Ik ben op zoek naar een boek om te lezen. Een heel bijzonder boek. Ik stel het me voor als een gezicht zonder trekken. Ik weet niet hoe het heet en wie het geschreven heeft. Soms denk ik dat ik misschien op zoek ben naar een boek dat ik zelf zou schrijven. Ik weet het niet. Maar ik fantaseer zoveel over dat onbekende boek waar ik al zo zielsveel van houd. Een van die fantasieën gaat zo: ik ben het aan het lezen en ineens, bij een bepaalde zin, zeg ik met tranen in de ogen, in extase van pijn en eindelijk verlossing: 'Mijn hemel, ik wist gewoon niet dat je alles kunt!'
Fragment uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector.
Posts tonen met het label Essay. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Essay. Alle posts tonen
zondag 4 maart 2018
vrijdag 23 februari 2018
Af en toe een fragment - Nadia de Vries
Er rust een taboe op de drang tot zelfvernietiging. Een scheermesje, de achterkant van een lepel, een drankprobleem. Nagelbijten. Er zijn veel manieren waarop een mens zichzelf kan saboteren. Waarom wordt de neiging tot zelfdestructie als buitensporig ervaren? Wellicht druist ze tegen de natuur in, maar iedereen weet dat het lekkerste deel van een wond altijd het korstje is, het perverse pulken en wiebelen tot een nieuwe huid ons begroet en we onszelf weer genezen mogen verklaren. En na het trekken van een tand is niets zo heerlijk als de kennismaking met het nieuwe gat in de kaak, de vlezigheid ervan - wie had ooit gedacht dat een gebit zo zacht kon aanvoelen? Je kauwt plichtmatig op het gaasje en rilt elke keer als je bloed proeft. Dat ben ik. Eigenlijk mag je er niet van genieten. Niet elke pijn is immers gekozen. Wat zullen de mensen die echt ziek zijn wel niet denken. Wat heb je liever, een passieve sterfwens of een neuroblastoom? Je moest je schamen!
Fragment uit Het Huis der Ziekten van Nadia de Vries, gepubliceerd in nY.
Fragment uit Het Huis der Ziekten van Nadia de Vries, gepubliceerd in nY.
zondag 18 februari 2018
Af en toe een fragment - Ron Currie
A confession: I am not a good literary citizen, in the sense that I've never cared much one way or the other about bookstores. For a long time I found myself looking around at the posture of communal support and gratitude displayed by the authors toward their favourite booksellers, and I wondered why I was so deficient, in this regard, by comparison. I didn't get all that excited by the notion of independent enterprise, didn't understand why it was such a big deal. More often than not I bought books through Amazon, and for the usual reasons: it was cheap and spared me the trouble of talking to people, and I could transition from book shopping to masturbation much easier than at a brick-and-mortar store.
Auteur Ron Currie in My Bookstore.
Auteur Ron Currie in My Bookstore.
vrijdag 3 november 2017
Vind ik leuk - 5 stukken over poëzie
Het internet bulkt van de goede teksten over poëzie. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.
1. Masterclass poëzie lezen met Anne Vegter
Korte inhoud: Een gebruiksaanwijzing voor het lezen van poëzie.
Waarom: Poëzie is moeilijk, lastig of onbegrijpelijk, toch? Welnee, zegt dichteres Anne Vegter. Je moet er gewoon aan beginnen. Aan de hand van het werk van Els Moors, Mustapha Stitou en H.H. ter Balkt laat Vegter zien dat het lezen van gedichten geen verplicht en onaangenaam nummertje is, maar een plezier. De masterclass kaderde in het project HALLO GEDICHT!, een initiatief dat Vegter als Dichteres des Vaderlands nam om poëzie en potentiële lezers dichter bij elkaar te brengen.
Welk citaat moet je onthouden: Voor het lezen van gedichten is geen specifieke methode voorradig.
Wie: Anne Vegter, een Nederlandse schrijfster van poëzie, proza, toneel en kinderboeken.
Site: Het YouTube-kanaal van Poetry International, een organisatie die op internationaal niveau poëzie promoot.
2. Understanding Poetry is more straightforward than you think
Korte inhoud: Poëzie leer je appreciëren door een gedicht te verkennen, één woord per keer.
Waarom: Herinner jij je nog die verschrikkelijke lessen poëzie op school waarin een gedicht kapot werd geanalyseerd? Ook Matthew Zapruder hield aan die aanpak een klein trauma over. Volgens hem leer je een gedicht pas echt lezen en appreciëren door het woord per woord te verkennen. Poëzie lezen heeft volgens hem niets te maken met het uit het hoofd leren van voorgekauwde interpretaties. Poëzie draait om de ontdekking van de mogelijkheden van de taal.
Welk citaat moet je onthouden: By being placed into the machine of a poem, language can become alive again.
Wie: Matthew Zapruder, een Amerikaanse dichter en schrijfdocent.
Site: The New York Times, een van de grootste Amerikaanse dagbladen wereldwijd.
Ga naar het stuk
Waarom: In 2015 greep Geert Van Istendaele de publicatie van zijn dichtbundel aan om een polemiek over het belang van poëzie te schrijven. Nu, twee jaar later, blijkt het stuk nog steeds actueel. Reden genoeg om het terug op te vissen. In een wereld waar beurskoersen als bijbelteksten worden gelezen, wint poëzie aan belang. Het gedicht - dat weerloze ding dat geen euro winst draait - is een daad van verzet, een tegenstem, een tegenspraak tegen de economen die met cijfers iedereen het zwijgen opleggen.
Welk citaat moet je onthouden: Het woord van de dichter is een vloek in de heilige kerk van de hedendaagse economie.
Wie: Geert Van Istendael, een Belgische journalist en schrijver.
Site: Mo, een Belgisch tijdschrift over internationaal nieuws met een focus op ontwikkelingssamenwerking en andersglobalisme.
