Posts tonen met het label Proza. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Proza. Alle posts tonen

vrijdag 22 juni 2018

Af en toe een fragment - Ali Smith

Words don't get grown, Elisabeth said.
They do, Daniel said.
Words aren't plants, Elisabeth said.
Words are themselves organisms, Daniel said.
Oregano-isms, Elisabeth said.
Herbal and verbal, Daniel said. Language is like poppies. It just takes something to churn the earth round them up, and when it does up come the sleeping words, bright red, fresh, blowing about. Then the seedheads rattle, the seeds fall out. Then there's even more language waiting to come up.

Fragment uit Autumn van Ali Smith.

dinsdag 19 juni 2018

Kortverhaal: Lavaland (deel 2)

Lavaland
Foto: Gian-Reto Tarnutzer
Einar neemt een ei uit de schaal en zet het in een dopje. Met een mes slaat hij de kop eraf. De dooier piept hardgekookt door de witte kraag. Hij schuift het ei en een snede brood naar Kristín. Ze kijkt niet eens op, blijft werktuiglijk over de buik van de koffiekan wrijven. Einar draait het handvat naar zich toe en vraagt of ik koffie wil. Kristín wrijft verder in het ijle. Een paar minuten geleden stelde hij me dezelfde vraag en schonk mijn kop tot aan de rand vol. Ik heb er sindsdien niet meer van gedronken.
Einar snijdt een boterham in stukken en helpt Kristín met eten. Ze zuigt meer op het brood dan dat ze erop bijt. Plots verstarren haar lippen. Een nat broodpropje valt op de tafel. Speeksel loopt uit haar mondhoek. Verschrikt veeg ik met een servet over mijn eigen lippen. Einar ruimt het brood op en geeft haar een nieuw stuk. Hij pelt haar ei en steekt het in één keer in zijn mond.
Ik zou mededogen moeten voelen, maar het lukt me niet. Ik wil ze allebei door elkaar schudden. Iemand moet hen uit deze halfslaap halen. Zou het niet heerlijk zijn om het tafelkleed weg te trekken en het servies op de vloer aan diggelen te zien vallen?

*

Na de diagnose verkaste Kristín haar dagboeken naar de logeerkamer. Mijn vingers glijden over de genummerde ruggen. Geen letter heb ik er ooit in gelezen. Vroeger bewaarde ze een dagboek onder haar hoofdkussen. De nieuwsgierigheid tintelde in mijn jonge vingers, maar moeder peperde me in dat ik daaraan nooit mocht toegeven. Aangezien ik geloofde dat ze alles zag en hoorde, ook als ze niet thuis was, durfde ik het boek niet te pakken.
Mijn vinger rust op de vervormde rug van het dagboek uit het jaar dat we naar Gullfoss gingen. Kristín zat op een rots langs de waterval in haar dagboek te schrijven. Plots schoof haar pen uit op het blad. Het boek viel van haar knie in het snelstromende water. Einar kon het doorweekte schrift juist op tijd pakken. Ze legde het een paar dagen te drogen en schreef nadien verder op de golvende bladzijden. Haar pen liet het papier kraken alsof het na die duik geen letters meer verdroeg. Ik noemde het haar zuchtende dagboek. Dat geluid klonk al gauw vertrouwd in mijn oren.HHH Ik miste het toen ze met een nieuw schrift begon.

Ik neem het laatste dagboek van het schap. Uit vrees door Einar te worden betrapt, draai ik me om. Het licht op de overloop is uit. Ik sla het dagboek op de eerste ongelijnde bladzijde open. Rechts bovenaan heeft Kristín haar naam geschreven. Op de eerste gelijnde pagina staat geen woord of datum. Ook de rest van het schrift is blanco.
Ze wist al vóór de diagnose dat er iets destructiefs in haar lichaam zat. Zodra ze merkte dat ze meer vergat dan vroeger, liet ze zich onderzoeken. Ik vond dat ze overdreef. Een naam of een plaats vergeten, was op haar leeftijd normaal. In afwachting van de resultaten leende ze in de bibliotheek alles wat ze over dementie kon vinden. Een paar dagen later stond ze onverwacht voor mijn deur.
‘Waar is Einar?’ vroeg ik.
‘Thuis,’ zei ze.
Ze vroeg of ze die avond bij mij mocht blijven slapen.

