Posts tonen met het label Review. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Review. Alle posts tonen

woensdag 22 november 2017

Magazine gelezen: Akrostis

Akrostis
Een literaire tijdschrift uitgeven? Je moet wel gek zijn. Noem Akrostis dan maar prettig gestoord. Sinds 2016 vind je dit tijdschrift over literatuur, cultuur en kunst in de rekken van de betere boekhandel. Akrostis bouwt een brug tussen België en Turkije. De redactie publiceert gedichten, verhalen en essays van nieuwe en gevestigde auteurs in het Nederlands en in het Turks. Ik las het winternummer met als thema ‘brieven’.

Wanneer schreef jij voor het laatst een brief? Veel mensen moeten daarvoor naar hun tienerjaren teruggaan, toen ze per brief de liefde verklaarden aan iemand wiens naam ze zich nu niet meer herinneren. De cijfers van Bpost liegen er niet om. Jaar na jaar bezorgt het postbedrijf minder brieven (en meer pakjes van Zalando). Tegenwoordig swipet en tokkelt een mens zich een ongeluk op een tablet of smartphone. E-mails, sms’en en sociale media vervangen de brief.

Valt de brief nog te redden? Akrostis doet een poging. De invloed van het internet is ook de redactie niet ontgaan. Voor de cover van het nummer koos ze voor een schilderij van een vrouw met een brief in haar hand. Het beeld is vervormd en korrelig, alsof je niet naar het originele werk kijkt, maar naar een afbeelding op een webpagina over een slechte internetverbinding.

Charlotte Van den Broeck
Woord: Charlotte Van den Broeck
Beeld: Dora Maes
Brieven schrijven is brieven krijgen
Krijg jij graag een brief? Over die vraag hoeven de meeste mensen niet lang na te denken. Ja natuurlijk, luidt hun antwoord. Waarom valt het hen dan zo zwaar om die smartphone opzij te leggen en pen en papier te nemen? Ik ben in hetzelfde bedje ziek, terwijl ook mijn hart een sprongetje maakt als er in mijn brievenbus een enveloppe met een handgeschreven adres zit. Ik word al giechelig van een handgeschreven boodschappenlijst die iemand in een winkelkar van de supermarkt heeft achtergelaten. Ik begrijp dan ook perfect wat de Turkse schrijver Haydar Ergülen in zijn essay Penvriendschap voor Akrostis zegt:
Een brief heb je nodig bij rijkdom en bij armoe, bij vreugde en bij verdriet, in goede en in kwade tijden, wanneer je hart ruim voelt of juist niet, beter gezegd, op de een of andere manier verlangt men altijd naar een brief (…)
Als kind vroeg ik mijn moeder alle dagen (ook op zondag) of er geen post voor me was. Met een stapel reclamefolders was ik niet tevreden. Ik keek uit naar handgeschreven brieven, naar mensen die de tijd hadden genomen om speciaal voor mij hun woorden te wikken en te wegen. Mijn moeder moest me vrijwel dagelijks teleurstellen. Ik besefte pas later dat mijn afwachtende houding een deel van het probleem was. Als je zelf geen brieven schrijft, is de kans klein dat je er veel van anderen zult ontvangen.

Rachida Lamrabet
Woord: Rachida Lamrabet
Beeld: Koen Broos
Visueel gedicht: Sven Staelens
Ik ben de brief
Tegenwoordig wordt de brief steeds vaker als een kunstobject gezien, onder andere door de publicatie van boeken als Brieven van belang van Shaun Usher en Ode aan de brief van Simon Garfield. Digitale communicatie is snel en oppervlakkig, terwijl een handgeschreven brief tijd vraagt en persoonlijker is. De briefschrijver zet niet alleen zijn hersens aan het werk, maar ook zijn lichaam. Hij legt zichzelf letterlijk en figuurlijk in de tekst. 

Wie een brief schrijft, kan zich niet achter een lettertype of de lay-out van een app verschuilen. Je geschrift en je woordkeuze zijn de spiegels van je gemoedstoestand. Elke brief is niet alleen een bericht voor een ander, maar ook een confrontatie met jezelf. Of om het met een zin uit Akrostis te zeggen: 
Ik ben zelf de brief.
Een uitspraak uit de mond van een personage in Hotel Malaria, een theatertekst van Peter Verhelst. Van hem staat er in het nummer ook een Turkse vertaling van zijn gedicht Lamento 3. Daarnaast vind je in Akrostis onder andere poëzie van Nazim Hikmet, Charlotte Van den Broeck, Joke Timmermans, Jee Kast en Sven Staelens, en proza van Mesut Arslan, Peter Weyns en Rachida Lamrabet. De Belgische dichter Akim A.J. Willems verraste me met zijn bijdrage Liefste Em, een grafisch-poëtisch antwoord op de enveloppegedichten van Emily Dickinson.

