Posts tonen met het label Magazine gelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Magazine gelezen. Alle posts tonen

dinsdag 22 mei 2018

Magazine gelezen: Charlie Magazine

Charlie Magazine
Fuck fake. Zo luidt de ondertitel van Charlie Magazine, een Vlaams lifestyleblad dat zichzelf als uitdagend en taboeloos omschrijft. Charlie publiceert onafgebroken nieuwe content op de gelijknamige site en verschijnt twee keer per jaar in print. Ik kocht de recentste papieren editie met als thema Leve de loser.

Charlie, de naam passeerde al verschillende keren op mijn Facebooktijdlijn. Het algoritme vindt dat we bij elkaar passen. Ik werd me pas echt van de site en het blad bewust toen hoofdredactrice Jozefien Daelemans op televisie sprak over haar smartphone-verslaving. Ze raakte ervan af en schreef erover. Interessant thema en interessante madam, dacht ik. En dat vind ik nog steeds na het lezen van het loser-nummer. Nog zo’n thema waar mensen van wakker liggen. Want wie wil er nu een loser zijn?

Charlie Magazine
Alles is kunst, ook verliezen.
Het cv van je leven
Iedereen weet hoe het voelt om te falen. Je zakt voor een examen, vergeet je tekst op het podium of grijpt net naast die fantastische baan. Shit in ’t kwadraat enzo. En vervolgens zoek je een gat in de grond om voor altijd te verdwijnen. De wereld is gemaakt voor winnaars. Meer nog: de wereld is geobsedeerd door winnaars. Ook tijdschriften staan er vol van en dat stoort me mateloos (zie mijn review van Flow en Monocle).

Voor winnaars is falen een verkeersdrempel op de weg naar succes. In het echte leven draait het soms anders uit. Sommige drempels blijken een heuse muur te zijn waar je keihard tegenaan knalt. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is wat het is. Een zwarte vlek op het cv van je leven.

Charlie Magazine
Normcore, de fashion trend voor hippe losers 
To lose or not to lose
So what, zegt Charlie. Omarm het loserschap. Het nummer rijgt met veel panache de losers aan elkaar. Asielhonden die nooit worden gekozen, check! Vrijgezellen die met datingsapps niet aan een lief raken, check! Of rokers, check en check en dubbelcheck! Ooit staken de hipste kerels en grieten van je klas een sigaret in hun mond. Roken was cool. Met de nadruk op was. Na jaren van anti-campagnes zijn sigaretten not hot. En rokers, dat zijn de losers van vandaag.

De winnaars van vandaag zijn de losers van morgen, en andersom. Het is maar hoe je het bekijkt. Of beter gezegd: het is maar hoe jij door de ander wordt bekeken. In eerste instantie word je door de ander als loser gezien omdat je niet in een conventioneel plaatje past. Zodra je zelf in die veroordelende blik gelooft, is je loserschap compleet.

De Charlie-oplossing voor het probleem is simpel. Stel je weerbaar op. Aanvaard dat je soms hard op je bek gaat. En ga verder. Kun je er iets van leren? Tof. Kun je er niets van leren? Ook goed. Zet het loserschap naar je hand. Maak er een kroon van die je met trots draagt.

Charlie Magazine
Love is a losing game voor wie op datingapps rekent 
Opgestoken middelvinger
Charlie introduceert een verfrissende toon en stijl in de journalistieke wereld. Het magazine lanceert een rits, veelal vrouwelijke, journalisten die niet bang is om zichzelf te laten zien. Hun ik en hun beleving maken integraal deel uit van de artikels en opiniestukken. En dat werkt prima in een nummer over losers. Dankzij die aanpak verenigt Charlie het beste van twee werelden: de strakke redactionele lijn van een mainstream magazine en de unieke, menselijke insteek van een blog.

Fuck fake? Reken maar van yes. Al hangt er aan die opgestoken middelvinger van Charlie een gevoelige en weloverwogen pen.

