Posts tonen met het label Björk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Björk. Alle posts tonen

donderdag 2 juli 2015

In plaats van een roman (een eiland)


Een obsessie

Zin in een bekentenis? Tijdens zowat elke fase van mijn leven ben ik door iets of iemand geobsedeerd. De objecten van mijn obsessie zijn zeer uiteenlopend, van dier tot superheld, popartiest, kunstenaar, land of stuk zeep. Als iets of iemand me in de ban houdt, wil ik alles over dat ding of die persoon weten. Meer zelfs: ik wil het object van mijn obsessie zijn. Zoiets lukt alleen als de grens tussen mezelf en dat object vervaagt. Die buitensporige vorm van overgave heeft niets te maken met een ziekelijke bezitsdrang, maar wel alles met een verregaande vorm van interesse en nieuwsgierigheid. Hoe ik ooit (bijna) in een stuk zeep veranderde, vertel ik een andere keer. Voor dit stuk wil ik het houden bij mijn IJsland-obsessie.

Toen ik me voornam over IJsland te schrijven, liep ik naar mijn boekenkast. Daaruit plukte ik Independent People van Halldór Laxness, een roman die ik in 2008 tijdens een bezoek aan Reykjavík kocht. Laxness was de eerste, een voorlopig ook de laatste, IJslandse auteur die de Nobelprijs voor de Literatuur won. Voor een land dat slechts 300 000 inwoners telt, is dat lang niet slecht. België (met 11 000 000 inwoners) telt evenveel winnaars en Nederland (16 000 000 inwoners) sleepte de prijs nog nooit in de wacht.

Tot literatuur gedoemd

Een verklaring voor die ogenschijnlijk scheefgetrokken verhouding is simpel: IJsland is, veel meer dan België of Nederland, een land van verhalenverteller, lezers en schrijvers. Wereldwijd worden er, opnieuw verhoudingsgewijs, nergens zoveel boeken geschreven, gelezen en gekocht. In een interview zegt de IJslandse auteur Sjón daarover:
We are a culture of literature. The country was so poor throughout the centuries that practically the only cultural activity that was constant was literature. (...) We have no cathedrals, we have no academic painting, we have no symphonies; we have no proper cultural activities - compared with the Europeans of course - until let's say the 1930's. So for an Icelander the first art is literature. 
IJslanders waren met andere woorden tot literatuur gedoemd. Mettertijd raakte hun band met het woord in de volksaard ingebakken. Het ligt niet in hun karakter zich tegen de (soms harde) realiteit te verzetten. Ze stellen zich flexibel op, niet alleen tegenover de kunstvormen die zich aandienen, maar ook tegenover de natuur. Ze weten dat het weer plotsklaps kan veranderen, ze weten dat een vulkaanuitbarsting dorpen en bruggen kan vernielen. Ze leren het weer verdragen, elke dag opnieuw. Flexibiliteit hoort bij hun eilandmentaliteit.

Vespertine

Mijn interesse in literatuur was gek genoeg niet de reden waarom ik naar IJsland wilde gaan. In 2008 begon ik nog maar pas te lezen en te schrijven. Ik was me maar vaag van de IJslandse literatuur bewust. Mijn fascinatie voor het land begon zeven jaar eerder toen ik het album Vespertine van Björk kocht. Vrij vertaald betekent de titel zoiets als avondlijk, een toepasselijke naam voor een album waarop de lange, donkere dagen van een IJslandse winter in twaalf tracks weerklinken. Björk maakt onder andere muziek met het geluid van een voetstap op een laag pas gevallen sneeuw.

Wat een verademing, dacht ik, om vast te stellen dat er een plek op de wereld bestaat waar mensen niet neerkijken op het koudste seizoen van het jaar. In eigen land vind ik zelden bijval voor mijn appreciatie voor de winter. Zodra de temperatuur hier onder nul gaat, vervalt mijn omgeving in een collectieve depressie. Waar komt die weerzin vandaan? We kunnen op dat vlak nog iets van die flexibele IJslanders leren.

Huis en schapen

Uitgeverij Random House koos voor de cover van mijn editie van Independent People het schilderij Huis en schapen van Louisa Matthíasdóttir. Op de voorgrond grazen drie schapen in een heuvelachtig landschap, op de achtergrond staan evenveel huisjes aan het water in de oksel van een fjord. Veel schilderijen van Matthíasdóttir zien eruit als blokkendozen. Ze veegt de kleurnuances weg in de glooiende weides, de wollige pelzen, de kabbelende zee en de ruwe bergruggen. Elk element geeft ze in monochrome kleurvlakken weer. Ze toont het landschap zoals het in een herinnering wordt bewaard.