Akim A.J. Willems
Woord en beeld: Akim A.J. Willems
Oude witte mannen
Door de diversiteit aan bijdragen en auteurs verdiept en verfrist Akrostis je blik op de brief. Je krijgt zin om er zelf één te schrijven omdat je opnieuw in de kracht en de mogelijkheden van het medium gelooft. En dat geldt zowel voor de brief die je in je privéleven schrijft als voor de brief als literair genre. De diversiteit is een logisch gevolg van de al even diverse samenstelling van de redactie van Akrostis. Daarin duiken nieuwe en bekende namen op, mannen en vrouwen, Belgen en Turken.

In het verleden werd de literaire wereld meer dan eens afgeschild als een club waar oude witte mannen de plak zwaaien. Akrostis bewijst dat het anders kan. Het winternummer is een liefdesbrief aan de diversiteit, de literatuur en het literaire tijdschrift.

Akrostis ID
Titel – Akrostis
Uitgeverij – ART.E vzw
Genre – Literair tijdschrift
Taal – Nederlands en Turks
Frequentie – 3 keer/jaar
Pagina’s – 92
Prijs – 12 euro

maandag 23 oktober 2017

Magazine gelezen: Monocle

Monocle Work-Life-Balance Special
In 2017 bestaat Monocle exact tien jaar. Sinds de begindagen scoort het magazine met artikels over business en lifestyle. Doorheen de jaren groeide het uit tot een merk. Monocle opende winkels en koffiebars, gaf boeken en gelegenheidspublicaties uit, organiseerde conferenties over levenskwaliteit en gooide radiostations in de ether. En dan heb ik het nog niet gehad over Tyler Brûlé, de excentrieke hoofdredacteur.

Het polshorloge van de Monocle-man
De eerste indruk van Monocle is er knal op: het septembernummer heeft een knappe, glimmende cover en binnenin dikke, zachtwitte pagina’s. Het ligt lekker in de hand en het ziet er goed uit. Desalniettemin vraag ik me af: is Monocle iets voor mij? De eerste pagina’s, met reclame voor dure polshorloges, doen me denken van niet. Ik heb in mijn 34-jarige leven ooit één keer een polshorloge gekocht. Een lastig ding aan mijn arm, vond ik toen. Na ettelijke jaren in een lade op mijn slaapkamer belandde het in een doos voor de kringwinkel.

De look van hoofdredacteur Tyler Brûlé en de reclame in Monocle bevestigen mijn eerste indruk: ik behoor niet tot de doelgroep van het magazine. De Monocle-man heeft niet alleen een voorliefde voor polshorloges, hij is ook casual chic gekleed, draagt een stoppelbaard en neemt meermaals per week het vliegtuig voor zijn job. Ik heb geen polshorloge, draag kleren met gaten, ben meestal gladgeschoren en neem de trein naar het werk.

Monocle
Reclame voor polshorloges van Louis Vuitton
Een blik op de wereld
Monocle houdt de ogen en de oren open voor wat er in de wereld gebeurt. Die missie maakt het magazine helemaal waar. De artikels en interviews worden door verschillende journalisten geschreven, verspreid over de hele wereld. De redactie bewaart een goed evenwicht tussen stukken over grote en kleine bedrijven en laat mannen en vrouwen in gelijke mate aan het woord.

In het septembernummer lees ik artikels over een groep designers in Indonesië, over de fabrikant van neonletters op de gebouwen aan de waterkant in Zwitserland en over de strijd van de oppositie in Venezuela. Het nummer bevat ook interviews met Adam Bodnar, Commissaris van Mensenrechten in Polen, met Nancy Pelosi, de fractieleidster van de Democraten in Amerika en met Håkan Samuelsson, de topman van Volvo in Zweden.

Monocle
Artikel over Force Promotion, fabrikant van neonletters
De kunst van het falen
Monocle behandelt een gevarieerde en verrassende waaier aan onderwerpen, met een voorliefde voor succesverhalen. Wie een uurtje in het magazine bladert, krijgt zin om een eigen bedrijf op te zetten. Monocle weet lezers te inspireren, maar af en toe mis ik een tegengewicht bij dat ongebreidelde optimisme en geloof in eigen kunnen.  