Titel – Charlie Magazine
Verantwoordelijke uitgever – Jozefien Daelemans
Genre – Lifestyle
Taal – Nederlands
Frequentie – 2 keer/jaar
Pagina's – 162
Prijs – 9,90 euro

Charlie Magazine
Test je innerlijke loser
Meer reviews lezen? Klik hier

dinsdag 24 april 2018

Magazine gelezen: Fantastic Man

Fantastic Man
Een lifestyleblad voor mannen uitgeven, dat is risky business. De tijd is voorbij waarin mannenbladen hoge oplages halen. De best verkopende tijdschriften mikken op een ruim publiek of op vrouwen. Het mannenblad Fantastic Man heeft lak aan die trend en ligt sinds 2005 onafgebroken in het rek van de betere krantenwinkel of boekhandel. Hoog tijd om deze kanjer van Nederlandse makelij van dichtbij te bekijken.

En wat was ik benieuwd! Waarom? Omdat het team achter Fantastic Man ook mijn favoriete tijdschrift The Happy Reader maakt. Ik verwachtte een straffe mix van beeld en tekst én een frisse kijk op de hedendaagse man.  Kan Fantastic Man die belofte waarmaken? Dat vertel ik je nu.

Fantastic Man bestaat uit drie delen met als titel one, two en three – lekker simpel. Onder one verzamelt de redactie boeiende en bizarre nieuwtjes over, voor en door mannen. In two vind je alles over het thema. three is een mix van modeshoots en interviews.

Fantastic Man
Teenage, een modeshoot met Brazilaanse tieners die voor de camera helemaal los gaan
Een intergenerationele dialoog
For young and old luidt de ondertitel van het lente- en zomernummer. De nieuwste Fantastic Man gaat over de chemie tussen mannen van verschillende generaties. Een interessant en actueel onderwerp waarover het laatste woord nog niet is geschreven. Ik was erg benieuwd naar de manier waarop de redactie het thema benaderde. Ontdek samen met mij dit nieuwe nummer.

In het eerste artikel zet auteur Richard Benson meteen het belang van ontmoeting tussen verschillende generaties in de verf. Als voorbeeld gebruikt hij het project Natural Selection, een samenwerking tussen vader/ornitoloog Peter Holden en zoon/kunstenaar Andy Holden. Tijdens zijn jeugd begreep Andy niets van zijn vaders passie voor vogels. Tot hij een nest als een kunstwerk ging bekijken. Voor Natural Selection staken vader en zoon de hoofden bij elkaar. Ze geven lezingen over vogelnesten en stellen ornithologische parafernalia tentoon.

Fantastic Man
Midlife, een modeshoot met Britse zakenlui
Ode aan beige
Voor ik aan het artikel van Benson kon beginnen, kreeg ik eerst 53 pagina’s reclame voorgeschoteld. Fantastic Man maken kost geld. Het blad barst van de modeshoots. Voor de artikels draven ervaren namen op zoals Mark Smith, Horacio Silva en Bruce LaBruce. Ook de geïnterviewden zijn een gerenommeerd allegaartje, waaronder Teen Vogue-hoofdredacteur Phillip Picardi, ontwerper Simon Porte Jacquemus, muzikant Steve Lacy en filmcoryfee Tom Courtenay. Fantastic Man is gedrukt op groot formaat en op dik papier. Dat kost een smak geld. Geld dat ergens vandaan moet komen. Van reclame dus, veel reclame.

Kun je een knap tijdschrift maken zonder reclame? Ik ga zo stilaan denken van niet. Ik parkeer die kritiek in de koelkast. Want Fantastic Man pakt veel dingen erg goed aan. Daarover vertel ik je graag meer. Een sterk staaltje journalistiek lees je bijvoorbeeld in The Recommendations, een rubriek waarin mannen odes schrijven over de gekste dingen. Wat denk je van deze ode aan de kleur beige?
Beige is (…) a great conversation starter, if only because everybody has either a different perception of it, or a different word for it, yet immediately knows what you mean. Sand, for instance. Camel, although that tends to be the darker side of beige. Cream. Khaki, though some people think of green when they think of khaki. Biscuit is a good one. Ecru. Oatmeal, even better, so striking. 
De odes in Fantastic Man zijn onweerstaanbare stukjes tekst over onderwerpen waarbij je zelden stilstaat. En net daarin ligt de sterkte van The Recommendations. De rubriek zet iets vanzelfsprekends op een voetstuk. Als je binnenkort de kleur beige ziet, denk je meteen aan die ode. Dankzij Fantastic Man is beige is niet langer banaal, maar speciaal.

