Posts tonen met het label Aangeboord Talent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aangeboord Talent. Alle posts tonen

woensdag 27 augustus 2014

Badparels

Enkele smalle vingers zeewier kruipen tussen de gleuven. Een zilte geur prikkelt Ella’s neus bij het openmaken van de kleine rieten ton. Ze haalt de bovenste lokken wier eruit en onthult twee oesters die glinsteren als kristallen onder het scherpe tl-licht. Ze schikt de schelpen op een dunne laag crushed ice. Het bodempje oestersap onderaan de ton giet ze uit over haar hoofd. Het vocht druipt langs haar oren en tintelt de eerste ruggenwervel in haar nek.

Ze prikt met een vork in de borst van het haantje dat net uit de oven komt en voelt voldoende weerstand. Een paar vochtdruppels blinken in de achtergebleven vorkgaatjes; hij is gaar. Ze laat het vlees rusten op een tweede wit bord.

Als laatste mept ze met een paar mokerslagen van de deegrol twee tabletten chocolade in stukken en smelt ze in een bain-marie met boter en ongeraffineerde suiker tot een smeuïg mengsel.

Het eten is klaar en Ella rent naar de slaapkamer, ruilt pumps, blouse en skinny jeans in voor een doorzichtige lichtroze babydoll. Onderweg naar de keuken draait ze de voordeur in het slot en laat de huissleutel met een rinkel in de paraplubak vallen.

In haar linkerhand neemt ze het oesterbord, in haar rechter het haantje, en op haar hoofd houdt ze een mok gevuld met het chocolademengsel in evenwicht. In de hal stoot ze de kapstok om, die kantelt, en in zijn val tegen de luster en de vaas met rode tulpen botst. Het lusterkristal regent op de tegels en het water rolt als golven over de scherven. De bloembladen scheuren door de val los van de steel en verzuipen in het vocht. Ze tekenen een tapijt van bloeddruppels. Ella loopt over het water en het gebroken kristal, ze negeert de vlijmscherpe randen die in haar voetzolen snijden.

De chocolademok laat ze achter in de slaapkamer waar de eerste meter tapijt zucht onder het stijgend waterpeil. De twee borden neemt ze mee naar de badkamer en zet ze neer op een lage metalen bijzettafel. Dankzij het gewicht van de borden drijft de tafel niet weg op het water. In tegenstelling tot de spierwitte inrichting van de andere kamers in het appartement is de badkamer een uitbarsting van kleur. Het contrast tussen het wit bad op pootjes en de muren die belegd zijn met felroze Marokkaanse mozaïektegels is schokkend. Ella heeft geen seconde spijt van het geld dat ze hieraan uitgegeven heeft, de tegels combineren perfect met het enige erfstuk van haar grootmoeder: een lichtroze lavabo in de vorm van een venusschelp.

Bovenop een stapel handdoeken in de smalle hoge kast liggen de Sakura en de Sex Bomb, twee bruisballen. Ze valt voor de roze gloed van de Sex Bomb en gooit hem in het bad. De bal roteert, verandert het water in een roos vocht, blaast bubbels en schuim. Jasmijn en ylang ylang vullen de ruimte met hun parfums, alsof iemand op een hoger verdiep in een tuin een bloeiende jasmijnstruik en een canangaboom heeft geplant, eraan schudt en de bladen in het bad laat vallen. De kamer lijkt klaar voor enkele sluiervissen die zich langoureus bewegen in een lichtroos aquarium.

Ella stapt in het bad en slaakt een zalige zucht. Het water deint. Bubbels draaien champagnekralen rond haar lichaam en vreten zich een weg door de babydoll. De bijzettafel wankelt onder de gewichtsverandering wanneer ze het oesterbord neemt. Ze laat het rusten op het wateroppervlak, neemt een oester en scheurt – zonder rekening te houden met enige vorm van etiquette – de zeevrucht uit de schelp en laat hem in haar keel glijden. Het bord kantelt en de tweede oester schuift in het water. Terwijl hij naar de andere kant van het bad dobbert, brokkelt de schelp af. Een schilferig residu trekt een stippellijn door het water. Aan het einde van het bad draait de oester zich om. De vrucht trilt als gelatinepudding, of sterker nog, kokhalst – Ella bijt op haar onderlip – en vanonder het oestervlees, tussen schelp en mantel, verschijnt een parel.

De witte kogel schiet los van de vrucht, Ella vangt hem op tussen haar halfgeopende lippen. Met de punt van haar tong geeft ze de parel een zetje. Hij valt in het water en rolt tussen haar borsten naar haar navel. Het oestervlees eist zijn bezit terug en zwemt schelploos naar haar toe, maar halfweg zinkt hij onder water en verdwijnt. Met haar wijsvinger raakt ze de navelparel, die door de beroering openspat. Een stofwolkje waaiert uit en wordt meegezogen in de beweging van de bruisbal.