Hoe zit het met falen? Dat onderwerp duikt slechts één keer in het septembernummer op, in een artikel over het Centro Directionale di Napoli. Het Centro moest een bruisend zakendistrict in Napels worden. Helaas, het project flopte. De skyline van glas herbergt vooral lege en verlaten kantoorgebouwen. Wat doe je met een project dat te duur is om neer te gooien en te groot om planten over te laten groeien? Winst is voorlopig geen doel. Nieuwe mensen en ideeën dienen zich nu aan om het Centro nieuw leven in te blazen. En dan wordt het pas echt interessant.

Artikel over het Centro Directionale di Napoli 
Cocktails in Lima
Monocle is op z’n best als het de lezer inspireert met verrassende en onderbelichte onderwerpen. En daar slaagt het magazine regelmatig in. De thema’s zijn erg uiteenlopend. Desalniettemin ervaar ik Monocle als een geheel omdat de missie – de blik op de wereld – in elk stuk duidelijk naar voren komt. De aantrekkelijke en overzichtelijke lay-out zorgt voor een herkenbare structuur en een gelikte look, en dat laatste is meteen ook de grootste zwakte van het blad. Als lezer voel je dat Monocle ontzettend hard probeert een bepaald imago neer te zetten en een bepaalde levensstijl voor te schrijven.

Monocle adviseert niet alleen hoe ik mijn zaken het beste aanpak, maar ook hoe ik me moet kleden, naar welke muziek ik moet luisteren, welke boeken ik moet kopen en welke bars ik wereldwijd moet frequenteren. Laat ik eerlijk zijn met mezelf: de kans dat ik ooit een daiquiri zal drinken in Barra 55, de favoriete cocktailbar van de Monocle-redactie in Lima, is bijzonder klein. Het zal wel aan mij liggen en aan mijn chronisch gebrek aan ambitie en polshorloges.

Monocle
Foto van het kantoor van modeontwerper Dries Van Noten 
De waan van de dag
Monocle kan me vaak bekoren en inspireren. Wie kan er tegen artikels zijn over vakmanschap en goed gemaakte, tijdloze producten? Daarenboven apprecieer ik een tijdschrift dat gelooft in print én kritisch naar de sociale media durft te kijken. Monocle verkoopt van elk nummer 81 000 gedrukte exemplaren en heeft een betaalmuur op de site. Het magazine heeft geen Facebook- of Twitterprofiel.

Het afzweren van sociale media past perfect bij het imago van de Monocle-man. Hij leest een Monocle op papier omdat het een statussymbool is. Op een iPad ziet immers niemand welk tijdschrift hij in handen heeft. Hij heeft geen Facebookaccount omdat hij boven de waan van de dag wil staan. Is dat wat Monocle werkelijk wil of is het slechts een pose? Een beetje van de twee, laat het me daarop houden. Je maakt me niet wijs dat Tyler Brûlé niet weet hoe vaak Monocle op de sociale media wordt genoemd.

Titel – Monocle
Uitgeverij – Wikontent Limited
Genre – Lifestyle
Taal – Engels
Frequentie – 10 keer/jaar
Pagina's – 210
Prijs – 11 euro

maandag 18 september 2017

Magazine gelezen: Flow

Flow
In 2009 lag de eerste Flow in de rekken. Acht jaar later bestaat het magazine nog steeds, en hoe: in 2014 werd het uitgeroepen tot tijdschrift van het jaar. De oplage, inmiddels 70 000 exemplaren, gaat in stijgende lijn. Niet slecht in een tijd waarin het gros van de bladen de verkoopcijfers ziet dalen. Flow is hét Nederlandstalige lijfblad voor de aanhangers van slow living. Het is het juiste blad op het juiste moment.

Theemuts
Desondanks flitste er altijd hetzelfde woord door mijn hoofd als ik een Flow bij de krantenboer zag liggen: theemuts. En van die muts beland ik in geen tijd bij scrapboek-bijeenkomsten waarop amper wordt gescrapboekt, maar vooral geroddeld. Cliché cliché! Geen zorgen, ik ben me ervan bewust. Misschien ligt het ook wel aan de slagzin van het blad die bovenaan elke cover staat gedrukt?

Een tijdschrift zonder haast, over klein geluk, andere keuzes en simpeler leven.

Ik ben zelf, de luiwammes die ik ben, trots op het feit dat het me af en toe lukt me te haasten. Mijn geluk heb ik liefst in ’t groot. Keuzes laat ik me liever niet voorschrijven door een tijdschrift. En het leven, dat lijkt me nu net zo interessant omdat het complex is. Flow en ik, dat zou nooit wat gaan worden.

