Posts tonen met het label Moeder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Moeder. Alle posts tonen

dinsdag 31 maart 2015

In plaats van een roman (een mikmak)


Wij mikmakkers

België is een architecturale mikmak; een appartementsblok uit de seventies staat naast een haciënda staat naast een zwarte kubus staat naast een fermette met veranda. Apenbomen zorgen voor een rode draad in de chaos. Om de zoveel huizen staat er in de voortuin een exemplaar te pronken. Niemand plant ze tegenwoordig nog. Belgen houden niet van bomen, las ik in een interview met een tuinarchitect. Ze nemen het licht weg, zijn vuil en hinderen de buren.

Hipsters hebben de apenboom nog niet aan de boezem of de baard gedrukt. Ze doen aan guerrilla gardening, oogsten vergeten groenten en zetten sanseveria's voor het raam. Ik word al moe van het idee. Doe mij maar de tuin van mijn ooms, tantes en grootouders. Zij waren hipsters zonder het te weten. In hun tuinen kreeg een bloem een plek omdat er nog plaats was, bleef een boom staan omdat hij er al zolang stond en groeiden jaar na jaar dezelfde aardappelsoort, kropsla en bonen.

Serendipiteit

Mijn leven is een mikmak. Ik laat mijn schoenen achter waar ik ze heb uitgetrokken, laat vuile koffiekoppen in de buurt van mijn computer staan, gooi gedragen kleren op een hoop in de kast en bouw overal boekenstapels. De mensen met wie ik heb samengeleefd werden (en worden) er gek van. Toch slaag ik er beter in dan de gemiddelde poetskoning of -koningin om spullen terug te vinden, tenzij de royals zich met mijn spullen hebben bemoeid.

Raak ik het overzicht kwijt? Dan is het tijd om op te ruimen. Al verschil ik vaak van mening met de gekroonde hoofden over de definitie van opruimen. Voor ordenen ben ik te vinden, voor stofzuigen en dweilen iets minder. Van stof gaat niemand dood. Mikmak gaat hand in hand met serendipiteit, en serendipiteit triggert creativiteit. Een opgeruimd huis is dood. De cover van een blad op de salontafel, een beschimmeld stuk pizza in de koelkast of een verfrommeld kassaticket in een rugzak; daarin zit het begin van een dagdroom, een verhaal of een glimlach.

Een dossier, een moodboard, een project

Na meer dan dertig jaar neemt mijn moeder afscheid van haar appartement in de buurt van het treinstation. Nu ze met pensioen is gegaan hoeft ze niet meer op wandelafstand te wonen van sporen die haar op minder dan een kwartier naar het centrum van de hoofdstad brengen. Ik vroeg haar welke meubels ze mee zou nemen, welke ze van de hand zou doen, in welke kleur ze de muren zou verven en voor welke stijl ze ging. 'Verhuizen mama,' zei ik, 'dat is een project. Je moet er goed over nadenken.'

Ze moest een dossier aanmaken waarin ze artikels en foto's verzamelde die haar aanspraken. Het kon dienen als basis voor een moodboard, een beeldcollage die op haar beurt als uitgangspunt gold voor een bezoek aan meubelzaken en verfwinkels. Mijn moeder werd er stil van. Aanvankelijk was ze van plan al haar meubels gewoon mee te nemen. De inhoud van de kasten zou ze in dozen steken die ze op het nieuw adres weer zou leegmaken.

Een dossier, een moodboard, een project (bis)

Niet zo gek lang geleden bezorgde ik mijn poetsende medemens een column over de kracht van rommel, maar wanneer ik mijn eigen moeder ongevraagd advies verleen, zondig ik tegen alle principes die daarin uit de doeken worden gedaan. Het is niet anders met mijn tuinplannen. De onaangeroerde lap gras die aan mijn voeten ligt, mag ik niet verknallen. Ik moet plannen, mijn voorkeuren en spinsels in een haalbaar project gieten, een dossier samenstellen, een moodboard maken en pas daarna naar een tuincentrum gaan.

Ik wil dat mijn tuin eruitziet als een georganiseerde mikmak. En dat, fluisterde het gezond verstand me in, bestaat jammer genoeg niet. Ik begin opnieuw. Ik schop de blogs, bladen, kranten en televisieprogramma's uit mijn tuin. Ze zijn verrukkelijk om naar te kijken, maar met hun hulp lukt het me niet. Ik sta open voor jouw suggesties en stekken. Laat ze achter op mijn lap gras als een uitgeschopte schoen, een vuile kop koffie, een gedragen kledingstuk of een half uitgelezen roman.