Het water is zo roos geworden als de badkamertegels. De ruimte lijkt op een ontplofte kauwgombal waarin iemand die de kamer niet kent, verloren loopt en zichzelf verstrikt in uitgerokken draden.

Blindelings neemt Ella het tweede bord van de bijzettafel die bij gebrek aan het gewicht omkantelt en wegdrijft. Met duim en wijsvinger rond een vleugel slingert ze het haantje naar de andere kant van het bad. Hij wordt niet opgevreten door de jasmijn of de ylang ylang, maar richt zich op en loopt met gebraden billen twee passen op het water, struikelt, valt en zwemt verder. Hij legt zijn rechtervleugel op haar linkerbeen, en zijn linker op haar rechterbeen. Zelfs zonder kop – die hakte Ella eraf toen ze hem in de oven gooide – lijkt hij haar te begluren. Met zijn vleugels maakt de machokip een cirkelvormige beweging aan de binnenkant van haar dijen. Hij beweegt zich langzaam hoger en hoger. Plots plant hij zijn poten in haar schaamhaar en springt in één beweging naar het plafond. Hij blijft zeker een minuut bewegingsloos in de lucht hangen alvorens hij – zonder ook maar één veer op zijn lijf – begint te vliegen in een achtvorm boven de badkuip, hij scheert rakelings langs het wateroppervlak. Ella duizelt van het te veel aan prikkels; de kamer versmelt tot een knalroze lillende puddingberg, er hangt een dichte mist boven het bad, druppels parelen tussen de tegelgroeven.

De muren zweten.

De bruisbal is vrijwel volledig opgelost, de bijzettafel is nergens meer te zien, het badschuim zakt weg en het haantje hangt weer bewegingsloos aan het plafond. Ella maakt oogcontact met zijn ontbrekende kop. Ze likt aan haar bovenlip en laat haar handen op haar borsten rusten. Zo ongenaakbaar en ongegeneerd als hij in de lucht hangt, wil zij in het bad zitten. Het kan een eeuwigheid duren of slechts één seconde vooraleer een van hen beweegt. Tot dan zijn beide gevangen in een mysterieus tafereel met onbeweeglijke hoofdrolspelers.

Onverwachts scheurt het haantje als een raket naar beneden, naar het middelpunt van de badkuip. Ella wordt tegen de badbodem gedrukt. Een explosie van water schiet omhoog in een paddenstoelwolk.

De muren druipen.

Op een bodempje water na is het bad leeg. Aan het oppervlak drijft de opengebloeide kern van de bruisbal: een delicate roos van rijstpapier. In de badkamer is op de kuip en de verwoeste lavabo na alles verdwenen. De venusschelp dobbert op het water voor het bad. Ella krijgt het koud. Ze stapt uit het bad en op de schelp, kruist de handen voor haar borsten en laat zich drijven naar de openstaande deur.

In de slaapkamer stapt ze van de schelp en kruipt tussen de lakens. Ze neemt de mok, doopt haar wijs- en middelvinger in de chocolade en tekent twee strepen op haar kaken. Van onder het bed neemt ze een kartonnen doos en leegt de inhoud ervan op de matras. De grootste pompoen legt ze op het andere hoofdkussen. Met courgettes maakt ze armen, tomaten legt ze tot benen en de rode kolen worden een borstkas.

Ze knipt het licht uit, nestelt zich in het bed. Ze kust de pompoen, legt haar hoofd naast zijn hoofd, een arm op zijn borstkas en een been om zijn middel. De tomaten scheuren open onder haar gewicht.

zondag 8 juni 2014

Vijf x inspiratie

Mensen houden van lijstjes.
Ik geef u een lijst.

Inspiratie, dat verdomd moeilijk te omschrijven ding waar schrijvers beroep op doen om een wit blad te vullen.

Wat inspireert me? Deze vijf dingen bijvoorbeeld:

1. Zeep

Ik was een tijd lang door zeep geobsedeerd, zowel door de harde (een blok) als de zachte (douchegel) variant. In mijn douche stonden een paar transparante potten met atypische kleuren en geuren, zoals een blauwe gel met munt, een groene met gras of een lichtgele met roze grapefruit.

Het was onvermijdelijk dat mijn obsessie in enkele verhalen zou binnensluipen. Twee daarvan staan onafgewerkt op mijn harde schijf. In het ene verhaal spendeert het hoofdpersonage een fortuin aan zepen, gels en bruisballen, in het andere duikt een blok zeep op die geurt naar geraniums en tijm.

Een derde verhaal, Badparels, werkte ik wel af. Ik schreef het in mijn eerste jaar aan de SchrijversAcademie Antwerpen. De opdracht was: schrijf een erotisch verhaal. Badparels gaat over een vrouw die kookt, in bad gaat, de kraan vergeet dicht te draaien en in bed kruipt.

