Iedereen weet dat het lekkerste
deel van de wond altijd het korstje is, het perverse pulken en wiebelen tot
nieuwe huid ons begroet en we onszelf weer genezen mogen verklaren. Dat
schrijft Nadia de Vries in nY. Als je ziek zijn op die manier bekijkt, lijkt
het een noodzakelijk kwaad om als mens te kunnen groeien. Na genezing heb je
jezelf, bijna letterlijk, vernieuwd. Een originele en verrassende zienswijze.
Daarmee past het stuk van de Vries perfect in de nieuwste nY. In het
winternummer daagt de redactie je uit om na te denken over een van de grootste
problemen van deze tijd: mentale ziektes.
De verwaarlozing van het publiek
nY
ontstond in 2009 uit een fusie van de tijdschriften yang en freespace
Nieuwzuid. yang publiceerde proza en poëzie, Nieuwzuid bracht vooral essays. In
nY vind je zowel gedichten als verhalen, beschouwende stukken en kritieken.
Voor de missie van het tijdschrift liet de redactie zich door de
cultuurfilosoof Walter Benjamin inspireren. Hij schreef ooit: het gaat ‘om wat
zich aan de werkelijke actualiteit aan het vormen is onder de onvruchtbare
oppervlakte van het modieuze en allernieuwste (…) en dit onder volstrekte
verwaarlozing van het publiek, als dat nodig blijkt.’
Fragment uit Don't Let Me Be Lonely van Claudia Rankine |
De zieke is een rebel
Lijden
aan een mentale ziekte, het zal je maar overkomen. Of juister gezegd: het kan
je maar beter niet overkomen. Wie ziek is, werkt of consumeert niet en is van
geen waarde voor de kapitalistische maatschappij. Wie ziek is, heeft dat aan
zichzelf te danken. Wie wil genezen, krijgt pillen. Die moeten ervoor zorgen
dat je zo snel mogelijk opnieuw een economisch rendabel mens wordt. Het
schoentje knelt, vindt de redactie van nY.
Voor
het winternummer sprak nY zowel nieuwe als gevestigde auteurs aan. Het
resultaat is een veelstemmig nummer met bijdragen van onder andere Dominique De
Groen, Asha Karami, Claudia Rankine en David Nolens. Wie hun bijdragen leest,
komt telkens tot dezelfde conclusie: de zieke is een rebel. Hij tast de grenzen
van de conventie af en overschrijdt ze. Wie ziek is, lijkt op een kunstenaar,
op iemand die de maatschappij een spiegel voorhoudt. De zieke moet daarvoor
niet eens een kunstwerk maken. Het volstaat dat hij bestaat, dat hij zijn eigen
onrendabele zelf is. En daar worden sommige mensen erg onrustig van.
Fragment uit het Huis der Ziekten van Nadia de Vries |
Het recht op empathie
Dankzij
de juiste mix aan bijdragen en auteurs slaagt nY erin een nummer te maken dat literair
waardevol én actueel is. Daarmee maakt het tijdschrift haar missie helemaal waar.
Dat is geen kleine verdienste. Elk (literair) tijdschrift speelt graag in op de
actualiteit en wil het politieke debat beïnvloeden, maar meestal blijft het bij
een veelbelovend editoriaal. Toch kan nY me niet van begin tot einde boeien. De
grootste pijnpunten zijn de essays. De kwaliteit is wisselvallig. Vaak vind ik
ze te lang en te schools.
Met het Huis der Ziekten schreef Nadia de
Vries het toegankelijkste essay. In een handvol korte fragmenten pent ze haar
belangrijkste momenten als patiënt neer. Als kind vindt de Vries ziek zijn
fantastisch: ze moet niet naar de school, kijkt de hele dag tv en laat zich
door haar ouders vertroetelen. Op haar tiende bevalt het ziek zijn haar al een
stuk minder wanneer een dokter vaststelt dat ze aan een potentieel dodelijk
bloedziekte lijdt. In haar puberteit onderneemt ze drie zelfmoordpogingen. Een
psychiater verklaart haar officieel ziek, mentaal ziek. Op het begrip dat ze
als kind van haar omgeving kreeg, hoeft ze niet meer te rekenen. En dat komt
hard aan. Iedereen verdient empathie, besluit de Vries, of de ziekte nu
zichtbaar is of niet.
Twee gedichten van Asha Karami |
De knieval en het korstje
nY
is een buitenbeentje, zoveel is duidelijk. Met de woorden van Benjamin in het
achterhoofd vaart de redactie een compromisloze koers. De tekst primeert, de
rest is bijzaak. En dat is prima, of toch tot zolang de bijdragen van goed
niveau zijn. Op visueel vlak is nY onaantrekkelijk, van de muntgroene cover met
enkel de naam van het tijdschrift op tot de wel erg sobere lay-out van het
binnenwerk. Niet alle concessies aan de lezer zijn een knieval voor het
modieuze of het allernieuwste, lijkt me. Soms is het niet meer dan een korstje
waaronder een aantrekkelijker en toegankelijker tijdschrift schuilgaat.
Titel
– nY
Verantwoordelijke
uitgever – Sarah Posman
Genre
– Literair tijdschrift
Taal
– Nederlands
Frequentie
– 4 keer/jaar
Pagina's
– 148
Geen opmerkingen:
Een reactie posten