‘Ik zit in het begin,’ zei ze.
‘Maar hoe weet je dat?’ vroeg ik.
Ze nam een slok van haar kop koffie en zweeg.
‘Je wacht nog op de resultaten van de dokter,’ zei ik.
‘Ik zal …’ zei ze. ‘Nee, ik moet het tot op het einde volhouden. Er zit niets anders op.’
Ze leek haar ziekte als een juweel te willen dragen. Het klonk als een misplaatste vorm van trots in mijn oren. Trots was het laatste waar ze zich aan zou kunnen optrekken.
De volgende ochtend keerde ze terug naar huis. Daarna heb ik haar stem nooit meer gehoord. Ze stopte met spreken. Sindsdien loopt alle communicatie via Einar. Tot vandaag gist hij naar wat ze wil zeggen. De huisarts kon door haar stilzwijgen haar gezondheidstoestand moeilijk inschatten. In het begin zag ik aan haar ogen dat ze zeer goed wist wat er om haar heen gebeurde. Naarmate de jaren verstreken, verloor ze die alerte blik. Niemand weet precies wanneer de taal haar echt in de steek heeft gelaten.

In haar dagboeken registreerde Kristín een tijd die langzaam uit haar verdwijnt. Hoe minder ze weet, hoe spottender de ruggen zich op het schap manifesteren. Haar woorden en zinnen zijn ijdel. De enige die ze zin kan geven, is zijzelf.

Ik zou haar passages kunnen voorlezen, maar ze begrijpt de woorden niet meer. Ik zou de volumes zelf kunnen lezen, maar dat wil ik niet. Kon ik maar met haar praten zoals vroeger. Het maakt me niet uit wat ze nog weet. De rest verzinnen we samen.

dinsdag 12 juni 2018

Kortverhaal: Lavaland (deel 1)

Lavaland
Foto: Jeremy Bishop
‘Een kop koffie,’ zeg ik, ‘zonder melk of suiker.’ De ober kijkt me aan alsof hij verwacht dat ik nog wat extra zal bestellen. Ik schud mijn hoofd. Ik zou hem veel liever iets willen geven: mijn hersenen. Neem ze maar mee, denk ik, en gooi ze in een ijsemmer. Vervolgens openen we het schuifraam en legen we de emmer in de Tjörnin. Ik wil zien hoe mijn brein het wateroppervlak breekt.
Als de ober straks bij het serveren van de koffie zegt: mevrouw, u sterft niet vandaag, en ook niet morgen, u komt er weer bovenop. Dan zou ik hem wel geloven.
Leken de dokters van Reykjavík maar meer op hem. Waarom oogden ze niet zo zacht en ongeschonden? Waarom geloofden ze niet dat ik mijn lichaam beter ken dan de onzin die ze uit hun onderzoeken halen? Dokters praten en patiënten moeten luisteren. Ik heb de hele dag geluisterd en heb het voorschrift voor het antidepressivum aangenomen. Ik heb geknikt bij het advies van de neuroloog om te praten met een psycholoog. Volgens hem is er geen sprake van dementie. Ik heb enkel last van neerslachtige episodes. Zijn woorden, niet de mijne. Zijn conclusie kan me geen barst schelen. Hij weet niet hoe het voelt om te ontwaken in je huis en je slaapkamer niet meteen te herkennen. Hij kan zich met zijn onfeilbare brein niet voorstellen hoe het voelt om de sleutel van je voordeur niet meer te vinden en het raam te moeten breken om binnen te raken. Hij weet niet hoe het voelt om met een drukkend, bijna verlammend gevoel in je buik op zoek te gaan naar de wc. Je trekt alle deuren open, maar vindt de juiste kamer niet.

De oudere dame twee tafeltjes verderop knikt me toe. Ze denkt dat we gelijkgestemden zijn, dat we allebei urenlang koffie kunnen drinken en naar de aan en af vliegende vogels op de Tjörnin kunnen kijken. Ze denkt dat onze buiken tegelijkertijd kriebelen als een vliegtuig laag over het meer vliegt, om even later te landen op de luchthaven van Reykjavík.
Heb je die vogel daar gezien, zal ze vragen. Omdat het leuk is bij de koffie een gesprek aan te knopen. Ze vraagt ook of ik de eend kopje onder zag gaan. Ik knik.
Een plekje als dit bestond niet toen ik jong was, zal ik zeggen, anders had ik hier veel gezeten. Een leugen om de sfeer niet te bederven. Om buitenshuis koffie te drinken, had ik toen geen geld.
Om het gesprek niet te laten stilvallen, laat ze me foto’s van haar kinderen en kleinkinderen zien. Ze wil weten hoeveel ik er heb.
Ik heb een dochter, zeg ik. Ik moet haar bellen om te vertellen wat ze allang vermoedt. Dat mijn kop vol gaten zit. Alleen de dokters geloven me niet.