Flow
Papierwaren in Flow
Mo’ paper
Maar ook ik ging uiteindelijk overstag en haalde een Flow in huis. Die 70 000 kopers kunnen het niet allemaal bij het verkeerde eind hebben, toch? Lifestylebladen hebben het tegenwoordig allemaal over slow living, maar Flow onderscheidt zich door extra aandacht te besteden aan mensen die van papierwaren houden. Elk katern is op een andere papiersoort gedrukt en wordt anders vormgegeven. Elk nummer bevat enkele papieren cadeautjes zoals een notitieboek of schutbladen met originele prints. Voor je ’t weet, ben je aan het scrapboeken.

Elke Flow bestaat uit vijf delen: een openingsverhaal met een wisselend thema en vervolgens de vier vaste rubrieken Feel Connected (over verbondenheid), Feel Mindfully (over aandachtig leven), Spoil Yourself (over hebbedingetjes) en Simplify Your Life (over eenvoudiger leven). Met artikels over mindfulness, compact wonen, het bullet journal en thuiswerken wint Flow alvast niet de prijs voor de origineelste keuze aan onderwerpen. De inhoudstafel leest zowat als een overzicht van populaire zoektermen op Google.

Flow
Artikel over Tiny Houses in Flow
Flow gaat voor goud …
Maar kijk, als ik die theemuts even laat zitten waar ze zit (als je het echt wilt weten: in de lade onder mijn oven), dan stel ik vast dat Flow puik werk levert. De structuur is in een oogopslag duidelijk en er zit een prettig tempo in het blad. Korte en langere stukken wisselen elkaar goed af. In de beschouwende artikels neemt de redactie de tijd om een onderwerp diepgaander uit te werken. De taal is helder en sober. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Flow een groot publiek aanspreekt. Tegelijkertijd neemt het blad haar lezers ook serieus. Tussen de roze papiertjes en gekalligrafeerde letters door steek ik al eens iets op. In het artikel Hoe ontdek je wat je echt wilt? leerde ik twee begrippen kennen van de Britse filosoof Isaiah Berlin: negatieve en positieve vrijheid. De eerste soort van vrijheid ervaar je door de afwezigheid van dingen, als je alles achter de rug hebt dat ‘moet’, bijvoorbeeld aan het einde van een werkdag; de tweede soort maak je mee als je iets doet dat je graag doet, als je een creatieve flow ervaart, bijvoorbeeld als je kookt, schrijft of schildert. Ik heb me laten vertellen dat mensen die scrapboeken dat gevoel ook kennen (laatste keer, beloofd!).

Je begrijpt het al: Flow heeft me goed liggen. Dacht ik hier even een nuffig Nederlands blad af te knallen. Niet dus. Het grootste pluspunt heb ik nog niet eens vermeld: de aandacht voor literatuur. Vrijwel elk artikel wordt afgesloten met leestips en het hele tijdschrift is doorspekt met citaten van onder andere Haruki Murakami, Henry Ford en Barack Obama. In de rubriek Live Mindfully gaat het zelfs alleen maar over boeken, wel tien pagina’s lang, met daarop dertien boekentips waaronder de romanciers Ian McEwan, Dave Eggers, J.M. Coetzee en de dichters William Wordsworth en Samuel Coleridge. Op die manier smokkelt de redactie enkele literaire zwaargewichten tussen de pagina’s.

Flow
Artikel over mindfulness in Flow
… en soms ook niet
Toch is het niet al goud dat blinkt. Flow zet de lezer aan tot ont-spullen (Marie Kondo achterna, nog zo’n überhip fenomeen), maar prijst tegelijkertijd producten aan die niemand nodig heeft, zoals een Dolly Parton-borduurwerk of gehaakte vlaggetjes. Af en toe geeft het blad me ook het gevoel dat het een mindfulness-cursus is, en dan vooral in artikels waarin het woord dankbaarheid te vaak opduikt. Maar waar ik me nog het meeste aan stoor is dat Fijn van Flow-sfeertje. Anders gezegd: Flow wil de lezer het gevoel geven dat ‘alles wel in orde komt’.