Ga naar het stuk
Waarom: In 2016 publiceerde de Amerikaanse schrijver Ben Lerner het pamflet Waarom we poëzie haten. Lerner zegt dat poëziehaat een kenmerk van poëzieliefhebbers is en niet, zoals je op het eerste gezicht zou denken, van mensen die gedichten als een nutteloos tijdverdrijf beschouwen. De Nederlandse auteur Rob Schouten sluit zich bij het pamflet aan. Hoe hard de dichter ook probeert, het perfecte gedicht schrijven blijkt een onmogelijke opdracht. Net daarom koestert hij een haat tegenover de poëzie. Die haat gaat evenwel hand in hand met de liefde voor het genre.
Welk citaat moet je onthouden: Lerner noemt de dichter een tragisch figuur en het gedicht het verslag van een mislukking.
Wie: Rob Schouten, een Nederlandse schrijver van poëzie, proza, kritieken en columns.
Site: Vrij Nederland, een blad en een site over Nederland en de wereld, politiek en maatschappij, kunst en cultuur, economie en duurzaamheid, techniek en filosofie.
Ga naar het stuk
5. Ben Lerner on why so many People (rightfully) hate Poetry
Korte inhoud: Een interview met Ben Lerner over zijn pamflet Waarom we poëzie haten.
Waarom: Na een stuk over Waarom we poëzie haten, is het tijd om Ben Lerner zelf aan het woord te laten. De titel van zijn pamflet maakte veel reacties los, en daar was het hem nu net om te doen. De poëzie wordt om de zoveel tijd dood verklaard, maar toch blijft het genre mensen en pennen beroeren. Haat en liefde ziet Lerner als twee kanten van dezelfde medaille. Zolang je gedichten haat, zul je er ook van kunnen houden.
Welk citaat moet je onthouden: Is the greatest poem no poem?
Wie: Cody Delistraty, een redacteur en schrijver van kritieken, profielen en essays.
Site: Literary Hub, een site die de beste teksten bundelt die online over literatuur verschijnen.
maandag 25 september 2017
Vind ik leuk - 5 stukken over literaire tijdschriften
Het internet bulkt van de goede teksten over literaire tijdschriften. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.
Korte inhoud: Een how-to voor mensen die een tekst willen opsturen naar een literair tijdschrift.
Waarom: Je bent een schrijver, hebt net een fantastische tekst geschreven en denkt: dat verhaal wil ik in een literair tijdschrift zien staan. Maar een stuk indienen bij een tijdschrift, hoe pak je dat aan? Dit artikel zet vijf basistips op een rij. Beschouw een eerste contact met een tijdschrift als een sollicitatiegesprek of een blind date: een goeie eerste indruk kan nooit kwaad.
Welk citaat moet je onthouden: Write a proper email.
Wie: Maggie McEvoy, een Amerikaanse schrijfster en kunstenares.
Site: The Odyssey Online, een Amerikaans digitaal platform dat artikels selecteert en publiceert van amateur-schrijvers.
Korte inhoud: Goed schrijven en gezien worden, op die manier krijg je het snelst een voet tussen de deur bij een uitgeverij.
Waarom: Zo ongeveer elke schrijver droomt ervan om een boek bij een reguliere uitgeverij te publiceren. Hoe zorg je ervoor dat je manuscript niet onderaan de slush pile belandt? Door goeie teksten te schrijven, dat spreekt vanzelf. De laatste tijd volstaat het niet meer om een briljante schrijver op een zolderkamertje te zijn. Professionele auteurs in spe staan op podia, nemen deel aan wedstrijden, publiceren in tijdschriften en bouwen een band op met hun publiek via sociale media. Een uitgeverij vindt het leuk als een schrijver al een schare trouwe fans heeft opgebouwd vóór zijn bundel of roman verschijnt.
Welk citaat moet je onthouden: 95% van de poëziedebutanten had al literair werk gepubliceerd voor hun eerste boek verscheen, vooral in gesubsidieerde Vlaamse literaire tijdschriften.
Wie: Gilles Michiels, cultuurredacteur bij Veto.
Site: Veto, het onafhankelijk studentenblad van de KU Leuven.
Korte inhoud: Hoe ga je als schrijver om met afwijzing?
Waarom: Dus de redactie van het tijdschrift heeft je tekst afgewezen ... Wat nu? Stap 1: adem in. Stap 2: adem uit. Stap 3: en zeg FUCK YOU (herhaal dit minstens drie keer). Stap 4: besef dat het aanbod groter is dan de vraag. Stap 5: bekijk de afwijzing opnieuw en probeer ervan te leren. Lees wat er staat en lees wat er tussen de regels staat. Van een afwijzing leer je soms meer dan van een publicatie. Als het even meezit krijg je van de redactie een tip waar je de rest van je schrijverscarrière iets aan hebt.
Welk citaat moet je onthouden: Rejection is inevitable.
Wie: Nathaniel Tower, een Amerikaanse schrijver, jongleur en de voormalige hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Bartleby Snopes.
Site: Juggling Writer, Het blog van Nathaniel Tower.
4. Toine Donk, een interview
Korte inhoud: Toine Donk stampte een literair tijdschrift uit de grond, gewoon omdat het kon.
Waarom: Hip is wel het laatste woord dat mensen associëren met een literair tijdschrift, tenzij het over Das Magazin gaat. Het blad verscheen voor het eerst in 2011 en bleek een instant succes. Met een oplage van 6 000 exemplaren is het met voorsprong de grootste Nederlandstalige speler op de markt. Maar een hip literair tijdschrift worden, hoe doe je dat? In dit interview gunt mede-oprichter Toine Donk je een blik in de interne keuken. Zijn boodschap: volg je gevoel. Is Donk een gewiekste zakenman of een creatieve kwajongen? Oordeel vooral zelf.
Welk citaat moet je onthouden: In mijn ogen is een blad geen blad zonder lezers.
Wie: Toine Donk, mede-oprichter van Das Magazin.
Site: Fontanel, een Nederlandse site die verhalen van mensen uit de creatieve sector brengt.