‘Hulda?’ Einars stem krast in mijn mobiele telefoon. ‘Kom je eten? Kristín zit al aan tafel.’
De dame is verdwenen. Haar lege stoel staart me verwijtend aan.
‘Het is zes uur,’ zegt hij. ‘Waar ben je?’
De ober zet de stoelen op de tafels. Ik wenk hem en wijs naar mijn handtas. Eindelijk, zie ik hem denken.
‘Hulda? Ben je daar? Hallo?’
‘Ik ben hier,’ zeg ik. ‘Ik ben de tijd uit het oog verloren.’
Mijn koffie is koud geworden.
‘Je zus wil regelmaat,’ zegt Einar. ‘Kom zo snel mogelijk eten.’ Hij gooit de telefoon dicht.
‘Het uitzicht op de Tjörnin is schitterend,’ zeg ik tegen de dode lijn. ‘De lucht is helder als glas. Het wordt eindelijk zomer.’

*

Ik druk op de bel en het vertrouwde gerinkel weerklinkt in de gang. De namen van Einar en Kristín op het smalle strookje papier onder de drukknop zijn vervaagd. Ik zet een stap achteruit en bekijk het huis. De deur blijft gesloten.
Ik bel een tweede keer aan. De deur wordt traag tot op een kier geopend. Een hand klemt zich aan de zijkant vast. Hij of zij maakt geen aanstalten me binnen te laten. Mijn adem stokt en het schaamrood vlamt op mijn wangen. Ik heb me vergist, ik sta voor het verkeerde huis. Ik ben betrapt door een vreemde die me de schaamte wil besparen door zijn gezicht niet te laten zien. Bel alsjeblieft de politie niet, wil ik tegen de hand zeggen. Ik verdwijn geruisloos uit uw leven, maar wijs me alsjeblieft de weg naar het huis van mijn familie. Ze wonen in de buurt. Ik ken hun adres. Ik ken hun namen.
Een tweede hand, met bredere vingers en een behaarde rug, doet de deur verder open. ‘Kom hier,’ hoor ik Einar zeggen. Hij zet een stap opzij om me binnen te laten. Kristín staat naast hem.
‘Ik moest naar de wc,’ zegt hij. ‘Ze heeft in geen maanden op de deurbel gereageerd.’ Vroeger nam hij me apart om zulke zaken te vertellen. Sinds kort praten we over mijn zus in haar bijzijn. Volgens hem maakt het niets uit. Haar vermogen om woorden en zinnen te begrijpen is gelijk aan dat van een kleuter.
‘Kom binnen,’ zegt hij. ‘Straks vat Kristín kou.’

Hij haakt zijn vrije arm in de mijne en trekt me over de drempel. Ik hoef zijn betutteling niet. Een klap kan hij van me krijgen. Ik heb zonder hulp de weg hiernaartoe gevonden. Dat laatste stukje was me ook zonder hem gelukt. Ik duw zijn hand weg. Hij kijkt me aan alsof hij me per ongeluk naakt in de badkamer heeft betrapt. Kristín hangt afwezig aan zijn arm.

dinsdag 5 juni 2018

Af en toe een fragment: Anaïs Nin

Ik loop rond in een spookhuis op Coney Island. De grond geeft mee onder mijn voeten. Het zijn de ironieën die de grond opslokken en je duizelig gestrand achterlaten. Ironie van nooit te juister tijd komende liefdes, van tragedies die geen tragedies zouden moeten zijn, van passies die elkaar missen als gericht door blinde mensen, van blinde wreedheden en nog blinder liefdes, van niet bij elkaar passende elementen en bedrieglijke vervullingen. Iedere verwezenlijking is geen hoogtepunt maar een misleiding. Het patroon schijnt tot een einde te komen en blijkt alleen maar een nieuwe knoop.

Fragment uit Dagboek 1931 - 1934 van Anaïs Nin.

vrijdag 13 april 2018

Af en toe een fragment - James Baldwin

Perhaps, as we say in America, I wanted to find myself. This is an interesting phrase, not current as far as I know in the language of any other people, which certainly does not mean what it says but betrays a nagging suspicion that something has been misplaced. I think now that if I had any intimation that the self I was going to find would turn out to be only the same self from which I spent so much time in flight, I would have stayed at home.

