Posts tonen met het label Jón Kalman Stefánsson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jón Kalman Stefánsson. Alle posts tonen

dinsdag 12 mei 2015

Af en toe een zin

Mensen leven, krijgen hun tijd, hun kussen, gelach, hun omarmingen, hun koosnamen, hun blijdschap en verdriet, ieder leven is een universum dat vervolgens implodeert en niets achterlaat behalve een paar dingen die door de dood van degene die het bezat een aantrekkingskracht ontwikkelen, belangrijk, soms heilig worden, alsof een deel van het leven dat ons is ontglipt in een koffiekopje, een verhaal, een haarborstel of een sjaal is overgegaan.

Zin uit Hemel en hel van Jón Kalman Stefánsson.

woensdag 22 april 2015

Af en toe een zin

Het is de maand maart en de wereld is wit van sneeuw, hoewel niet helemaal wit, hier wordt het nooit helemaal wit, ongeacht hoeveel sneeuw er valt, ook al vriest de hemel en de zee aaneen en lukt het de kou de lange weg af te leggen naar ons hart waar de dromen wonen, toch overwint het wit nooit.

Zin uit Hemel en hel van Jón Kalman Stefánsson.

zondag 13 april 2014

Verwantschap (deel 4) - No. It's about me

Een slechte gewoonte: te veel ja zeggen.

Zodra ik de kans krijg iets leuks te doen, laat ik niet na die te grijpen. Ik zadel mezelf dan op met een agenda die er ongeveer zo uitziet:

Maandag 31 maart
  • Overdag: werken. 
  • 's Avonds: cursus toneel en voordracht.
  • Te laat gaan slapen.
Dinsdag 1 april
  • Overdag: afronding tweede researchfase roman, opnieuw proberen te schrijven aan een volgend hoofdstuk, vloeken, schrijven, vloeken.
  • 's Avonds: dansvoorstelling Wayne McGregor.
  • Te laat gaan slapen.
Woensdag 2 april
  • Overdag: werken.
  • 's Avonds: schrijven, vloeken, schrijven, vloeken.
  • Te laat gaan slapen.
Donderdag 3 april
  • Overdag: werken.
  • 's Avonds: vloeken, vloeken, vloeken, schrijven.
  • Te laat gaan slapen.
Vrijdag 4 april
  • Overdag: werken.
  • 's Avonds: wijn weigeren bij een vriendin, ik ben te moe voor alcohol. Vriendin lijkt op mij, heeft de voorbije dagen ook te veel ja gezegd, maar drinkt toch wijn. Omstreeks 23u vormen onze monden zware zinnen. We nemen ons voor meer nee te zeggen. 
  • Te laat gaan slapen.
Zaterdag 5 april
  • Overdag: lummelen in de stad, ik maak mezelf wijs dat ik daarvan tot rust zal komen. Een paar uur later besef ik dat ik van lummelen moe wordt.
  • 's Avonds/'s nachts: in het Kunstencentrum Hasselt tonen ze de twee delen van Nymphomaniac van Lars von Trier na elkaar. Natuurlijk heb ik ja gezegd toen ik de flyer zag en kocht ik onmiddellijk tickets. 
  • Echt veel te laat gaan slapen.
Zondag 6 april
  • Overdag: huishouden doen, ogen openhouden, teksten nalezen voor Gierik, ogen openhouden bloggen, ogen openhouden.
  • Te laat gaan slapen, ogen willen niet meer dichtgaan. 

Maandag 7 april liep de wekker weer lekker vroeg af en nog voor ik hem had afgedrukt, verlangde ik alweer naar mijn bed. Ik moest rennen om de trein te halen en kwam pas enigszins tot rust toen ik met een boek in mijn handen in de wagon zat. Ik las de laatste bladzijden van De koning buigt, de koning moordt van Herta Müller en begon daarna in Hemel en hel van Jón Kalman Stefánsson. De eerste regel van het tweede hoofdstuk luidde:

We bevinden ons in een tijd waarin we beslist nog in leven waren.