5. The Persistence of Litmags
Korte inhoud: Een literair tijdschrift maken is vermoeiend, maar ook spannend.
Waarom: Wil je zelf met een literair tijdschrift beginnen? Toine Donk (zie hoger) zou het alvast een ge-wel-dig plannen vinden. Maar, hoe begin je daaraan? Wie steekt het nieuwste nummer in een enveloppe voor verzending naar de abonnees, wie update de sociale media, wie gaat op zoek naar een plek om het nummer aan pers en publiek voor te stellen, wie wie oh wie? Je begrijpt het al, een literair tijdschrift maken is meer dan alleen brainstormen over inhoud en auteurs aanspreken. Een redactie heeft meestal (nee, altijd) de handen vol, en het meeste (nee, alle) werk gebeurt in de vrije tijd. Waarom toch al die moeite? Omdat het eindresultaat - een nieuw nummer - altijd weer een overwinning is, een overwinning van de literatuur.
Welk citaat moet je onthouden: For a literary magazine to succeed you have to do something that hasn't been done before.
Wie: Stephan Burt, een Amerikaanse recensent en dichter.
Site: The New Yorker, een Amerikaans magazine dat een mix van reportages en commentaren over actuele kwesties brengt, maar ook fictie en poëzie.
donderdag 15 juni 2017
Boek herlezen: 84, Charing Cross Road van Helene Hanff
Als je toevallig langs Charing Cross Road 84 komt, kus het van me! Ik ben het zoveel verschuldigd. Helene Hanff
Op de eerste blanco pagina
van het boek 84, Charing Cross Road staat
in potlood geschreven rumoer in de keuken.
Ik herken het handschrift als dat van de vriendin van wie ik het boek leende. Aantekeningen,
hoe kun je daar niet van houden? Ik zoek ernaar in boeken uit de bibliotheek of
in kringwinkelexemplaren. In mijn hoofd maken ze allerlei vragen los. Wie of
wat veroorzaakte het rumoer? Werd de vaststelling met pret of ergernis
neergekrabbeld? Waarom moest dit op het eerste gezicht weinig opzienbarende
voorval worden bewaard voor later, voor altijd? Of zoek ik het te ver en testte
mijn vriendin enkel de punt van een potlood? rumoer in de keuken, de eerste vier woorden die in haar opkwamen.
Geen wonder dat ik zo weinig
boeken uitlees. Ik ben te snel afgeleid, ook nu. Al valt het deze keer nogal
mee. 84, Charing Cross Road heb ik ondertussen
twee keer uitgelezen. Dat klinkt stoerder dan het is. De uitgave past in de
binnenzak van een jas en telt net geen 135 pagina’s. Het boek bundelt een
selectie uit de correspondentie tussen Helene Hanff, een auteur uit New York,
en Frank Doel, een werknemer van het antiquariaat Marks & Co in Londen. In
1949 post Hanff de eerste brief. Ze is op dat moment een weinig succesvolle schrijfster
van toneelscripts. Haar brief is een reactie op een advertentie in de Saturday
Review of Literature. Ze is op zoek naar een aantal antiquarische titels van
Britse auteurs en hoopt dat Marks & Co die in voorraad heeft. Ze mag dan
arm zijn, tegen een boek (+ sigaret + Martini) zegt ze nooit nee. Er is slechts
één voorwaarde: de prijs, die is liefst zo laag mogelijk.
In 1969, na ontvangst van de
laatste brief, gaat Hanff met het materiaal van de correspondentie aan de slag.
Er zit een kortverhaal, denkt ze. Het uiteindelijke resultaat valt langer uit dan
gepland en hoort thuis op de afdeling non-fictie. Ze doopt het 84, Charing Cross Road, naar het adres
van Marks & Co. Het boek is een instant succes. In 1981 bewerkt James-Roose
Evans het verhaal voor het theater, in 1987 volgt de verfilming met in de
hoofdrollen Anne Bancroft en Anthony Hopkins. Of hoe het kan verkeren voor Hanff
die zichzelf begin jaren zestig in haar memoires Underfoot in Show Business neerzette als het typevoorbeeld van een
getalenteerd, maar mislukt schrijfster.
*
Ik wilde 84, Charing Cross Road voor mezelf
aanschaffen, maar omdat ik rond die tijd al zoveel nieuwe boeken had gekocht,
zei ik ja toen de verkoopster me vroeg: ‘Pakske maken?’ Ik deed het cadeau aan de
snelste lezeres in mijn vriendenkring. Dat gaf me de garantie dat ik het op
relatief korte termijn van haar kon lenen. Nu het zover is, bots ik op nieuwe
problemen. Waar moet ik met mijn aantekeningen blijven? Hoe kan ik mijn
favoriete zinnen onderlijnen? Soms zeg ik tegen mezelf: wat denk je van een
lijntje … eentje maar … in potlood! Ik gom het uit wanneer (als?) ik het boek
(ooit?) teruggeef.
Nee nee, datgaatniet-datmagniet-datisonbeleefd,
op het leen-stelen van een boek staat een postuum pak slaag van Hanff. Over
aantekeningen maken in andermans eigendom valt met haar, eveneens postuum, wél
te praten. Ze was er, net als ik, dol op. Zoals ze ook hield van de pagina
waarop een tweehandsboek openvalt als je het losjes in je handen houdt. Hanff
herkende daarin een wegwijzer die haar naar het favoriete fragment van de
vorige eigenaar leidde.
*
Dat verdomde rumoer in de keuken, wat moet ik ermee?
Meestal heb ik genoeg aan mijn verbeelding, maar deze keer vind ik geen rust
voor al mijn vragen beantwoord zijn. Het vervelende aan antwoorden is dat ze de
verbeelding lamleggen. Een opoffering waartoe ik als lid van generatie Y bereid
ben. Ik wil alle antwoorden op alle vragen aan Facebook-snelheid. Of in dit
geval: Whatsapp.