Fragment uit Giovanni's Room van James Baldwin.

woensdag 21 februari 2018

Boek herlezen: Venusdelta van Anaïs Nin

Anaïs Nin
De bron van seksueel vermogen is nieuwsgierigheid, passie. U kijkt toe hoe het kleine vlammetje sterft door verstikking. Seks floreert niet op monotonie. Zonder gevoel, bedenksels, stemmingen, geen verrassingen in bed. Seks moet vermengd worden met tranen, lachen, woorden, beloften, scènes, jaloezie, afgunst, al de kruiden van angst, buitenlandse reizen, nieuwe gezichten, romans, verhalen, dromen, fantasieën, muziek, dansen, opium, wijn. Anaïs Nin in een brief aan haar anonieme cliënt
*

Uitstellen, iedereen doet het. Je stelt iets uit tot de klus een alarmbel in je agenda is geworden. En dan ga je aan het werk. In 1940 kan de Franse schrijfster Anaïs Nin zich geen uitstel veroorloven wanneer een anonieme cliënt haar vraagt erotische verhalen te schrijven. Ze leidt een armoedig bestaan in Parijs aan de zijde van haar toenmalige minnaar, de Amerikaanse auteur Henry Miller. Ze neemt de opdracht aan voor het geld; één dollar per pagina.

De anonieme cliënt kan haar eerste verhalen maar matig appreciëren. Via een tussenpersoon laat hij Nin weten dat hij haar schrijfsels te poëtisch vindt. ‘Concentreer u op de seks,’ zegt hij. En dat is precies wat ze – met tegenzin – in de volgende verhalen doet. Na een jaar is voor haar de maat vol. In een vlammende brief aan de cliënt uit ze haar ongenoegen. Seks om de seks is waardeloos, vindt ze. Of om het met haar woorden te zeggen: ‘Alleen het verenigt slaan van seks en hart samen kan extase scheppen.’

*

Wist Nin toen veel dat die erotische verhalen haar ooit beroemd én berucht zouden maken. Vooral in feministische kringen geniet haar werk veel bijval, en wel omdat ze over seks en lust schrijft vanuit een uitgesproken vrouwelijk standpunt. In Venusdelta is de vrouw geen lustobject in dienst van de man, maar een evenwaardige seksuele partner.

Op haar eigen, verfijnde manier strijdt Nin voor gelijke rechten, al vind ik het soms jammer dat Venusdelta door feministes wordt geclaimd. Als je de verhalen louter vanuit een feministisch standpunt leest, doe je Nins oeuvre onrecht aan. Je gaat dan voorbij aan het feit dat Venusdelta veel meer is dan een feministisch statement. In de eerste plaats is het een bundel met goede verhalen, en dat maakt Venusdelta nu precies buitengewoon.

Anaïs Nin
Fragment uit Artiesten en modellen uit Venusdelta van Anaïs Nin
*

Ik daag je uit: probeer 200+ pagina’s te vullen met verhalen waarin personages bijna onafgebroken seks hebben. Als ik het heb over seks, dan bedoel ik ook seks. En geen langgerekt voor- of naspel waar ik het als lezer warm noch koud van krijg. Sla er een paar hedendaagse romans op na en je zult zien dat de gemiddelde vrijpartij in een paar zinnen wordt afgewerkt. Jammer, maar begrijpelijk. Een geslaagde seksscène is als een weg met scherpe bochten. Voor je ’t weet, vlieg je eruit.

Schrijven over seks, dat gaat al snel cliché of plat klinken. Wat doe je bijvoorbeeld met geslachtsdelen. Noem je ze bij naam of niet? Of ga je ze met iets anders vergelijken? Vruchten zijn populair, maar je zult maar een echte banaan of pruim zijn. Of kies je misschien liever voor een pejoratieve woordenschat? Waarbij ik me afvraag of de wereld echt nood heeft aan nog meer lullen en kutten. Het gevolg? Op papier wordt weinig of kort geneukt. De meeste auteurs vermijden het bochtenwerk en kiezen voor de snelweg: lekker hard en rechtdoor.

Venusdelta daarentegen is als een auto op een bergpas met haarspeldbochten. Nin is de chauffeur van dienst. Ze schrijft over mannen, vrouwen en transgenders. En ze vrijen dat de stukken ervan af vliegen. Om hun liefdesdaden te omschrijven, vergelijkt Nin haar personages en hun lichamen met zowat alles wat op een mens of lichaamsdeel gelijkt in het planten- of dierenrijk. En soms noemt ze de dingen gewoon bij naam. In het ene verhaal is haar toon ernstig, in het andere mikt ze op je lachspieren. Want ja, seks dat is soms gewoon maf en grappig.