Het Flow-leven is optimistisch en creatief, altijd en overal. Of nog anders gezegd: tegenslag bied je het hoofd door erover te praten met je vrienden met een kop groene thee in de hand en een zelfgebakken taart op de tafel. In een volgende stap ga je die nare ervaring in een creatief project verwerken. Op die manier maak je van elke tegenslag een overwinning. Dat zullen veel mensen ook doen, maar heus niet iedereen. Ik mis een oog voor mislukking, de mislukking zonder meer. Dat wat niet lukt is minstens even interessant als een geslaagd gedicht, een lekkere quiche of een knap schilderij.

Flow
Een How to over bloemschikken in Flow
Fijn van Flow
Flow geeft een inkijk in het leven van mensen die creatief bezig zijn. De ene maakt muziek, de andere vouwt dieren uit papier en weer iemand anders bakt bijzondere taarten. Als lezer kom je te weten wie ze zijn, wat ze doen, waarom ze het doen en hoe ze het doen. Dat levert herkenbare en inspirerende verhalen op. Iedereen is immers ergens goed in. Ik had bij wijze van spreken zelf in het nummer kunnen staan. Als ik iets niet onder de knie heb, dan kan ik het leren. Dat is iets wat ze bij Flow stellig geloven. Hoe schik ik bloemen in een vaas? Hoe maak ik gesuikerde noten? Hoe richt ik een tekengroep op? Dankzij Flow kom ik het allemaal te weten. Het blad bulkt van de duidelijke en haalbare tips en suggesties. Om over de lay-out, verpakking en extraatjes nog maar te zwijgen. En dat vind ik allemaal oprecht erg fijn van Flow.

FLOW ID
Titel – Flow
Uitgeverij – Sanoma
Genre – Lifestyle
Taal – Nederlands
Frequentie – 8 keer/jaar
Pagina’s – 167
Prijs – 7,50 euro

woensdag 17 mei 2017

Magazine gelezen: Popshot Magazine

Cover Popshot Magazine - The Hope Issue
Beeld: Ivan Canu
Zijn literaire tijdschriften relevant? Ik kocht Popshot Magazine, een Britse uitgave die met succes woord en beeld combineert. Van elk nummer worden zesduizend exemplaren gedrukt en verkocht in vierentwintig landen. Ik onderwerp The Hope Issue aan een relevantie-test.

Popshot, qué?
Most people ignore most poetry because most poetry ignores most people. Het citaat van dichter Adrian Mitchell zou de slogan van Popshot kunnen zijn. In 2009 stichtte Jacob Denno zijn eigen literaire tijdschrift omdat hij in het bestaande aanbod zijn gading niet vond. De tanende interesse in poëzie weet hij aan uitgevers die zich onvoldoende inspanden om het genre op een aantrekkelijke manier aan de lezer aan te bieden. In Popshot moesten niet alleen goede teksten staan, maar ook – en in gelijke mate – illustraties. In de eerste edities verscheen uitsluitend poëzie. Vanaf het achtste nummer kwamen daar kortverhalen en zkv’s bij. Bijna elke bijdrage wordt met een beeld geïllustreerd. De gedichten beslaan één bladzijde, de prozastukken tellen er maximum drie. Dat maakt van Popshot een ideaal magazine om mondjesmaat te lezen op de trein of op de wc. Wie geen zin heeft in woorden kan naar de plaatjes kijken.

Woord: Mike Fox, The healing Tongue
Beeld: Luis Pinto
Brexit & Trump
Bepalen of een literair tijdschrift ertoe doet is knap lastig. Is Popshot relevant als het de belangrijke schrijvers van morgen uit de stapel inzendingen vist? Of heeft relevantie eerder te maken met de mate waarin het blad inspeelt op de actualiteit? Een publicatie in het magazine blijkt een goede graadmeter voor succes. Natasha Carthew, Chelsey Flood en Kirsty Logan debuteerden inmiddels alle drie bij reguliere uitgeverijen. Popshot ziet zijn auteurs ook graag midden in de wereld staan. In het editoriaal van The Hope Issue motiveert Denno de keuze voor het thema met verwijzingen naar de Brexit en de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump. In donkere tijden hebben mensen nood aan hoop, en die hoop moeten ze onder andere op de pagina’s van Popshot vinden.

For you, I’d kill a rainbow
The Hope Issue is met veertien gedichten, acht kortverhalen en één zkv evenwichtig opgebouwd. Dat evenwicht keert ook terug in het aantal mannelijke en vrouwelijke auteurs, respectievelijk negen en veertien. Elke auteur laat hoop in meer of mindere mate in zijn of haar bijdrage doorschemeren. Geen enkel stuk is echter uitgesproken actueel. De natuur blijkt een dankbaar onderwerp. Dat levert vaak mooie, maar zelden echt verrassende teksten op. Mab Jones laat zich in Rainbow door een bekend natuurfenomeen inspireren, maar met een openingsvers als For you, I’d kill a rainbow weet je meteen dat het niet om een sprookjesregenboog gaat. Verderop in het gedicht zal de ik-persoon diezelfde regenboog villen en de kleuren van elkaar scheiden met een trefzekere, Bijbelse hand. Awch!