Fantastic Man
Na The Lace Race kijk je nooit meer op dezelfde manier naar veters
De zelfknopende veter
Die verrassende aanpak past Fantastic Man ook toe in The Lace Race, een uitgebreid artikel over veters. Veters!? Ja, veters. Een alledaags voorwerp, maar zoals met veel doodgewone dingen ontsnapt ook de veter niet aan wetenschappelijke vooruitgang. Een veter knopen is voor kinderen een stap op weg naar ‘groot’ worden. Dat is binnenkort verleden tijd. Je kunt nu al veters kopen die zichzelf knopen. De vraag is dus niet of zulke veters bestaan, maar wanneer fabrikanten ze op grote schaal zullen aanbieden. Als jij morgen je veters knoopt, ga er dan maar eens goed voor zitten.

Fantastic Man slaagt er niet in dat niveau de hele tijd aan te houden. In deel twee, gewijd aan het thema, zakt het blad in elkaar. two telt drie fotoshoots die zich toespitsen op belangrijke fases in een mannenleven. Midlife portretteert zakenmannen in strakke pakken in Canary Wharf. Teenage toont Braziliaanse tieners in formele en vrijetijdskleding. En in Elder hult een groep Ierse knarren zich in een garderobe met kleuren die pijn doen aan je ogen. De foto’s zijn knap, maar voegen niets toe aan het clichébeeld dat ik van die leeftijdscategorieën heb. Een zakenman met een fuchsia slobbertrui, dat zou me pas echt interesseren.

Fantastic Man
Elder, een modeshoot met Ierse knarren
Een frisse kijk op mannelijkheid
Hoe zit het nu met die frisse kijk op de hedendaagse man? Die heeft Fantastic Man me uiteindelijk toch gegeven, en dan vooral dankzij de interessante interviews. Mensen zoals Picardi, Jacquemus, Lacy en Courtenay voelen zich op en top man, maar voldoen niet aan het cliché. Een echte man streeft niet altijd naar roem, aandacht en macht. Soms trekt hij zich terug voor bescheidener werk dat inhoudelijk minstens even interessant is als een job in de spotlight. En ja, een echte man kan ook homo- of biseksueel zijn.

Het is dan ook jammer dat het themadeel die frisse kijk niet verder ontwikkelt. De modeshoots zijn clichébevestigend en ik mis de verdieping van enkele journalistiek stukken. En dat is op z’n zachtst gezegd vreemd omdat de redactie van Fantastic Man over een onweerstaanbare pen beschikt. Daardoor ervaar ik Fantastic Man niet als een lifestylemagazine, maar wel als een modeblad voor mannen.

Titel – Fantastic Man
Uitgeverij – Top Publishers BV
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 2 keer/jaar
Pagina's – 298
Prijs – 11 euro

Meer reviews lezen? Klik hier

dinsdag 20 maart 2018

Magazine gelezen: nY

nY
Iedereen weet dat het lekkerste deel van de wond altijd het korstje is, het perverse pulken en wiebelen tot nieuwe huid ons begroet en we onszelf weer genezen mogen verklaren. Dat schrijft Nadia de Vries in nY. Als je ziek zijn op die manier bekijkt, lijkt het een noodzakelijk kwaad om als mens te kunnen groeien. Na genezing heb je jezelf, bijna letterlijk, vernieuwd. Een originele en verrassende zienswijze. Daarmee past het stuk van de Vries perfect in de nieuwste nY. In het winternummer daagt de redactie je uit om na te denken over een van de grootste problemen van deze tijd: mentale ziektes.   

De verwaarlozing van het publiek
nY ontstond in 2009 uit een fusie van de tijdschriften yang en freespace Nieuwzuid. yang publiceerde proza en poëzie, Nieuwzuid bracht vooral essays. In nY vind je zowel gedichten als verhalen, beschouwende stukken en kritieken. Voor de missie van het tijdschrift liet de redactie zich door de cultuurfilosoof Walter Benjamin inspireren. Hij schreef ooit: het gaat ‘om wat zich aan de werkelijke actualiteit aan het vormen is onder de onvruchtbare oppervlakte van het modieuze en allernieuwste (…) en dit onder volstrekte verwaarlozing van het publiek, als dat nodig blijkt.’

