Posts tonen met het label Vincent Van Gogh. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vincent Van Gogh. Alle posts tonen
maandag 3 augustus 2015
Publicatie in In my search of Vincent I found Y O U!
Mijn essay over mijn verwantschap met Vincent Van Gogh is uitgemond in een publicatie in In my search of Vincent I found Y O U!
Jolande van Lith, het brein achter het project Het publiek van Vincent, bundelde in In my search of Vincent I found Y O U! haar ontmoetingen met Van Gogh-liefhebbers. Daarnaast presenteert ze ook eigen werk - schilderijen, foto's, beeldhouwwerken en zelfs een film - waartoe Van Gogh en de ontmoetingen haar inspireerden.
Voor mijn bijdrage bewerkte ik mijn blogbericht over Van Gogh tot een langer essay dat los van dit blog kan worden gelezen.
De expositie In my search of Vincent I found Y O U! loopt tot eind augustus in de Van GoghGalerie. Het naslagwerk kost 20 euro en wordt in alle Van Gogh-musea in Nederland te koop aangeboden.
Lees ook: Het publiek van Vincent.
maandag 15 juni 2015
Het publiek van Vincent
In mijn zoektocht naar Vincent vond ik jou
Zondag 7 juni zat ik aan tafel met Jolande van Lith, een Nederlandse kunstenares met een fascinatie voor Vincent Van Gogh. Sinds een jaar botviert ze haar interesse in hem via het kunstproject Het publiek van Vincent. Daarin knoopt ze gesprekken aan met andere liefhebbers van Van Gogh. Het helpt haar om met andere ogen naar zijn en haar eigen werk te kijken.
Wie met van Lith in dialoog wilde gaan, kon haar van oktober 2014 tot juni 2015 op verschillende locaties in Nederland vinden. Ik ontmoette haar in het Vincentre in Nuenen - het kerkdorp waar Van Gogh van 1883 tot 1885 leefde en De Aardappeleters schilderde. Aanleiding vormde het blogbericht over mijn verwantschap met Van Gogh.
De hitte van Nuenen
Het was warm, erg warm onderweg naar Nuenen. Mijn T-shirt plakte aan mijn rug toen ik uit de auto stapte en ik had zin om mijn broek uit te gooien. van Lith zat in de blakende zon aan een tafeltje op het terras van het Vincentre. De setting sloot perfect aan bij de sfeer van mijn blogbericht:
Een grote, gele zon speelt de hoofdrol in vele doeken die Van Gogh tijdens zijn Provençaalse jaren maakte. Zelfs wanneer ze op het canvas niet te zien is, weet je dat ze buiten beeld over het tafereel blaakt: bloesems blinken in het licht, cipressen kronkelen van de hitte, gelaatstrekken worden weggebrand. De zon overmeestert zelfs elk interieur. Ze is de gloeiende lamp aan het plafond of de muur, de akelige bloem op het behang, de oogverblindende achtergrond van een (zelf)portret.
Mensen hoeven me niet te overtuigen over de schoonheid van het zuiden. Ik ken ze, kan ze erg appreciëren, maar ik doe niet mee aan het verheerlijken van snikhete dagen. Geef me liever een treinticket naar een koeler Amsterdam om het werk van Van Gogh te zien. Hij gaf niet toe aan het charmante, pittoreske, clichébeeld van de Provence. Van Gogh schilderde de zinderende kooien uit mijn jeugd.
Blog, kunst en realiteit vloeiden in elkaar over, en dat zou tijdens de rest van het gesprek nog wel meer gebeuren. van Lith en ik vonden elkaar opvallend vaak in de manier waarop we naar het werk en leven van Van Gogh kijken, onder andere toen we het hadden over zijn brieven. We vinden allebei dat ze ons een interessante inkijk geven in wie hij was, maar buiten enkele fragmenten of zinnen beschouwen we ze niet als literair hoogstaand. We wilden echter de brieven niet op hun literaire waarde afrekenen, Van Gogh heeft ze nooit met het oog op publicatie geschreven. Hij kreeg tijdens zijn leven geen schilderij verkocht, dat zijn schrijfsels ooit een drukpers zouden halen kwam vast helemaal niet in hem op
De manifestaties van Van Gogh
Ondanks de uitgebreide correspondentie die Vincent met zijn broer Theo onderhield, blijft de figuur van de kunstenaar vaag. Wie was hij? Hoe was hij? En, de meest gestelde vraag: wat is nu precies het verhaal achter dat oor? Het antwoord daarop zullen we nooit kennen. Het oor-loze portret dat hij van zichzelf maakte houdt de molen van geruchten en speculaties aardig aan de gang.