Matthíasdóttir moet beseft hebben dat het onmogelijk was haar geboorteland tot in detail te schilderen. Wie wil zien hoe het echt is, boekt beter een vliegtuigticket om zelf te gaan kijken. Ze voelde echter wel, zoals zoveel andere landgenoten, de impuls om IJsland op haar manier te tonen. Met verf hield ze een landschap, tijdelijk en binnen het kader van een schilderij, in bedwang.

Na mijn rondreis voelde ik eenzelfde drijfveer, al bediende ik me van een pen in plaats van een penseel. Ik kon niet zwijgen over wat ik allemaal had meegemaakt, ik moest erover schrijven. Ik voelde me een IJslander, ik wilde IJsland zijn. De literatuur had me misschien niet naar daar gebracht, maar ik had wel de literatuur in en van het land gevoeld en gezien. Dat laatste mag je zelfs letterlijk nemen: het werk van Laxness werd overal, ook in tankstations, te koop aangeboden.

De wortels gevoeld

Tijdens de piek van mijn obsessie droomde ik van een verhuizing naar IJsland, maar nu, zeven jaar later, weet ik dat het bij een droom zal blijven. Het werk van IJslandse auteurs en ook de blogs van expats die in Reykjavík wonen, laten er geen twijfel over bestaan: de winters zijn zwaar. Het valt niet mee tijdens de donkere maanden optimistisch en levenslustig de dag door te komen.

Ik voel ook niet langer de nood om tijdens de winter elders te vertoeven. De Belgische variant bevalt me prima, net zoals het licht, de hitte en het zweet van onze zomer. Ik ben te veel en te graag in mijn eigen grond geworteld om er voorgoed van weg te lopen. De plek waar ik me geworteld voel, beschouw ik als een uitvalsbasis (en niet als een gevangenis). Vanuit die basis wil ik overal naartoe gaan en me, afhankelijk van mijn gemoedstoestand, kunnen afzonderen van of verbinden met dingen of mensen.

De obsessie voorbij

Liefde durft al eens in haat om te slaan, ook een obsessie ontsnapt daar niet aan. Het verging mijn verhouding met IJsland net zo. Op de duur kon ik niets meer lezen, horen of zien dat met het land had te maken. Mijn roman die zich hoofdzakelijk in IJsland afspeelt, dumpte ik in een lade. Ik werd al misselijk van er gewoon aan te denken.

Tevergeefs koesterde ik de hoop dat de grens tussen mezelf en het eiland zou vervagen. Hoe dichterbij ik kwam, hoe duidelijker grens zich aftekende. Het was geen lijn op een landkaart, maar een blokkade waar ik van mijn leven niet overkwam. Ik zou nooit een IJslander worden, ik zou nooit IJsland zijn.

In het beste geval herken ik af en toe mijn ervaring als reiziger in de woorden van een IJslandse schrijver, zoals vorige week toen ik de eerste bladzijden van Independent People herlas. De vanzelfsprekendheid waarmee Laxness zijn personages over het land en de zee loodst, zal nooit de mijne zijn. De hardheid van het vissersleven zal voor mij, alle research ten spijt, onbegrijpelijk blijven.

Anders zijn

IJslanders cultiveren graag hun identiteit en dat levert hen soms kritiek op. Ze worden als conservatief of nationalistisch bestempeld. Ik beschouw hun houding als een logisch gevolg van hun koppigheid, creativiteit of eilandmentaliteit. Hun blik is daarbij zowel op het verleden als op de toekomst gericht. Neem bijvoorbeeld de taal. IJslanders zullen zelden zomaar een woord uit het Engels overnemen. In de meeste gevallen plakken ze op een nieuwe uitvinding een al even nieuw, IJslands woord. Ze boren hun vindingrijkheid aan en ontwikkelen tegelijkertijd hun identiteit.