Claudia Rankine
Fragment uit Don't Let Me Be Lonely van Claudia Rankine
De zieke is een rebel
Lijden aan een mentale ziekte, het zal je maar overkomen. Of juister gezegd: het kan je maar beter niet overkomen. Wie ziek is, werkt of consumeert niet en is van geen waarde voor de kapitalistische maatschappij. Wie ziek is, heeft dat aan zichzelf te danken. Wie wil genezen, krijgt pillen. Die moeten ervoor zorgen dat je zo snel mogelijk opnieuw een economisch rendabel mens wordt. Het schoentje knelt, vindt de redactie van nY.

Voor het winternummer sprak nY zowel nieuwe als gevestigde auteurs aan. Het resultaat is een veelstemmig nummer met bijdragen van onder andere Dominique De Groen, Asha Karami, Claudia Rankine en David Nolens. Wie hun bijdragen leest, komt telkens tot dezelfde conclusie: de zieke is een rebel. Hij tast de grenzen van de conventie af en overschrijdt ze. Wie ziek is, lijkt op een kunstenaar, op iemand die de maatschappij een spiegel voorhoudt. De zieke moet daarvoor niet eens een kunstwerk maken. Het volstaat dat hij bestaat, dat hij zijn eigen onrendabele zelf is. En daar worden sommige mensen erg onrustig van.

Nadia de Vries
Fragment uit het Huis der Ziekten van Nadia de Vries
Het recht op empathie
Dankzij de juiste mix aan bijdragen en auteurs slaagt nY erin een nummer te maken dat literair waardevol én actueel is. Daarmee maakt het tijdschrift haar missie helemaal waar. Dat is geen kleine verdienste. Elk (literair) tijdschrift speelt graag in op de actualiteit en wil het politieke debat beïnvloeden, maar meestal blijft het bij een veelbelovend editoriaal. Toch kan nY me niet van begin tot einde boeien. De grootste pijnpunten zijn de essays. De kwaliteit is wisselvallig. Vaak vind ik ze te lang en te schools.

Met het Huis der Ziekten schreef Nadia de Vries het toegankelijkste essay. In een handvol korte fragmenten pent ze haar belangrijkste momenten als patiënt neer. Als kind vindt de Vries ziek zijn fantastisch: ze moet niet naar de school, kijkt de hele dag tv en laat zich door haar ouders vertroetelen. Op haar tiende bevalt het ziek zijn haar al een stuk minder wanneer een dokter vaststelt dat ze aan een potentieel dodelijk bloedziekte lijdt. In haar puberteit onderneemt ze drie zelfmoordpogingen. Een psychiater verklaart haar officieel ziek, mentaal ziek. Op het begrip dat ze als kind van haar omgeving kreeg, hoeft ze niet meer te rekenen. En dat komt hard aan. Iedereen verdient empathie, besluit de Vries, of de ziekte nu zichtbaar is of niet.

Asha Karami
Twee gedichten van Asha Karami
De knieval en het korstje
nY is een buitenbeentje, zoveel is duidelijk. Met de woorden van Benjamin in het achterhoofd vaart de redactie een compromisloze koers. De tekst primeert, de rest is bijzaak. En dat is prima, of toch tot zolang de bijdragen van goed niveau zijn. Op visueel vlak is nY onaantrekkelijk, van de muntgroene cover met enkel de naam van het tijdschrift op tot de wel erg sobere lay-out van het binnenwerk. Niet alle concessies aan de lezer zijn een knieval voor het modieuze of het allernieuwste, lijkt me. Soms is het niet meer dan een korstje waaronder een aantrekkelijker en toegankelijker tijdschrift schuilgaat.

Titel – nY
Verantwoordelijke uitgever – Sarah Posman
Genre – Literair tijdschrift
Taal – Nederlands
Frequentie – 4 keer/jaar
Pagina's – 148
Prijs – 9 euro

Meer reviews lezen? Klik hier

maandag 15 januari 2018

Magazine gelezen: Fathers

Fathers
Een lifestyleblad voor mannen uitgeven, dat is tegenwoordig een riskante onderneming. De tijd is voorbij waarin typische mannenbladen zoals Ché of P-magazine hoge oplages haalden. De best verkopende tijdschriften hebben een genderdiverse doelgroep of richten zich op vrouwen. Fathers negeert die economische logica en springt in een gat in de markt: vaders!