*
Op 25 maart 1950 schrijft
Hanff: ‘Met de lente in aantocht heb ik behoefte aan een boek met
liefdesgedichten. Geen Keats OF Shelley, stuur me dichters die de liefde
kunnen bedrijven zonder gekwijl (…).’ Ze krijgt ook een boek voor de lente …
van 1951, wanneer Doel in de bibliotheek
van een Engels landhuis een bundel Elizabethaanse liefdespoëzie vindt. In de
jaren vijftig was geduld nog een woord met gewicht. Stel je voor dat ik vandaag
bij een boekhandelaar aan de andere kant van de oceaan met een handgeschreven
brief een boek bestel. Hoe groot is de kans dat hij me onder de bad jokes klasseert? Een boek laat zich
tegenwoordig met één muisklik overal ter wereld kopen. Als het even meezit,
valt het een dag later in de brievenbus.
Het contact met mijn lokale
zelfstandige boekhandelaar beperkt zich tot korte Facebookchats met in het
beste geval hoofdletters, leestekens en correcte spelling. In tegenstelling tot
Hanff en Doel komen wij niet aan persoonlijke onthullingen toe. Zijn voornaam –
hij heet Ed! – is het enige dat ik tot dusver over hem te weten ben gekomen.
Als je dat als een onthulling beschouwt, is bij deze de rek uit dat woord
voorgoed verdwenen. Vroeger was het beter. Dat was de tijd waarin mensen echte
brieven schreven. Op het gevaar af vanaf hier als een oude zak te klinken doe
ik er het zwijgen toe.
Misschien zit in de
vaststelling dat Ed en ik geen zielsverwanten zijn geworden ook de verklaring
waarom ik de correspondentie in 84,
Charing Cross Road benijd. Van gedachten wisselen over een passie, in dit
geval: literatuur, is een gedeeld plezier van alle tijden, of dat nu
face-to-face, per brief, telefoon of mail gebeurt. Hoewel ik, in tegenstelling
tot Hanff, niet zo krap bij kas zit dat ik moet kiezen tussen een boek of een
kroon op mijn tand, kan ik me wel inleven in haar dilemma. Zij kiest, met
tegenzin, voor de kroon. Ik geef, met tegenzin, haar boek cadeau om te
vermijden dat ik thuis een ‘Heb je nu alweer een boek gekocht?’ op mijn dak
krijg. Keuzes, keuzes! Er zijn, niet te vergeten, ook echte problemen in de
wereld, zoals oorlog, armoede, honger en Trump (tot 2021). Desalniettemin
ontbreekt het me nog steeds aan een literaire penvriend. Ed? Iemand? Allé!
Helene?
*
Door al dat gezellige
geklets over literatuur ga ik haast vergeten dat de correspondentie tussen
Hanff en Doel kort na de Tweede Wereldoorlog begint. De sfeer van die
naoorlogse jaren is voelbaar in details die ze bijna terloops vermelden. Uit
hun brieven blijkt dat de Britse overheid bepaalde voedingsmiddelen
rantsoeneert. Elke Brit heeft onder andere recht op één ei per maand. Onvoorstelbaar,
vindt Hanff. Om Marks & Co voor alle hulp te bedanken, stuurt ze het
personeel voor de feestdagen pakketten met verse eieren. Brief per brief,
pakket per pakket masseert ze de stiff
upper lip van Doel tot een smile.
De aanhef van zijn eerste brief is nog ‘Geachte Madame’ – formeel, zoals het een
man in dienst van een gerespecteerd antiquariaat betaamt. Waarop Hanff in haar tweede
brief ps’t: ‘Ik hoop dat bij u ‘madam’ iets anders betekent dan hier.’ ‘Geachte
Madame’ wordt ‘Beste miss Hanff’ wordt ‘Beste Helene’ wordt ‘Lieve Helene komma
Het was fijn weer iets van je te horen punt Ja komma we zitten hier nog steeds
komma worden ouder en krijgen het drukker geen komma maar we worden niet rijk
punt’.
Het personeel dankt Hanff uitgebreid
voor de eieren, maar in haar reactie wuift ze hun bedankingen weg. Het boek dat
Marks & Co haar voor kerst cadeau geeft, is in haar ogen pas echt waardevol.
Een ei bezorgt je in het beste geval een kortstondig genot, vindt ze, een boek heb
je voor de rest van je leven. Als ze er zelf niet meer is, komt het in de
bibliotheek van een andere lezer terecht. Een romantische gedachte, en ik wil
er graag samen met haar in geloven, maar de realiteit is boeken vaak minder
gunstig gezind. Collecties raken verloren, belanden bij het oud papier of gaan
in vlammen op. Zelfs 84 Charing Cross
Road is een selectie, geen integrale publicatie van een correspondentie.
Sommige brieven, geeft Hanff toe, is ze kwijtgeraakt. Andere berichten en
reacties halen de finale versie niet. Elke keuze staat in de dienst van de
spanningsboog die ze fijntjes in haar brievenboek smokkelt. Ze neemt niet
alleen brieven van zichzelf en Doel op, maar ook van andere penvrienden, zoals Cecily
Farr, een collega van Doel. Farr
bezweert haar niemand over hun briefwisseling te vertellen. Ze is bang dat Doel
jaloers zal reageren.
De lacunes en intriges in 84 Charing Cross Road zorgen ervoor dat
ik blijf doorlezen. De drager van de boodschappen – de brief – prikkelt sowieso
mijn nieuwsgierigheid. Wat is er intiemer dan een handgeschreven woord? Lezen is
in dit geval toegelaten, en toch kan ik af en toe de gedachte niet van me
afschudden dat ik dingen lees dat niet voor mijn ogen zijn bestemd. Tot ik
besef dat het een boek is, een constructie van een auteur gemaakt met stukjes
realiteit. Een beetje zoals bij een roman. Misschien wel net zoals bij een
roman, maar dan anders.