Ik kreeg het benauwd van die woorden, die stijl. Ik voelde een sterke verwantschap met de roman die ik zelf aan het schrijven ben. Kan ik die verwantschap uitleggen? Nee, want dan zou ik het boek moeten lezen, en dat durf ik niet. Als ik dat doe, bestaat de kans dat Stefánssons woorden me zodanig zullen beïnvloeden dat mijn roman een kloon wordt. In die eerste zinnen proefde ik IJsland, maar meer nog dan dat proefde ik een sfeer die ik ook in mijn roman probeer te verwerken.

Tijdens het lezen moest ik denken aan een interview met Kris van Steenberge. Vorig jaar debuteerde hij bij uitgeverij Podium met Woesten, een roman die zich afspeelt ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Nu deze oorlog opnieuw in de belangstelling staat, is hij niet de enige die een boek aan het onderwerp heeft gewijd. Gelijkaardige romans loerden vanaf het boekenrek over zijn schouder. In het literaire tijdschrift Verzin zegt hij daarover het volgende:

Ik heb ze allemaal in de kast staan: Oorlog en terpentijn, Post voor mevrouw Bromley van Stefan Brijs, Over het Kanaal van Annelies Beck ook. Maar ik zei tegen mezelf: Kris, kom er niet aan, want je gaat in verwarring geraken.  

Hemel en hel heeft terug een plek in mijn boekenkast gekregen, naast het werk van andere IJslandse auteurs zoals Laxness, Sjón, Bergsson en Ólafsdóttir. Hun romans kon ik wel lezen zonder in verwarring te raken. Ook zij pakten die IJslandse sfeer in woorden, maar op een andere manier dan ik. Hun invalshoeken lieten me toe mijn eigen invalshoek te zoeken. Terwijl zij links, rechts of tegenover me staan, voel ik de adem van Stefánsson in mijn nek.

De rust die ik op de trein dacht te vinden, kwam niet echt van de grond. Met een dichtgeklapt boek op schoot droomde ik nog steeds van een zacht bed. Mijn moeheid nam alleen maar toe bij het idee dat ik die avond naar een voorstelling in een cultureel centrum zou gaan. Bij de start van de ticketverkoop in de zomer 2013 had ik een kaartje voor Winterlicht van Fernweh geboekt. Jammer genoeg kan een mens in de zomer van het ene jaar moeilijk inschatten hoe hij zich zal voelen op een maandagavond in de lente van het volgende jaar.

Ik kon twee dingen doen:
  1. gaan: in het beste geval zou ik ervan genieten, zou de voorstelling me energie geven. Oorlog aan de moeheid!
  2. niet gaan: ik zou op tijd naar huis gaan en in mijn bed kruipen. In dat geval won de moeheid een veldslag, maar zou ik de oorlog winnen door de volgende ochtend uitgeslapen op te staan.
Ik sleepte me door de werkdag en bleef twijfelen. Ik dacht aan een vriendin die ik contacteer wanneer ik te veel ja heb gezegd. Ze kan mijn ja-drang perfect kaderen en bezit een waaier aan tips om me nee te leren zeggen. Ze stuurt me zelfs postkaarten met op de voorkant een zin als No. It's about me. De o van de bloedrode No is een gat waardoor een kogel is gevlogen.

Voor de tweede keer die dag zei ik nee. Eerst tegen Stefánsson en ten slotte tegen Fernweh. Ik twijfel niet aan het talent van het gezelschap, maar mijn hoofd stond er niet naar. Ik liet het culturele centrum links liggen en spoorde naar huis. Die avond kwam ik enigszins tot rust. Toch raakte ik ook die avond niet op tijd in mijn bed.

Ooit, op een dag, heb ik dit leven helemaal onder de knie, echt waar!