Vaders op survival
Ik voelde weerstand toen ik overwoog Fathers te kopen. Ouderschap is op z’n zachtst gezegd een beladen onderwerp. Kinderen zijn de volwassenen van morgen; hun ouders, de volwassenen van vandaag, slikken aan de lopend band opvoedingsadvies van officiële en minder officiële instanties en experts. Opvoeden lijkt per definitie een hindernissenparcours vol valstrikken. En wanneer de media ouders niet als potentiële traumaverwekkers neerzetten, dan wel als consument. Als in: koop dit of dat en u wordt gegarandeerd een geslaagde mama of papa. Zucht.

Een tijdschrift voor vaders, dat niemand daar ooit eerder aan dacht. Aan mama-tijdschriften geen gebrek, om over het bataljon moeders dat online van gedachten wisselt nog maar te zwijgen. Vaders: wie zijn ze, wat doen ze en waar zaten ze al die tijd? Dat wilde ik wel eens weten. Ik was benieuwd hoe Fathers het onderwerp aanpakte.

Leo Pogoda
Een beeld uit het beeldverhaal van fotograaf Leo Pogoda
Mindful vaderschap 
Fathers verschijnt vier keer per jaar en telkens in twee edities: een Poolse en een Engelse. Wojtek Ponikowski, het creatieve brein achter het blad, omschrijft het tijdschrift als een feest voor mindful vaderschap aan de hand van artikels over cultuur, reizen en lifestyle bekeken door de lens van slow journalism – een omschrijving waar ik zeeziek van wordt. Wees gerust: Fathers is geen zelfhulpgids voor falende vaders. Het blad bewaart de juiste balans tussen ernst en humor. De taal is vlot, de lay-out is sober en de stukken worden op dik crèmekleurig papier gedrukt. Fathers voelt, leest en ziet eruit als een boek.

Anno 2018 is vader zijn razend interessant. De ouders van vandaag laten de klassieke rolpatronen alsmaar vaker en makkelijker los. De vader van vandaag kan zich dan ook niet zomaar spiegelen aan zijn eigen vader. Elke dag opnieuw geeft hij al doende zijn vaderschap vorm. Vaderschap is een dynamisch begrip geworden.

Anna Maria Szymkowiak
Het interview met Anna Maria Szymkowiak
De interessantste vader is een vrouw
Die dynamiek komt in Fathers het best naar voren in een interview met Anna Maria Szymkowiak. Szymkowiak werd als man geboren, trouwde met een vrouw en kreeg een zoon. Van jongs af aan voelde ze zich meer vrouw dan man en na de geboorte van haar zoon kon ze die innerlijke identiteit niet langer negeren. Doorheen de jaren onderging Szymkowiak verschillende ingrepen om ook fysiek een vrouw te worden. Die keuze dwingt haar voortdurend na te denken over haar identiteit. In hoeverre is ze (al) een vrouw? In hoeverre is ze (nog) een man? En hoe stelt ze zich tegenover haar zoon op? Als een vader, een moeder of allebei? Ook de manier waarop de zoon op haar transformaties reageert, beïnvloedt de manier waarop ze zichzelf ziet en hoe ze zichzelf naar de buitenwereld opstelt.

Fathers schuwt de complexere en moeilijke onderwerpen niet. Getuige daarvan is het interview met Szymkowiak. De redactie brengt zowel stukken over actuele vraagstukken als over zaken waar vaders van alle tijden het hoofd over breken. In het winternummer 2017/2018 vind je onder andere een interview met vader/kunstenaar Jaime Hayon, een beeldverhaal van fotograaf Leo Pogoda, een stuk over een Zweedse designacademie voor kinderen en een rubriek over instagramvaders.

Fathers
Een revisie van de how-to's over vaderschap
De ideale vader bestaat niet
De ideale vader bestaat niet. Zoveel is na het lezen van Fathers wel duidelijk. Iedere vader geeft zijn vaderschap op een eigen manier vorm. Het tijdschrift probeert hun zoektocht in woorden te vatten. De redactie doet dat in de eerste plaats door vaders zelf het woord te geven. Dankzij die aanpak klinkt Fathers nooit als een pamflet voor of tegen een bepaalde vorm van vaderschap. Als lezer krijg je een gelaagd en genuanceerd beeld over vaderschap voorgeschoteld. Dat maakt het blad niet alleen interessant voor vaders, maar voor iedereen die zich vragen over ouderschap stelt.