*
‘Schrijf me alsjeblieft en vertel
me over Londen,’ vraagt Hanff in haar brief van 10 april 1950, ‘ik leef toe
naar de dag dat ik uit de boottrein stap en smerige trottoirs onder mijn voeten
voel. Ik wil op Berkeley Square lopen en door Wimpole Street en ik wil in de
St. Paul’s staan waar John Donne heeft gepredikt en ik wil op die treden zitten
waar Elizabeth ging zitten toen ze weigerde de Tower binnen te gaan, van die
dingen. Een journalist die ik ken, die gedurende de oorlog in Londen was
gestationeerd, zegt dat toeristen naar Engeland gaan met voorgekauwde ideeën,
zo dat ze altijd precies zullen vinden waar ze naar op zoek zijn. Ik zei hem
dat ik op zoek ging naar het Engeland van de Engelse literatuur, en hij zei
toen: “Dan zul je het vinden.” ‘.
Een chronisch gebrek aan
geld en gezonde tanden zorgen ervoor dat Hanff pas in 1971 Londen aandoet tijdens
de promotietournee voor 84, Charing Cross
Road. Marks & Co heeft tegen die tijd de boeken gesloten. Doodzonde … of
niet? In een brief bekent Hanff aan een vriendin dat ze de drieduizend mijlen
die haar van Engeland scheiden als een voordeel beschouwt. De onmogelijkheid
van een ontmoeting met Doel, en dan vooral de gêne die daarbij de kop op kan
steken, geeft haar de vrijheid hem de gekste dingen te schrijven. Ze vraagt
vrienden die naar Londen reizen in haar plaats het antiquariaat te bezoeken. Hun
brieven en ansichtkaarten heffen die drieduizend mijlen tijdelijk op, dan lijkt
Londen voor haar dichterbij dan New York.
*
Lezen/leven doe je op een tweedehandsbank in een flat in New
York, aldus Hanff. Een boek is interessanter dan de realiteit omdat het fragmenten
van het leven in woorden vat. De kunstenaar is met andere woorden de conservator
van het vluchtige voorval – en wat is het leven meer dan een aaneenschakeling
van zulke voorvallen? De schrijver pakt ze vast en gaat ze kantelen, uitrekken,
onderzoeken en beschrijven. Daardoor overstijgt een voorval de realiteit waarin
het verschijnt. Het wordt duurzaam, bijzonder, kostbaar zelfs. Onder invloed van
een boek gaat een lezer op een andere manier lezen/leven. Hij leert de diepte
van het vluchtige peilen.
Hanff reageert dan ook ontzet wanneer een vlijtige
bibliothecaresse weigert haar een werk van de Brit Izaak Walton uit te lenen.
Ze mag het boek enkel ter plekke lezen. ‘Gaat u maar zitten in kamer 315,’ zegt
het meisje. ‘En lees het hele boek zonder kop koffie, een sigaret of frisse
lucht,’ voegt Hanff daar in gedachte aan toe. AMEN, Helene! schiet door mijn hoofd wanneer ik die passage lees. Zoals elke generatie Y-er
droomde ik ooit van een leven in een koffiebar
·
met een MacBook voor mijn neus
·
een koptelefoon om mijn nek
·
het geluid van rochelende koffiemachines op de achtergrond
·
lattékunst die aan mijn bovenlip blijft plakken
·
en barista’s met tatoeages en baarden
Check, check, check, check
en dubbelcheck. Daar, aan dat ruw houten tafeltje, ontstaat literatuur en krijg
ik ikweetniethoeveelboeken gelezen,
dacht ik. Vergeet het. Als er één plek is waar ik geen letter krijg geschreven
of gelezen, dan is het wel in een koffiebar. Waarom zou ik me daarmee
bezighouden als ik naar barista’s met tatoeages en baarden kan kijken? De
bakvis uithangen – stopt dit ooit? – lukt me prima buitenshuis. Schrijven en
lezen daarentegen doe ik thuis op een tweehandsbank in Hasselt.
*
aan het
typen …
Niet lang meer nu.
aan het
typen …
Komaan komaan!
aan het
typen …
gaatnaarFacebookgaatnaarGoodreadsgaatnaarOutlookenopnieuw
PING!
Over de kracht van één Whatsapp-ping gesproken! Plots dient zich
een Russisch zwaargewicht aan. rumoer in
de keuken, een vers uit een brief van mijn vriendin aan de dichter Joseph
Brodsky. Naar alle waarschijnlijkheid staat zijn werk niet in de kast van Hanff,
daarvoor is hij niet Brits genoeg. Jammer, want Brodsky heeft een schitterend gedicht
geschreven over inktvissen op de barbecue. Of zonder barbecue. Ik weet het niet
meer precies en ben te lui bij deze temperaturen zijn verzameld werk uit de
kast te halen. Andere keer, pinky swear.
Het ene boek verwijst naar het andere, dat staat nu wel vast. Soms
gebeurt dat expliciet, zoals bij Diana Athill die over Hanff schrijft in Stet, de memoires over haar carrière als
redactrice bij André Deutsch Limited, de uitgeverij die als eerste 84 Charing Cross Road in Engeland publiceerde.
Soms gebeurt het impliciet, al is het niet altijd makkelijk daarop snelsnel een vinger te leggen.
Schrijvers recycleren voortdurend zinsneden, plotlijnen of personages uit
klassiekers, maar minstens even vaak is het de lezer die boeken of auteurs met
elkaar verbindt die op het eerste gezicht niets met elkaar hebben te maken. Zoals
mijn vriendin die op de eerste blanco bladzijde van Hanffs boek vier woorden
neerpende en daardoor een link met Brodsky legde. Zoals Hanff zelf die in 84 Charing Cross Road voortdurend lucht geeft
aan haar ervaringen als lezer. De pen, een wapen van de schrijver? Absoluut, maar
hij deelt het met de lezer.
In geen tijd word ik omringd door aangenaam gezelschap: Helene Hanff,
Frank Doel, Joseph Brodsky en Diana Athill. De ene auteur verwijst naar de
andere, het ene boek drukt zich tegen het andere aan, enzoverder enzovoort. In
het midden van die gigantische omhelzing van de literatuur staat de lezer, sta
jij, ik, staan wij.