Anaïs Nin
Fragment uit De Bask en Bijou uit Venusdelta van Anaïs Nin
*

Het geheim van Venusdelta is Nins aandacht voor variatie. En zoals dat gaat, werkt variatie niet alleen op een bord met eten, maar ook tussen de lakens. Het prikkelt de zintuigen en scherpt de (eet)lust aan. Daarenboven is bij Nin niets taboe. Voyeurisme, exhibitionisme, fetisjisme, sadisme, zoöfilie, necrofilie en zelfs pedofilie, in Venusdelta komt het allemaal aan bod.

Schrik je van dat lijstje? Je bent niet de enige. Tijdens het lezen vroeg ik me af of uitgevers het tegenwoordig nog zouden aandurven een boek als Venusdelta te publiceren. Er komt geheid een schandaal van, denk ik dan. Niet dat Venusdelta daaraan is ontsnapt. Wanneer het boek in 1977 verschijnt, krijgt Nin, naast lof en complimenten, ook een hoop bagger over zich heen. Maar wat is een klassieker zonder schandaal? Juist: geen klassieker.

*

Jarenlang houdt Nin de publicatie van Venusdelta af. Ze walgt van haar eigen verhalen. Waarom zou ze zich dan moe maken aan het zoeken van een uitgever? In september 1976, vier maanden vóór ze overlijdt aan de gevolgen van kanker, gaat ze dan toch overstag. In haar dagboek schrijft ze: ‘Nu ik ze (de verhalen van Venusdelta, nvdr) vele jaren later herlees, zie ik dat mijn eigen stem niet geheel onderdrukt was.’ Alsof ze plots een gouden randje aan haar verhalen zag.

Het is uit de mode om dingen tegen je zin te doen. En ja, ook ik heb een hekel aan verplichte stukjes. Maar soms heb ik een opdracht nodig om er eens flink tegenaan te gaan. Wanneer de deadline lonkt, gooi ik in een wip alle overbodigheden overboord en focus ik me op de essentie. En dat levert vaak mooie resultaten op. Vraag het maar aan Anaïs Nin. Venusdelta is hét bewijs dat een verplichte opdracht je dichter bij goud kan brengen dan je vrije wil.

Anaïs Nin

Meer lezen? Klik hier

dinsdag 13 februari 2018

Herinner je (5)

Herinner je
Donderdag 31 oktober 1996, 15:11u, Groot-Brittannië
Aan het zebrapad wacht je met je ouders om over te steken. De regen valt met bakken uit de lucht. Het verkeer zit muurvast. Centimeters scheiden bumpers van elkaar. Een gezin in de auto staat voor het rode licht. Ze zijn te laat – 'we are late,' hoor je de vader schreeuwen en hij klopt met een vuist op het stuur. De ruitenwissers zwiepen heen en weer. Het licht springt op groen, maar het verkeer komt geen meter vooruit.

Je tikt met je vinger tegen het raam van de bestuurder. De vader van het gezin weigert het naar beneden te draaien en kijkt je misnoegd aan. Het licht springt voor hem alweer op groen en de auto voor de zijne schuift enkele centimeters op. Hij duwt het gaspedaal in, maar jij legt je handen op het dak. De auto blijft ter plekke staan en de wielen draaien alsmaar driftiger in het rond. De banden beginnen te roken. Het kruispunt ruikt naar rubber. De vader vloekt, de moeder schreeuwt, de kinderen beginnen te huilen. Het gezin ontsnapt via de kofferbak. Je verkreukelt de auto als een blad papier in je handen. De prop past in de zak van je jas.

Je draait je om en roept naar je vader: ‘Heb je dat goed in beeld gekregen?’ Hij staat met zijn rug naar je toe en kijkt naar de etalage van een souvenirwinkel. Je moeder roept iets, maar door het drukke verkeer kun je haar niet goed horen. Je vader kijkt nog steeds naar de etalage van een souvenirwinkel.

Meer lezen? Klik hier.

donderdag 8 februari 2018

Herinner je (4)

Herinner je
Maandag 26 oktober 1996, 8:23u, België
Je trekt een voelspriet uit het kopje van de vlinder, een vleugel uit het lijfje. De poten spartelen als een gek. Je legt hem op het terras en haalt een vergrootglas uit je broekzak. Je bundelt de stralen van de zon in het glas en richt het brandpunt op de vlinder. Hij probeert weg te vliegen, maar komt amper vooruit. Hij lijkt op een klapperend pannenkoekje. Uit het lijfje stijgt een rookpluim op. Of is het een vlag van ik geef me over – even wit als de uitgetrokken vleugel die je moeder later die dag op het terras vindt en verwart met een rozenblad.