Het beste advies in Fathers komt misschien wel van de Poolse kunstenaar Pawel Althamer. Op een bepaald moment zat hij met de handen in het haar over de opvoeding van zijn kinderen. Hij slaagde er niet in ze in bedwang te houden en holde voortdurend achter hen aan. Waarop een andere vader tegen hem zei: ‘Je moet het gewoon wat rustiger aan doen. Je hoeft niet de hele tijd te vaderen.’

Titel – Fathers
Uitgeverij – Golden Brown
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 4 keer/jaar
Pagina's – 154
Prijs – 15 euro

woensdag 22 november 2017

Magazine gelezen: Akrostis

Akrostis
Een literaire tijdschrift uitgeven? Je moet wel gek zijn. Noem Akrostis dan maar prettig gestoord. Sinds 2016 vind je dit tijdschrift over literatuur, cultuur en kunst in de rekken van de betere boekhandel. Akrostis bouwt een brug tussen België en Turkije. De redactie publiceert gedichten, verhalen en essays van nieuwe en gevestigde auteurs in het Nederlands en in het Turks. Ik las het winternummer met als thema ‘brieven’.

Wanneer schreef jij voor het laatst een brief? Veel mensen moeten daarvoor naar hun tienerjaren teruggaan, toen ze per brief de liefde verklaarden aan iemand wiens naam ze zich nu niet meer herinneren. De cijfers van Bpost liegen er niet om. Jaar na jaar bezorgt het postbedrijf minder brieven (en meer pakjes van Zalando). Tegenwoordig swipet en tokkelt een mens zich een ongeluk op een tablet of smartphone. E-mails, sms’en en sociale media vervangen de brief.

Valt de brief nog te redden? Akrostis doet een poging. De invloed van het internet is ook de redactie niet ontgaan. Voor de cover van het nummer koos ze voor een schilderij van een vrouw met een brief in haar hand. Het beeld is vervormd en korrelig, alsof je niet naar het originele werk kijkt, maar naar een afbeelding op een webpagina over een slechte internetverbinding.

Charlotte Van den Broeck
Woord: Charlotte Van den Broeck
Beeld: Dora Maes
Brieven schrijven is brieven krijgen
Krijg jij graag een brief? Over die vraag hoeven de meeste mensen niet lang na te denken. Ja natuurlijk, luidt hun antwoord. Waarom valt het hen dan zo zwaar om die smartphone opzij te leggen en pen en papier te nemen? Ik ben in hetzelfde bedje ziek, terwijl ook mijn hart een sprongetje maakt als er in mijn brievenbus een enveloppe met een handgeschreven adres zit. Ik word al giechelig van een handgeschreven boodschappenlijst die iemand in een winkelkar van de supermarkt heeft achtergelaten. Ik begrijp dan ook perfect wat de Turkse schrijver Haydar Ergülen in zijn essay Penvriendschap voor Akrostis zegt:
Een brief heb je nodig bij rijkdom en bij armoe, bij vreugde en bij verdriet, in goede en in kwade tijden, wanneer je hart ruim voelt of juist niet, beter gezegd, op de een of andere manier verlangt men altijd naar een brief (…)
Als kind vroeg ik mijn moeder alle dagen (ook op zondag) of er geen post voor me was. Met een stapel reclamefolders was ik niet tevreden. Ik keek uit naar handgeschreven brieven, naar mensen die de tijd hadden genomen om speciaal voor mij hun woorden te wikken en te wegen. Mijn moeder moest me vrijwel dagelijks teleurstellen. Ik besefte pas later dat mijn afwachtende houding een deel van het probleem was. Als je zelf geen brieven schrijft, is de kans klein dat je er veel van anderen zult ontvangen.

Rachida Lamrabet
Woord: Rachida Lamrabet
Beeld: Koen Broos
Visueel gedicht: Sven Staelens
Ik ben de brief
Tegenwoordig wordt de brief steeds vaker als een kunstobject gezien, onder andere door de publicatie van boeken als Brieven van belang van Shaun Usher en Ode aan de brief van Simon Garfield. Digitale communicatie is snel en oppervlakkig, terwijl een handgeschreven brief tijd vraagt en persoonlijker is. De briefschrijver zet niet alleen zijn hersens aan het werk, maar ook zijn lichaam. Hij legt zichzelf letterlijk en figuurlijk in de tekst. 