*
Ondertussen plakt mijn
geleende exemplaar van 84, Charing Cross
Road vol met post-its. De gele strookjes hangen als vleugels uit het boek. Desondanks
slaagt geen rukwind erin het op te tillen. Aan het raam kan het niet liggen,
dat staat hier voortdurend open. De vliegroute naar mijn boekenkast is vrij, de
plek tussen Knut Hamsun en Joanne Harris uitgespaard. Waarop ik denk: tijd voor
een Facebookbericht naar Ed. ‘Kun je me een exemplaar van 84, Charing Cross Road vinden? Ik red het niet meer zonder.’ Dat
doe ik uiteindelijk niet. In plaats daarvan ga ik naar de winkel om de
bestelling persoonlijk te plaatsen. Ed is er niet. Tegen de dame aan de kassa beken
ik: ‘Ik heb een blogbericht over jullie geschreven.’ Misschien wel het begin
van een boek met als titel 83
Maastrichterstraat.
Van mijn vriendin krijg ik
een mail. Of ik het boek dat ze me voor Kerstmis gaf al heb uitgelezen. Wat ik
ervan vind. Of ze het mag lenen, voor onbepaalde tijd.
Meer lezen? Klik hier.
donderdag 1 juni 2017
Vind ik leuk - 5 stukken over de kunst van het lezen
Het internet bulkt van de goede teksten over de kunst van het lezen. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.
Waarom: Lezen is meer dan woorden consumeren. In het beste geval weet je waar je begint, maar waar je eindigt ... dat weet niemand op voorhand. Om nog maar te zwijgen van wat er onderweg allemaal gebeurt. Jij brengt als lezer het boek tot leven, of - om het met de woorden van P.F. Thomése te zeggen - jij bent de dirigent die zich over de partituur buigt, de prins die de woorden wakker kust. Je slaat een brug tussen jezelf en de schrijver, en bij uitbreiding tussen jezelf en de ander, tussen jezelf en het andere - dat wat voor jou als lezer onbekend terrein was vóór je aan het boek begon.
Welk citaat moet je onthouden: Een boek kan niet zonder jou.
Wie: P.F. Thomése, een Nederlandse schrijver. In 2016 won hij de Fintro Literatuurprijs van de lezersjury voor zijn roman De onderwaterzwemmer.
Site: Vrij Nederland, een blad en een site over Nederland en de wereld, politiek en maatschappij, kunst en cultuur, economie en duurzaamheid, techniek en filosofie.
Ga naar het stuk
Waarom: Als lezer moet je je eigen weg volgen, schrijft Woolf. Luister niet naar zogezegde literaire autoriteiten, zet je vooroordelen opzij en geef je over aan het boek. Pas dan zal het zich ook aan jou laten zien. Een verhaal eindigt niet op de laatste pagina, het werkt door in je hoofd. Later komt het opnieuw bovendrijven en kijk je er anders naar dan de eerste keer. Woolf vindt het dan ook belangrijk dat mensen hun leeservaringen delen. Op die manier oefenen lezers op hun beurt invloed uit op schrijvers.
Welk citaat moet je onthouden: The only advice ... that one persoon can give another about reading is to take no advice, to follow your own instincts, to use your own reason, to come to your own conclusions.
Wie: Maria Popova, een Bulgaarse blogger, schrijfster, lezer en criticus.
Site: Brain Pickings, een blog tjokvol interessante stukken over kunst, wetenschap, psychologie, filosofie, geschiedenis, politiek, antropologie en meer.
Ga naar het stuk
Waarom: In 2007 kende de verkoop van de e-reader een vliegende start. Het papieren boek werd dood verklaard. Een voorbarige conclusie blijkt nu. Recente cijfers tonen aan dat de verkoop van e-boeken daalt, terwijl het fysieke boek aan populariteit wint. Papieren boeken zijn opnieuw een hebbeding geworden. How eBooks lost their shine is geen grafrede voor de e-reader, wel een uitnodiging om deze tekstdrager nieuw leven in te blazen. Het succes van audioboeken bewijst dat lezers bereid zijn om literatuur op verschillende manieren tot zich te nemen.
Welk citaat moet je onthouden: We want people to read. We don't mind how they read.
Wie: Paula Cocozza, huisschrijfster van The Guardian.
Site: The Guardian, een Britse krant.
Ga naar het stuk
Waarom: Wat is de ideale leeslijst voor de hedendaagse leerling? In dit stuk proberen vier prominente Nederlandse schrijvers het eens te worden over twaalf titels. De ene houdt ervan een boek tot in detail te analyseren, de ander heeft daar een gloeiende hekel aan. De ene vindt dat de literaire canon dynamisch is, voor de ander is die canon dan weer ontzettend statisch. Hoe het nu precies moet met jongeren en literatuur, daar raken ze niet helemaal uit. Bij de twaalf titels die de leeslijst halen duiken onder andere Harry Mulisch, Tom Lanoye, Annelies Verbeke en Hanna Bervoets op.
Welk citaat moet je onthouden: Je moet boeken niet presenteren als iets wat concurreert met iets anders. Literatuur staat op zichzelf en zo moet je het ook brengen: als iets unieks, iets bijzonders.
Wie: De Nederlandse schrijvers/journalisten Marja Pruis, Niña Weijers, Kees 't Hart en Joost de Vries.
Site: De Groene Amsterdammer, het oudste opinieblad van Nederland met commentaren over politiek, maatschappij, cultuur en literatuur.
Ga naar het stuk
Waarom: Hoe krijg je als docent je studenten aan het lezen? Het helpt als je als leerkracht zelf graag en vaak in de boeken duikt. Als de vlam voor proza en poëzie bij de docent op het laag pitje staat, is de kans klein dat die op een student overslaat. Passie daarentegen is aanstekelijk. Gepassioneerde docenten steken studenten aan, ze geven hen goesting om te lezen en zelf in hun pen te kruipen.