Het verhaal werd opgenomen in de bundel Aangeboord talent. Het boek is niet meer verkrijgbaar, maar misschien (of misschien ook niet, afhankelijk van mijn graad van luiheid) zwier ik het deze zomer op mijn blog.

2. Bongobon

Soms voel ik me de enige mens op deze planeet die nog graag bongobonnen krijgt (hint hint!). Mijn familie- en vriendenkring schijnen die dingen te haten (of toch vooral de vervaldatum). Voor een planner als ik is zo'n cadeau lekker makkelijk. Een datum prikken, leuk adresje kiezen en we zijn vertrokken. Wil je van je bongo af? Reageer op dit bericht. Ik ga graag in jouw plaats eten of op vakantie.

As schreef ik tijdens de module scenario, eveneens aan de SchrijversAcademie. Het uitgebluste koppel in de hoofdrol heeft met een bongobon een weekend in een b&b geboekt. De vrouw trekt erop uit, de man blijft op de kamer om te werken. Een andere vrouw dringt zijn kamer binnen en maakt avances. Het loopt slecht af, of wat had je anders gedacht?

Het grondplan voor het scenario is klaar, maar het scenario zelf moet ik nog schrijven. De vraag is: wanneer? Waarschijnlijk nooit. Het idee leent zich meer voor het scherm dan voor het podium. Ambities om filmscenario's te gaan schrijven, heb ik niet. Misschien maak ik er een kortverhaal van? Misschien.

3. Björk

Rond mijn achttiende werd ik dankzij de release van Vespertine fan van Björk. Een achttal jaren later vertaalde ik, bij wijze van poëtisch experiment, de eerste regels van haar nummers naar het Nederlands. Ik gebruikte ze als aanzet om eigen gedichten te schrijven.

Terugkijkend op die schrijfsels, moet ik concluderen dat het vooral vingeroefeningen waren. Wat is poëzie? Daar had ik toen geen antwoord op. Al schrijvend en lezend ben ik ondertussen dichter bij een mogelijk antwoord gekomen. Ik hoop dat de kwaliteit van mijn poëzie sindsdien ook is verbeterd.

Uiteindelijk bleken twee à drie gedichten toch meer dan vingeroefening te zijn. Ik schaafde eraan tot ik ze goed genoeg vond om naast recenter werk te staan. Het gedicht Woonboot dat via mijn deelname aan Poemtata onlangs op papier verscheen, dateert uit mijn Björkfase. Het wortelt in de eerste regel van Wanderlust: 'I am leaving this harbour, giving urban a farewell.' Woonboot krijg je in de loop van de zomer ook op dit blog cadeau.

4. Badeend

In 2009 dook op de Kanaalkom in Hasselt een gigantische badeend op. Ik was zwaar onder de indruk. Vandalen beschadigden de eend, maar ze keerde sterker dan ooit terug en reisde daarna door naar andere wateren. Ik mis mijn gele vriend nog steeds en pleit voor een permanente residentie op de Hasseltse wateren.

Niet lang na onze eerste ontmoeting schreef ik Badeend, een kortverhaal over een zwaarlijvige vrouw die zichzelf de marginaliteit in vreet. Haar gezapige leventje staat op z'n kop wanneer ze door en vroegere klasgenote voor een diner wordt uitgenodigd. Ze loopt verloren, slaat een mal figuur in het restaurant, loopt opnieuw verloren en eindigt in een park met een meer. Op het water drijft een badeend.

Ik stuurde het verhaal naar de kortverhalenwedstrijd van de stad Sint-Truiden. Het sneuvelde in de eerste ronde. Deze week herlas ik de tekst en ik begrijp nu waarom ik niet verder kwam. Het uitgangspunt van het verhaal zit snor, maar de uitwerking is minder. Een goeie schaar zou Badeend geen kwaad doen.

5. Romeo en Julia

Iemand vertelde me over Huis Clos, een theaterstuk van Jean-Paul Sartre waarin de beroemde uitspraak L'enfer, c'est les autres wordt gedaan. Op youtube vond ik de integrale verfilming uit 1954 van Jacqueline Audry.

De drie hoofdpersonages hebben elk een bewogen levensloop achter de rug. Er kleeft bloed aan hun handen. Na hun dood brengt een dienaar hen naar een luxueus ingerichte kamer. De ruimte lijkt een  vagevuur waarin ze tot in de eeuwigheid tot elkaar zijn veroordeeld.

Daar zit poëzie in, dacht ik.

Een existentialistische cyclus schrijven, dat leek me zwaar op de hand. Ik zocht naar een tegengewicht. In welk stuk vielen nog doden in de naam van de liefde, maar dan op een andere manier dan in het donkere Huis Clos? Juist, in Romeo en Julia. Een liefdesdrama met een romantische saus.

Eitje, dacht ik, laat die gedichten maar komen.
Een hard eitje, zo bleek.
Voorlopig ben ik niet verder dan een brainstormsessie op papier geraakt.