Posts tonen met het label Rekto Verso. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rekto Verso. Alle posts tonen

zondag 24 april 2016

5 dingen die ik lees (als ik geen boeken lees) - magazines

The Happy Reader
1. The Happy Reader
Wat: een magazine voor, door en over lezers. Een lofzang op de kunst en het plezier van het lezen. Elk nummer bestaat uit twee delen: een interview met een celebrity over zijn of haar leesgewoontes en een uitgebreid dossier over het boek van het seizoen.

Waarom: omdat ik wil weten welk boek op het nachtkastje van Dan Stevens ligt, omdat ik me afvraag in welke houding Grimes een comic leest bijvoorbeeld.

Wat is er mooier dan een goed gesprek over literatuur? De uitgeschreven interviews lezen als een sprankelende dialoog uit een schitterende roman.

Voor het boek van het seizoen maakt de redactie een keuze uit vergeten klassiekers, zoals The Book of Tea van Kakuzo Okakura, Au Bonheur des Dames van Émile Zola en Granite Island van Dorothy Carrington. Je krijgt geen romanfragmenten voorgeschoteld, maar wel essays van verschillende auteurs die inzoomen op objecten, personages of thema's die in het boek voorkomen. Een simpele, maar geniale benadering die me telkens weer ontzettend veel goesting doet krijgen om het boek van het seizoen te gaan lezen.

The Happy Reader is een magazine dat je van kaft tot kaft leest, in één ruk, in het gezelschap van een flat white met sojamelk in een trendy koffiebar in de stad.

Frequentie: 4 nummers per jaar.

Prijs: 8 ponden (ongeveer 10 euro) voor één jaargang.

Website

rekto:verso2. rekto:verso
Wat: een tijdschrift tjokvol essays over actuele kunst en cultuur. rekto:verso graaft dieper dan de krant en de radio, maar is toegankelijker dan een vaktijdschrift. Elk nummer wordt aan een thema ophangen. Daarnaast zijn er enkele terugkerende rubrieken (onder andere een column door Bernard Dewulf). rekto:verso komt graag polemisch uit de hoek en kruidt op die manier het debat over kunst en cultuur.

Waarom: omdat goed geschreven essays helemaal mijn ding zijn, omdat ik het themanummer over pornografie werkelijk de moeite vond bijvoorbeeld. Geen ooh's, aah's of trillende vlees, maar originele stukken over de meest gebruikte zoekterm op Google. De nummers over populaire cultuur en het wit- en zwartboek over cultuur waren trouwens ook niet mis.

Is rekto:verso een perfect blad? Nou nee, niet elke bijdrage is even urgent en sommige stukken kunnen korter, krachtiger en (nog) helderder. De redactie slaagt er wel steeds in om complexe thema's voor een breed publiek aanschouwelijk te maken, onder andere door het woord te geven aan auteurs met uiteenlopende achtergronden. Als ik het tijdschrift met een stuk speelgoed zou moeten vergelijken, dan met een caleidoscoop (en caleidoscopen zijn vet!).

Wie leest rekto:verso? Onder andere mensen die het blad op het voetpad laten liggen, waar het vervolgens door mij wordt gevonden en mee naar huis genomen. Het is eens wat anders dan een nummer plukken uit het rek van een of ander respectabel huis van cultuur.

Frequentie: 6 nummers per jaar.

Prijs: Gratis.

Website

Kluger Hans3. Kluger Hans
Wat: een literair tijdschrift dat een plek biedt aan beginnende en debuterende schrijvers. Elk nummer staat in het teken van een thema. Daarnaast is er ruimte voor vrije inzendingen. Naast geschreven teksten biedt Kluger Hans ook ruimte aan beeldend kunstenaars. Het resultaat is een interessante clash tussen woord en beeld, wat extra in de verf wordt gezet door een inventieve lay-out. Geen twee nummers lijken op elkaar.

Waarom: omdat ik graag nieuwe, onbekende schrijvers ontdek met klinkende namen zoals Takeo Oshima of Gökhan Girginol, omdat ik al jaren op zoek ben naar een geslaagd gedicht over de binnenkant van een glasbak bijvoorbeeld.

