk mocht ik een week huis-sitten in Brugge en een weekend in Zierikzee. Kort na aankomst in beide huizen kon je me met een boek in de tuin terugvinden. Aanvankelijk had ik het zelf niet in de gaten. Pas toen mensen me vroegen hoe mijn vakantie was geweest, besefte ik dat ik het grootste deel van de tijd in het gras had gelopen, gezeten of gelegen.

Wij klikken niet, dat terras en ik

Een vreemde evolutie als je rekening houdt met mijn terrasverleden en -heden. Ligt het aan een gebrek aan groen? Zes jaar na de verhuizing is er nog steeds geen spat groen te vinden. Bankirai is minder zachtaardig voor de voeten dan een gazon. Voeg daarbij ook een gebrek aan de geur en kleur van rozen, het gezoem van bijen en een dommelende poes in de schaduw van een haag - kortom, zowat elk tuincliché dat op het scherm en in boekjes wordt opgevoerd - en je begrijpt waaraan het me op het terras ontbreekt.

Ik weet dat tuinen zich niet alleen laten bewonderen, je moet ook onkruid wieden of struiken snoeien. Ik ben bereid om het goeie met het slechte te nemen. De middenweg, een terras met groen en lampjes, werkt niet. Geef me die pijnlijke schrammen op handen, armen en knieën. Aarde, ik verplicht je onder mijn nagels te kruipen! Ik heb overigens weinig keuze. Tegen de zomer wacht er een lap grond op me waarop het allemaal zal moeten gebeuren, of toch op z'n minst iets, gras maaien bijvoorbeeld.

Ideeën, ambitie en een boek

Voorlopig, niets van dat alles, enkel ideeën, ambitie en een boek: een tuingids van Reader's Digest, voor nog geen twee euro in de kringwinkel gekocht. Op het voorplat een foto van een Engelse cottage omringd door een lawine van gele en oranje bloemen. Binnenin veel prentjes, uitleg en do's-and-don'ts in simpele bewoordingen. Net wat ik nodig heb.

Mag ik de lat op haalbare hoogte leggen? Wel hoog genoeg, zodat ik moet oefenen voor ik erover kan springen. Zo ging het ook ooit met schrijven. Na mijn eerste schrijflessen besefte ik dat ik niets wist. Tegelijkertijd was er één zekerheid: als ik hard genoeg werkte, wist ik dat ik beter zou worden. Daarom durf ik, moet ik nu hardop zeggen: ik begin aan een tuin.

Lees ook:
Stilte
Geen tuin
Veel tuinen

zondag 20 april 2014

Verwantschap (deel 5) - over Virginia Woolf

Rond mijn zestiende liep ik door de tuinen van Sissinghurst Castle in het graafschap Kent, een toeristische trekpleister onder beheer van National Trust. De tuinen danken hun bestaan en uitzicht aan politicus Harold Nicolson en zijn vrouw, de dichteres Vita Sackville-West. In de jaren dertig namen zij hun intrek in het kasteel.

Nicolson en Sackville-West zetten hun schouders onder het verwaarloosde landgoed en deelden de tuinen in verschillende kamers in. Je mag het woord kamer bijna letterlijk nemen. Terwijl je over de paden struint, krijg je de indruk dat je in een herenhuis of villa rondloopt, alleen zijn de muren groen en de bloemen op het behang echt.

Virginia Woolf had eind jaren twintig een affaire met Sackville-West, maar ook na hun buitenechtelijke escapade bleven de twee bevriend en correspondeerden ze met elkaar. Woolf schreef Orlando, een roman die ze deels op het leven van Sackville-West baseerde. Orlando vertelt het verhaal van een man die nooit ouder lijkt te worden, doch verschillende eeuwen op deze aardbol rondloopt en op een bepaald moment zelfs als vrouw ontwaakt.

Kun je je verwant voelen met een schrijfster van wie je niet zo gek veel hebt gelezen? Tot nu toe las ik van Woolf enkel Mrs Dalloway uit. Zoals ik in een ouder blogbericht reeds zei, ging dat niet zonder slag of stoot. Die verrukkelijke openingszin zorgde ervoor dat ik steeds naar het boek terugkeerde.

Mrs Dalloway said she would buy the flowers herself. 

Woolf geeft ons het einde van een gedachtegang van Clarissa Dalloway cadeau. Ze organiseert een feest en beslist dat ze de bloemen hiervoor zelf zal kopen. Betekent dit dat ze deze taak meestal aan haar bedienden overlaat? Wil ze de dag plukken door 's ochtends naar buiten te gaan? Als lezer krijg ik zin om arm in arm met Mrs Dalloway bij de bloemist aan te lopen en de juiste rozen voor het feest te kiezen.

Woolfs proza walst over de bladzijden, zelfs wanneer haar personages zich in penibele situaties bevinden of donkere gedachten hebben. Ze schrijft lange, zwierige zinnen en schuwt de komma en puntkomma niet. Haar taal is als muziek, elk personage is een noot op een balk. Niet de plot primeert, maar wel het componeren van een tekst waarin het hoofd en het hart van een personage via taal worden getoond. Dat is het enige ritme waaraan Woolf kan gehoorzamen. Die narratieve aanpak vind je in Mrs Dalloway terug, maar zeker ook in The Waves. Een werk dat ze zelf omschreef als een playpoem.

'I see a ring,' said Bernard, 'hanging above me. It quivers and hangs in a loop of light.'
'I see a slab of pale yellow,' said Susan, 'spreading away until it meets a purple stripe.'
'I hear a sound,' said Rhoda, 'cheep, chirp; cheep chirp; going up and down.'
'I see a globe,' said Neville, 'hanging down in a drop against the enormous flanks of some hill.'
'I see a crimson tassel,' said Jinny, 'twisted with gold threads.'
'I hear something stamping,' said Louis. 'A great beast's foot is chained. It stamps, and stamps, and stamps.'

In The Waves filosoferen zes personages in een tuin met uitzicht op de zee. Hun levens zijn met elkaar verweven. Bernard, Susan, Rhoda, Neville, Jinny en Louis worden bepaald door de mensen en de dingen waarmee ze zich omringen. Woolf maakt hun keuzes en daden aanschouwelijk door zich als een golf tussen hun heden en verleden te bewegen.

Schrijven, zegt men, dat is het toevertrouwen van woorden aan papier. Sommige ervaringen of gevoelens laten zich niet zo makkelijk in woorden vangen. Woolf overbrugt met haar pen de kloof tussen denken en schrijven. Dat deed ze niet alleen in haar essays of dagboeken, maar ook in haar romans. Ze kroop even diep in haar eigen hoofd en hart, als in dat van haar fictieve personages. Woolf is een schrijfster om te koesteren. Een eigen stem en stijl vinden, dat is wat elke schrijver probeert te doen.

Geef nu toe, wandelen in de voetsporen van Woolf en Sackville-West in de tuinen van Sissinghurst Castle, dat is toch geen slecht begin?

Een tip: wie Virginia Woolf wil lezen voor een prikje, kan de publicaties van Wordsworth Classics kopen. De uitgeverij voegt een elk boek een inspirerend essay toe. Merry M. Pawlowski schreef de inleiding voor Mrs Dalloway, Deborah Parsons voor The Waves.

Lees ook over mijn verwantschap met:
Joanne Harris, Erwin Mortier en Annelies Verbeke
Alessandro Baricco
Diana Athill, Herta Müller en Valeria Luiselli
Jón Kalman Stefánsson
Vincent Van Gogh