Wie een brief schrijft, kan zich niet achter een lettertype of de lay-out van een app verschuilen. Je geschrift en je woordkeuze zijn de spiegels van je gemoedstoestand. Elke brief is niet alleen een bericht voor een ander, maar ook een confrontatie met jezelf. Of om het met een zin uit Akrostis te zeggen: 
Ik ben zelf de brief.
Een uitspraak uit de mond van een personage in Hotel Malaria, een theatertekst van Peter Verhelst. Van hem staat er in het nummer ook een Turkse vertaling van zijn gedicht Lamento 3. Daarnaast vind je in Akrostis onder andere poëzie van Nazim Hikmet, Charlotte Van den Broeck, Joke Timmermans, Jee Kast en Sven Staelens, en proza van Mesut Arslan, Peter Weyns en Rachida Lamrabet. De Belgische dichter Akim A.J. Willems verraste me met zijn bijdrage Liefste Em, een grafisch-poëtisch antwoord op de enveloppegedichten van Emily Dickinson.

Akim A.J. Willems
Woord en beeld: Akim A.J. Willems
Oude witte mannen
Door de diversiteit aan bijdragen en auteurs verdiept en verfrist Akrostis je blik op de brief. Je krijgt zin om er zelf één te schrijven omdat je opnieuw in de kracht en de mogelijkheden van het medium gelooft. En dat geldt zowel voor de brief die je in je privéleven schrijft als voor de brief als literair genre. De diversiteit is een logisch gevolg van de al even diverse samenstelling van de redactie van Akrostis. Daarin duiken nieuwe en bekende namen op, mannen en vrouwen, Belgen en Turken.

In het verleden werd de literaire wereld meer dan eens afgeschild als een club waar oude witte mannen de plak zwaaien. Akrostis bewijst dat het anders kan. Het winternummer is een liefdesbrief aan de diversiteit, de literatuur en het literaire tijdschrift.

Akrostis ID
Titel – Akrostis
Uitgeverij – ART.E vzw
Genre – Literair tijdschrift
Taal – Nederlands en Turks
Frequentie – 3 keer/jaar
Pagina’s – 92
Prijs – 12 euro

maandag 23 oktober 2017

Magazine gelezen: Monocle

Monocle Work-Life-Balance Special
In 2017 bestaat Monocle exact tien jaar. Sinds de begindagen scoort het magazine met artikels over business en lifestyle. Doorheen de jaren groeide het uit tot een merk. Monocle opende winkels en koffiebars, gaf boeken en gelegenheidspublicaties uit, organiseerde conferenties over levenskwaliteit en gooide radiostations in de ether. En dan heb ik het nog niet gehad over Tyler Brûlé, de excentrieke hoofdredacteur.

Het polshorloge van de Monocle-man
De eerste indruk van Monocle is er knal op: het septembernummer heeft een knappe, glimmende cover en binnenin dikke, zachtwitte pagina’s. Het ligt lekker in de hand en het ziet er goed uit. Desalniettemin vraag ik me af: is Monocle iets voor mij? De eerste pagina’s, met reclame voor dure polshorloges, doen me denken van niet. Ik heb in mijn 34-jarige leven ooit één keer een polshorloge gekocht. Een lastig ding aan mijn arm, vond ik toen. Na ettelijke jaren in een lade op mijn slaapkamer belandde het in een doos voor de kringwinkel.

De look van hoofdredacteur Tyler Brûlé en de reclame in Monocle bevestigen mijn eerste indruk: ik behoor niet tot de doelgroep van het magazine. De Monocle-man heeft niet alleen een voorliefde voor polshorloges, hij is ook casual chic gekleed, draagt een stoppelbaard en neemt meermaals per week het vliegtuig voor zijn job. Ik heb geen polshorloge, draag kleren met gaten, ben meestal gladgeschoren en neem de trein naar het werk.