Anders zijn is in IJsland eerder regel dan uitzondering. Wie in Reykjavík rondloopt, waant zich op een filmset. De inwoners lijken op acteurs. Afhankelijk van hun humeur en de weersgesteldheid nemen ze een bepaalde rol op met een bijbehorend kostuum. Als ze met een uitgestreken gezicht verklaren dat ze in trollen geloven, hoor ik hen inwendig gniffelen. Hun prioriteit ligt niet bij de waarheid, maar bij het vertellen en doorgeven van verhalen. Als een trol het publiek helpt een verhaal makkelijker in het collectieve geheugen te prenten, dan staat het de verteller vrij zich van die figuur te bedienen.

Wat is echt? Wat is gespeeld? De IJslanders houden de balans graag in evenwicht en geven geen antwoord.

Op de grens neergelegd

Ik probeer niet langer de grens te overschrijden en leg me neer daar waar de zee in het land overgaat. Ik wacht en kijk met afstandelijke nieuwsgierigheid naar wat er zich aan de andere kant afspeelt. Ik zie wat me zoveel jaren geleden heeft geprikkeld en hervind langzaamaan mijn interesse. De zin om IJsland te zijn keert niet meer terug. We appreciëren elkaar van op een afstand, toch heb ik het gevoel dat we nooit dichter bij elkaar hebben gestaan. Het duurt nu niet lang meer voor ik me omdraai en mijn eigen tuin om de hals vlieg.

Een tijdje geleden speelde ik met het idee naar IJsland terug te keren om daar ooit het laatste essay voor In plaats van een roman te schrijven. Het leek me juist om op die manier de blogs af te ronden omdat het eiland me onrechtstreeks in de richting van deze reeks heeft geduwd. Nu weet ik dat de handen die ik in mijn rug voelde mijn eigen handen waren.

Ik hoef niet naar IJsland te reizen om de ontbrekende sleutel van In plaats van een roman te vinden. Ik weet wat ik daar zal zien, ik weet wat me daar opnieuw zal intrigeren en inspireren. De deur staat al open: de essays zijn hier, dicht bij mij - een onontgonnen terrein dat ik woord voor woord wil ontdekken. Al schrijvende wil ik het gras en asfalt onder mijn voeten doorgronden. Ik had alleen een omweg via IJsland nodig om dat in te zien.

Lees ook:
Een trein
Een bloem
Een klok

zaterdag 14 februari 2015

Af en toe een zin

on the surface
simplicity

but the darkest pit in me
is pagan poetry

Fragment uit Pagan poetry van Björk.

zondag 8 juni 2014

Vijf x inspiratie

Mensen houden van lijstjes.
Ik geef u een lijst.

Inspiratie, dat verdomd moeilijk te omschrijven ding waar schrijvers beroep op doen om een wit blad te vullen.

Wat inspireert me? Deze vijf dingen bijvoorbeeld:

1. Zeep

Ik was een tijd lang door zeep geobsedeerd, zowel door de harde (een blok) als de zachte (douchegel) variant. In mijn douche stonden een paar transparante potten met atypische kleuren en geuren, zoals een blauwe gel met munt, een groene met gras of een lichtgele met roze grapefruit.

Het was onvermijdelijk dat mijn obsessie in enkele verhalen zou binnensluipen. Twee daarvan staan onafgewerkt op mijn harde schijf. In het ene verhaal spendeert het hoofdpersonage een fortuin aan zepen, gels en bruisballen, in het andere duikt een blok zeep op die geurt naar geraniums en tijm.

Een derde verhaal, Badparels, werkte ik wel af. Ik schreef het in mijn eerste jaar aan de SchrijversAcademie Antwerpen. De opdracht was: schrijf een erotisch verhaal. Badparels gaat over een vrouw die kookt, in bad gaat, de kraan vergeet dicht te draaien en in bed kruipt.

Het verhaal werd opgenomen in de bundel Aangeboord talent. Het boek is niet meer verkrijgbaar, maar misschien (of misschien ook niet, afhankelijk van mijn graad van luiheid) zwier ik het deze zomer op mijn blog.

2. Bongobon

Soms voel ik me de enige mens op deze planeet die nog graag bongobonnen krijgt (hint hint!). Mijn familie- en vriendenkring schijnen die dingen te haten (of toch vooral de vervaldatum). Voor een planner als ik is zo'n cadeau lekker makkelijk. Een datum prikken, leuk adresje kiezen en we zijn vertrokken. Wil je van je bongo af? Reageer op dit bericht. Ik ga graag in jouw plaats eten of op vakantie.