Dankzij Kluger Hans leerde ik onder andere de kortverhalen van Tineke Van Onckelen kennen, de poëzie van Maaike Haneveld en Sylvia Hubers en dat glasbakgedicht van Chris Zuurbier (had ik dat al eens gezegd?).

Kluger Hans scheidt het kaf van het wij-willen-zo-graag-debuteren-koren en verpakt het in een prachtig jasje. Vorm en inhoud zijn complementair. Ik herinner me een nummer dat openviel als een accordeon. Het had niet veel gescheeld of er was muziek uit gekomen. Een idee voor een volgend nummer?

Kluger Hans lees je in een café waar een loopje met de hygiëne wordt genomen. Denk: de fakbar van studenten humane wetenschappen met de juiste foute tweedehands kleren om het schrale lijf en een kringwinkel-Kafka in de hipsterbag.

Frequentie: 4 nummers per jaar.

Prijs: 25 euro voor één jaargang.

Website

4. Zuiderlucht
Wat: Zuiderlucht brengt onafhankelijke journalistiek over cultuur en samenleving. Het blad spitst zich toe op de Zuid-Nederlandse en Vlaamse cultuuragenda met af en toe een uitstapje naar bijzondere events in de rest van de wereld. Zuiderlucht werpt een open en kritische blik op cultuur en culturele samenwerkingsverbanden in de euregio Maas-Rijn. Zuiderlucht publiceert recensies van tentoonstellingen en appeltaart (en dat is geen grap), interviews, essays en columns.

Waarom: omdat ik zelf in de euregio woon en graag weet wat hier op cultureel vlak gebeurt, omdat de Zuiderlucht-recensenten erin slagen om, vertrekkend vanuit hun persoonlijke beleving, op een toegankelijke manier over kunst te schrijven bijvoorbeeld.

Zuiderlucht kun je als een lichtvoetiger broertje van rekto:verso beschouwen. De bijdragen zijn korter, de taal is eenvoudiger. Mijn favoriete rubriek is Wat was in .... Daarin maakt de redactie een eigenwijze selectie uit het nieuws van de voorbije maand.

Zuiderlucht lees je in het Theatercafé van het cultureel centrum in Hasselt waar je voor 15 euro veel eten krijgt. En dan hebben we het nog niet over hun terras gehad.

Frequentie: 11 nummers per jaar.

Prijs: gratis.

Website

De Standaard der Letteren5. De Standaard der Letteren
Wat: de literaire bijlage van de krant De Standaard. Een mix van recensies, columns en interviews.

Waarom: omdat elk zichzelf respecterend land minstens één krant nodig heeft met een literaire bijlage voor de high brow peeps, omdat Mark Cloostermans en Maria Vlaar twee toprecensenten zijn bijvoorbeeld.

De Standaard der Letteren ziet er al jaren ongeveer hetzelfde uit. Toch introduceert de redactie regelmatig nieuwe rubrieken om de aandacht van trouwe lezers vast te houden, zoals die waarin elke week een auteur een brief schrijft aan een andere auteur, een personage uit een roman, het hondje van zijn schoonmoeder, etc.

De Standaard der Letteren leunt qua stijl en inhoud aan bij de literaire bijlage van De Morgen (of andersom, het is maar hoe je het bekijkt). Daarom dit idee: redacties, verenig u! Maak samen een wekelijks of maandelijks tijdschrift van 50+ pagina's over literatuur!

De Standaard der Letteren gris je uit de krant en neem je mee op de trein naar het werk. Vervolgens laat je de bijlage achter voor een volgende reiziger. Lezers geloven in de besmettelijkheid van literatuur.

Frequentie: wekelijks

Prijs: De Standaard der Letteren is niet apart te koop. Je moet De Standaard op vrijdag kopen om de bijlage te kunnen krijgen.