Monocle
Reclame voor polshorloges van Louis Vuitton
Een blik op de wereld
Monocle houdt de ogen en de oren open voor wat er in de wereld gebeurt. Die missie maakt het magazine helemaal waar. De artikels en interviews worden door verschillende journalisten geschreven, verspreid over de hele wereld. De redactie bewaart een goed evenwicht tussen stukken over grote en kleine bedrijven en laat mannen en vrouwen in gelijke mate aan het woord.

In het septembernummer lees ik artikels over een groep designers in Indonesië, over de fabrikant van neonletters op de gebouwen aan de waterkant in Zwitserland en over de strijd van de oppositie in Venezuela. Het nummer bevat ook interviews met Adam Bodnar, Commissaris van Mensenrechten in Polen, met Nancy Pelosi, de fractieleidster van de Democraten in Amerika en met Håkan Samuelsson, de topman van Volvo in Zweden.

Monocle
Artikel over Force Promotion, fabrikant van neonletters
De kunst van het falen
Monocle behandelt een gevarieerde en verrassende waaier aan onderwerpen, met een voorliefde voor succesverhalen. Wie een uurtje in het magazine bladert, krijgt zin om een eigen bedrijf op te zetten. Monocle weet lezers te inspireren, maar af en toe mis ik een tegengewicht bij dat ongebreidelde optimisme en geloof in eigen kunnen.  

Hoe zit het met falen? Dat onderwerp duikt slechts één keer in het septembernummer op, in een artikel over het Centro Directionale di Napoli. Het Centro moest een bruisend zakendistrict in Napels worden. Helaas, het project flopte. De skyline van glas herbergt vooral lege en verlaten kantoorgebouwen. Wat doe je met een project dat te duur is om neer te gooien en te groot om planten over te laten groeien? Winst is voorlopig geen doel. Nieuwe mensen en ideeën dienen zich nu aan om het Centro nieuw leven in te blazen. En dan wordt het pas echt interessant.

Artikel over het Centro Directionale di Napoli 
Cocktails in Lima
Monocle is op z’n best als het de lezer inspireert met verrassende en onderbelichte onderwerpen. En daar slaagt het magazine regelmatig in. De thema’s zijn erg uiteenlopend. Desalniettemin ervaar ik Monocle als een geheel omdat de missie – de blik op de wereld – in elk stuk duidelijk naar voren komt. De aantrekkelijke en overzichtelijke lay-out zorgt voor een herkenbare structuur en een gelikte look, en dat laatste is meteen ook de grootste zwakte van het blad. Als lezer voel je dat Monocle ontzettend hard probeert een bepaald imago neer te zetten en een bepaalde levensstijl voor te schrijven.

Monocle adviseert niet alleen hoe ik mijn zaken het beste aanpak, maar ook hoe ik me moet kleden, naar welke muziek ik moet luisteren, welke boeken ik moet kopen en welke bars ik wereldwijd moet frequenteren. Laat ik eerlijk zijn met mezelf: de kans dat ik ooit een daiquiri zal drinken in Barra 55, de favoriete cocktailbar van de Monocle-redactie in Lima, is bijzonder klein. Het zal wel aan mij liggen en aan mijn chronisch gebrek aan ambitie en polshorloges.

Monocle
Foto van het kantoor van modeontwerper Dries Van Noten 
De waan van de dag
Monocle kan me vaak bekoren en inspireren. Wie kan er tegen artikels zijn over vakmanschap en goed gemaakte, tijdloze producten? Daarenboven apprecieer ik een tijdschrift dat gelooft in print én kritisch naar de sociale media durft te kijken. Monocle verkoopt van elk nummer 81 000 gedrukte exemplaren en heeft een betaalmuur op de site. Het magazine heeft geen Facebook- of Twitterprofiel.

Het afzweren van sociale media past perfect bij het imago van de Monocle-man. Hij leest een Monocle op papier omdat het een statussymbool is. Op een iPad ziet immers niemand welk tijdschrift hij in handen heeft. Hij heeft geen Facebookaccount omdat hij boven de waan van de dag wil staan. Is dat wat Monocle werkelijk wil of is het slechts een pose? Een beetje van de twee, laat het me daarop houden. Je maakt me niet wijs dat Tyler Brûlé niet weet hoe vaak Monocle op de sociale media wordt genoemd.

Titel – Monocle
Uitgeverij – Wikontent Limited
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 10 keer/jaar
Pagina's – 210
Prijs – 11 euro