Welk citaat moet je onthouden: I think it was hearing her read The Love Song of Alfred J. Prufrock that incited me to begin a life-long habit of reading and trying to write poetry every day.
Wie: Nick Ripatrazone, huisschrijver van The Millions.
Site: Literary Hub, een site die de beste online teksten over literatuur bundelt en op een overzichtelijke manier presenteert.
Ga naar het stuk
1. De kunst van het lezen
Korte inhoud: Lezen is een kunst.
Waarom: Lezen is meer dan woorden consumeren. In het beste geval weet je waar je begint, maar waar je eindigt ... dat weet niemand op voorhand. Om nog maar te zwijgen van wat er onderweg allemaal gebeurt. Jij brengt als lezer het boek tot leven, of - om het met de woorden van P.F. Thomése te zeggen - jij bent de dirigent die zich over de partituur buigt, de prins die de woorden wakker kust. Je slaat een brug tussen jezelf en de schrijver, en bij uitbreiding tussen jezelf en de ander, tussen jezelf en het andere - dat wat voor jou als lezer onbekend terrein was vóór je aan het boek begon.
Welk citaat moet je onthouden: Een boek kan niet zonder jou.
Wie: P.F. Thomése, een Nederlandse schrijver. In 2016 won hij de Fintro Literatuurprijs van de lezersjury voor zijn roman De onderwaterzwemmer.
Site: Vrij Nederland, een blad en een site over Nederland en de wereld, politiek en maatschappij, kunst en cultuur, economie en duurzaamheid, techniek en filosofie.
Ga naar het stuk
2. Virginia Woolf on How to Read a Book
Korte inhoud: Een How to read volgens Virginia Woolf. Waarom: Als lezer moet je je eigen weg volgen, schrijft Woolf. Luister niet naar zogezegde literaire autoriteiten, zet je vooroordelen opzij en geef je over aan het boek. Pas dan zal het zich ook aan jou laten zien. Een verhaal eindigt niet op de laatste pagina, het werkt door in je hoofd. Later komt het opnieuw bovendrijven en kijk je er anders naar dan de eerste keer. Woolf vindt het dan ook belangrijk dat mensen hun leeservaringen delen. Op die manier oefenen lezers op hun beurt invloed uit op schrijvers.
Welk citaat moet je onthouden: The only advice ... that one persoon can give another about reading is to take no advice, to follow your own instincts, to use your own reason, to come to your own conclusions.
Wie: Maria Popova, een Bulgaarse blogger, schrijfster, lezer en criticus.
Site: Brain Pickings, een blog tjokvol interessante stukken over kunst, wetenschap, psychologie, filosofie, geschiedenis, politiek, antropologie en meer.
Ga naar het stuk
3. How eBooks lost their shine: 'Kindles now look clunky and unhip'
Korte inhoud: Het papieren boek is hot, het e-boek not.Waarom: In 2007 kende de verkoop van de e-reader een vliegende start. Het papieren boek werd dood verklaard. Een voorbarige conclusie blijkt nu. Recente cijfers tonen aan dat de verkoop van e-boeken daalt, terwijl het fysieke boek aan populariteit wint. Papieren boeken zijn opnieuw een hebbeding geworden. How eBooks lost their shine is geen grafrede voor de e-reader, wel een uitnodiging om deze tekstdrager nieuw leven in te blazen. Het succes van audioboeken bewijst dat lezers bereid zijn om literatuur op verschillende manieren tot zich te nemen.
Welk citaat moet je onthouden: We want people to read. We don't mind how they read.
Wie: Paula Cocozza, huisschrijfster van The Guardian.
Site: The Guardian, een Britse krant.
Ga naar het stuk
4. Wat moeten scholieren lezen en waarom?
Korte inhoud: Hoe maak je jongeren warm voor literatuur?Waarom: Wat is de ideale leeslijst voor de hedendaagse leerling? In dit stuk proberen vier prominente Nederlandse schrijvers het eens te worden over twaalf titels. De ene houdt ervan een boek tot in detail te analyseren, de ander heeft daar een gloeiende hekel aan. De ene vindt dat de literaire canon dynamisch is, voor de ander is die canon dan weer ontzettend statisch. Hoe het nu precies moet met jongeren en literatuur, daar raken ze niet helemaal uit. Bij de twaalf titels die de leeslijst halen duiken onder andere Harry Mulisch, Tom Lanoye, Annelies Verbeke en Hanna Bervoets op.
Welk citaat moet je onthouden: Je moet boeken niet presenteren als iets wat concurreert met iets anders. Literatuur staat op zichzelf en zo moet je het ook brengen: als iets unieks, iets bijzonders.
Wie: De Nederlandse schrijvers/journalisten Marja Pruis, Niña Weijers, Kees 't Hart en Joost de Vries.
Site: De Groene Amsterdammer, het oudste opinieblad van Nederland met commentaren over politiek, maatschappij, cultuur en literatuur.
Ga naar het stuk
5. The High School English Teacher who changes my life
Korte inhoud: Twaalf auteurs vertellen over de docent die hen leerde van literatuur te houden.Waarom: Hoe krijg je als docent je studenten aan het lezen? Het helpt als je als leerkracht zelf graag en vaak in de boeken duikt. Als de vlam voor proza en poëzie bij de docent op het laag pitje staat, is de kans klein dat die op een student overslaat. Passie daarentegen is aanstekelijk. Gepassioneerde docenten steken studenten aan, ze geven hen goesting om te lezen en zelf in hun pen te kruipen.
Welk citaat moet je onthouden: I think it was hearing her read The Love Song of Alfred J. Prufrock that incited me to begin a life-long habit of reading and trying to write poetry every day.
Wie: Nick Ripatrazone, huisschrijver van The Millions.
Site: Literary Hub, een site die de beste online teksten over literatuur bundelt en op een overzichtelijke manier presenteert.
Ga naar het stuk
woensdag 10 mei 2017
Vind ik leuk - 5 stukken over de kunst van het schrijven
Het internet bulkt van de goede teksten over de kunst van het schrijven. Jammer genoeg verdwijnen de meeste daarvan al gauw tussen de digitale plooien. Ik heb er vijf voor jou gered.