As schreef ik tijdens de module scenario, eveneens aan de SchrijversAcademie. Het uitgebluste koppel in de hoofdrol heeft met een bongobon een weekend in een b&b geboekt. De vrouw trekt erop uit, de man blijft op de kamer om te werken. Een andere vrouw dringt zijn kamer binnen en maakt avances. Het loopt slecht af, of wat had je anders gedacht?

Het grondplan voor het scenario is klaar, maar het scenario zelf moet ik nog schrijven. De vraag is: wanneer? Waarschijnlijk nooit. Het idee leent zich meer voor het scherm dan voor het podium. Ambities om filmscenario's te gaan schrijven, heb ik niet. Misschien maak ik er een kortverhaal van? Misschien.

3. Björk

Rond mijn achttiende werd ik dankzij de release van Vespertine fan van Björk. Een achttal jaren later vertaalde ik, bij wijze van poëtisch experiment, de eerste regels van haar nummers naar het Nederlands. Ik gebruikte ze als aanzet om eigen gedichten te schrijven.

Terugkijkend op die schrijfsels, moet ik concluderen dat het vooral vingeroefeningen waren. Wat is poëzie? Daar had ik toen geen antwoord op. Al schrijvend en lezend ben ik ondertussen dichter bij een mogelijk antwoord gekomen. Ik hoop dat de kwaliteit van mijn poëzie sindsdien ook is verbeterd.

Uiteindelijk bleken twee à drie gedichten toch meer dan vingeroefening te zijn. Ik schaafde eraan tot ik ze goed genoeg vond om naast recenter werk te staan. Het gedicht Woonboot dat via mijn deelname aan Poemtata onlangs op papier verscheen, dateert uit mijn Björkfase. Het wortelt in de eerste regel van Wanderlust: 'I am leaving this harbour, giving urban a farewell.' Woonboot krijg je in de loop van de zomer ook op dit blog cadeau.

4. Badeend

In 2009 dook op de Kanaalkom in Hasselt een gigantische badeend op. Ik was zwaar onder de indruk. Vandalen beschadigden de eend, maar ze keerde sterker dan ooit terug en reisde daarna door naar andere wateren. Ik mis mijn gele vriend nog steeds en pleit voor een permanente residentie op de Hasseltse wateren.

Niet lang na onze eerste ontmoeting schreef ik Badeend, een kortverhaal over een zwaarlijvige vrouw die zichzelf de marginaliteit in vreet. Haar gezapige leventje staat op z'n kop wanneer ze door en vroegere klasgenote voor een diner wordt uitgenodigd. Ze loopt verloren, slaat een mal figuur in het restaurant, loopt opnieuw verloren en eindigt in een park met een meer. Op het water drijft een badeend.

Ik stuurde het verhaal naar de kortverhalenwedstrijd van de stad Sint-Truiden. Het sneuvelde in de eerste ronde. Deze week herlas ik de tekst en ik begrijp nu waarom ik niet verder kwam. Het uitgangspunt van het verhaal zit snor, maar de uitwerking is minder. Een goeie schaar zou Badeend geen kwaad doen.

5. Romeo en Julia

Iemand vertelde me over Huis Clos, een theaterstuk van Jean-Paul Sartre waarin de beroemde uitspraak L'enfer, c'est les autres wordt gedaan. Op youtube vond ik de integrale verfilming uit 1954 van Jacqueline Audry.

De drie hoofdpersonages hebben elk een bewogen levensloop achter de rug. Er kleeft bloed aan hun handen. Na hun dood brengt een dienaar hen naar een luxueus ingerichte kamer. De ruimte lijkt een  vagevuur waarin ze tot in de eeuwigheid tot elkaar zijn veroordeeld.

Daar zit poëzie in, dacht ik.

Een existentialistische cyclus schrijven, dat leek me zwaar op de hand. Ik zocht naar een tegengewicht. In welk stuk vielen nog doden in de naam van de liefde, maar dan op een andere manier dan in het donkere Huis Clos? Juist, in Romeo en Julia. Een liefdesdrama met een romantische saus.

Eitje, dacht ik, laat die gedichten maar komen.
Een hard eitje, zo bleek.
Voorlopig ben ik niet verder dan een brainstormsessie op papier geraakt.

zondag 6 oktober 2013

Af en toe een zin

Every boy is a snake is a lily
every pearl is a lynx is a girl

Zin uit Oceania van Björk.