Lees ook:
Geen tuin
Veel tuinen
Een bibliotheek

maandag 23 februari 2015

In plaats van een roman (geen tuin)


Waar komt mijn interesse voor tuinen vandaan? Met de paplepel ingegeven, of toch niet? Mijn moeder heeft nooit een tuin bijgehouden, al probeert ze - al zolang ik me kan herinneren - halsstarrig azalea's in haar woonkamer te doen bloeien. Maar, als zij me nooit tot spitten, planten of snoeien inspireerde, wie of wat dan wel? Een onderzoek, deel 1. 

Geen tuin, geen balkon

Ik wil mijn vinger leggen op het moment waarop ik voor het eerst interesse kreeg in een tuin. Maar, denk ik dan, ontstond die interesse in een flits, één moment? Waarschijnlijk werd ik door verschillende gebeurtenissen geprikkeld.

Het grootste deel van mijn kinder- en tienerjaren woonde ik met mijn moeder in een appartement op de tweede verdieping. We hadden tuin noch terras. Tijdens de constructie van het gebouw besliste de bouwheer dat de balkons - zoals voorzien op het plan - niet zouden worden opgetrokken.

Azalea's en sanseveria's

Als mijn moeder en ik naar buiten wilden gaan, moesten we altijd iets doen. Dat lukte ons vaak, maar soms verlangden we naar een ligstoel op een balkon. We konden er uren over mopperen, maar een wonder bleef uit. 's Nachts, terwijl we sliepen, groeiden er geen balkonvormige uitstulping uit het gebouw.

Mijn moeder bracht, met wisselend succes, de natuur binnenshuis. Ze kocht felroze azalea's en gaf ze steevast een plek op de eettafel in de woonkamer, een deel van het appartement waar nooit zonlicht kwam. Na twee, drie weken verdroogden de bloemen. Ze kleurden lichtroze en kregen bruine randjes. De donkergroene blaadjes vielen op het tafelkleed.

De verdwijntruc van mijn moeder

Als achtjarige had ik een zware cactusfase. Voor mijn communie kreeg ik er enkele cadeau. Tussen het groen en de gele stekels lagen knikkers. Het was geen zicht, maar ik stelde in die tijd geen vragen. Ze groeiden niet. Op een dag waren die cactussen uit het interieur verdwenen. Mijn moeder had haar befaamde verdwijntruc toegepast, zoals wel vaker als dingen niet deden wat ze volgens haar behoorden te doen. Onze lekkende Senseo en anorectische dwergschildpad waren eenzelfde lot beschoren.

Planten een tweede leven geven was, op een zeldzame poging na, niet aan mijn moeder besteed. Ooit trok ze met een emmer en een schepje de straat op om zand te lenen van een berg die eerder die dag op een werf in de buurt was gestort. Ze wilde een kleine voorraad aanleggen om planten te verpotten. Wat dat verpotten betreft, ik kan me niet herinneren of dat ook echt is gebeurd. Die emmer zand kan ik me nog wel voor de geest halen. Hij heeft jarenlang, onaangeroerd, in de kelder gestaan, tot ook hij op een dag spoorloos verdween.

Een verhaal als tuin

Vroeger werden kasteeltuinen ommuurd om de gevaarlijke buitenwereld op afstand te houden. Een wandeling door de tuin diende om je intellectueel te ontwikkelen, vergde aandacht en inspanning. De tuin werd als een boek gelezen. Bloemen, struiken, bomen en standbeelden dienden niet ter verfraaiing van het uitzicht, maar als geheugensteun om de rode draad van het verhaal niet te verliezen. Het groen was een verhaal, de tuinman een schrijver.

Dat weetje over kasteeltuinen heb ik vorige week uit Wanderlust van Rebecca Solnit geplukt. Ik denk eraan terug nu ik mijn groene genen ontleed. Als mijn interesse voor de natuur niet door mijn moeder werd aangewakkerd, dan misschien wel door de literatuur? Ik moet eens op zoek gaan naar de tuinen in mijn boekenkast. Ik leg met andere woorden de omgekeerde weg af van de kasteeldames en - heren. Zij zochten een verhaal in een tuin, ik zoek een tuin in een boek.

Lees ook:
Een tuin
Stilte
Veel tuinen