Lees ook over mijn verwantschap met:
Joanne Harris, Erwin Mortier en Annelies Verbeke
Alessandro Baricco
Diana Athill, Herta Müller en Valeria Luiselli
Virginia Woolf
Vincent Van Gogh

zondag 1 september 2013

De zomer van

Het was de zomer waarin ik amper nieuwe poëzie schreef, maar gedichten voltooide die stof vergaarden in de schuif of op mijn computer. De cycli Paars en Woonboot en de gedichten Koffie en Jas zijn klaar voor voordracht of publicatie. De gedichten komen mij voor alsof ze door iemand anders zijn geschreven. Het slot zit op de vorm en de inhoud. Ik ben op zoek naar stoute schoenen om Paars naar Kluger Hans te sturen en Woonboot naar Het Liegend Konijn. Jas of Koffie houd ik voor de Turing gedichtenwedstrijd. Daarvoor wil ik ook enkele Frida Kahlo-gedichten indienen, maar die vind ik nog niet goed genoeg.

Het was ook de zomer van een weekend weg van de wereld in een Brugs tuinhuis uit de achttiende eeuw. Niet ver van mij vandaan krioelden toeristen, terwijl ik onder het gebladerte van een prieel met een kop thee in de hand genoot van een zicht op een wilde, ommuurde tuin. 's Avonds maakte ik kladversies van blogberichten op een iPad die voortdurend mijn zogezegd fout geschreven woorden automatisch corrigeerde. Het resultaat is een aantal onleesbare (en soms hilarische) teksten die ik opnieuw moet schrijven. Voor de geïnteresseerden: het zal gaan over vrouwen, erotiek en seks, maar vooral over literatuur (of wat dacht je?).

Af en toe waagde ik mij in de Brugse drukte om in het voetspoor te treden van De Poëziekrant. In de recentste uitgave zette de krant drie zelfstandige boekhandels in de kijker. Ze liggen alle drie op wandelafstand van het belfort. Bij De Reyghere kocht ik Mijn leven is mooier dan literatuur van Jannah Loontjens, bij De Meester vond ik Hemel en hel van Jón Kalman Stefánsson en in de nieuwe vestiging van De Raaklijn nam ik Stilte als antwoord van Sara Maitland mee (met dank aan winterlief voor de tip).

Het was vooral de zomer van prachtige boeken. Ik haalde Er hangt een hoge lucht boven ons uit de kast, het poëziedebuut van Els Moors. Ze zal dankzij dit debuut tot het einde van haar dagen geassocieerd worden met witte fuckende konijnen, maar ik link haar hoge luchten aan een lentedag aan de rand van een meer, voeten bengelend in het water.

De zomer werd alsmaar warmer en de boeken in mijn hand volgden die tendens. Ik dook opnieuw in De oksels van de bok van Annemarie Estor. De hitte, de lust, het verlangen en de overgave spatten van de pagina's. Vlaamse poëzie in 2013 mag nog lyrisch zijn. De Herman De Conickprijs heeft ze dubbel en dik verdiend. Al lezend krijg je goesting om samen met het vrouwelijke hoofdpersonage door de smerigste troep te kruipen om je over te geven aan die ene man, die geile bok, die sardonische Izem.

Sleur is een roofdier van D. Hooijer greep mij bij de keel. De inventiviteit waarmee ze het Nederlands naar haar hand zet, is benijdenswaardig. Tijdens het eerste verhaal moest ik zinnen vaak herlezen omdat ik geen jota begreep van wat er stond. Eens ik haar stijl onder de knie had, was het puur genieten. Haar taal kronkelt, kriebelt en knalt. Die taalbeheersing koppelt Hooijer aan doodgewone, doch absurde verhalen. In Tweemaal tut-af  schrijft ze over twee vrouwen van middelbare leeftijd die het beu zijn om als deftige, saaie madammen door het leven te gaan. Een van hen wendt zich zelfs tot een non voor advies. Bosgrond en peredrups verwijst naar de geur van het sperma van het hoofdpersonage, een oude man die fantaseert over zelfmoord. Hij heeft allerlei scenario's bedacht, maar slaagt er niet in om er een in praktijk te brengen.