Website

En en en ...
Geen compleet lijstje, dit. Ik blader ook graag in kranten, roddelbladen en reclamefolders. En dan zijn er nog een heleboel magazines die al een tijdje op mijn moet-ik-dringend-eens-lezen-lijst staan, maar waar ik uit tijdsgebrek niet aan toe kom zoals Kinfolk, Fantastic ManDazed & Confusedi-D en The Paris Review.

Ik zit zelf in de redactie van Gierik & NVT, een literair tijdschrift dat zowel jong talent als gevestigde namen publiceert. Ik had het blad graag in mijn lijstje opgenomen, maar deed dat uiteindelijk niet omdat eigen lof altijd een beetje stinkt, toch?

Wat lees jij (als je geen boeken leest)?

maandag 2 februari 2015

Een polemiek tegen de zuurpruim (deel 3)

Het literaire tijdschrift Gierik & NVT startte in oktober 2014 met een polemiek over wat literatuur vermag, moet en kan zijn. Redactielid Peter De Voecht beet de spits af, en ik reageerde. Mark Kregting schreef een tweede polemiek, en - je raadt het? - ik reageerde.

Midden januari werd de derde bijdrage van dichter, criticus en redacteur Erik Lindner, op de blog van Gierik & NVT gepubliceerd. Ik bespaar je een samenvatting van zijn essay. Lees het vooral zelf. Ik apprecieer vooral zijn aandacht voor de internationale context en ontwikkelingen. Kortom, schrijven zonder oogkleppen, literatuur als een brug, als een middel tot verbinding.

Toch is er iets wat me, nog meer dan de tips en de ervaringen die Lindner deelt, zal bijblijven: hij stelt de polemiek zelf in vraag. Het genre zit hem niet als gegoten. Daarnaast vraagt hij zich af of het sop de kool wel waard is. Hij schrijft:

Anger is holy zong Mark Stewart en ook dat is waar, maar voor je het weet blijf je steken in allerlei temporele temperamenten en moet je je daar weer later voor verantwoorden, raak je verstrikt in reacties en tegenreacties terwijl de vaart allang uit je polemische eruptie verdwenen is. Inmiddels kun je je terecht afvragen of andere en vruchtbaarder ideeën en gedachten niet overstemd beginnen raken en het gewoon zonder van de tijd is.

Rond dezelfde tijd las ik op de website van het tijdschrift Rekto Verso het stuk Hou er toch mee op, man! Vier polemisten maakten daarin aan evenveel kunstenaars duidelijk dat het tijd werd dat ze hun creatieve talenten aan de haak hingen. Wouter Hillaert, redactiecoördinator van Rekto Verso, schreef een open brief aan acteur en theatermaker Jan Decorte. Hij vindt het hoog tijd dat de man op pensioen wordt gestuurd. De reacties op zijn bijdrage waren uitgesproken pro of contra.

Een polemiek wil de lezer prikkelen. Fijn zo. Ik verzet me nooit tegen een auteur die mijn horizon wil verruimen. Alleen jammer dat sommige polemisten zulke ongenuanceerde zuurpruimen zijn. Een uitgesproken mening pakt goed op papier (liefst kort), levert knappe oneliners op (liefst uitvergroot en vetgedrukt) en neemt het op voor een hoek (liefst erg links of erg rechts). Een dag later - wat likes later - heeft de zuurpruim zijn moment in de spotlight gehad, is iedereen de bal vergeten (als het daar ooit al om ging) en ligt de man uitgeteld in de touwen.

Een goede polemiek verruimt, nuanceert, bouwt op. Een goede polemiek vermoordt geen discussie, maar geeft ze leven. Een goede polemiek is uitgesproken en onverbloemd. De zuurpruimen mogen mijn gat kussen. Ik interesseer me meer voor de manier waarop een polemiek wordt opgebouwd, dan voor de conclusie. Of mijn horizon effectief wordt verruimd, hangt af de invalshoek van de polemist. Maar de bal ligt niet alleen in het kamp van de auteur. Ook het publiek doet ertoe. Hun reacties bepalen of er uit de polemiek een interessant, genuanceerd debat voortvloeit.