Je verdraagt niet nog een dag op het veld met je vader. Het tellen van hoeveel centimeters gegroeid. Maïs groeit volgens jou alleen als niemand kijkt of meet. Je vader denkt daar anders over. Hij dwingt je steeds dieper in het veld en je denkt: dit kan niet blijven duren, op een dag raak ik hier nooit meer uit. In het midden van het veld dacht je ooit het geluid van troost te horen, maar nu stel je die interpretatie bij: wat je hoort is het geluid van onverschilligheid. De kolven harden onder de zon.

Meer lezen? Klik hier.

dinsdag 6 februari 2018

Herinner je (3)

Woensdag 6 november 1996, 13:38u, België
Je legt je aantekeningen op de tafel naast de pas ontwikkelde foto’s van Londen. Op de achterkant van de plaatjes schrijf je datum, uur en plaats. Van de laatste dag ontbreekt elk spoor. Je plakt de negatieven op het keukenraam, maar ook daarop kun je geen herinnering vinden. Je begrijpt het niet. Je moeder had die dag onvergetelijk genoemd. In Battersea Park gaf je een eekhoorn te eten en niet veel later duwde je Big Ben bijna omver. Je vader zei: ‘Ik heb het net goed in beeld gekregen.’

Je haalt de fotoalbums van je ouders uit de kast. Vanaf de jaren tachtig kom je zelf op de plaatjes voor, steevast tussen je vader en moeder in geklemd. De meeste beelden zeggen je weinig. In het beste geval kun je je nog enkele seconden voor de geest halen, een geur, een smaak, een aanraking. De beelden laten er geen twijfel over bestaan. Je was er overal bij, en hoe: je lacht breed, keer op keer. Bovenaan elke bladzijde: datum, uur en plaats.

Je moeder komt thuis van het werk en begint te koken. Je vader keert terug van het veld en trekt zijn laarzen uit. Tijdens het avondeten vraag je hen waar de foto’s zijn gebleven. Ze antwoorden tegelijkertijd: ‘Alle plaatjes van de laatste dag zijn mislukt.’ 

Meer lezen? Klik hier.

donderdag 1 februari 2018

Herinner je (2)

Herinner je
Maandag 26 oktober 1996, 8:07u, België
Je wordt door zweet gewekt en denkt: dit kan niet blijven duren. Zelfs het ontbijt valt in herhaling: geroosterd brood en aardbeienjam. Welke dag is het vandaag? Je durft het je moeder niet te vragen, behalve: ‘Mag ik van tafel gaan?’ Ze zegt dat het voor één keer kan, vraagt of je je wel lekker voelt, vraagt of ze een appel voor je schillen moet. Je krijgt het antwoord amper over je lippen. Ze zegt: ‘Je vader verwacht je over een uur op het veld.’

In de tuin probeer je met een tomaat te spreken. Ze houdt haar onrijpe lippen op elkaar. Je vraagt de witte roos hoe het met haar gaat. Plots krult ze haar blaadjes naar binnen. Ligt het aan de wind? Het bladerdek van de appelboom ruist niet. Misschien kun je aan je vinger likken? Nee, dat durf je niet. Ondertussen heeft een spin een web tussen je duim en je pink gesponnen. Een vlinder landt op de rug van je hand.

Meer lezen? Klik hier.

dinsdag 30 januari 2018

Herinner je (1)

Herinner je
Dinsdag 29 oktober 1996, 8:49u, Groot-Brittannië
Je ligt op een bed van een hotelkamer in Camden. Het raam kijkt uit op een blinde muur. De televisie speelt dag en nacht. Je moeder spuit lak op haar haren. Je vader test een wegwerpcamera. Het hotel davert als de metro de halte King’s Cross nadert. Je ligt languit op de matras en voelt hoe het trillen begint. Je neemt je dagboek uit je rugzak en probeert het gevoel te omschrijven. Op het blad verschijnt enkel een schokkerige lijn. Je verkreukelt het papier en gooit de prop uit het raam.

Je werkt met je ouders een lijst met bezienswaardigheden af, beginnend bij de letter a. Twee dagen later lig je uitgeteld op de bank in de lobby. Je bent slechts één letter in het alfabet gevorderd. Met de kap van een jas over je ogen heb je Londen gezien. Wanneer je ouders tegen de receptioniste over de televisie op de kamer klagen, antwoordt ze: 'Did you know that we have to replace our television sets every year?'