Voor een paar euro's tikte ik maanden geleden Het lichaam bestaat niet bij De Slegte op de kop, een verzameld werk van verhalen en romans van Willem Melchior. Zijn homoseksuele personages zijn geobsedeerd door het bekijken, betasten, likken, bijten en pijnigen van hun lichaam (met een uitgesproken voorkeur voor tepels). Melchior leerde mij wat een slaventepel is, een term uit het sm-wereldje. Dat klinkt allemaal als het recept voor een reeks geile verhalen. Geil is Het lichaam bestaat niet bij vlagen, maar het oeuvre van Melchior gaat evenzeer over naïviteit, onschuld, onzekerheid en verlangen.

De traag brandende boekenhype van dit jaar, Stoner van John Williams, hield mij tot twee uur 's nachts wakker. Williams vertelt in een eenvoudige taal het verhaal van een doodgewoon leven van William Stoner, een doodgewone professor literatuur. Het boek intrigeert door rake observaties, geloofwaardige plotwendingen en de gruwel van het alledaagse. Dat had een zwart verhaal kunnen opleveren, maar dat werd het niet. Er schuilt een zekere elegantie en bewonderenswaardige flexibiliteit in de wijze waarop Stoner zijn leven draagbaar houdt.

Met Henry en June van Anaïs Nin keek ik het einde van de zomer in de ogen. Voor deze roman gebruikte de schrijfster haar dagboekfragmenten uit het begin van de jaren dertig. In die periode leerde ze Henry Miller en diens tweede vrouw June kennen. Nin raakte in de ban van June, maar knoopt een (seksuele) relatie aan met Henry. Ze deelt ook het bed met ene Fred, Eduardo en Allendy. Nin is op en top vrouw en über-chic. Met dezelfde passie waarmee ze met Henry zoent, vrijt en neukt, wijdt ze zich aan haar dagboek. De zinnelijkheid dampt uit de zinnen.

Deze zomer kruisten ook twee non-fictie boeken mijn pad. Op reis in Finland vloog ik door De bodem van de pan van Florence Aubenas. Deze Franse journaliste verhuisde naar Caen, verfde haar haren blond en schreef zich in bij de Franse variant van onze VDAB als laaggeschoolde werkzoekende zonder ervaring. Al na één gesprek met een consulente wordt beslist dat haar toekomst in de schoonmaaksector ligt. Ze sleept zich van de ene nutteloze, maar verplichte workshop naar de andere om aan onderbetaald en onregelmatig werk als poetsvrouw te raken. Aubenas zet met haar ervaring het Franse systeem in z'n blootje. Stilaan dringt het besef bij iedereen door dat werk niet de oplossing is voor elk probleem. Een eenzijdige aanpak van armoede is gedoemd om te falen. Het duwt sommige mensen nog dieper in de put.

Ook non-fictie, maar van een andere strekking, is Goed eten van Dorien Knockaert. Na mijn jarenlange Nigella Lawson-obsessie werd het tijd voor een nieuwe wind in de keuken. Ik ben even helemaal klaar met kaneel, kip en goede boter. Met een tussenpauze van veertien jaar word ik weer deeltijds vegetariër. Knockaert vulde haar kookboek niet alleen met recepten, maar ook met korte reportages over de oorsprong van het eten op ons bord. Haar geliefde boterham met kaas blijkt een vette ecologische voetafdruk na te laten. Laat dat nu juist iets zijn wat ze wil vermijden. Ze kookt met liefde voor de planeet. Haar conclusie: vlees, vis en kaas kunnen, maar niet alle dagen. De tomatentaart die ik gisteren maakte, was alvast geslaagd.

Kortom, het was de zomer van koken, reizen, schrijven en lezen. Ik heb genoeg adem en inspiratie verzameld om er dit najaar in te vliegen. Het wordt druk en spannend. Op dit blog hoop ik daar af en toe over te berichten.

Vanna één, vanna twee en we zijn vertrokken!