Lees ook de andere polemieken en mijn reacties hierop:
Marc Kregting - Het drijfzand van de fictie
Marie Meeusen - Zonder titel
Reactie - Man over vrouw (deel 4)

zondag 19 mei 2013

Leeslijsten werken niet (deel 2)

Deel 1 lees je hier.

Het duurde tot mijn vierentwintigste voor ik echt begon te lezen. Ik leerde op korte tijd twee mensen kennen die zowel lezen als schrijven. Ik benijdde de manier waarop zij over literatuur spraken. Ik wil dat ook voelen, dacht ik. Hun liefde voor het boek was het finale zetje dat ik nodig had om er zelf in te duiken. Op de juiste momenten duwden ze proza en poëzie in mijn handen om mijn honger te stillen. 'Je moet dat lezen,' zeiden ze dan, of 'Je bent er klaar voor'. Ja, ik was klaar voor Memoires van een luipaard van Peter Verhelst, De Troostelozen van Kazuo Ishiguro en Er hangt een hoge lucht boven ons van Els Moors. Hun woorden deden mij op een andere manier naar het bekende kijken.

'Er is nood aan een omvattend actieplan dat alle actoren in de keten doorlicht en gepaste instrumenten ontwikkelt. En ja, dan is onderwijs een noodzakelijke partner,' zegt Carlo Van Baelen, voormalig leider van het Vlaams Fonds voor de Letteren, in Rekto Verso. Hij is niet de eerste die de crisis van de boekensector, en bij uitbreiding van de Vlaamse leescultuur, vaststelt. Helaas blijft zijn artikel hangen in een vaststelling van de feiten. 


Uiteindelijk zal ook de boekensector zijn weg in de uiteenlopende toepassingen van digitale media moeten vinden, zoals ook de muziekindustrie dat met vallen en opstaan heeft gedaan. Maar, geen muziekindustrie zonder liedjes, geen boekensector zonder verhalen. Dat is het begin van alles. Ik hoef geen geur-tablet die het aroma van een ontkurkte fles verspreidt wanneer het hoofdpersonage wijn drinkt. Een auteur roept het parfum van een bourgogne op door middel van de taal. 

Wat kan die noodzakelijke partner, in deze het onderwijs, betekenen? Wat had het onderwijs voor mij kunnen betekenen? Een docent die mij had gestimuleerd om te lezen, bijvoorbeeld. Misschien zijn die er ook geweest, maar was ik te jong om hun enthousiasme te begrijpen. Klasse voor leraren pakte uit met een artikel over de voorbeeldfunctie van een leraar. Daarin werd het volgende gezegd: 

'Heel wat leerlingen haken af in de loop van het secundair onderwijs, voornamelijk omdat de kloof tussen de eigen leefwereld en de literatuurlijst op school te groot is. Ze worden gedwongen boeken te lezen waar ze zich niet in terugvinden.'

Laten we dan ook stoppen met geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog? Wat een onzin. Ik ben ervan overtuigd dat een 'oud' boek - een lelijk woord voor klassieker? - jongeren kan boeien. De oplossing is complexer dan een voetballer een boek over voetbal te geven. Een confrontatie met het onbekende kan juist stimulerend werken. Ik lees om mijn horizon te verbreden, niet om te bevestigen wat ik al weet. Waarom zouden veertienjarigen geen les over James Joyce mogen krijgen? Ik durf wedden dat ze een fragment uit Ulysses interessanter vinden dan de meeste publicaties uit de boeken top tien van vorige week. 

Dus, moet de leraar een boekendokter worden? Leerplannen, moeilijke klassen, werkdruk, etc. staan die droom in de weg. Als ik tijdens mijn schoolloopbaan zo'n docent was tegengekomen, één was genoeg, dan was ik misschien sneller door het leesvirus gebeten. Ik twijfel niet aan de vele goede intenties, maar de meeste blijven vaag en stranden op papier. 
Onthoud dat ik gek ben op boeken. Het heeft alleen wat langer geduurd dan bij andere mensen. Niet alles kan op schoolbanken voor je achttiende worden onderwezen. 

Het artikel uit Klasse voor leraren lees je hier.
Het essay van Carlo Van Baelen lees je hier