Van Gogh wordt, vooral door dat ene oor-incident, te makkelijk weggezet als een zieke, gek, genie, kunstenaar of excentriekeling. van Lith vroeg me meermaals hoe ik me de man als mens voorstelde, een interessante vraag die me uitnodigde het vlakke beeld uit het collectieve geheugen met mijn eigen verbeeldingskracht reliëf te geven. Hij was niet alleen ziek, zot, geniaal, kunstzinnig of excentriek, hij was ook gewoon iemand van vlees en bloed die al even gewoon deed wat hij deed, namelijk schilderen. Dat ga ik soms haast vergeten.
Wat als Van Gogh nu zou worden geboren? Zou hij zich redden? Zou hij een broer hebben die hem financieel onderhoudt? Zou zijn afwijkend gedrag worden getolereerd? In 1889 liet hij zich op 36-jarige leeftijd vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis opnemen. Een Van Gogh van de 21ste eeuw zou vermoedelijk worden gecolloqueerd wanneer blijkt dat hij zijn afgehakte oorlel aan een prostitué heeft aangeboden.
Je kunt dat bezwaarlijk normaal gedrag noemen, maar voor zover ik weet heeft hij geen moord op zijn geweten. Al kan ik me ook voorstellen dat hij geen buurman uit de duizend was. Tegenwoordig stoppen we onze gekken graag weg en schrijven we ze een pil voor. Daar worden 'ze' rustig van, al schijnt het me toe dat we vooral onze eigen rust willen vrijwaren. De vraag is of een Van Gogh met pillen in het bloed zich als kunstenaar ten volle zou kunnen ontwikkelen.
In mijn zoektocht naar mezelf, vond ik Vincent
Dat collectieve geheugen is trouwens een gek beestje. van Lith vroeg me op welke leeftijd ik het werk van Van Gogh had leren kennen. Het lukte me niet daar een getal op te plakken. Hij lijkt er altijd te zijn geweest, zelfs toen ik zijn werk nog niet bewust had waargenomen. Ik zag zijn zonnen, bloesems, bloemen of zaaiers bij andere kunstenaars, in films, reclamespots en op allerlei voorwerpen waarop iets kan worden gedrukt of geprint (van placemat tot mok, bord, sjaal, puzzel of schrift).
Het was pas rond mijn twintigste, tijdens een bezoek aan het Van Gogh museum in Amsterdam, dat ik zijn werk langdurig en aandachtig in me opnam. Ik had urenlang naar zijn zonnebloemen kunnen kijken, en blijkbaar heb ik dat ook een hele tijd gedaan. Diegene die me bij dat bezoek vergezelde verliet lang voor mij de museumhal en was buiten in de zon - mijn rugzak als hoofdkussen gebruikend - in slaap gevallen.
Ik verbaasde me over de verf die dik op het doek lag en in felle streken was uitgesmeerd. Ik realiseerde me dan pas dat een reproductie van een schilderij (op een poster of in een catalogus) nooit recht aan het origineel doet. Dat geldt voor de ene schilder al meer dan voor de andere, maar zeker voor Van Gogh. Het reliëf van de verf op zijn doeken kun je niet fotograferen. Je ervaart zijn schilderijen pas ten volle als je ze in het echt ziet.
Omdat kunst belangrijk is
Een kop koffie, een glas water en enkele foto's later nam ik afscheid van Jolande van Lith. Ze pende nog een paar laatste dingen over ons gesprek neer en maakte zich klaar voor de volgende liefhebber van Van Gogh, opnieuw een schrijver.
Ik overwoog het Vincentre te bezoeken, maar vond het weer te mooi om in het museum te blijven. Ik wandelde naar het Domineeshuis waar Van Gogh met zijn ouders had gewoond, een kerkje dat hij had geschilderd, een weefhuis in de buurt en een vijver in het midden van het dorp. Daar kwam ik Van Gogh opnieuw tegen, weliswaar in de vorm van een standbeeld.
Terwijl ik door de straten liep met keurig bijgehouden huizen zonder gordijnen en weelderig groene tuinen met grootbloemige rozen dacht ik verder na over mijn gesprek met van Lith. Kunst doet iets met mensen, concludeerde ik, kunst is belangrijk. Waarom nam ik anders de moeite naar Nuenen te rijden voor een gesprek over de zon van Van Gogh?