Meer lezen? Klik hier

vrijdag 26 januari 2018

Af en toe een fragment - Patti Smith

Café 'Ino zag er verlaten uit. Er hingen kleine ijsformaties aan de rand van de oranje luifel. Ik nam plaats aan mijn tafeltje, bestelde mijn bruine toast met olijfolie en sloeg De eerste man van Camus open. Ik had het een tijd geleden al gelezen, maar was er zo in verdiept geraakt dat er niets van was blijven hangen. Dat is mijn hele leven een terugkerend raadsel voor me geweest. In mijn vroege puberteit zat ik urenlang te lezen in een bosje met jonge bomen bij de spoorweg van Germantown. Net als Gumby gaf ik me helemaal over aan een boek en soms ging ik daarbij zover dat het leek of ik er in woonde. Ik heb daar zo heel wat boeken uitgelezen; ik sloeg het boek dicht, maar wist bij thuiskomst niets meer over de inhoud. Dat zat me dwars, maar ik praatte met niemand over die vreemde afwijking. Ik bekijk het omslag van die boeken en de inhoud blijft een mysterie dat ik met geen mogelijkheid kan oplossen. Ik was dol op bepaalde boeken, woonde er zelfs in, maar kan me er niets van herinneren.

Fragment uit M Train van Patti Smith.

vrijdag 19 januari 2018

Af en toe een fragment - Clarice Lispector

De gewoonte heeft de schok van zijn valpartijen gedempt. Maar omdat het minder pijn doet, is hij de pijn als waarschuwing en symptoom kwijtgeraakt. Tegenwoordig leeft hij onvergelijkbaar veel serener, maar hij verkeert wel in levensgevaar: hij kan nog maar één stap verwijderd zijn van zijn sterven en zijn dood, maar zonder het voordeel dat hij zichzelf vooraf waarschuwt.

Fragment uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector.

woensdag 10 januari 2018

Af en toe een fragment - Charlotte Mutsaers

Er zijn twee soorten rommel: de achteloze en de noodzakelijke. De achteloze rommel is niet van belang omdat die op nonchalance wijst, en nonchalance maar zelden iets goeds heeft opgeleverd. Met noodzakelijke rommel, troep die niet te voorkomen was, ligt dat anders. Die verbergt haast altijd het verhaal van een perfectionist die bij alles wat er werkelijk voor hem toe deed zozeer ad fundum wenste te gaan dat hij de praktische en logistieke kant van zijn leven wel moest verwaarlozen. Een voor de hand liggend gevaar dat ook mij bedreigt en steevast resulteert in tijdsgebrek. Troep en perfectionisme zijn vaak de kinderen van één vader.

Fragment uit Harnas van Hansaplast van Charlotte Mutsaers.

dinsdag 19 december 2017

Af en toe een fragment - Nicolien Mizee

Tussen mijn veertiende en mijn zestiende was ik tamelijk ver heen, hetgeen bruusk eindigde in een opzettelijk veroorzaakt ongeluk, waarna het langzame ontwaken aanving. Het verlies van de eigen zinnen is geloof ik het ergste wat er bestaat, zeker als je in staat bent om dat zelf waar te nemen, maar ik kan niet ontkennen dat ik me daarna nooit meer zozeer mezelf heb gevoeld als in die tijd, en de jaren daarna heb ik ervaren als een concessie aan de buitenwereld.

Fragment uit De kennismaking - Faxen aan Ger van Nicolien Mizee.

vrijdag 1 december 2017

Af en toe een fragment - Lieke Marsman

Voor niet-depressieve mensen zorgt tijd ervoor dat nare gebeurtenissen voorbijgaan, dat hoop mogelijk is, dat je vol nostalgie kunt terugblikken op een zorgeloze zomer ... maar wie depressief is kan de mogelijkheid tot verandering die tijd met zich meebrengt niet goed meer ervaren. In een depressie zijn alle ervaringen op. Er is nog maar één ervaring over: die van het niet-ervaren, een lange weeïge brij van hetzelfde. Als gevolg hiervan wordt het lastig om beslissingen te nemen, omdat je voor het nemen van beslissingen een bepaalde vooruitziende blik nodig hebt: welke voor- of nadelen levert de beslissing je in de toekomst op? Sommige mensen omschrijven het alsof de tijd voor hen stilstaat: ze nemen waar dat de tijd voor de rest van de wereld doorgaat, maar het lijkt alsof zij zelf van die tikkende tijdswereld uitgesloten zijn. Het ultieme leven in het moment, zou je kunnen zeggen. En teven de reden dat ik leven in het moment háát.