Waarom: In een zeer kort verhaal (zkv) staat geen woord te veel. Lydia Davis, de zkv-schrijfster van het moment, weet dat als geen ander. In dit stuk laat ze de ontstaansgeschiedenis zien van In a House Besieged. Ze legt de eerste naast de laatste versie en motiveert haar redactionele keuzes. Een beeld dat niets toevoegt of voor verwarring zorgt, wordt onverbiddelijk geschrapt.
Welk citaat moet je onthouden: In those days, I said that flies 'crept,' whereas now, after reading Nabokov on flies, I would never say that - they do not creep, but walk.
Wie: Lydia Davis, een Amerikaanse schrijfster. Ze staat ook bekend om haar vertalingen van Franse klassiekers naar het Engels. In 2013 won ze de Man Booker International Prize.
Site: The Atlantic, een Amerikaans magazine en digitaal platform. The Atlantic brengt nieuws over buitenlandse zaken, politiek, economie en culturele trends.
Ga naar het stuk
2. Failing to write a novel in the most distraction-free place on earth
Korte inhoud: De beste romans ontstaan in afzondering, maar dat is natuurlijk onzin.Waarom: Na een succesvol traject creatief schrijven beloont de universiteit van Boston de jonge auteur Nell Stevens met een beurs. Met dat geld kan ze drie maanden lang in een schrijversresidentie naar keuze verblijven. Ze kiest voor de Falklandeilanden in de winter, een plek waar rond die tijd van het jaar weinig te beleven is. Ze wil er ongestoord schrijven aan een roman. Begin 2017 debuteerde Nell bij uitgeverij Penguin met Bleaker House, een boek over het falen van het schrijven van een roman.
Welk citaat moet je onthouden: Stalled toward the end of her term on the island, Stevens consults the outline she produced with optimism weeks earlier, only to find that under the heading 'Climax & Resolution' she has written the useless injunction: 'Work this out! Everything comes together and all the questions are answered.'
Wie: Rebecca Mead, huisschrijfster van The New Yorker.
Site: The New Yorker, een Amerikaans magazine dat een mix van reportages en commentaren over actuele kwesties brengt, maar ook fictie en poëzie.
Ga naar het stuk
3. De woorden en de dingen
Korte inhoud: Taal bepaalt de manier waarop wij de werkelijkheid ervaren.Waarom: Ooit al eens gehoord van de Sapir-Whorf-hypothese? Volgens die hypothese is er een verband tussen onze taal en ons denken. Taal zou de manier bepalen waarop je de wereld waarneemt. Die hypothese grijpt Marja Pruis aan om het te hebben over de film Arrival, voetballer Patrick Kluivert, filosoof Jaap van Heerden en tot slot, aan de hand van een bizarre anekdote over een bezoek aan een naaktstrand, de dichter Fernando Pessoa.
Welk citaat moet je onthouden: De Hopi-indianen zouden meer respect hebben voor de natuur, omdat zij werkwoorden hadden voor verschijnselen waar wij alleen maar zelfstandige naamwoorden voor hebben, zoals onweer, lawaai, storm.
Wie: Marja Pruis, een Nederlandse journaliste, essayiste en romanschrijfster. In 2013 won ze de Jan Hanlo Essayprijs voor Kus me, straf me.
Site: De Groene Amsterdammer, het oudste opinieblad van Nederland met commentaren over politiek, maatschappij, cultuur en literatuur.
Ga naar het stuk
4. On terrible writing advice from famous writers
Korte inhoud: Zelfs de grootste auteurs verkopen al eens bullshit.Waarom: Lijstjes doen het goed op het internet. Voor lijstjes met schrijfadvies is dat niet anders. Je weet heus wel dat die bestseller niet in zeven eenvoudige stappen op papier staat, maar toch klik je ... voor het geval dat. Alle adviezen ten spijt, zit je als schrijver uiteindelijk alleen voor het witte blad. Op elke regel bestaan immers veel uitzonderingen. Daar zou je neerslachtig van kunnen worden of ontzettend strijdlustig. Als schrijver ben je vrij, onder andere om tegen elke (ongeschreven) regel stevig te zondigen.
Welk citaat moet je onthouden: Advice often robs us of the things we love.
Wie: Danielle Dutton, een Amerikaanse schrijfster en uitgeefster.
Site: Literary Hub, een site die de beste online teksten over literatuur bundelt en op een overzichtelijke manier presenteert.
Ga naar het stuk
5. 10 tips on writing from David Ogilvy
Korte inhoud: Een lijstje!Waarom: Want aan een goed lijstje kan niemand weerstaan. In 1982 stuurde reclamemagnaat David Ogilvy een interne memo* naar zijn werknemers met als titel Hoe te schrijven. Tien poepsimpele tips waarvan je denkt dat je ze al lang toepast ... tot je plots een oude e-mail vol fouten onder ogen krijgt waar (warempel!) jouw naam onder staat. O ja, dat was die e-mail die je vergat na te lezen (tip 7). De tips zijn niet alleen handig voor het schrijven van zakelijke teksten, maar ook voor proza en zelfs poëzie. In menig (overheids)bedrijf zou de oorspronkelijke memo, inmiddels 35 jaar oud, nog eens de ronde moeten doen. Wat me eraan doet denken: heb jij onlangs ook je belastingbrief gekregen?
*Dat is ongeveer hetzelfde als een e-mail, maar dan op papier en trager.
Welk citaat moet je onthouden: 10. If you want ACTION, don't write. Go and tell the guy what you want.
Wie: Maria Popova, een Bulgaarse blogger, schrijfster, lezer en criticus.
Site: Brain Pickings, een blog tjokvol interessante stukken over kunst, wetenschap, psychologie, filosofie, geschiedenis, politiek, antropologie en meer.
Ga naar het stuk
Abonneren op:
Posts (Atom)






