Een kunstenaar maakt iets, voegt iets nieuw aan de wereld toe waarvan hij of zij hoopt dat het anderen zal bewegen. In het beste geval inspireert het toeschouwers, zet het aan tot reflectie en dialoog, waardoor het kunstwerk de muren van een museum overstijgt. Kunst is bij uitstek een taboeloze plek waar mensen met elkaar kunnen, mogen en moeten discussiëren, in tegenstelling tot de politieke arena waar bijna uitsluitend sloganeske en polariserende monologen worden gehouden.
Het publiek van Vincent
Het publiek van Vincent mondt uit in een tentoonstelling met werk van van Lith en een boek over haar zoektocht naar de liefhebbers van Van Gogh. Iedereen die ze sprak wordt in een digitale databank opgenomen. In juli legt ze de laatste hand aan het project. Dan is ze artist in het residence in het Van GoghHuis in Zundert. In augustus opent de expositie de deuren en wordt het naslagwerk in alle Van Gogh-musea in Nederland te koop aangeboden.
ps: ik heb me in de shop van het Vincentre een beetje laten gaan. Diep vanbinnen ben ik een toerist met sokken, sandalen, driekwartbroek, heuptasje en fototoestel om de nek. Ik kwam thuis met een magneet, twee ansichtkaarten en een grote bel met een print van Van Goghs amandelbloesems. Het enige wat ik nu nog nodig heb ik een fiets om dat ding op te schroeven.
zondag 4 mei 2014
Verwantschap (deel 6) - over Vincent Van Gogh
Tjeumig, nooit gedacht dat de verwantschapsreeks zes delen zou halen. Maar de haters kunnen na vandaag stoppen met zuchten: dit is het laatste deel. Deze keer geen blog over een schrijver, maar over een schilder: Vincent Van Gogh. Ik kan mijn vrienden en familieleden geruststellen, ik ben niet van plan mijn oor af te hakken.
Je weet dat de Japanners instinctief naar contrasten zoeken en zoete pepers, zout snoepgoed, gebakken ijs en bevroren gebakken vis eten.
Een fragment uit een van de vele brieven van Vincent aan zijn broer Theo. Het contrast waarover hij spreekt, is ook in zijn eigen werk aanwezig. Oker en diepblauw, daaraan moet ik denken als de naam Van Gogh valt of als mensen over de Provence spreken. Niet toevallig liggen deze kleuren op het kleurenwiel tegenover elkaar.
In februari 1888 trok Van Gogh naar de Provençaalse stad Arles. Hij vestigde zich in de rechtervleugel van een huurhuis op de Place Lamartine, een plek die we tegenwoordig kennen als Het Gele Huis. Zijn ambitie was groot: hij wilde een schilderscommune stichten. In oktober '88 kwam de Franse schilder Paul Gauguin bij hem wonen. Tot december '88 hielden de twee het in elkaars gezelschap uit. Hun samenwerking liep definitief ten einde op de dag van het beruchte oorincident.
De Britse kunstcriticus Martin Gayford probeerde in zijn boek The Yellow House die specifieke periode te reconstrueren. Hij baseerde zich onder andere op de correspondentie tussen Vincent en Theo. Het resultaat is een evenwichtsoefening tussen feit en fictie. Gayford zet Van Gogh neer als een geloofwaardig, volwaardig mens, en niet als een gek zonder oor. Het boek geeft geen sluitend antwoord op de vraag waarom dat oor er per se af moest. Gayford zoekt een verklaring in een samenloop van omstandigheden: een ongezonde levensstijl, psychische problemen en een gevoel van teleurstelling. Van Gogh voorvoelde Gauguins vertrek. Zijn droom over een schilderscommune spatte uit elkaar.
In Le Beaucet, een piepklein dorpje in de Provence, bracht ik een deel van mijn jeugd door. We woonden in een huis dat door een bos en fruit- en olijfgaarden werd omringd. Er stond een schommel in de tuin, we haalden water bij de bron. Daartussen liepen kippen, ganzen en geiten. Een idylle hoor ik je denken, en dat was het ook, soms. Ik hield niet van de hitte in de zomer. De zon deed het hout van mijn schommel gloeien, liet de lucht boven het asfalt trillen en drong elke kamer van het huis binnen. De hitte sloot me op in een onzichtbare kooi.
Een grote, gele zon speelt de hoofdrol in vele doeken die Van Gogh tijdens zijn Provençaalse jaren maakte. Zelfs wanneer ze op het canvas niet te zien is, weet je dat ze buiten beeld over het tafereel blaakt: bloesems blinken in het licht, cipressen kronkelen van de hitte, gelaatstrekken worden weggebrand. De zon overmeestert zelfs elk interieur. Ze is de gloeiende lamp aan het plafond of de muur, de akelige bloem op het behang, de oogverblindende achtergrond van een (zelf)portret.