Fragment uit Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman.

maandag 13 november 2017

Af en toe een fragment - Ellen Deckwitz

Misschien is dat wel de reden dat we zo lang wachten om de klassiekers tot ons te nemen. We weten van tevoren al dat ze geweldig zijn en dus ook hoe groot de klap zal zijn als je ze eenmaal uit hebt. Daarom voelde ik bij het lezen van Middlemarch na iedere rake regel ook verdriet, omdat ik weer een aantal woorden dichter bij het einde kwam. Dat is het grote probleem met goede boeken: ze verlichten even het duister om ons heen, om ons uiteindelijk toch weer in hetzelfde donker achter te laten, wanhopig tastend naar nieuwe woorden, naar een zin.

Fragment uit Dichter bij Ellen van Ellen Deckwitz in de boekenbijlage van De Morgen.

dinsdag 7 november 2017

Af en toe een fragment - Etty Hillesum

De realiteit is voor mij eigenlijk helemaal niet reëel en daarom kan ik niet tot daden komen, omdat ik daar het gewicht en de portee nooit van snap. Een enkele regel van Rilke is voor mij iets reëlers dan bijvoorbeeld een verhuizing of zo. Ik moet m'n leven lang maar aan een bureau blijven zitten. Toch geloof ik ook niet, dat ik een verdroomde idioot ben. De werkelijkheid interesseert me beestachtig erg, maar vanachter m'n bureau, niet om er in te leven en te handelen. Om mensen en ideeën te begrijpen moet je ook de werkelijke wereld en achtergronden kennen, waarbinnen alles leeft en gegroeid is.

Fragment uit Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941 - 1943 van Etty Hillesum.

donderdag 14 september 2017

Af en toe een fragment - Connie Palmen

Vragen van anderen brengen mij meestal in verlegenheid. Ze klinken alsof ik ze mijzelf nooit gesteld heb en naarmate ze me onbekender voorkomen, hebben ze meer gewicht. Er moet toch een reden zijn waarom je jezelf de vragen die je bij iemand anders oproept, nooit gesteld hebt? Is er iets dat je voor jezelf geheim houdt, een verborgen kwaad, een ongewenste karaktertrek, een onbekend domein in jezelf, waarvan de ander, degene die de vraag stelt, een vermoeden gekregen heeft? Ik hou er wel van, maar neem ze het liefst mee naar huis, naar de plaats waar ik alleen ben en pas werkelijk over een antwoord na kan denken. Het antwoord wat ik ter plekke geef is provisorisch, onvolledig, een eerste gissing.

Fragment uit De wetten van Connie Palmen.

maandag 11 september 2017

ciT - Woord

© Eelco van den Bergh
Je ontwaakt als een man van achttien, onderuitgezakt tegen een boom in het park. Een fontein begint voorzichtig te spuiten. In flats en huizen wordt het licht aangedaan. Armen gooien ramen en deuren open. Kinderen worden naar school gebracht. Een junk zit aan het einde van een trip. Op café wordt een eerste koffie geschonken, nog een bier getapt. De wind blaast een stadsplan in een toeristengezicht. Pendelaars banen zich een weg naar een job in een toren – hun zolen onderhouden het olifantenpad.

Een man met een grijparm plukt een naald uit het gras en gooit het in een bak op wielen. Hij zegt: ‘Es-ce que tu viens avec moi?’, maar je blijft naar de hemel staren. ‘J’espère que tu trouves ton ange,’ zegt hij. Een vrouw neemt een foto van het vuilnis in zijn bak. ‘Mais tu fais quoi?!’ vraagt hij en hij sist en klapt in zijn handen. De vrouw neemt een foto van hem. Straks hangt hij aan een wasdraad naast een snapshot van het vuilnis; een duif op een vensterbank; een jongen met Mickey Mouse-oren op zijn hoofd; springveren die uit een versleten bed steken; een ouder koppel op de bus – ze dutten, leunen zwaar tegen elkaar aan; een opwaaiende jurk en twee dikke, bleke benen; een meisje dat haar hand naar een taart uitstrekt – haar vingerafdrukken op de etalage komen het dichtst in de buurt.

Jij hebt alle letterkoekjes opgegeten. Je maag maakt een pompende beweging. Je stembanden trillen. Een woord werkt zich naar boven en gaat op je tong liggen. Je spuwt het uit en raakt een struik. Hij blijkt gemaakt van spaanderplaat en valt met een klap op de grond. Het houtskelet hangt hulpeloos in de lucht. De cameraman die zich achter de struik had verstopt, wordt niet langer aan je oog onttrokken. Hij komt naar je toe en zoomt in op je mond. Langszij staat de regisseur druk te gebaren. Je weegt je woorden, spreekt ze uit.