Woord: Elizabeth Lovatt, I hope this Email finds you well
Beeld: Lovely Creatures
I hope this email finds you well
I hope this email finds you well, is een zin die in zakelijke mails vaak wordt gebruikt om de aandacht van de ontvanger te trekken. Elizabeth Lovatt drijft die holle formulering op de spits in haar gelijknamige kortverhaal. Ook het naamloze hoofdpersonage begint zijn berichten op die manier. Hij zit opgesloten in een kamer met een oude computer. Het enige adres in de mailbox is dat van een medewerkster van een verzekeringsmaatschappij. Wie is hij? Hoe is hij in de kamer terechtgekomen? En vooral: hoe kan hij daaruit ontsnappen? Hij hoopt via de mails aan de medewerkster het antwoord op die vragen te vinden. In de lijn van de huisstijl van het bedrijf stuurt zij hem eerst enkele standaardantwoorden, maar hoe langer hun contact duurt, hoe persoonlijker het wordt. Aan het einde van het kortverhaal heeft de naamloze man een vluchtroute gevonden, terwijl de medewerkster zich als een gevangene voelt in hun mailcontact, in haar duffe kantoorbaan en – als ze eerlijk is met zichzelf – in haar leven.

Bindmiddel
Het thema is het enige bindmiddel van elke Popshot. Daardoor lijken de verhalen en gedichten in een willekeurige volgorde te staan. Dat is een probleem waar wel meer literaire tijdschriften de tanden op stuk bijten. Een thema alleen biedt een lezer onvoldoende houvast. Elke auteur gaat daarmee op zijn eigen manier aan de slag. Het resultaat is een bonte mix aan bijdragen. Dat zorgt ervoor dat ik me halfweg het nummer afvraag: wat probeert The Hope Issue me nu eigenlijk te vertellen? Het gebrek aan een rode draad is de zwakte én de sterkte van het magazine. Soms verdwaal ik in Popshot en verlies ik mijn interesse, maar op een ander moment sla ik het op een willekeurige pagina open en word ik plots door een vers als I had a heart like an upturned ashtray getroffen.

Woord: Ugo Okoronkwo, Night of the Monsoon
Beeld: Natalie Barahona
Nieuwe stemmen
Met Denno staat er een bevlogen hoofdredacteur aan het hoofd van Popshot. In interviews klinkt hij als iemand die niet bang is om zijn tijdschrift in vraag te stellen. Het kan altijd beter, zoals bijvoorbeeld met het gebrek aan dialoog tussen Popshot en de actualiteit. Het magazine staat op dat vlak in een kwetsbare positie: het drijft op vrije inzendingen. Daarenboven loert er altijd een deadline om de hoek. Twee keer per jaar moet er een nieuw nummer verschijnen. Als de actualiteitswaarde van de inzendingen tegenvalt, moet Denno daaruit alsnog een Popshot puren. Wijs ik met deze uitspraak met een beschuldigende vinger naar de auteurs? Welnee, schrijven over de actualiteit vraagt tijd. Er zijn genoeg gevestigde auteurs die dicht op het nieuws kunnen schrijven. Popshot kiest er echter voor om vooral nieuwe stemmen te laten horen. Het ontbreekt die stemmen hoogstwaarschijnlijk aan de ervaring om op korte tijd een actualiteitsgevoelige tekst te maken.

YAY!
Popshot brengt literatuur op zakformaat. Het blad ziet er mooi uit en voelt luxueus aan. Ik leerde in The Hope Issue enkele nieuwe namen kennen die het thema op een eigenzinnige manier benaderden. Met een man als Jacob Denno achter de schermen heb ik er alle vertrouwen in dat het magazine de komende jaren in de juiste weg inslaat. Popshot is een blijvertje in het literaire landschap. 

Beeld: Joanna Gniady

POPSHOT MAGAZINE ID
Titel – Popshot Magazine
Uitgeverij – Zenith Media
Genre – Literair tijdschrift
Taal – Engels
Frequentie – 2 keer/jaar
Pagina's – 64
Prijs – 7 euro