Mensen hoeven me niet te overtuigen over de schoonheid van het zuiden. Ik ken ze, kan ze erg appreciëren, maar ik doe niet mee aan het verheerlijken van snikhete dagen. Geef me liever een treinticket naar een koeler Amsterdam om het werk van Van Gogh te zien. Hij gaf niet toe aan het charmante, pittoreske, clichébeeld van de Provence. Van Gogh schilderde de zinderende kooien uit mijn jeugd.
Lees ook over mijn verwantschap met:
Joanne Harris, Erwin Mortier en Annelies Verbeke
Alessandro Baricco
Diana Athill, Herta Müller en Valeria Luiselli
Jón Kalman Stefánsson
Virginia Woolf`
en Publicatie in In my search of Vincent I found Y O U!
Je weet dat de Japanners instinctief naar contrasten zoeken en zoete pepers, zout snoepgoed, gebakken ijs en bevroren gebakken vis eten.
Een fragment uit een van de vele brieven van Vincent aan zijn broer Theo. Het contrast waarover hij spreekt, is ook in zijn eigen werk aanwezig. Oker en diepblauw, daaraan moet ik denken als de naam Van Gogh valt of als mensen over de Provence spreken. Niet toevallig liggen deze kleuren op het kleurenwiel tegenover elkaar.
In februari 1888 trok Van Gogh naar de Provençaalse stad Arles. Hij vestigde zich in de rechtervleugel van een huurhuis op de Place Lamartine, een plek die we tegenwoordig kennen als Het Gele Huis. Zijn ambitie was groot: hij wilde een schilderscommune stichten. In oktober '88 kwam de Franse schilder Paul Gauguin bij hem wonen. Tot december '88 hielden de twee het in elkaars gezelschap uit. Hun samenwerking liep definitief ten einde op de dag van het beruchte oorincident.
De Britse kunstcriticus Martin Gayford probeerde in zijn boek The Yellow House die specifieke periode te reconstrueren. Hij baseerde zich onder andere op de correspondentie tussen Vincent en Theo. Het resultaat is een evenwichtsoefening tussen feit en fictie. Gayford zet Van Gogh neer als een geloofwaardig, volwaardig mens, en niet als een gek zonder oor. Het boek geeft geen sluitend antwoord op de vraag waarom dat oor er per se af moest. Gayford zoekt een verklaring in een samenloop van omstandigheden: een ongezonde levensstijl, psychische problemen en een gevoel van teleurstelling. Van Gogh voorvoelde Gauguins vertrek. Zijn droom over een schilderscommune spatte uit elkaar.
In Le Beaucet, een piepklein dorpje in de Provence, bracht ik een deel van mijn jeugd door. We woonden in een huis dat door een bos en fruit- en olijfgaarden werd omringd. Er stond een schommel in de tuin, we haalden water bij de bron. Daartussen liepen kippen, ganzen en geiten. Een idylle hoor ik je denken, en dat was het ook, soms. Ik hield niet van de hitte in de zomer. De zon deed het hout van mijn schommel gloeien, liet de lucht boven het asfalt trillen en drong elke kamer van het huis binnen. De hitte sloot me op in een onzichtbare kooi.
Een grote, gele zon speelt de hoofdrol in vele doeken die Van Gogh tijdens zijn Provençaalse jaren maakte. Zelfs wanneer ze op het canvas niet te zien is, weet je dat ze buiten beeld over het tafereel blaakt: bloesems blinken in het licht, cipressen kronkelen van de hitte, gelaatstrekken worden weggebrand. De zon overmeestert zelfs elk interieur. Ze is de gloeiende lamp aan het plafond of de muur, de akelige bloem op het behang, de oogverblindende achtergrond van een (zelf)portret.
Mensen hoeven me niet te overtuigen over de schoonheid van het zuiden. Ik ken ze, kan ze erg appreciëren, maar ik doe niet mee aan het verheerlijken van snikhete dagen. Geef me liever een treinticket naar een koeler Amsterdam om het werk van Van Gogh te zien. Hij gaf niet toe aan het charmante, pittoreske, clichébeeld van de Provence. Van Gogh schilderde de zinderende kooien uit mijn jeugd.
Lees ook over mijn verwantschap met:
Joanne Harris, Erwin Mortier en Annelies Verbeke
Alessandro Baricco
Diana Athill, Herta Müller en Valeria Luiselli
Jón Kalman Stefánsson
Virginia Woolf`
en Publicatie in In my search of Vincent I found Y O U!
Abonneren op:
Posts (Atom)


